Regeling van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 16 september 2010 2010, nr. 2010-0000607084, tot wijziging van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001, de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 en de Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee 2001 in verband met de wijziging van de staatkundige hoedanigheid van de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

handelende in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Justitie;

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, onder g, en derde lid, 3, eerste en vierde lid, 16, tweede lid, 26, eerste lid, onder d, en derde lid, 27, eerste lid, 31, derde lid, 40, eerste lid, onder e, derde lid, onder a, en achtste lid, 43, 57 en 59 van de Paspoortwet en artikel 3 van het Besluit paspoortgelden;

Besluit:

ARTIKEL I

De Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel f, komt te luiden:

  • f. basisadministratie: de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens als bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, dan wel een basisadministratie als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES;

2. Het eerste lid, onderdeel o, komt te luiden:

  • o. openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

3. In het eerste lid, onderdeel p, wordt ‘aanvraagformulier’ vervangen door: foto- en handtekeningformulier.

4. Het eerste lid, onderdeel q, komt te luiden:

  • q. administratienummer: het administratienummer, bedoeld in artikel 50 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, dan wel in de artikelen 10 en 11 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES;

5. Het eerste lid, onderdeel r, komt te luiden:

  • r. burgerservicenummer : het nummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;

6. In het eerste lid wordt na onderdeel bb een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • cc. transporteur: het bedrijf dat, in voorkomende gevallen met inschakeling van tussenpersonen, zorg draagt voor de distributie van reisdocumenten, bijschrijvingsstickers, identificatiekaarten en overige materialen tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken en de bevoegde autoriteiten in de openbare lichamen;

7. In het eerste lid, onderdeel dd, wordt ‘de Vreemdelingenwet 2000’ vervangen door: de Vreemdelingenwet 2000 of de Wet toelating en uitzetting BES.

8. In het tweede lid wordt ‘de burgemeesters’ vervangen door: de burgemeesters en de gezaghebbers.

B

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift wordt ‘Burgemeester’ vervangen door: Burgemeester en gezaghebber.

2. In de aanhef wordt ‘De burgemeester’ vervangen door ‘De burgemeester of de gezaghebber’ en wordt ‘zijn gemeente’ vervangen door ‘zijn gemeente, onderscheidenlijk openbaar lichaam’.

3. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ Geplaatst.

4. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. De gezaghebber neemt ten behoeve van een persoon die in aanmerking komt voor een reisdocument als bedoeld in de artikelen 9, 11, 12, 13, 14 of 15, tweede lid, van de wet, maar op het moment van vertrek uit het openbaar lichaam niet in het bezit is van een geldig nationaal paspoort, reisdocument voor vluchtelingen of reisdocument voor vreemdelingen, met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk XIVa, een aanvraag in ontvangst voor en gaat over tot de verstrekking van:

    • a. een noodpaspoort, indien de aanvrager Nederlander is;

    • b. een laissez-passer, indien verstrekking van een noodpaspoort met gebruikmaking van het reisdocumentenstation niet mogelijk is of de aanvrager vreemdeling is.

C

In artikel 8 wordt ‘De burgemeester’ vervangen door ‘De burgemeester of de gezaghebber’ en wordt ‘de burgemeester’ vervangen door ‘de burgemeester of de gezaghebber’.

D

Artikel 11 komt te luiden:

Artikel 11. Vaststelling aanspraken op reisdocumenten als bedoeld in artikel 11 en 13 van de wet

  • 1. De vaststelling van het recht op een reisdocument voor vluchtelingen als bedoeld in artikel 11 van de wet geschiedt op grond van de gegevens die over het verblijfsrecht en de nationaliteit van de aanvrager in de basisadministratie zijn opgenomen, alsmede aan de hand van het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument waaruit diens nationaliteit blijkt, en:

    • a. waaruit diens verblijfsrecht ingevolge artikel 28 of 33 van de Vreemdelingenwet 2000 blijkt, of

    • b. waaruit diens verblijfsrecht ingevolge artikel 12a van de Wet toelating en uitzetting BES blijkt.

  • 2. De vaststelling van het recht op een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 13 van de wet geschiedt op grond van de gegevens die over het verblijfsrecht en de staatloosheid van de aanvrager in de basisadministratie zijn opgenomen, alsmede aan de hand van het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument, waaruit het gegeven van diens staatloosheid blijkt, en:

    • a. waaruit diens verblijfsrecht ingevolge artikel 14 of 20 van de Vreemdelingenwet 2000 blijkt, of

    • b. waaruit diens toelating als staatloze in de openbare lichamen blijkt.

  • 3. Indien de in de basisadministratie opgenomen gegevens als bedoeld in het eerste en tweede lid afwijken van de gegevens die zijn vermeld in het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument dan wel anderszins onzekerheid bestaat over deze gegevens, wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld waarbij de gegevens die over het verblijfsrecht en de nationaliteit dan wel staatloosheid van de aanvrager in de vreemdelingenadministratie zijn opgenomen, mede worden betrokken.

E

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift wordt ‘artikel 14 en 15, tweede lid,’ vervangen door: artikel 12, 14 en 15, tweede lid,.

2. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Behoudens het bepaalde in artikel 15a, wordt gebruik gemaakt van modelformulier C1 bij de vaststelling van de aanspraak op verstrekking:

    • a. van een reisdocument als bedoeld in artikel 14 of 15, tweede lid, van de wet door de burgemeester, of

    • b. van een reisdocument als bedoeld in artikel 12, 14 of 15, tweede lid, van de wet door de gezaghebber.

3. Het tweede lid, onderdeel III, komt te luiden:

  • III. met betrekking tot de binnenkomst in het Europese dan wel Caribische deel van Nederland:

    • a. de datum van binnenkomst van de aanvrager;

    • b. het land van waar de aanvrager voor binnenkomst laatstelijk was vertrokken of het deel van Nederland indien de aanvrager voor binnenkomst laatstelijk was vertrokken uit het Europese dan wel Caribische deel van Nederland;

    • c. de gemeente dan wel het openbaar lichaam waar de aanvrager bij binnenkomst voor het eerst als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven;

    • d. het documentnummer, de geldigheidsduur, alsmede de datum en autoriteit van verstrekking van het reisdocument waarover de aanvrager bij binnenkomst beschikte;

4. In het tweede lid, onderdeel V, in de aanhef, vervalt ‘als bedoeld in artikel 14 of 15, tweede lid, van de wet’.

5. Het tweede lid, onderdeel V, onderdeel d, komt te luiden:

  • d. indien de aanvrager van een reisdocument als bedoeld in artikel 12 of 15, tweede lid, van de wet niet in het bezit is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of voor onbepaalde tijd, met welk doel hij zich wenst te begeven buiten het Europese dan wel het Caribische deel van Nederland.

6. In het vierde lid wordt ‘De burgemeester’ vervangen door: De burgemeester of de gezaghebber.

F

Na artikel 13 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 13a. Beslissing inzake de aanspraak op een reisdocument als bedoeld in artikel 12 van de wet, aangevraagd in de openbare lichamen

  • 1. De Minister van Justitie vermeldt in het formulier of tegen het verlenen van een reisdocument voor vluchtelingen als bedoeld in artikel 12 van de wet op verblijfsrechtelijke gronden bedenkingen bestaan. Indien dit het geval is, vermeldt de Minister van Justitie in het formulier zijn bedenkingen.

