Regeling tot wijziging van de Uitvoeringsregeling en beleidregel BDU verkeer en vervoer i.v.m. de uitkering voor het jaar 2011

10 december 2010

Nr. VENW/BSK-2010/208883

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op artikel 4, derde lid, van het Besluit BDU verkeer en vervoer;

Besluit:

ARTIKEL I

Artikel 3 van de Uitvoeringsregeling en beleidsregel BDU verkeer en vervoer komt te luiden:

Artikel 3

Het absolute aandeel bedraagt voor het uitkeringsjaar 2011 het bij die ontvanger genoemde bedrag in de onderstaande tabel:

Uitkeringsontvanger

Bedrag (* € 1.000)

Bestuur Regio Utrecht

14.133

Stadsgewest Haaglanden

7.126

Stadsregio Arnhem-Nijmegen

9.450

Stadsregio Amsterdam

12.033

Samenwerkingsverband Regio Eindhoven

6.499

Stadsregio Rotterdam

20.348

Regio Twente

3.364

Provincie Drenthe

1.953

Provincie Flevoland

900

Provincie Friesland

4.557

Provincie Gelderland

976

Provincie Groningen

8.302

Provincie Limburg

17.612

Provincie Noord-Brabant

3.432

Provincie Noord-Holland

3.552

Provincie Overijssel

6.608

Provincie Utrecht

4.556

Provincie Zeeland

5.475

Provincie Zuid-Holland

10.937

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

M.H. Schultz van Haegen.

TOELICHTING

Algemeen

Deze regeling wijzigt de Uitvoeringsregeling en beleidsregel BDU verkeer en vervoer (hierna: Uitvoeringsregeling). De wijziging bestaat uit de vervanging van de absolute aandelen voor het uitkeringsjaar 2010 door die van het uitkeringsjaar 2011. Het betreft hier de absolute aandelen van de brede doeluitkering ten behoeve van de voorbereiding en de uitvoering van het provinciaal en regionaal verkeer- en vervoerbeleid (hierna: de brede doeluitkering).

De wijziging van de absolute aandelen in vergelijking met die voor het uitkeringsjaar 2010 is het gevolg van de toevoeging aan de middelen van de brede doeluitkering in verband met:

  • a) toezeggingen voor de Quickscan gedecentraliseerde spoorlijnen;

  • b) toezeggingen in verband met het actieprogramma ‘Groei op het Spoor’;

  • c) toezeggingen in verband met Taskforce Mobiliteitsmanagement, en

  • d) toezeggingen in verband met nieuwe regionale fietsroutes.

Ad a.

ProRail heeft conform de afspraak in het bestuurlijk overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) van het najaar 2008 heeft de spoorbeheerder ProRail B.V. nader onderzoek naar de voorgestelde quick wins en korte termijn maatregelen op spoorlijnen in Oost Nederland waar het vervoer is gedecentraliseerd. Het Rijk en de betrokken ontvangers van de brede doeluitkering zijn het eens over de te nemen maatregelen ten behoeve van de capaciteit en de punctualiteit.

Ad b.

Het actieprogramma ‘Groei op het spoor’ heeft onder andere als doel uitbreiding van het treinaanbod (frequentieverhogingen) om reizigersgroei te realiseren. Het programma wordt ingezet voor zowel spoorlijnen van het hoofdrailnet als voor spoorlijnen waar het vervoer is gedecentraliseerd.

Ad c.

Het betreft hier de uitwerking van de afspraken die gemaakt zijn op basis van de Taskforce Mobiliteitsmanagement. De afspraken zijn vastgelegd in regioconvenanten waarin bedrijven afspraken maken over de te treffen maatregelen in de sfeer van het zakelijk verkeer en het woon-werkverkeer. De maatregelen stimuleren telewerken, flexibele werktijden en het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer.

Ad d.

De Minister en de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat hebben bij brief van 22 oktober 2008 de Mobiliteitsaanpak aangeboden. (Kamerstukken II 2007/08, 31 305, nr. 80). In de Mobiliteitsaanpak is een bedrag van in totaal 21 miljoen vrijgemaakt om het totstandkomen van regionale fietsroutes voor het woon-werkverkeer de komende drie jaar te stimuleren. Afspraken tussen rijk, provincies en stadsregio’s hebben uiteindelijk geleid tot 16 nieuwe routes.

Administratieve lasten voor het bedrijfsleven en de burger

De onderhavige wijzigingsregeling heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten voor de burger en het bedrijfsleven en is derhalve niet ter advisering aan het Adviescollege toetsing administratieve lasten (Actal) voorgelegd.

Artikelsgewijs

Artikel I

De nieuwe tabel in artikel 3 bevat de gewijzigde absolute aandelen voor de negentien ontvangers van de brede doeluitkering voor het uitkeringsjaar 2011.

Artikel II

Het kabinet past met ingang van 1 januari 2010 het beleid van de vaste verandermomenten (VVM) ook op toe op ministeriële regelingen. Er geldt op grond van het beleid van de VVM een vaste invoeringstermijn van twee maanden en voor regelingen met een directe relevantie voor decentrale overheden van drie maanden. (Kamerstukken II 2009/10, 29 515, nr. 309, blz 2 en 3). Het beleid van de VVM bevat een afwijkingsmogelijkheid voor het geval vertraging van invoering zou leiden tot hoge publieke nadelen. (Kamerstukken II 2009/10, 29 515, nr. 309, blz 3 en 4). De ontvangers van de brede doeluitkering zijn gebaat bij spoedige inwerkingtreding van de onderhavige wijzigingsregeling. De toezeggingen aan de ontvangers van de brede doeluitkering kunnen door de spoedige inwerkingtreding reeds voor het uitkeringsjaar 2011 gestand worden gedaan. De Minister van Infrastructuur en Milieu moet artikel 2, eerste lid, van het Besluit BDU verkeer en vervoer, de brede doeluitkering voor het uitkeringsjaar 2011, reeds in december 2010 vaststellen. De toezeggingen aan de decentrale overheden zouden op basis van de VVM pas één jaar later voor het uitkeringsjaar 2012 gestand kunnen worden gedaan. De onderhavige wijzigingsregeling heeft een directe relatie met het uitkeringsjaar van de brede doeluitkering. Er is dan ook ter voorkomig van grote publieke nadelen besloten om af te zien van de minimale invoeringstermijnen van de VVM.

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

M.H. Schultz van Haegen.

Naar boven