Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 17 december 2010, nr. 170540, houdende wijziging van de Regeling retributies veterinaire en hygiënische aangelegenheden I in verband met wijziging van de tarieven voor werkzaamheden VWA

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Gelet op verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PbEU L 165);

Gelet op de artikelen 10, eerste en tweede lid, onderdeel c, 94, 94a en 94b van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en de artikelen 13, 19, 22a, 22b, 27 en 28 van de Landbouwwet;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling retributies veterinaire en hygiënische aangelegenheden I wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en derde lid wordt ‘€ 0,00959’ vervangen door: € 0,00962, wordt ‘€ 58,45’ vervangen door: € 58,63 en wordt ‘€ 449,79’ vervangen door: € 451,14.

2. In het tweede lid, onderdeel a, wordt ‘€ 42,68’ vervangen door: € 42,71.

3. In het tweede lid, onderdeel b, wordt ‘€ 26,56’ vervangen door: € 26,82.

4. In het vierde lid, onderdeel a, wordt ‘€ 817,89’ vervangen door: € 820,34.

5. In het vierde lid, onderdeel b, wordt ‘€ 1.635,80’ vervangen door: € 1.640,71.

6. In het vierde lid, onderdeel c, wordt ‘€ 3.271,62’ vervangen door: € 3.281,43.

7. In het vierde lid, onderdeel d, wordt ‘€ 4.914,15’ vervangen door: € 4.928,89.

8. In het vijfde lid, wordt ‘€ 30,00’ vervangen door: € 30,09 en ‘€ 350,00’ vervangen door: € 351,05.

9. In het zesde lid, wordt ‘€ 0,01222’ vervangen door: € 0,01226, ‘€ 74,49’ vervangen door: € 74,71 en ‘€ 573,26’ vervangen door: € 574,98.

B

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, wordt ‘€ 42,01’ vervangen door: € 42,71.

2. In onderdeel b, wordt ‘€ 24,77’ vervangen door: € 26,82.

C

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdelen a, b en c, wordt ‘€ 0,00959’ telkens vervangen door: € 0,00962, ‘€ 58,45’ telkens vervangen door: € 58,63 en ‘€ 449,79’ telkens vervangen door: € 451,14.

2. In het tweede lid, wordt ‘€0,01222’ vervangen door: € 0,01226, ‘€ 74,49’ vervangen door: € 74,71 en ‘€ 573,26’ wordt vervangen door: € 574,98.

3. In het derde en vierde lid, wordt ‘€ 30,00’ telkens vervangen door: € 30,09 en ‘€ 350,00’ telkens vervangen door: € 351,05.

D

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, wordt ‘€ 42,68’ vervangen door: € 42,71.

2. In onderdeel b, wordt ‘€ 26,56’ vervangen door: € 26,82.

E

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, wordt ‘€ 53,70’ vervangen door: € 57,81.

2. In onderdeel b, wordt ‘€ 35,31’ vervangen door: € 35,85.

F

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, onderdeel a, wordt ‘€ 53,70’ vervangen door: € 57,81.

2. In het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid, onderdeel b, wordt ‘€ 35,31’ vervangen door: € 35,85.

G

Artikel 10a wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, wordt ‘€ 57,64’ vervangen door: € 57,81.

2. In onderdeel b, wordt ‘€ 35,74’ vervangen door: € 35,85.

H

Artikel 10b wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, wordt ‘€ 98,14’ vervangen door: € 98,43.

2. In onderdeel b, wordt ‘€ 33,77’ vervangen door: € 33,87.

I

Artikelen 11 en 13 worden als volgt gewijzigd:

1. In artikel 11, onderdeel a, en 13, onderdeel a, wordt ‘€ 92,29’ vervangen door: € 98,43.

2. In artikel 11, onderdeel b, en 13, onderdeel b, wordt ‘€ 34,14’ vervangen door: € 33,87.

J

In artikel 12 wordt ‘€ 45,40’ vervangen door: € 45,54.

K

In artikel 14, wordt ‘€ 45,40’ telkens vervangen door: € 45,54 en ‘€ 11,35’ telkens vervangen door: € 11,38.

L

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, wordt ‘€ 59,03’ vervangen door: € 74,34 en ‘€ 27,42’ vervangen door: € 28,32.

2. In onderdeel b, wordt ‘€ 27,42’ vervangen door: € 28,32.

3. In onderdeel c, wordt ‘€ 19,96’ vervangen door: € 20,02.

M

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, wordt ‘€ 76,29’ vervangen door: € 77,43.