  • 2. De daartoe aangewezen ambtenaar voorziet het formulier op de bestemde plaats van zijn handtekening en zendt het aan de Minister van Buitenlandse Zaken.

  • 3. De Minister van Buitenlandse Zaken vermeldt in het formulier of en zo ja, welke bedenkingen hij heeft tegen de verstrekking van het aangevraagde reisdocument. Het formulier wordt door de daartoe aangewezen ambtenaar op de bestemde plaats voorzien van zijn handtekening en teruggezonden aan de gezaghebber waar de aanvraag is ingediend. Het teruggezonden formulier wordt door de gezaghebber aangemerkt als de in artikel 40, zesde lid, van de wet vereiste vaststelling door de Minister van Justitie in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Zaken of door de aanvrager is voldaan aan de voorwaarden voor een aanspraak op verstrekking van een reisdocument voor vluchtelingen als bedoeld in artikel 12 van de wet. In dat geval is het in het teruggezonden formulier neergelegde oordeel van de Minister van Buitenlandse Zaken doorslaggevend.

G

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘de burgemeester’ telkens vervangen door ‘de burgemeester of de gezaghebber’ en wordt ‘artikel 40, tweede lid,’ vervangen door ‘artikel 40, vijfde en zesde lid,’.

2. In het derde, vierde, vijfde en zesde lid wordt ‘burgemeester’ telkens vervangen door: burgemeester of de gezaghebber.

3. In het vierde lid wordt ‘artikel 40, tweede lid’ vervangen door: artikel 40, vijfde en zesde lid.

H

In artikel 15 wordt ‘de burgemeester’ telkens vervangen door ‘de burgemeester of de gezaghebber’ en wordt ‘artikel 40, tweede lid,’ vervangen door ‘artikel 40, vijfde en zesde lid,’.

I

Artikel 15a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘een verblijfsrecht ingevolge artikel 28 of 33 van de Vreemdelingenwet 2000’ vervangen door ‘een verblijfsrecht ingevolge artikel 28 of 33 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel ingevolge artikel 12a van de Wet toelating en uitzetting BES’ en wordt ‘artikel 40, tweede lid,’ vervangen door ‘artikel 40, vijfde en zesde lid,’.

2. In het tweede lid wordt ‘artikel 14 of 20 van de Vreemdelingenwet 2000’ vervangen door: artikel 14 of 20 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel ingevolge de Wet toelating en uitzetting BES,.

J

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt ‘als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000’ vervangen door: als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel als bedoeld in artikel 12a van de Wet toelating en uitzetting BES,.

2. In het derde lid wordt ‘als bedoeld in artikel 20 van de Vreemdelingenwet 2000’ vervangen door: als bedoeld in artikel 20 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel als bedoeld in de Wet toelating en uitzetting BES,.

3. In het vierde lid wordt ‘als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000’ vervangen door: als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel als bedoeld in de Wet toelating en uitzetting BES,.

K

In artikel 23, achtste lid, wordt ‘tevens het sofi-nummer’ vervangen door: ,indien de aanvrager een burgerservicenummer heeft, tevens het burgerservicenummer.

L

In het opschrift van artikel 32 wordt ‘gezaghebber’ vervangen door: degene die het gezag uitoefent.

M

In artikel 33, tweede lid, wordt ‘de burgemeester van de gemeente’ vervangen door: de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam.

N

Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘de gemeente’ vervangen door ‘de gemeente of het openbaar lichaam’ en wordt aan het slot een punt toegevoegd.

2. In het tweede lid wordt ‘de in het eerste lid bedoelde basisadministratie’ vervangen door ‘de basisadministratie van de gemeente waar de aanvraag in ontvangst wordt genomen,’ en wordt ‘in enige basisadministratie’ vervangen door ‘in enige basisadministratie van een gemeente’.

3. Na het tweede lid wordt, onder vernummering van het derde en vierde lid tot het vierde en vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. Indien het bij te schrijven kind niet als ingezetene in de basisadministratie van het openbaar lichaam waar de aanvraag in ontvangst wordt genomen, is ingeschreven, worden de in het eerste lid bedoelde gegevens geverifieerd:

    • a. in het openbaar lichaam waar het bij te schrijven kind als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven, dan wel

    • b. aan de hand van de bewijsstukken die, door degene die het verzoek tot bijschrijving doet, worden overgelegd, indien het bij te schrijven kind niet als ingezetene in enige basisadministratie van een openbaar lichaam is ingeschreven.

O

In artikel 35 wordt ‘Artikel 34, tweede lid,’ vervangen door: Artikel 34, tweede en derde lid,.

P

In artikel 37 wordt ‘kan verzoeken’ vervangen door: kan de burgemeester verzoeken.

Q

Aan het opschrift van artikel 43 wordt toegevoegd: in de gemeenten

R

Na artikel 43 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 43a. In ontvangstneming van geleverde documenten in de openbare lichamen

  • 1. De gepersonaliseerde reisdocumenten, bijschrijvingsstickers en identificatiekaarten die bestemd zijn voor de openbare lichamen, worden in Nederland bij het ministerie van Buitenlandse Zaken afgeleverd. De artikelen 57 tot en met 60 van de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde documenten worden door de transporteur afgeleverd bij de uitgiftelocatie in de openbare lichamen.

  • 3. Op de uitgiftelocatie worden de in het eerste lid bedoelde documenten in ontvangst genomen door een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 81a, eerste lid, die zich legitimeert met een geldig identiteitsdocument.

  • 4. De aflevering van de zending vindt plaats op het voor de desbetreffende uitgiftelocatie afgesproken tijdstip.

  • 5. Indien de persoon die de zending in ontvangst neemt zich desgevraagd niet of niet voldoende kan legitimeren dan wel onvoldoende zekerheid bestaat met betrekking tot zijn bevoegdheid om de zending in ontvangst te nemen, dan wel om enige andere reden door een handelen of nalaten van de bevoegde autoriteit een veilige aflevering op de uitgiftelocatie niet mogelijk is, wordt de zending niet overgedragen.

S

Artikel 46 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het opschrift wordt toegevoegd: bij gemeenten.

2. In het eerste lid wordt ‘na de controle van de zending als bedoeld in artikel 44 of 45’ vervangen door ‘na de controle van de zending als bedoeld in artikel 44 of 45 in een gemeente’ en wordt ‘voor een andere autoriteit’ vervangen door ‘voor een andere burgemeester’.

T

Na artikel 46 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 46a. Vernietigen van verkeerd geleverde documenten bij de openbare lichamen

De documenten die na de controle van de zending als bedoeld in de artikelen 44 of 45 in de openbare lichamen voor een andere autoriteit blijken te zijn bestemd, worden op de uitgiftelocatie vernietigd op de in artikel 67, tweede lid, aangegeven wijze.

U

Artikel 47 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt ‘bij de leverancier’.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. In het geval de zending zich nog onder de distributeur bevindt, draagt deze er zorg voor dat de zending alsnog de volgende dag wordt afgeleverd bij de uitgiftelocatie in het Europese deel van Nederland, onderscheidenlijk bij de Minister van Buitenlandse Zaken, indien de zending bestemd is voor een gezaghebber.

