Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken van 13 december 2010, nr. DJZ/BR/0949-10 tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Mensenrechtenfonds 2011)

De Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

Gelet op artikel 6 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken1 en artikel 2.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 20062,

Besluiten:

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 in het kader van het Mensenrechtenfonds gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2

  • 1. Voor subsidieverlening in het kader van het Mensenrechtenfonds geldt voor de periode 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 een subsidieplafond van € 6 miljoen.

  • 2. Meerjarige subsidies worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht, dat daarvoor in de daarop betrekking hebbende begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.

Artikel 3

Aanvragen kunnen tot en met 31 maart 2011 worden ingediend.

Artikel 4

  • 1. Van de aanvragen die voldoen aan de criteria komen de aanvragen die daaraan het beste voldoen, het eerst voor subsidie in aanmerking, met dien verstande dat bij de subsidieverlening zal worden gestreefd naar een spreiding over de afzonderlijke in de beleidsregels genoemde thema’s.

  • 2. Van het subsidieplafond is niet meer dan 5% bestemd voor aanvragen die minder dan € 100.000 bedragen.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatcourant waarin het geplaatst wordt en vervalt met ingang van 1 januari 2012. Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Buitenlandse Zaken

en de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

namens deze:

de Secretaris-Generaal,

E. Kronenburg.

BIJLAGE

Inleiding

In totaal is in 2011 € 27,5 miljoen beschikbaar voor uitgaven uit het Mensenrechtenfonds. Gezien het belang van opbouw van lokale capaciteit op het gebied van mensenrechten, is € 21,5 miljoen van het Fonds bestemd voor subsidies en financiële bijdragen door Nederlandse ambassades aan lokale activiteiten. € 6 miljoen is bestemd voor subsidieverlening uit door het Ministerie vanuit Den Haag beheerde middelen.

De beschikbare subsidiemiddelen maken deel uit van het ‘Mensenrechtenfonds’ dat zich richt op de financiering van activiteiten op het gebied van mensenrechten ter ondersteuning van de doelstellingen van het Nederlands buitenlands beleid. Hierbij kan het zowel gaan om lange-termijndoelstellingen als om activiteiten gerelateerd aan actuele ontwikkelingen, die invloed hebben op het Nederlands buitenlands beleid.

1. Subsidies beheerd door het Ministerie

Criteria

Voor subsidieverlening uit het Mensenrechtenfonds vanuit het Ministerie in Den Haag is voor 2010 € 6 miljoen beschikbaar. In aanvulling op de bepalingen van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 dienen activiteiten om voor subsidie uit het Mensenrechtenfonds in aanmerking te komen te voldoen aan de volgende criteria:

  • Ondersteuning van activiteiten gericht op bevordering van de vrijheid van meningsuiting en het vergroten van de mediadiversiteit.

  • Ondersteuning van activiteiten die inspelen op actuele ontwikkelingen op het terrein van mensenrechten en ondersteunend zijn aan de lange termijn doelstellingen van het buitenlands beleid.

  • Ondersteuning van activiteiten gericht op bevordering van mensenrechten, vrede en veiligheid en de relatie tussen mensenrechten en economische ontwikkeling.

Bij de beoordeling van subsidieaanvragen wordt in aanvulling hierop tevens gekeken naar:

  • 1. Inhoudelijke kwaliteit van de aanvraag:

    • Het voorstel bevat een specifieke, meetbare, acceptabele, realistische en tijdgebonden vertaling van doelen in resultaten, activiteiten en middelen.

    • De wijze waarop het project voldoet aan bovengenoemde doelstellingen is duidelijk beschreven.

    • De concrete werkzaamheden die verricht worden ter realisering van het project zijn omschreven en voor de te verrichten werkzaamheden is een planning bijgevoegd.

    • Een gedetailleerde begroting, bestaande uit voorziene uitgaven en financiering is bijgevoegd.

  • 2. Doeltreffendheid en doelmatigheid.

  • 3. Haalbaarheid, waarbij mede gelet wordt op realistische veronderstellingen, o.a. ten aanzien van de politieke realiteit.

  • 4. Duurzaamheid en solide financiële uitgangspunten, met name waar het gaat om de voortzetting van activiteiten na afloop van de Nederlandse overheidssteun en diversificatie van inkomstenbronnen (meerjarige committeringen zijn mogelijk tot een maximum van 4 jaar indien onderbouwd kan worden dat dit noodzakelijk is om structurele veranderingen tot stand te brengen).

  • 5. Kwaliteit van de uitvoerende organisatie, in het bijzonder het hebben van een rechtspersoonlijkheid, de financiële en managementcapaciteit, transparantie, benodigde menskracht en middelen, aantoonbare ervaring met soortgelijke projecten en het hanteren van interne evaluatie- en monitoringsystemen.