2. In onderdeel b, wordt ‘€ 13,46’ vervangen door: € 13,66.

N

In artikel 17, eerste, tweede en derde lid, wordt ‘€ 14,75’ telkens vervangen door: € 18,57.

O

Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, wordt ‘€ 80,44’ vervangen door: € 101,29.

2. In onderdeel b, wordt ‘€ 25,32’ vervangen door: € 27,93.

P

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, wordt ‘€ 44,20’ vervangen door: € 55,65.

2. In onderdeel b, wordt ‘€ 25,32’ vervangen door: € 27,93.

Q

Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, wordt ‘€ 59,03’ vervangen door: € 74,34.

2. In onderdeel b, wordt ‘€ 27,42’ vervangen door: € 28,32.

R

Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, wordt ‘€ 40,47’ vervangen door: € 50,96.

2. In onderdeel b, wordt ‘€ 27,42’ vervangen door: € 28,32.

S

In artikel 25, eerste lid, wordt ‘€ 291,31’ wordt vervangen door: € 314,57.

T

Artikelen 26, 27, 31, 34, 36, 37, 41, 42 en 43 worden als volgt gewijzigd:

1. In onderdelen a, wordt ‘€ 121,28’ telkens vervangen door: € 113,67.

2. In onderdelen b, wordt ‘€ 30,41’ telkens vervangen door: € 30,96.

U

In artikel 29, derde lid, wordt ‘€ 143,29’ vervangen door: € 146,16 en ‘€ 2.292,61’ vervangen door: € 2.338,46

V

Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:

1. In derde lid, onderdeel a, wordt ‘€ 143,29’’ vervangen door: € 146,16, ‘€ 2.292,61’ vervangen door: € 2.338,46 en ‘€ 5.731,53’ vervangen door: € 5.846,16.

2. In derde lid, onderdeel b, wordt ‘€ 689,66’ vervangen door: € 703,45.

3. In derde lid, onderdeel c, wordt ‘€ 13,77’ vervangen door: € 14,04.

4. In vierde lid, wordt ‘€ 143,29’ vervangen door: € 146,16

W

Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt ‘€ 60,83’ vervangen door: € 61,93.

2. In het tweede lid, wordt ‘€ 18,33’ vervangen door: € 23,08.

X

In artikelen 33 en 38 wordt ‘€ 18,33’ telkens vervangen door: € 23,08.

Y

In artikelen 35, 39 en 40 wordt ‘€ 243,30’ telkens vervangen door: € 247,70.

Z

Na artikel 39 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 39a

Voor de be- en afhandeling van een aanvraag tot goedkeuring van een installatie als bedoeld in artikel 3 van verordening (EG) nr. 92/2005 en artikel 2.23 van de Regeling dierlijke bijproducten 2008, is de exploitant van het bedrijf waartoe de installatie behoort een retributie verschuldigd, bestaande uit:

  • a. een starttarief van € 113,67, en

  • b. een bedrag van € 30,96 per kwartier dat door een medewerker van de VWA aan de be- en afhandeling is besteed.

AA

In artikel 44 wordt ‘€ 23,14’ vervangen door: € 23,60.

BB

Artikel 45 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a, wordt ‘€ 63,82’ vervangen door: € 64,01.

2. In onderdeel b, wordt ‘€ 25,14’ vervangen door: € 25,22.

CC

Artikel 46 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt ‘€ 1.616,42’ vervangen door: € 1.733,91.

2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt ‘€ 923,67’ vervangen door: € 990,80.

3. In het tweede lid, wordt ‘€ 230,92’ vervangen door: € 247,70.

DD

Na artikel 46 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 46a

Voor de be- en afhandeling van een aanvraag tot erkenning van een compartiment als bedoeld in de artikelen 4 en 6 van verordening (EG) nr. 616/2009 in samenhang met artikel 113b Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, is de aanvrager een bedrag verschuldigd, bestaande uit:

  • a. een starttarief van € 113,67, en

  • b. een bedrag van € 30,96 per kwartier dat aan de werkzaamheden door een officiële dierenarts of een officiële assistent is besteed.

EE

Artikel 47 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt ‘€ 121,28’ vervangen door: € 113,67.

2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt ‘€ 30,41’ vervangen door: € 30,96.