3. In het derde lid wordt ‘uitgiftelocatie’ telkens vervangen door: uitgiftelocatie in het Europese deel van Nederland.

4. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. In het geval de zending zich nog onder de transporteur bevindt, draagt deze er zorg voor dat de zending alsnog zo spoedig mogelijk wordt afgeleverd.

V

In artikel 48 wordt ‘tweede of derde lid’ vervangen door: tweede, derde of vijfde lid.

W

Aan het opschrift van artikel 51 wordt ’binnen het Europese deel van Nederland’ toegevoegd.

X

Artikel 56 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt ‘een reisdocument’ vervangen door: een reisdocument waarvan de aanvraag is ingediend bij een burgemeester.

2. In het derde lid wordt ‘een gemeente’ vervangen door: de burgemeester van een gemeente.

3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. In de openbare lichamen kan uitsluitend de gezaghebber van het openbaar lichaam waar het kind als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven het kind bijschrijven in een reisdocument.

Y

In artikel 58, eerste en derde lid, wordt ‘De burgemeester’ vervangen door: De burgemeester of de gezaghebber.

Z

In artikel 59 wordt ‘De burgemeester’ vervangen door: De burgemeester of de gezaghebber.

AA

Artikel 60 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘de burgemeester van de gemeente’ vervangen door: de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam.

2. In het tweede en het derde lid wordt ‘de gemeente’ vervangen door: de gemeente of het openbaar lichaam.

3. In het vierde lid wordt ‘basisadministratie is ingeschreven’ vervangen door: basisadministratie van een gemeente is ingeschreven.

4. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. De gezaghebber neemt ook de verklaring van vermissing op van personen die niet als ingezetenen zijn ingeschreven in de basisadministratie van zijn openbaar lichaam.

BB

Artikel 62 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘De burgemeester’ vervangen door ‘De burgemeester of de gezaghebber’ en wordt ‘de burgemeester van de gemeente’ vervangen door ‘de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam’.

2. In het tweede lid wordt ‘De burgemeester’ vervangen door: De burgemeester of de gezaghebber’ en wordt ‘bevoegde burgemeester’ vervangen door ‘bevoegde burgemeester of gezaghebber’.

CC

In artikel 63 wordt ‘burgemeester’ telkens vervangen door: burgemeester of de gezaghebber.

DD

Artikel 64 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt ‘de burgemeester van de gemeente’ vervangen door: de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam.

2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt ‘de burgemeester’ vervangen door ‘de burgemeester of de gezaghebber’ en wordt ‘in welke gemeente’ vervangen door ‘in welke gemeente of in welk openbaar lichaam’.

EE

In artikel 65, eerste lid, wordt ‘De burgemeester’ vervangen door: De burgemeester of de gezaghebber.

FF

In artikel 66 wordt ‘De burgemeester’ vervangen door: De burgemeester of de gezaghebber.

GG

Artikel 67 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘De burgemeester’ vervangen door ‘De burgemeester of de gezaghebber’ en wordt in onderdeel e ‘van zijn gemeente’ vervangen door ‘van zijn gemeente of openbaar lichaam’.

2. Aan het vierde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Voordat het reisdocument wordt teruggegeven aan de houder, wordt gecontroleerd of de chip onbruikbaar is.

HH

In artikel 68 wordt ‘de gemeente’ vervangen door: de gemeente of het openbaar lichaam.

II

In artikel 69 wordt ‘de burgemeester’ vervangen door: de burgemeester, de gezaghebber.

JJ

In artikel 70 wordt ‘de gemeente’ vervangen door: de gemeente of het openbaar lichaam.

KK

Artikel 71 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt ‘de Nederlandse Antillen dan wel Aruba’ vervangen door: Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

2. In het eerste lid, onderdeel d, en in het tweede lid wordt ‘de burgemeester van de gemeente’ vervangen door: de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam.

LL

Artikel 73 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt ‘de Gouverneur van de Nederlandse Antillen of van Aruba’ vervangen door: de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

2. In onderdeel c wordt ‘artikel 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering’ vervangen door: artikel 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 184 en 185 van het Wetboek van Strafvordering BES.

3. In onderdeel d wordt ‘het openbaar ministerie’ vervangen door: het openbaar ministerie van het Europese deel van Nederland en het openbaar ministerie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

4. In onderdeel g wordt ‘het college van burgemeester en wethouders’ vervangen door: het college van burgemeester en wethouders of het bestuurscollege.

MM

Artikel 75 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘De burgemeester’ vervangen door: De burgemeester of de gezaghebber.

2. In het tweede lid wordt ‘De burgemeester’ vervangen door ‘De burgemeester of de gezaghebber’ en wordt ‘zijn gemeente’ vervangen door ‘zijn gemeente of openbaar lichaam’.

3. In het vierde en het vijfde lid wordt ‘de burgemeester van de gemeente’ vervangen door: de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam.

NN

Artikel 77 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt ‘de burgemeester’ vervangen door ‘de burgemeester of de gezaghebber’ en wordt ‘diens gemeente’ vervangen door ‘diens gemeente of openbaar lichaam’.

2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt ‘in de Nederlandse Antillen of Aruba’ vervangen door ‘in Aruba, Curaçao of Sint Maarten’.

3. In het derde lid wordt ‘de burgemeester van de gemeente’ vervangen door ‘de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam’.

OO

Artikel 78 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘De burgemeester’ vervangen door: De burgemeester dan wel de gezaghebber,’.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. De burgemeester of de gezaghebber draagt er zorg voor dat de handelingen, bedoeld in het eerste lid, die plaatsvinden in een niet tot de gemeentelijke organisatie, onderscheidenlijk de organisatie van het openbaar lichaam, behorende uitgiftelocatie uitsluitend worden verricht door bezoldigde ambtenaren van de gemeente onderscheidenlijk het openbaar lichaam.

PP

Artikel 79 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘burgemeester’ telkens vervangen door ‘burgemeester of de gezaghebber’ en vervalt telkens ‘van zijn gemeente’.

2. In het derde en vierde lid wordt ‘burgemeester’ vervangen door: burgemeester of de gezaghebber.

QQ

In artikel 80, tweede lid, vervalt ‘binnen de gemeente’.

RR

In artikel 80b, eerste lid, wordt ‘De burgemeester’ vervangen door ‘De burgemeester dan wel de gezaghebber,’ en vervalt ‘van zijn gemeente’.

SS

Artikel 81 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het opschrift wordt toegevoegd ‘bij de gemeenten’.

2. Het vijfde lid vervalt.

TT

Artikel 82 komt te luiden:

Artikel 82. De tot ontvangst van zendingen bevoegde ambtenaren bij de openbare lichamen

  • 1. De gezaghebber of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar wijst ten minste drie ambtenaren aan om zendingen van gepersonaliseerde documenten in ontvangst te nemen.

  • 2. De aanmelding, registratie en vervanging van de tot ontvangst bevoegde ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats bij de transporteur.

