Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 2010, 18912 | Vergunningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 2010, 18912 | Vergunningen |
De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
Procesverloop:
– Electricité de France S.A. (hierna: EDF) heeft per brief van 13 januari 2010, ontvangen op dezelfde datum, een aanvraag ingediend voor een opsporingsvergunning voor zout, ingevolge artikel 6 van de Mijnbouwwet (hierna: Mbw), voor het gebied genaamd Pieterburen. Dit gebied is gelegen in de gemeenten De Marne en Winsum. Het aangevraagde gebied heeft een oppervlakte van 25 km2. De aangevraagde geldigheidsduur van de vergunning is vijf jaar;
– in de Staatscourant van 4 maart 2010, nr. 3287, is gelet op artikel 15 Mbw, een uitnodiging voor het indienen van concurrerende aanvragen voor een opsporingsvergunning voor zout voor het gebied genaamd Pieterburen geplaatst. Binnen de termijn van 91 dagen na publicatie van de aanvraag in de Staatscourant is geen concurrerende aanvraag ingediend;
– Staatstoezicht op de mijnen (hierna: Sodm) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 16 juni 2010 advies uitgebracht (kenmerk:10093334);
– TNO Bouw en Ondergrond, adviesgroep EZ (hierna: TNO) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 3 juni 2010 advies uitgebracht (kenmerk: AGE 10-10.035);
– het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen (hierna: GS) is op grond van artikel 16 Mbw om advies gevraagd. GS heeft op 21 september 2010 advies uitgebracht (kenmerk: 2010-51.242/38/A.16,MV);
– de Mijnraad heeft op 6 september 2010 advies uitgebracht (kenmerk: MIJR/10106899) op grond van artikel 105, derde lid, Mbw.
Overwegingen:
– voor het gebied waarvoor de opsporingsvergunning wordt verleend, geldt niet een door een ander gehouden opsporings- of winningsvergunning voor zout. Hiermee is voldaan aan artikel 7, eerste lid, Mbw;
– het gebied waarvoor de opsporingsvergunning wordt verleend bevat geen voorkomen waarvoor een reeds door een ander gehouden opslagvergunning geldt, zodat het verbod van artikel 7, tweede lid, Mbw, niet van toepassing is;
– de technische en financiële mogelijkheden van aanvrager geven geen aanleiding tot het weigeren van de gevraagde vergunning. Hiermee is voldaan aan artikel 9, eerste lid, onder a, Mbw;
– de manier waarop aanvrager voornemens is de activiteiten, waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, te verrichten geeft geen aanleiding de vergunning te weigeren. Hiermee is voldaan aan artikel 9, eerste lid, onder b, Mbw;
– aanvrager heeft niet onder een eerdere vergunning bij activiteiten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Mbw, blijk gegeven van gebrek aan efficiëntie of verantwoordelijkheidszin, daaronder mede verstaan maatschappelijke verantwoordelijkheidszin. Hiermee is voldaan aan artikel 9, eerste lid, onder c, Mbw;
– Sodm geeft aan dat EDF voldoende kennis van mijnbouwkundige processen heeft en in staat is om efficiënt en verantwoord te werken;
– TNO beoordeelt de kwaliteit van de geologische onderbouwing van de aanvraag als voldoende. TNO acht het voorgestelde werkprogramma in relatie tot de aangevraagde duur en het aangevraagde gebied adequaat. EDF geeft in het werkprogramma aan dat in het tweede jaar een exploratieput wordt geboord. Indien de resultaten van deze eerste put ontoereikend zijn zal in het derde jaar mogelijk een aanvullende exploratieput worden geboord. TNO adviseert de opsporingsvergunning Pieterburen aan EDF te verlenen voor de duur van vijf jaar;
– GS van de provincie Groningen merkt op dat het gebied waarvoor de opsporingsvergunning is aangevraagd grenst aan het werelderfgoed-gebied Waddenzee. GS vindt mijnbouwactiviteiten in dit gebied niet wenselijk. Tevens acht GS het uitlogen en lozen van zout naar de Waddenzee onwenselijk. Genoemde opmerkingen van GS over het effect van mijnbouwactiviteiten op de omgeving zijn relevant voor de mogelijk in de toekomst te verlenen vergunningen voor het winnen van zout c.q. het opslaan van gas in de ontstane zoutcavernes, maar spelen in het kader van de onderhavige opsporingsvergunning geen rol. Genoemde opmerkingen van GS kunnen mogelijk wel een rol spelen bij de besluitvorming over opvolgende, meer uitvoeringsgerichte vergunningen. Zo is het milieu een criterium dat – indien winning zal plaatsvinden – beoordeeld wordt in het kader van de omgevingsvergunning die nodig is voor een inrichting voor de winning van zout. Voor het overige geeft het advies van GS geen reden tot opmerkingen;
– de Mijnraad adviseert EDF een opsporingsvergunning te verlenen voor het aangevraagde gebied Pieterburen voor de duur van vier jaar, vanaf het tijdstip waarop zij in werking is getreden gedurende een tijdvak van vier jaar na het tijdstip waarop zij onherroepelijk is geworden, onder voorwaarde dat er voor het verstrijken van het tweede jaar een onvoorwaardelijke boring wordt geplaatst;
– gelet op de Mbw, het ingediende werkprogramma en de uitgebrachte adviezen kan verlening van de opsporingsvergunning voor het aangevraagde gebied Pieterburen in de gemeenten De Marne en Winsum plaatsvinden, onder de voorwaarde dat er voor het verstrijken van het tweede jaar een boring wordt verricht. Omdat het plaatsen van een tweede boring afhankelijk is van de behaalde resultaten van de eerste boring is op dit punt afgeweken van het advies van de Mijnraad.
Gelet op de artikelen 6, 7, 9, 11, eerste tot en met derde lid en vierde lid, eerste volzin, artikel 12, 13, tweede lid, 15, 16, 17, eerste lid, en 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede artikel 1.3.1. van de Mijnbouwregeling.
Besluit:
Aan Electricité de France S.A. (hierna: de vergunninghouder), wordt een opsporingsvergunning voor zout verleend voor het gebied genaamd Pieterburen.
De vergunning geldt voor een gebied, gelegen in de gemeenten De Marne en Winsum en wordt begrensd door de volgende punten en de rechte lijnen daartussen.
De coördinaten van deze punten zijn:
Punt | X | Y |
|---|---|---|
1 | 222300 | 603500 |
2 | 227300 | 603500 |
3 | 227300 | 598500 |
4 | 222300 | 598500 |
Bovenstaande coördinaten zijn weergegeven volgens het coördinatenstelsel van de Rijksdriehoekmeting zoals vermeld in Artikel 1.2.2, onder a, van de Mijnbouwregeling (Stcrt. 19-12-2002, nr. 245).
Op basis van deze grensbeschrijving is de oppervlakte 25 km2.
De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 13 januari 2010 ontvangen aanvraag.
De vergunninghouder neemt bij de uitvoering van het werkprogramma de voorwaarde in acht dat uiterlijk in het tweede jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning een boring wordt geplaatst.
Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
M.J.M. Verhagen.
Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift Indienen bij de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: X/050), Postbus 20101, 2500 EC 's-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2010-18912.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.