3. In het tweede lid, onderdeel a, wordt '€ 63,82' vervangen door: € 64,01.

4. In het tweede lid, onderdeel b, wordt '€ 25,14' vervangen door: € 25,22.

5. In het derde lid, wordt '€ 23,14' vervangen door: € 23,60.

FF

Na artikel 47 wordt in hoofdstuk 9 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 47a

  • 1. Voor een aanvullende officiële controle na vaststelling van niet-naleving als bedoeld in artikel 28 van verordening (EG) nr. 882/2004, waarbij de aanvullende officiële controle geschiedt in aanvulling op werkzaamheden van de VWA waarvoor op grond van deze regeling een vergoeding verschuldigd is, is de exploitant van de onderneming ten aanzien waarvan de aanvullende officiële controle wordt verricht een bedrag verschuldigd, bestaande uit:

    • a. een starttarief dat gelijk is aan het starttarief dat de exploitant op grond van deze regeling verschuldigd is ten aanzien van de werkzaamheden van de VWA waarop de In de aanhef bedoelde controle een aanvulling vormt, en

    • b. een bedrag per kwartier dat aan de aanvullende officiële controle is besteed, welk bedrag gelijk is aan het bedrag per kwartier dat de exploitant op grond van deze regeling verschuldigd is ten aanzien van de werkzaamheden van de VWA waarop de in de aanhef bedoelde controle een aanvulling vormt.

  • 2. In afwijking van het eerste lid is de exploitant voor een aanvullende officiële controle na vaststelling van niet-naleving in het kader van een controle als bedoeld in de artikelen 3, eerste en derde lid, 5 en 7, een bedrag verschuldigd, bestaande uit:

    • a. een starttarief van € 42,71, en

    • b. een bedrag van € 26,82 per kwartier dat aan de aanvullende officiële controle is besteed.

  • 3. In afwijking van het eerste lid is de exploitant voor een aanvullende officiële controle na vaststelling van niet-naleving in het kader van keuringswerkzaamheden als bedoeld in artikel 17, een bedrag verschuldigd, bestaande uit:

    • a. een starttarief van € 74,34, en

    • b. een bedrag van € 28,32 per kwartier dat aan de aanvullende officiële controle is besteed.

  • 4. Voor zover in het kader van de in het eerste, tweede of derde lid bedoelde aanvullende officiële controle laboratoriumonderzoek is verricht van chemische en microbiologische monsters die ten behoeve van die controle zijn genomen, is de exploitant, naast de in het eerste, onderscheidenlijk tweede of derde lid bedoelde vergoeding, een bedrag voor dit laboratoriumonderzoek verschuldigd.

  • 5. Het in het vierde lid bedoelde bedrag bedraagt de door de Minister te berekenen werkelijke kosten verbonden aan de onderzoeken, waaronder in welk geval zijn begrepen de kosten voor het verbruik van chemicaliën, hulpmiddelen en materialen, alsmede personeelskosten en huisvestingskosten.

GG

Artikel 48 komt te luiden:

Artikel 48

  • 1. Voor een aanvullende officiële controle na vaststelling van niet-naleving, als bedoeld in artikel 28 van verordening (EG) nr. 882/2004, niet zijnde een controle door de VWA als bedoeld in artikel 47a, is de exploitant van de onderneming ten aanzien waarvan door de VWA onderscheidenlijk door de AID de aanvullende officiële controle wordt verricht, een bedrag verschuldigd van € 96,41 per aanvullende officiële controle.

  • 2. Voor zover in het kader van de in het eerste lid bedoelde aanvullende officiële controle laboratoriumonderzoek is verricht van chemische en microbiologische monsters die ten behoeve van die controle zijn genomen, is de exploitant, naast de in het eerste lid bedoelde vergoeding, een bedrag voor dit laboratoriumonderzoek verschuldigd.

  • 3. Het in het tweede lid bedoelde bedrag bedraagt de door de Minister te berekenen werkelijke kosten verbonden aan de onderzoeken, waaronder in welk geval zijn begrepen de kosten voor het verbruik van chemicaliën, hulpmiddelen en materialen, alsmede personeelskosten en huisvestingskosten.

HH

Artikel 49 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onderdeel a, wordt ‘€ 7,97’ vervangen door: € 8,05.

2. In het tweede lid, onderdeel b, wordt ‘€ 7,43’ vervangen door: € 8,05.

3. In het tweede lid, onderdeel c, wordt ‘€ 10,59’ vervangen door: € 10,75.

4. In het tweede lid, onderdeel d, wordt ‘€ 10,24’ vervangen door: € 10,16.

5. In het tweede lid, onderdeel e, wordt ‘€ 8,22’ vervangen door: € 8,50.

6. In het tweede lid, onderdeel f, wordt ‘€ 5,99’ vervangen door: € 6,01.

7. In het tweede lid, onderdeel g, wordt ‘€ 7,60’ vervangen door: € 8,38.

8. In het derde lid, onderdeel a, wordt ‘€ 13,62’ vervangen door: € 13,66.

9. In het derde lid, onderdeel b, wordt ‘€ 3,41’ vervangen door: € 3,42.

10. In het derde lid, onderdeel c, wordt ‘€ 14,75’ vervangen door: € 18,57.

II

Artikelen 50 en 52 worden als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onderdeel a, wordt ‘€ 26,56’ vervangen door: € 26,82.