UU

Artikel 83 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘De burgemeester’ vervangen door ‘De burgemeester dan wel de gezaghebber,’, wordt ‘in zijn gemeente’ vervangen door ‘in zijn gemeente of openbare lichaam’ en wordt ‘de distributeur’ vervangen door ‘de distributeur of de transporteur’.

2. In het tweede lid wordt ‘in de gemeente’ vervangen door: in de gemeente of het openbaar lichaam.

3. In het vijfde lid wordt ‘aan de burgemeester van de desbetreffende gemeente’ vervangen door: aan de burgemeester dan wel de gezaghebber.

VV

Artikel 84 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. De vastlegging van de tijdstippen waarop een zending in een openbaar lichaam wordt afgeleverd, geschiedt in overleg met de transporteur.

WW

Artikel 85, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De reisdocumenten en bijschrijvingsstickers worden bewaard op de in artikel 91 voorgeschreven wijze tot het tijdstip dat zij worden uitgereikt, dan wel:

    • a. indien het een gemeente betreft, worden opgehaald door de leverancier ingevolge artikel 46 of per aangetekende post worden verstuurd ingevolge artikel 49 of 51;

    • b. indien het een openbaar lichaam betreft, per aangetekende post, met gebruikmaking van modelformulier C10, worden teruggestuurd aan de leverancier.

XX

In artikel 87, eerste en tweede lid, wordt ‘De burgemeester’ vervangen door: De burgemeester of de gezaghebber.

YY

In artikel 88 wordt ‘het gemeentewapen’ vervangen door: het gemeentewapen of het wapen van het openbaar lichaam.

ZZ

Artikel 91, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. De plaatsen waar de reisdocumenten, de bijschrijvingsstickers, de documentatie en de overige materialen zijn opgeslagen, alsmede de ruimte waarin de apparatuur en de programmatuur zich bevinden, zijn uitgerust met een electronisch inbraakalarmeringssysteem dat voorziet in een zogenoemde permanente vaste-lijn-verbinding met een door de rijksoverheid toegelaten alarmcentrale. Voor zover een openbaar lichaam niet beschikt over een inbraakalarmeringssysteem, bedoeld in de eerste zin van dit lid, dienen deze plaatsen en deze ruimte onder permanente fysieke (24-uurs) bewaking te staan.

AAA

In artikel 93, vijfde, achtste, twaalfde en dertiende lid, wordt ‘burgemeester’ vervangen door: burgemeester of de gezaghebber.

BBB

Artikel 94 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste en vijfde lid wordt ‘De burgemeester’ vervangen door: De burgemeester of de gezaghebber.

2. In het derde lid wordt ‘De burgemeester’ vervangen door: De burgemeester of de gezaghebber’ en wordt ‘in de gemeeente’ vervangen door ‘in de gemeente of in het openbaar lichaam’.

CCC

In artikel 96 wordt ‘de burgemeester’ vervangen door ‘de burgemeester of de gezaghebber’ en wordt ‘zijn gemeente’ vervangen door ‘zijn gemeente of openbare lichaam’.

DDD

In de artikelen 97, eerste lid, en 98, tweede lid, wordt ‘De burgemeester’ vervangen door: De burgemeester of de gezaghebber.

EEE

Artikel 99 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Het college van burgemeester en wethouders stelt het agentschap BPR op de hoogte van:

    • a. het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van rechten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit paspoortgelden, door het zenden van een afschrift van de beschikking waarbij de kwijtschelding is verleend;

    • b. een situatie waarin een spoedlevering niet binnen de gestelde periode heeft plaatsgevonden, dan wel de met spoed geleverde reisdocumenten of bijschrijvingsstickers niet op de juiste wijze blijken te zijn vervaardigd, door het zenden van een daarop betrekking hebbende en door de leverancier geverifieerde mededeling.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Het bestuurscollege stelt het agentschap BPR op de hoogte van het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van rechten als bedoeld in in artikel 2a, tweede lid, van het Besluit paspoortgelden, door het zenden van een afschrift van de beschikking waarbij de kwijtschelding is verleend.

FFF

In artikel 100 wordt ‘het college van burgemeester en wethouders’ vervangen door ‘het college van burgemeester en wethouders of het bestuurscollege’, wordt ‘artikel 22 van de Comptabiliteitswet’ vervangen door ‘artikel 66 van de Comptabiliteitswet 2001’ en wordt ‘artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet’ vervangen door ‘artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet en artikel 38, derde lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba’.

GGG

Voor hoofdstuk XV wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK XIVA. DE VERSTREKKING VAN NOODDOCUMENTEN IN DE OPENBARE LICHAMEN

§ 1. Aanspraak en geldigheid nooddocumenten

Artikel 100a. Aanspraak
  • 1. Het verstrekken van een nooddocument kan uitsluitend geschieden ten behoeve van een aanvrager ten aanzien van wie, vanwege aantoonbare medische of humanitaire redenen, voldoende aannemelijk is dat zijn reis geen uitstel gedoogt, en die niet in staat moet worden geacht op tijd een ander geldig reisdocument te verkrijgen.

  • 2. In verband met het eerste lid wordt van de aanvrager overlegging van bescheiden verlangd waaruit de medische of humanitaire redenen en de spoedeisendheid van de reis kunnen worden afgeleid, zoals bewijzen van de noodzakelijkheid van een ziekenhuisopname van betrokkene, dan wel van ziekenhuisopname of overlijden van familieleden van betrokkene, uitnodigingen van officiële instanties, alsmede vervoersbewijzen of hotelreserveringen die met het voorgaande verband houden.

Artikel 100b. Geldigheid
  • 1. Een nooddocument is maximaal een jaar geldig.

  • 2. Bij het vaststellen van de geldigheidsduur wordt rekening gehouden met de duur van de reis, alsmede de door het land van bestemming en de landen van doorreis vereiste minimale geldigheid van het reisdocument na binnenkomst, dan wel vertrek van de houder.

  • 3. De territoriale geldigheid van een noodpaspoort omvat alle landen.

  • 4. De territoriale geldigheid van een laissez-passer omvat het land van bestemming en de landen waarvan de houder op zijn doorreis de grens passeert, behoudens het bepaalde in het vijfde lid.

  • 5. Indien de verstrekking van een laissez-passer geschiedt ten behoeve van een vreemdeling, omvat de territoriale geldigheid nimmer het land waarvan de houder de nationaliteit bezit.

§ 2. Aanvraagprocedure

Artikel 100c. Verificatie identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie
  • 1. Op het verkrijgen van de nodige zekerheid over de identiteit, de nationaliteit en, voor zover het een vreemdeling betreft, tevens de verblijfsrechtelijke positie van de aanvrager, zijn de artikelen 9, 11 en 12, eerste en tweede lid, met uitzondering van onderdeel II, derde lid en artikel 22, met uitzondering van het derde lid, van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Indien de aanvrager als ingezetene is ingeschreven in een basisadministratie van een ander openbaar lichaam, in de basisadministratie van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, dan wel in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens vindt zover mogelijk verificatie van diens identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie in die basisadministratie plaats.

Artikel 100d. Het opmaken van de aanvraag
  • 1. Op het opmaken van de aanvraag voor een nooddocument zijn de artikelen 21, met uitzondering van het vierde lid, 23, met uitzondering van het achtste lid, 26, met uitzondering van het tweede lid, 27, met uitzondering van het zesde lid, 28, 29, 30, 31 en 32 van overeenkomstige toepassing.