  • 6. In lijn zijn met het Nederlandse- en het EU-mensenrechtenbeleid.

Overige bepalingen

Bij de verlening van subsidie uit het Mensenrechtenfonds geldt het volgende:

  • Subsidies voor projecten die minder dan € 100.000 bedragen, zullen niet meer dan 5% van het totaal door het Ministerie beheerde budget van € 6 miljoen uitmaken.

  • De Minister kan bepalen dat slechts een deel van de kosten voor subsidiëring in aanmerking komt, mede gelet op de beschikbare middelen en de mate waarin de aanvraag aan de criteria voldoet.

  • De subsidie wordt verleend als activiteitensubsidie; aanvragen die hoofdzakelijk op de overheadkosten van de aanvrager betrekking hebben komen niet voor toekenning in aanmerking.

  • Aan de subsidiebeschikkingen zal een begrotingsvoorbehoud worden verbonden.

Procedure

Om voor subsidie in het kader van het Fonds in aanmerking te komen zal allereerst aan de criteria van de Mensenrechtenfonds moeten worden voldaan.

Daarbij wordt ernaar gestreefd de subsidiegelden zodanig te verdelen over de aanvragen, dat in elk van de onder paragraaf 1 genoemde thema’s wordt voorzien. Het streven is ook om per thema zo veel mogelijk tot een evenredige verdeling te komen.

Indien de kwaliteit van alle aanvragen die betrekking hebben op een zelfde thema als onvoldoende wordt beoordeeld volgens de in deze beleidsregel neergelegde maatstaven, vindt verdeling van de subsidiegelden plaats over de aanvragen die betrekking hebben op de overige thema’s, voor zover zij wel in voldoende mate aan de criteria voldoen. In dat geval is het mogelijk dat op één of meerdere thema’s meerdere organisaties in aanmerking komen voor een subsidie uit het Fonds.

De kwaliteit van de aanvragen tezamen in relatie tot de met de subsidieverlening te behalen doelen kan er in het licht van artikel 8 Subsidiebesluit BZ toe leiden dat de beschikbare financiële middelen niet evenredig worden verdeeld over de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie in het kader van het Fonds.

Voorstellen ingediend tot en met 31 maart zullen integraal tegen elkaar worden afgewogen.

2. Subsidies en bijdragen beheerd door Nederlandse ambassades

Voor bijdragen en subsidies uit het Mensenrechtenfonds door Nederlandse ambassades is voor 2011 € 21,5 miljoen beschikbaar. In aanvulling op de bepalingen van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 dienen activiteiten om voor een dergelijke bijdrage of subsidie door een Nederlandse ambassade in aanmerking te komen te voldoen aan de volgende criteria:

  • De activiteit dient bij te dragen aan capaciteitsopbouw van:

  • mensenrechtenorganisaties die zich inzetten voor de bescherming van fundamentele vrijheden en/of organisaties die opkomen voor de prioriteitsgebieden mensenrechten, vrede en veiligheid en de relatie tussen mensenrechten en economische ontwikkeling.

  • nationale overheden, om verplichtingen die voortvloeien uit internationale mensenrechtenverdragen te vertalen naar nationale wet- en regelgeving en naleving hiervan.

Activiteiten die niet direct bijdragen aan capaciteitsopbouw, maar wel betrekking hebben op één of meerdere van de volgende thema’s komen ook in aanmerking:

  • Activiteiten gericht op bevordering van de vrijheid van meningsuiting en het vergroten van de mediadiversiteit en internetvrijheid.

  • Activiteiten gericht op de bescherming van mensenrechtenverdedigers.

  • Activiteiten gericht op de bescherming van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging.

  • Activiteiten gericht op non-discriminatie van homoseksuelen en op afschaffen van strafbaarstelling van homoseksualiteit

  • Activiteiten gericht op het versterken van de rol die het Nederlandse bedrijfsleven kan spelen ter bevordering van de mensenrechtensituatie in derde landen

  • Activiteiten gericht op ondersteuning van organisaties en mensenrechtenverdedigers die overheden verantwoordelijk houden voor progressieve realisatie van economisch, sociale en culturele rechten

  • Ratificatie van belangrijke internationale mensenrechtenverdragen (ICCPR, ICESCR, CERD, CEDAW, CAT en CRC) en de rapportageverplichtingen die hieruit voortvloeien.

  • Activiteiten gericht op de bestrijding van kinderarbeid

Aanvragen door lokale organisaties, overheidsinstanties en vertegenwoordigingen van internationale organisaties, bedrijven of organisaties uit de private sector kunnen het gehele jaar door worden ingediend bij de betreffende Nederlandse ambassade.

Naar boven