2. In het tweede lid, onderdeel b, wordt ‘€ 24,77’ vervangen door: € 26,82.

3. In het tweede lid, onderdeel c, wordt ‘€ 35,31’ vervangen door: € 35,85.

4. In het tweede lid, onderdeel d, wordt ‘€ 34,14’ vervangen door: € 33,87.

5. In het tweede lid, onderdeel e, wordt ‘€ 27,42’ vervangen door: € 28,32

6. In het tweede lid, onderdeel f, wordt ‘€ 19,96’ vervangen door: € 20,02.

7. In het tweede lid, onderdeel g, wordt ‘€ 25,32’ vervangen door: € 27,93.

8. In het derde lid, wordt ‘€ 14,75’ vervangen door: € 18,57.

JJ

Artikel 51 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onderdeel a, wordt ‘€ 7,97’ vervangen door: € 8,05.

2. In het tweede lid, onderdeel b, wordt ‘€ 7,43’ vervangen door: € 8,05.

3. In het tweede lid, onderdeel c, wordt ‘€ 10,59’ vervangen door: € 10,75.

4. In het tweede lid, onderdeel d, wordt ‘€ 10,24’ vervangen door: € 10,16.

5. In het tweede lid, onderdeel e, wordt ‘€ 8,22’ vervangen door: € 8,50.

6. In het tweede lid, onderdeel f, wordt ‘€ 5,99’ vervangen door: € 6,01.

7. In het tweede lid, onderdeel g, wordt ‘€ 7,60’ vervangen door: € 8,38.

8. In het derde lid, wordt ‘€ 35,64’ vervangen door: € 36,82.

9. Aan artikel 51 worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 1. Indien het voor de goede uitvoering van de aanvullende officiële controle, bedoeld in artikel 47a, naar het oordeel van de VWA noodzakelijk is deze buiten openingstijd te doen plaatsvinden, is de exploitant ten aanzien van de onderneming waarvan de aanvullende officiële controle wordt uitgevoerd een bedrag verschuldigd, naast het in artikel 47a, eerste, tweede, onderscheidenlijk derde lid, bedoelde bedrag, bestaande uit een bedrag van 30% van het in artikel 47a, eerste, tweede, onderscheidenlijk derde lid, bedoelde bedrag per kwartier, per kwartier dat de controle plaatsvindt buiten openingstijd.

  • 2. Indien het voor de goede uitvoering van de aanvullende officiële controle, bedoeld in artikel 48, naar het oordeel van de VWA noodzakelijk is deze buiten openingstijd te doen plaatsvinden, is de exploitant ten aanzien van de onderneming waarvan de aanvullende officiële controle wordt uitgevoerd een bedrag verschuldigd, naast het in artikel 48 bedoelde bedrag, bestaande uit een bedrag van 30% van het in artikel 48, eerste lid, bedoelde bedrag per aanvullende officiële controle.

KK

Artikel 53 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, wordt ‘€ 13,46’ vervangen door: € 13,66.

2. In het derde lid, onderdeel a, wordt ‘€ 1,48’ vervangen door: € 1,50.

3. In het derde lid, onderdeel b en onderdeel c, wordt ‘€ 2,93’ vervangen door: € 3,01.

4. In het vierde lid, wordt ‘€ 5,19’ vervangen door: € 5,27.

5. In het vierde lid, wordt ‘€ 7,43’ vervangen door: € 7,54.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker.

TOELICHTING

§ 1. Inleiding

Deze regeling strekt tot wijziging van tarieven voor keurings- en controlewerkzaamheden die de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) verricht in het kader van veterinaire en hygiëneregelgeving.

In februari 2010 is er reeds een ontwerp van de wijziging van de retributieregeling voor advies gezonden aan de betrokken brancheorganisaties. In dat ontwerp werd uitgegaan van een verhoging van de tarieven per 1 juli 2010. De verhoging van de tarieven past in de beleidslijn om gefaseerd te komen tot kostendekkendheid van de tarieven in 2011 (Kamerstukken II, 2007/2008, 26 991, nr. 158).