  • 2. Op het opnemen van de foto en de handtekening van de aanvrager is artikel 38, met uitzondering van het vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 100e. Beslissing op de aanvraag en machtiging tot verstrekking
  • 1. Indien de aanvraag voor een nooddocument betrekking heeft op een Nederlander dan wel op een als ingezetene in de basisadministratie van een openbaar lichaam ingeschreven vreemdeling die recht heeft op verstrekking van een reisdocument als bedoeld in artikel 11 of 13 van de wet, beslist de gezaghebber of het aangevraagde nooddocument kan worden uitgereikt, onverminderd het bepaalde in het derde lid.

  • 2. In alle andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen vindt verstrekking van een nooddocument door de gezaghebber slechts plaats na machtiging van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan wie daartoe per fax of op een andere beveiligde wijze een kopie van de aanvraaggegevens, waaronder het formulier C1, ter beschikking wordt gesteld.

  • 3. De gezaghebber die een aanvraag in behandeling neemt betreffende een persoon die blijkens de in artikel 5 bedoelde administratie in het register paspoortsignaleringen is vermeld, legt deze aanvraag onverwijld voor aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die beslist of hij de gezaghebber machtigt om tot verstrekking van een nooddocument over te gaan.

Artikel 100f. Afhandeling van de aanvraag na de beslissing
  • 1. De daartoe aangewezen ambtenaar vermeldt na de beslissing dat het nooddocument kan worden verstrekt, in de aanvraag:

    • a. het gegeven dat de verstrekking heeft plaatsgevonden;

    • b. de datum van de verstrekking;

    • c. de datum waarop de geldigheidsduur van het uit te reiken nooddocument eindigt;

    • d. de verstrekkende autoriteit.

  • 2. Indien sprake is van een aanvraag als bedoeld in artikel 100e, derde lid, of een aanvraag voor een laissez-passer, wordt in de aanvraag vermeld voor welke landen het nooddocument geldig is.

Artikel 100g. Vastlegging aanvraaggegevens, foto en handtekening
  • 1. De daartoe aangewezen ambtenaar draagt zorg dat de aanvraaggegevens in het reisdocumentenstation en de foto en handtekening in het aanvraagstation worden vastgelegd.

  • 2. De in het aanvraagstation vastgelegde gegevens worden verwerkt en doorgezonden naar het reisdocumentenstation.

  • 3. Indien de beslissing op de aanvraag ingevolge artikel 100e, tweede of derde lid, is aangehouden, worden de in de artikel 100f genoemde gegevens in het reisdocumentenstation vastgelegd, nadat de verstrekking heeft plaatsgevonden.

Artikel 100h. Vastlegging tijdstip en autoriteit van inlevering nooddocument
  • 1. Na de verstrekking worden de datum waarop het nooddocument uiterlijk moet worden ingeleverd en de autoriteit bij wie de inlevering dient plaats te vinden, in het reisdocumentenstation vastgelegd.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde datum is de datum waarop de geldigheidsduur van het nooddocument eindigt.

  • 3. De ingevolge het eerste lid te vermelden autoriteit is:

    • a. de burgemeester of de gezaghebber van de woon- of verblijfplaats van de houder, dan wel

    • b. de door de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten aangewezen autoriteit, bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor nationale paspoorten, indien de houder in Aruba, Curaçao of Sint Maarten woonachtig is, dan wel

    • c. de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, indien de houder het nieuwe reisdocument bij de Gouverneur zal aanvragen, dan wel

    • d. het hoofd van de Nederlandse consulaire post in het buitenland, waar de houder het nieuwe reisdocument zal aanvragen.

§ 3. Personaliseren en uitreiking

Artikel 100i. Personaliseren
  • 1. De daartoe aangewezen ambtenaar controleert het aanvraagbestand in het reisdocumentenstation op volledigheid en autoriseert het gebruik van dit bestand voor het personaliseren van het nooddocument.

  • 2. Het personaliseren van een noodpaspoort geschiedt met behulp van het in het reisdocumentenstation opgenomen aanvraagbestand en met gebruikmaking van de daartoe bestemde reisdocumentenprinter, overeenkomstig de gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation.

  • 3. Het personaliseren van een laissez-passer geschiedt door de gegevens met de pen op onuitwisbare wijze in de daartoe bestemde rubrieken van het reisdocument in te vullen, overeenkomstig de in bijlage J opgenomen invulinstructie laissez-passer. Vervolgens wordt op de in de invulinstructie aangegeven wijze de autoriteit vermeld, die het document heeft verstrekt en het laissez-passer gewaarmerkt met het in artikel 88 bedoelde dienststempel.

  • 4. Na het personaliseren van het nooddocument wordt het bijbehorende laminaat over de houderpagina aangebracht.

Artikel 100j. Uitreiking en registratie in het reisdocumentenstation
  • 1. Tot uitreiking van het aangevraagde nooddocument wordt slechts overgegaan, nadat de identiteit van de aanvrager in zijn aanwezigheid is vastgesteld en de aanvrager de in het document weergegeven persoonsgegevens op juistheid heeft gecontroleerd, tenzij artikel 28, derde lid, van de wet van toepassing is.

  • 2. De daartoe aangewezen ambtenaar registreert de uitreiking van het nooddocument in het reisdocumentenstation.

  • 3. Indien bij de uitreiking blijkt dat het nooddocument is beschadigd, onjuist is geproduceerd of gepersonaliseerd dan wel uit de opslag is verdwenen, wordt dit in het reisdocumentenstation geregistreerd.

  • 4. Indien het nooddocument niet binnen drie maanden, nadat het voor uitreiking beschikbaar is gesteld, door de aanvrager in ontvangst is genomen, wordt dit geregistreerd in het reisdocumentenstation.

§ 4. Administratie nooddocumenten en verstrekking van gegevens daaruit

Artikel 100k. Administratie van nooddocumenten
  • 1. De gezaghebber voert een administratie van de door hem verstrekte nooddocumenten.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde administratie wordt bijgehouden in het reisdocumentenstation, voor zover het de daarin overeenkomstig de artikelen 100g en 100j opgenomen gegevens betreft.

  • 3. De overige gegevens met betrekking tot de aanvraag, verstrekking en uitreiking worden als afzonderlijke documenten in de administratie opgenomen op een wijze die raadpleging in samenhang met de in het tweede lid bedoelde gegevens mogelijk maakt.

  • 4. De in de administratie opgenomen gegevens worden gedurende elf jaren na de datum van verstrekking van het betreffende nooddocument bewaard.

Artikel 100l. Verstrekking van gegevens

Artikel 73 is van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van gegevens uit de administratie van nooddocumenten.

§ 5. Bestelling, aflevering en beheer van nooddocumenten

Artikel 100m. De tot bestelling en ontvangst van blanco documenten bevoegde ambtenaren
  • 1. De gezaghebber of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar wijst ten minste drie ambtenaren aan om namens hem bestellingen te doen van blanco noodpaspoorten en laissez-passer's bij de leverancier en tevens drie ambtenaren om leveringen daarvan in ontvangst te nemen.

  • 2. De aanmelding van de tot bestelling en van de tot ontvangst bevoegde ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, alsmede wijzigingen in deze gegevens, vindt plaats bij het agentschap BPR, met gebruikmaking van de standaardformulieren B6 en B7.

  • 3. Het ingevulde registratieformulier wordt gewaarmerkt met een afdruk van het in artikel 88 bedoelde dienststempel.

  • 4. Het agentschap BPR houdt een registratie bij van de ingevolge het eerste lid aangemelde personen en geeft deze gegevens door aan de leverancier.

Artikel 100n. Bestelling en aflevering nooddocumenten
  • 1. De nooddocumenten worden met gebruikmaking van modelformulier C11 door de daartoe aangewezen ambtenaar maximaal vier maal binnen een jaar bij de leverancier besteld. De bestelopdracht wordt gesteld op briefpapier van het openbaar lichaam en, na ondertekening van de daartoe aangewezen ambtenaar, gewaarmerkt met een afdruk van het in artikel 88 bedoelde dienststempel.

  • 2. Het aantal blanco noodpaspoorten en laissez-passer's dat binnen een jaar kan worden besteld, wordt bepaald door de leverancier en is gebaseerd op het jaarlijkse aantal verstrekte documenten, in de periode tussen 1 oktober en 30 september, vermeerderd met vijf procent. De leverancier maakt jaarlijks voor 1 november het aantal te bestellen nooddocumenten voor het daaropvolgende jaar bekend aan de gezaghebber.

  • 3. Indien tussen twee bestellingen blijkt dat de voorraad noodpaspoorten dan wel laissez-passer's ontoereikend zal zijn, kan een opdracht voor een spoedbestelling worden geplaatst. De opdracht voor een spoedbestelling kan slechts worden gedaan, nadat in overleg met de leverancier is vastgesteld dat het aflevertijdstip van de eerstvolgende bestelopdracht niet kan worden vervroegd. De omvang van de spoedbestelling is niet groter dan noodzakelijk om de periode tot de levering van de eerstvolgende bestelling te overbruggen.

  • 4. Alvorens een bestelopdracht te plaatsen, wordt nagegaan of de in artikel 100m bedoelde gegevens nog juist zijn.

  • 5. Indien gegevens zijn gewijzigd, dient het nieuwe registratieformulier minstens vijf werkdagen voor het plaatsen van een nieuwe bestelopdracht in het bezit van het agentschap BPR te zijn.

  • 6. De bestelling wordt door de leverancier bevestigd door toezending van een leveringsbevestiging aan de gezaghebber.

  • 7. De daadwerkelijke aflevering vindt gemiddeld maximaal tien werkdagen na de op de leveringsbevestigingen vermelde dagtekening plaats door de transporteur.

  • 8. Bij aflevering ondertekent de tot ontvangst bevoegde persoon, bedoeld in artikel 100m, eerste lid, de strook die aan de leveringsbevestiging is gehecht.

  • 9. De tot ontvangst bevoegde persoon legitimeert zich, op verzoek van de transporteur, met een binnen het koninkrijk uitgegeven reisdocument of rijbewijs.

  • 10. De aflevering van de zending vindt plaats in de kluisruimte. Indien aflevering in de kluisruimte niet mogelijk of niet doelmatig is, vindt aflevering plaats in een voor het publiek afgesloten ruimte zo dicht mogelijk bij de kluis.

  • 11. De tot ontvangst bevoegde persoon controleert in het bijzijn van de transporteur aan de hand van de leveringsbevestiging het aantal pakketten alsmede de verzegeling. Indien de zending niet voor de gezaghebber bestemd is, afwijkingen vertoont, beschadigd is dan wel documenten ontbreken, wordt hiervan aantekening gemaakt op de aan de leveringsbevestiging gehechte strook en het agentschap BPR hiervan terstond in kennis gesteld.

  • 12. De ingevulde en ondertekende strook wordt aan de transporteur overhandigd.

  • 13. Indien de persoon die de zending in ontvangst neemt zich desgevraagd niet of niet voldoende kan legitimeren dan wel onvoldoende zekerheid bestaat met betrekking tot zijn bevoegdheid om de zending in ontvangst te nemen, dan wel om enige andere reden door een handelen of nalaten van de gezaghebber een veilige aflevering niet mogelijk is, draagt de transporteur de zending niet over.

Artikel 100o. Ontvangst, veiligstellen en controle ontvangen nooddocumenten
  • 1. Na ontvangst van de zending wordt deze terstond veilig gesteld. Indien de aflevering niet aan de kluis geschiedt, ziet de ambtenaar die de zending in ontvangst heeft genomen erop toe, dat de zending terstond in de kluis wordt opgeslagen.

  • 2. De bij de zending gevoegde ontvangstbevestiging wordt na vergelijking van de verpakkingseenheden van de zending met de opgave in de leveringsbevestiging binnen vijf werkdagen na aflevering van de zending, aan de leverancier geretourneerd.

  • 3. De controle van de inhoud van de verpakkingseenheden als bedoeld in het tweede lid geschiedt door de tot ontvangst bevoegde persoon, en tenminste één andere persoon. Van de controle wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat bij de in artikel 100p bedoelde voorraadadministratie wordt gearchiveerd.

  • 4. Bij constatering van afwijkingen tussen de inhoud van de zending en de opgave in de leveringsbevestiging wordt terstond contact opgenomen met de leverancier. De geconstateerde afwijkingen worden schriftelijk medegedeeld aan het agentschap BPR.

Artikel 100p. Voorraadadministratie nooddocumenten
  • 1. De gezaghebber houdt een voorraadadministratie bij van de aan hem beschikbaar gestelde nooddocumenten.

  • 2. Uit de voorraadadministratie dient, uitgesplitst naar soort, aan de hand van de documentnummers te allen tijde te blijken hoeveel nooddocumenten:

    • a. in de voorraad aanwezig zijn;

    • b. aan de voorraad zijn toegevoegd;

    • c. aan de voorraad zijn onttrokken in verband met uitreiking;

    • d. zijn verschreven, gestolen, vermist of anderszins als onbruikbaar moeten worden beschouwd.

  • 3. Met betrekking tot de uitgereikte nooddocumenten wordt per opeenvolgend documentnummer apart geregistreerd aan wie uitreiking van het desbetreffende nooddocument heeft plaatsgevonden.

  • 4. De gezaghebber houdt de voorraadadministratie bij in het reisdocumentenstation.

Artikel 100q. Inventarisatie van de voorraad
  • 1. Eén maal per jaar wordt het aantal in voorraad zijnde blanco nooddocumenten met vermelding van soort en documentnummer vastgesteld.

  • 2. Indien op enig moment een omissie in de voorraad of in de administratie wordt geconstateerd, maakt de gezaghebber terstond een inventarisatie op van de aanwezige nooddocumenten.

  • 3. De inventarisatie wordt opgesteld door tenminste twee personen.

  • 4. Van de inventarisatie wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat naar het agentschap BPR wordt gezonden.

Artikel 100r. Verbruik van nooddocumenten
  • 1. De blanco nooddocumenten worden in volgorde van de nummers verbruikt.