Toentertijd is de brief met de aankondiging van deze tariefsverhoging door de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2009/2010, 26 991, nr. 278) echter controversieel verklaard in verband met de demissionaire status van het kabinet, waardoor bij de wijziging van de retributieregeling per 1 juli 2010 de tarieven niet zijn verhoogd. Wel is er een aantal andere wijzigingen doorgevoerd, dit betroffen echter geen wijzigingen in de tariefhoogtes.

Bij onderhavige wijziging worden de tarieven verhoogd conform de voorgenomen verhoging per 1 juli 2010. Tevens worden de tarieven met ingang van 1 januari 2011 geïndexeerd voor de loon- en prijsontwikkelingen. De indexering bedraagt 0,3% en is gebaseerd op de Handleiding overheidstarieven 2011 van het Ministerie van Financiën. In totaal bedraagt de gemiddelde tariefstijging circa 3,5% ten opzichte van tarieven in 2010. Tot slot worden er door deze wijziging enkele inhoudelijke aanpassingen doorgevoerd.

De achtergronden van deze wijzigingen zullen in het navolgende worden belicht.

§ 2. Advisering bedrijfsleven

In februari 2010 is het ontwerp van de wijziging voor advies gezonden aan de betrokken brancheorganisaties. Van de volgende organisaties is een reactie ontvangen: de Productschappen voor Vee, Vlees en Eieren (PVE), de Nederlandse Bond van Handelaren in Vee (NBHV), de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV), de Vereniging van de Nederlandse Pluimveeverwerkende Industrie (Nepluvi), de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV), Saveetra en CUMELA Nederland.

De reacties van de genoemde organisaties richten zich grotendeels op de kostenopbouw en de daaraan gekoppelde tarifering. Diverse organisaties zijn van mening dat de kostenopbouw niet transparant genoeg is om de retributies te kunnen baseren op kostendekkendheid. In dat verband wordt o.a. verondersteld dat de minister van LNV (thans EL&I) andere maatstaven hanteert voor het bepalen van de kostendekkendheid dan de minister van VWS en dat de kosten van de fusie tot de nVWA worden doorberekend in de retributies.

Omtrent de reacties over de kostendekkendheid wordt het volgende opgemerkt. Op grond van de verordening (EG) nr. 882/20041 wordt de bovengrens voor de retributies gevormd door de door de lidstaat werkelijk gemaakte kosten. De totale retributies per lidstaat mogen niet uitstijgen boven deze kosten. Binnen dit Europeesrechtelijk kader (en de ten aanzien van dit onderwerp ontstane rechtspraak) wordt de nationale beleidsruimte ingevuld op basis van de uitgangspunten van het Rapport ‘Maat houden’. Op de voet van dit rapport is bepaald welke kosten voor rekening van de overheid en welke voor rekening van het bedrijfsleven komen. De in de onderhavige regeling neergelegde retributies liggen binnen de hierboven beschreven bandbreedte. Dit is bevestigd in de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) van 20 juli 2010 (AWB 08/806, 08/810, 08/843, 08/845, 08/846, 08/847, 08/853, 08/861 en 08/889). Zodoende heeft het onderhavige kostenstelsel en de opbouw van de tarieven de rechterlijke toets doorstaan. Op grond van het voorgaande kan geconstateerd worden dat de veronderstellingen in de genoemde reacties onjuist zijn.

Er is geen sprake van het doorberekenen van de fusiekosten en het is onjuist te veronderstellen dat de minister van VWS andere maatstaven voor het berekenen van kostendekkendheid hanteert.

In aanvulling op de transparantie van bovenstaande systematiek geldt dat de kostenopbouw van de verschillende tarieven ook gepubliceerd wordt op de website van de VWA (www.vwa.nl).

Enkele organisaties menen dat het Nederlandse retributiestelsel ongunstig afsteekt in vergelijking met stelsels in andere EU-lidstaten. Ten aanzien van deze reactie geldt echter dat er in diverse studies geen bewijs is gevonden voor het disfunctioneren van de interne markt als gevolg van de verschillende retributiestelsels in de verschillende EU-lidstaten (over deze studies is eerder een brief aan de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2008–2009, 26 991, nr. 260)). Zodoende geeft het Europese speelveld geen aanleiding om het huidige (op Europeesrechtelijke kaders gebaseerde) stelsel van kostendekkendheid te veranderen.