  • 2. Het is een tot verstrekking bevoegde autoriteit niet toegestaan nooddocumenten te verbruiken die aan een andere autoriteit daartoe ter beschikking zijn gesteld.

Artikel 100s. Verantwoording nooddocumenten
  • 1. De gezaghebber verstrekt, met gebruikmaking van modelformulier C12, een keer per kwartaal een schriftelijke verantwoording van het totale voorraadverloop met betrekking tot nooddocumenten over het voorgaande jaar aan het agentschap BPR.

  • 2. Deze verantwoording bevat, uitgesplitst naar noodpaspoorten en laissez-passer's:

    • a. de totale voorraad blanco nooddocumenten aan het begin van het kwartaal;

    • b. de in de loop van het kwartaal aan de voorraad toegevoegde blanco nooddocumenten;

    • c. de in de loop van het kwartaal aan de voorraad onttrokken nooddocumenten die zijn uitgereikt;

    • d. de in de loop van het kwartaal aan de voorraad onttrokken nooddocumenten die niet zijn uitgereikt, omdat zij zijn verschreven, gestolen, vermist of anderszins als onbruikbaar moeten worden beschouwd;

    • e. de totale voorraad blanco nooddocumenten aan het einde van het kwartaal.

  • 3. Nooddocumenten die onjuist blijken te zijn geproduceerd of beschadigd worden met het in het eerste lid bedoelde verantwoordingsformulier meegezonden aan de leverancier.

  • 4. Nooddocumenten die als gevolg van verschrijvingen of anderszins onbruikbaar zijn geworden, worden definitief aan het verkeer onttrokken door ze deugdelijk te vernietigen op de in artikel 67, tweede lid, aangegeven wijze.

  • 5. Het in het eerste lid bedoelde verantwoordingsformulier wordt ondertekend door of namens de gezaghebber.

HHH

Artikel 104 vervalt.

III

In artikel 105 wordt ‘De burgemeester’ vervangen door ‘De burgemeester of de gezaghebber’ en wordt ‘in zijn gemeente’ vervangen door ‘in zijn gemeente of openbaar lichaam’.

ARTIKEL II

De Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel f komt te luiden:

  • f. basisadministratie: de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens als bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, dan wel een basisadministratie als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES, dan wel een bij Landsverordening van Aruba, Curaçao of Sint Maarten ingestelde bevolkingsadministratie;

2. Onderdeel p komt te luiden:

  • p. openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

3. In onderdeel q wordt ‘aanvraagformulier’ vervangen door: foto- en handtekeningformulier.

4. Onderdeel r komt te luiden:

  • r. administratienummer: het administratienummer, bedoeld in artikel 50 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, dan wel in de artikelen 10 en 11 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES;

5. Onderdeel s komt te luiden:

  • s. burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;

6. Onderdeel bb komt te luiden:

  • bb. verblijfsdocument: een document waaruit het verblijfsrecht van de vreemdeling ingevolge de Vreemdelingenwet 2000, de Wet toelating en uitzetting BES of de Landsverordening Toelating en Uitzetting van Aruba, Curaçao of Sint Maarten blijkt;

B

In het opschrift van § 2.1 wordt ‘in Nederland’ vervangen door: in het Europese dan wel Caribische deel van Nederland.

C

In artikel 11, derde lid, komen de onderdelen III en IV te luiden:

  • III. met betrekking tot de binnenkomst in het Europese dan wel Caribische deel van Nederland:

    • a. de datum van binnenkomst van de aanvrager;

    • b. het land van waar de aanvrager voor binnenkomst laatstelijk was vertrokken of het deel van Nederland, indien de aanvrager voor binnenkomst laatstelijk was vertrokken uit het Europese dan wel Caribische deel van Nederland;

    • c. de gemeente dan wel het openbaar lichaam waar de aanvrager bij binnenkomst voor het eerst als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven;

    • d. het documentnummer, de geldigheidsduur, alsmede de datum en autoriteit van vertrekking van het reisdocument waarover de aanvrager bij binnenkomst beschikte;

  • IV. met betrekking tot het rechtmatig verblijf van de aanvrager in het Europese dan wel Caribische deel van Nederland:

    • a. de in de basisadministratie opgenomen gegevens over het verblijfsrecht van de aanvrager;

    • b. het door de aanvrager ter inzage overgelegde verblijfsdocument met vermelding van het verblijfsrecht, het documentnummer en de geldigheidsduur van het document, dan wel de reden waarom geen geldig verblijfsdocument ter inzage kan worden overgelegd;

    • c. de datum van vertrek en de gemeente dan wel het openbaar lichaam waar betrokkene als ingezetene in de basisadministratie is of voor het laatst was ingeschreven;

    • d. de reden van het buitenlands verblijf of van het verblijf in het andere deel van Nederland, indien de aanvrager in het Europese dan wel het Caribische deel van Nederland verblijft.

D

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden: Opmerkingen van de Nederlandse Minister van Justitie.

2. In het eerste, vierde en zesde lid wordt ‘de Minister van Justitie in Nederland’ telkens vervangen door: de Nederlandse Minister van Justitie.

E

Artikel 13 komt te luiden:

Artikel 13. Vaststelling aanspraken op reisdocumenten als bedoeld in artikel 11 en 13 van de wet

  • 1. De vaststelling van de aanspraak op een reisdocument voor vluchtelingen als bedoeld in artikel 11 van de wet geschiedt op grond van de gegevens die in het formulier zijn opgenomen, alsmede aan de hand van het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument waaruit diens nationaliteit blijkt, en:

    • a. waaruit diens verblijfsrecht ingevolge artikel 28 of 33 van de Vreemdelingenwet 2000 blijkt, of

    • b. waaruit diens verblijfsrecht ingevolge artikel 12a van de Wet toelating en uitzetting BES in de openbare lichamen blijkt.

  • 2. De vaststelling van het recht op een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 13 van de wet geschiedt op grond van de gegevens die in het formulier zijn opgenomen, alsmede aan de hand van het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument, waaruit het gegeven van diens staatloosheid blijkt, en:

    • a. waaruit diens verblijfsrecht ingevolge artikel 14 of 20 van de Vreemdelingenwet 2000 blijkt, of

    • b. waaruit diens toelating als staatloze in de openbare lichamen blijkt.

F

In artikel 14 wordt ‘Indien de aanvrager geen aanspraak heeft op een reisdocument als bedoeld in artikel 11 of 13 van de wet’ vervangen door ‘Indien de aanvraag betrekking heeft op een reisdocument als bedoeld in artikel 14 van de wet’ en wordt ‘artikel 14 of 20 van de Vreemdelingenwet 2000’ vervangen door: artikel 14 of 20 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel ingevolge de Wet toelating en uitzetting BES,.

G

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden: Reisdocumenten als bedoeld in artikel 12 en 15, tweede lid, van de wet.

2. In het eerste lid wordt ‘Indien de aanvrager geen aanspraak heeft op een reisdocument als bedoeld in artikel 11, 13 of 14 van de wet’ vervangen door ‘Indien de aanvraag betrekking heeft op een reisdocument als bedoeld in artikel 12 of 15, tweede lid, van de wet’, wordt ‘de Vreemdelingenwet 2000’ vervangen door ‘de Vreemdelingenwet 2000, dan wel de Wet toelating en uitzetting BES,’ en wordt ‘het land van bestemming’ vervangen door: het land van bestemming of het andere deel van Nederland indien de aanvrager zich naar het Europese dan wel het Caribische deel van Nederland wenst te begeven.