CUMELA vraagt om een verlaging van het tarief voor mestexportcertificaten gezien de voorziene ICT-ontwikkelingen (CLIENT) in 2011 in de mestsector en de mogelijk hiermee gepaard gaande besparingen aan overheidszijde bij de aanmaak van deze certificaten. In 2008 is er echter reeds een voorschot genomen op deze besparingen door de introductie van een verlaagd tarief voor stafffelcertificaten. Hierdoor geniet de sector al enkele jaren voordeel. Mogelijke extra besparingen tengevolge van het gebruik van verdere automatisering en centralisatie zullen pas na de implementatiefase in 2011 zichtbaar worden. In 2011 zal bekeken worden of verdere tariefdiversificatie in exportcertificaten voor de verschillende sectoren nodig en wenselijk is. Hierbij zullen de werkelijke kosten voor de aanmaak van deze certificaten leidend zijn.

Ten slotte gaan de betrokken brancheorganisatie in op de door het bedrijfsleven gewenste flexibilisering van de VWA-dienstverlening. Bij de wijziging van de retributieregeling per 1 juli 2010 zijn in dat kader verschillende versoepelingen van het planningskader van de VWA doorgevoerd die leiden tot een meer flexibele opzet van controles en keuringen. Zo zijn in de eerste plaats de termijnen verruimd waarbinnen het bedrijfsleven VWA-werkzaamheden dient aan te vragen. Verder zijn de mogelijkheden uitgebreid om in bepaalde bijzondere gevallen te laat aangevraagde werkzaamheden alsnog door de VWA te laten uitvoeren. De meerderheid van de flexibiliteitsaanpassingen hebben echter betrekking op de feitelijke uitvoering en toepassing van het planningskader en hebben derhalve niet altijd geleid tot wijziging van de VWA-retributieregelgeving. Er is geen ruimte om verdere versoepelingen in het planningskader per 1 januari 2011 door te voeren (dan die per 1 juli 2010 zijn doorgevoerd). Daarbij zij opgemerkt dat indien de VWA een strakkere planning in acht kan nemen, de inzet van dierenartsen optimaal kan zijn. Hiermee zal ook het bedrijfsleven gebaat zijn, mede omdat een en ander een positieve uitwerking kan hebben op de logistieke processen.

De indexering van de retributies in de regeling is niet voor advies aan het bedrijfsleven gezonden omdat dit slechts een jaarlijkse aanpassing aan de loon- en prijsontwikkelingen op basis van een voor de gehele overheid geldende Handleiding overheidstarieven van het ministerie van Financiën betreft.

§ 3. Gefaseerde invoering kostendekkende tarieven

Op 1 maart 2008 is een nieuwe retributieregeling in werking getreden waarbij het VWA-kostprijsmodel is ingevoerd. Beoogd is om gefaseerd te komen tot kostendekkendheid van de tarieven in 2011, zoals ook medegedeeld aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2007/08, 26 991, nr. 158). De afgelopen jaren zijn hiertoe de nodig stappen gezet. De onderhavige wijziging vormt een volgende stap op de weg naar kostendekkendheid.

Ten aanzien van een beperkte groep ondernemingen wordt het principe van kostendekkendheid niet toegepast. Dit vloeit in de eerste plaats voort uit de bestuurlijke afspraken met de roodvleessector, neergelegd in het Convenant roodvleessector. Daarnaast houdt dit verband met de verplichting ingevolge verordening (EG) nr. 882/2004 om rekening te houden met de belangen van kleine ondernemingen. Voor zover de kosten van de VWA aldus niet worden gedekt door de tarieven, komen deze ten laste van de overheid.

§ 4. Artikelsgewijs

De systematiek van de Regeling retributies veterinaire en hygiënische aangelegenheden I wordt niet gewijzigd. Voor zover nodig, zullen hieronder de wijzigingen ten opzichte van de regeling zoals deze eerder luidde, worden toegelicht.

Artikel I, onderdelen A t/m Y, AA, BB, CC, EE, HH t/m KK

Via deze onderdelen van de wijzigingsregeling worden de diverse bedragen in de tariefregeling aangepast. In de meerderheid van de gevallen betreft het een verhoging van de tarieven. Dit is ingegeven door het streven naar kostendekkendheid. Tevens worden de tarieven voor 2011 geïndexeerd ten opzichte van de per 1 januari 2010 geldende tarieven. In paragraaf 3 van deze toelichting is reeds ingegaan op de achtergronden van deze verhoging. In paragraaf 2 van deze toelichting is ingegaan op de reacties van de betrokken brancheorganisaties op de verhoging van de tarieven.

Artikel I, onderdeel Z

In het nieuwe artikel 39a van de retributieregeling is het tarief opgenomen voor de behandeling van aanvragen tot goedkeuring van installaties (bedrijven) waar bepaalde processen of behandelmethoden tot verwerking van dierlijke bijproducten worden toegepast, een en ander als bedoeld in artikel 3 van verordening (EG) nr. 92/2005 en artikel 2.23 van de Regeling dierlijke bijproducten 2008. De genoemde verordening strekt ter uitvoering van de dierlijke bijproductenverordening nr. (EG) 1774/2002 en betreft de methoden voor verwijdering of het gebruik van dierlijke bijproducten. Het gaat hier om een nieuw tarief dat ter dekking van de met de goedkeuringswerkzaamheden gemoeide kosten is geïntroduceerd.

Artikel I, onderdeel DD

Dit nieuwe artikel 46a in de retributieregeling bevat het tarief voor de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van een compartiment als bedoeld in verordening (EG) nr. 616/2009. Een compartiment is een veehouderij of een verzameling van veehouderijen met een onderscheiden gezondheidsstatus. Binnen het compartiment wordt gewerkt met een gedetailleerd en gedocumenteerd bioveiligheidsprogramma, gericht op het voorkomen van Aviaire Influenza. De beoordeling of een bedrijf over een deugdelijk programma beschikten ook overigens aan de eisen voldoet, is intensief en tijdrovend. Dit is bepalend voor de in dit artikel opgenomen retributie.

Artikel I, onderdelen FF en GG

Artikel 48 van de huidige retributieregeling heeft betrekking op de tarieven voor zogenaamde ‘herinspecties’, de aanvullende officiële controles als bedoeld in artikel 28 van de verordening (EG) nr. 882/2004. Vanwege de introductie van een andere wijze van tarifering van deze controles, wordt artikel 47a ingevoegd en artikel 48 gewijzigd.

Voorheen golden drie vaste, forfaitaire tarieven voor de herinspecties. Afhankelijk van de inhoud van de controle (al dan niet inclusief monstername en laboratoriumonderzoek) werd één van deze tarieven in rekening gebracht. Inmiddels is gebleken dat deze tarieven niet kostendekkend zijn. Daarom is een andere systematiek gekozen voor tarifering, waarbij aansluiting wordt gezocht bij het ‘reguliere’ tarief dat geldt voor de werkzaamheden in welk verband de herinspectie wordt uitgevoerd. Een voorbeeld om dit te verduidelijken: indien in het kader van het erkenningenonderhoud een overtreding is geconstateerd en daarop een herinspectie plaatsvindt, wordt voor die herinspectie het start- en kwartiertarief in rekening gebracht dat ook geldt voor het erkenningenonderhoud zelf. Omdat deze systematiek niet toegepast kan worden indien voor de ‘reguliere’ controle een gewichtstarief geldt of alleen een starttarief in rekening wordt gebracht, is hiervoor in het tweede, onderscheidenlijk derde lid van artikel 47a een afzonderlijk start- en kwartiertarief vastgesteld.

Voor zover het in het kader van die herinspectie noodzakelijk is om monsters te nemen en deze in een laboratorium te laten onderzoeken, geldt het volgende. De monstername wordt meegerekend in de duur van de herinspectie zelf. In termen van bovenstaand voorbeeld: indien op een bedrijf gedurende een half uur onderzoek wordt gedaan, waarvan een kwartier monstername omvat, en deze monsters vervolgens in het laboratorium worden onderzocht, dan wordt in totaal een half uur in rekening gebracht (tegen het kwartiertarief van erkenningenonderhoud), en worden daarnaast de werkelijke kosten van het betreffende laboratoriumonderzoek in rekening gebracht. De hoogte van deze kosten verschilt per type onderzoek. De tarieven voor de verschillende soorten onderzoek zijn gepubliceerd op de website van de VWA (www.vwa.nl). Aldus sluit het tarief voor herinspecties goed aan bij de kosten die in een concreet geval worden gemaakt, zodat kostendekkendheid geborgd wordt.

Het opnieuw vastgestelde artikel 48 komt deels overeen met het tot op heden geldende artikel 48. Belangrijk verschil is echter dat het voortaan wat betreft de VWA alleen van toepassing is indien de overtreding die aanleiding geeft tot de herinspectie, is vastgesteld in het kader van controlewerkzaamheden die op grond van de retributieregeling niet worden geretribueerd. Indien de laatstbedoelde ‘reguliere’ controlewerkzaamheden wél worden geretribueerd, is het artikel 47a dat het tarief bevat voor de herinspecties.

Artikel 48 is eveneens van toepassing op herinspecties die worden uitgevoerd door de AID. Op grond van de verordening (EG) nr. 882/2004 is iedere lidstaat gehouden retributies te heffen voor aanvullende officiële controles, die worden verricht indien VWA of AID heeft vastgesteld dat de eerdergenoemde verordeningen inzake levensmiddelenhygiëne niet zijn nageleefd. De COV en PVE hebben in hun reactie in de consultatieronde aangegeven bezwaar te hebben tegen het heffen van retributies voor werkzaamheden van de AID. Gezien de voormelde Europeesrechtelijke verplichting kan aan dit commentaar aldus geen gevolg worden gegeven.

Voor de aanvullende officiële controle zelf geldt, als voorheen op grond van het tot op heden geldende artikel 48, een forfaitair (vast) bedrag (artikel 48 (nieuw eerste lid). Indien in het kader van deze herinspectie laboratoriumonderzoek wordt verricht ten aanzien van eventuele monsters die in dit verband zijn genomen, worden voor dat laboratoriumonderzoek de werkelijke kosten in rekening gebracht.

Ter toelichting op de reikwijdte van artikel 47a en de verhouding tot artikel 48, kan nog het volgende worden opgemerkt. Artikel 28 van verordening (EG) nr. 882/2004 verplicht tot het in rekening brengen van een vergoeding voor aanvullende officiële controles, ongeacht of deze controle volgt op een (reguliere) controle waarvoor een retributie in rekening wordt gebracht. Met andere woorden, altijd als een officiële controle in de zin van de verordening aanleiding geeft tot een herinspectie, dient voor die herinspectie een tarief in rekening te worden gebracht. Tegen deze achtergrond is het nieuwe artikel 47a alleen van toepassing ten aanzien van herinspecties die door de VWA worden uitgevoerd, en waarbij de overtreding die aanleiding geeft tot de herinspectie is vastgesteld in het kader van controlewerkzaamheden die op grond van de retributieregeling worden geretribueerd. Immers, de systematiek van artikel 47a is eenvoudigweg niet toepasbaar indien er geen regulier tarief aanwijsbaar is waarop het tarief voor de herinspectie zou moeten aansluiten. Voor die specifieke situatie, waarin geen regulier tarief aanwijsbaar is, geldt het opnieuw vastgestelde artikel 48.

Artikel I, onderdeel JJ, punt 9

Onderdeel JJ leidt ertoe dat een toeslag verschuldigd is indien een aanvullende officiële controle (herinspectie) noodzakelijkerwijs buiten openingstijden moet plaatsvinden. Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen indien in het kader van een exportcontrole op een exportverzamelplaats een welzijnsovertreding wordt vastgesteld, en een aanvullende officiële controle bij de aanvoer van de dieren buiten openingstijd noodzakelijk is. Deze kan dan immers niet altijd uitgesteld worden tot openingstijd. In dergelijke gevallen is een toeslag verschuldigd ter dekking van de extra kosten die met de aanvullende officiële controle buiten openingstijd gemoeid is. Overigens zij opgemerkt dat voor zover een aanvullende officiële controle binnen openingstijden kan worden uitgevoerd, de VWA dit ook zal doen. De VWA hoeft dan immers geen extra kosten te maken.

§ 6. Administratieve lasten

De tarieven als zodanig worden niet aangemerkt als kosten die voortvloeien uit bij wet of regelgeving ingevoerde informatieverplichtingen en gelden bijgevolg niet als administratieve lasten. Het zijn financiële lasten. De onderhavige regeling continueert de bepalingen van de voormalige retributieregelingen. Ter zake van die regelingen is destijds bij de nulmeting in 2002 geconstateerd dat zij geen administratieve lasten bevatten. De onderhavige wijzigingsregeling heeft dan ook geen effect op de administratieve lasten.

§ 7. Vaste verandermomenten (VVM)

Het LNV-beleid van vaste verandermomenten voor regelgeving houdt in dat nieuwe regelingen slechts op 1 januari of 1 juli in werking treden en publicatie minimaal twee maanden voorafgaand aan inwerkingtreding van de regeling plaatsvindt. Dit beleid is neergelegd in de brief van de Minister van LNV van 28 april 2008 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2007/08, 29 515 en 31 201, nr. 243).

Met onderhavige wijziging wordt het beleid van vaste verandermomenten niet volledig gevolgd. Publicatie twee maanden voorafgaand aan inwerkingtreding was niet mogelijk omdat het indexeringspercentage hiervoor niet tijdig bekend was.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker.


XNoot
1

Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PbEU L 165).

Naar boven