H

In het opschrift van § 2.2 wordt ‘de Nederlandse Antillen dan wel Aruba’ vervangen door: Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

I

In artikel 18, eerste lid, wordt ‘de Nederlandse Antillen of Aruba’ vervangen door: Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

J

In artikel 19, eerste lid, wordt ‘in een der landen van het Koninkrijk’ vervangen door: in het Europese dan wel Caribische deel van Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

K

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba’ vervangen door ‘Aruba, Curaçao of Sint Maarten’.

2. In het tweede lid wordt ‘als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000’ vervangen door ‘als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 of als bedoeld in artikel 12a van de Wet toelating en uitzetting BES’ en wordt ‘de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba’ vervangen door ‘Aruba, Curaçao of Sint Maarten’.

3. In het derde lid wordt ‘als bedoeld in artikel 20 van de Vreemdelingenwet 2000’ vervangen door ‘als bedoeld in artikel 20 van de Vreemdelingenwet 2000 of als bedoeld in de Wet toelating en uitzetting BES’ en wordt ‘de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba’ vervangen door ‘Aruba, Curaçao of Sint Maarten’.

4. In het vierde lid wordt ‘als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000’ vervangen door ‘als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 of als bedoeld in de Wet toelating en uitzetting BES’ en wordt ‘de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba’ vervangen door ‘Aruba, Curaçao of Sint Maarten’.

L

In artikel 26, eerste lid, wordt ‘de korpschef in wiens vreemdelingenadministratie de aanvrager is opgenomen’ vervangen door ‘de Minister van Justitie’, wordt ‘in Nederland’ vervangen door ‘tot het Europese of Caribische deel van Nederland’ en wordt ‘in de Nederlandse Antillen dan wel Aruba’ vervangen door ‘in Aruba, Curaçao of Sint Maarten’.

M

Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. De in het eerste lid bedoelde datum is de datum waarop de geldigheidsduur van het nooddocument eindigt.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. De ingevolge het eerste lid te vermelden autoriteit is:

    • a. de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waar de houder woont of verblijft, dan wel

    • b. de door de Gouverneur aangewezen autoriteit, indien de houder in Aruba, Curaçao of Sint Maarten woonachtig is, dan wel

    • c. de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, indien de houder het nieuwe reisdocument bij de Gouverneur zal aanvragen, dan wel

    • d. het hoofd van de Nederlandse consulaire post in het buitenland, waar de houder het nieuwe reisdocument zal aanvragen.

N

In artikel 37, zesde lid, wordt ‘het sofi-nummer’ vervangen door: het burgerservicenummer.

O

In artikel 42, zevende lid, komt de een na laatste volzin te luiden: In het laissez-passer wordt aangetekend tezamen met welk ander reis- of identiteitsdocument het laissez-passer aldus bruikbaar is.

P

In het opschrift van artikel 46 wordt ‘gezaghebber’ vervangen door: degene die het gezag uitoefent.

Q

In artikel 47, eerste lid, wordt ‘, het laissez-passer en het reisdocument waarin een noodverlenging is aangebracht’ vervangen door: en het laissez-passer.

R

Artikel 54, zevende lid, vervalt.

S

Artikel 80 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdelen a en d, en in het tweede lid wordt ‘de burgemeester van de gemeente’ vervangen door: de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam.

2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt ‘de Nederlandse Antillen of Aruba’ vervangen door: Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

T

Artikel 85 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt ‘van de Nederlandse Antillen of van Aruba’ vervangen door: van Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

2. In onderdeel c wordt ‘artikel 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering’ vervangen door: artikel 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 184 en 185 van het Wetboek van Strafvordering BES.

U

In artikel 87, eerste lid, vervalt ‘van zijn gemeente’.

V

Artikel 116 vervalt.

ARTIKEL III

De Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel f, komt te luiden:

  • f. basisadministratie: de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens als bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, dan wel een basisadministratie als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES, dan wel een bij Landsverordening van Aruba, Curaçao of Sint Maarten ingestelde bevolkingsadministratie;.

2. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • v. openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

B

In het opschrift van artikel 21 wordt ‘gezaghebber’ vervangen door: degene die het gezag uitoefent.

C

Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. De in het eerste lid bedoelde datum is de datum waarop de geldigheidsduur van het noodpaspoort eindigt.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. De ingevolge het eerste lid te vermelden autoriteit is:

    • a. de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waar de houder woont of verblijft, dan wel

    • b. de door de Gouverneur aangewezen autoriteit, indien de houder in Aruba, Curaçao of Sint Maarten woonachtig is, dan wel

    • c. de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, indien de houder het nieuwe reisdocument bij de Gouverneur zal aanvragen, dan wel

    • d. het hoofd van de Nederlandse consulaire post in het buitenland, waar de houder het nieuwe reisdocument zal aanvragen.

D

Artikel 30, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘de burgemeester van de woonplaats’ vervangen door: de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam.

2. In onderdeel c wordt ‘in de Nederlandse Antillen dan wel Aruba’ vervangen door: in Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

E

Artikel 31 onderdeel a komt te luiden:

a. de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waar de houder woonachtig is.

F

Artikel 33 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de onderdelen a en d wordt ‘de burgemeester van de gemeente’ vervangen door: de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam.

2. In onderdeel b wordt ‘in de Nederlandse Antillen of Aruba’ vervangen door: in Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

G

Artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt ‘de Gouverneur van de Nederlandse Antillen of van Aruba’ vervangen door: de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

2. In onderdeel c wordt ‘artikel 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering’ vervangen door: artikel 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 184 en 185 van het Wetboek van Strafvordering BES.

ARTIKEL IV

De bijlagen bij de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001, de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 en de Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee 2001 worden als volgt gewijzigd:

A

De inhoudsopgave van de bijlagen wordt als volgt gewijzigd:

1. ‘locatie Enschedé/Sdu’ wordt vervangen door: locatie leverancier.

2. ‘Nederlandse Antillen en Aruba (Autoriteiten in de Nederlandse Antillen en Aruba)’ wordt vervangen door ‘Aruba, Curaçao en Sint Maarten (Autoriteiten in Aruba, Curaçao en Sint Maarten)’.

B

De modelformulieren C4, C5, C6, C11 en C12 in bijlage C (Modelformulieren) worden vervangen door de modelformulieren C4, C5, C6, C11 en C12 die in bijlage 1 van deze regeling zijn opgenomen.

C

Bijlage D (Foutafhandelingsprocedures) wordt vervangen door Bijlage D (Foutafhandelingsprocedures) die als bijlage 2 bij de regeling is opgenomen..

D

In bijlage F, onderdeel 1, wordt ‘Sofi-nummer’ vervangen door: burgerservicenummer.

ARTIKEL V

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 1.1 van de Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen in werking treedt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A.Th.B. Bijleveld-Schouten.

BIJLAGE 1

BIJLAGE 2

Bijlage D Foutafhandelingsprocedures

In deze bijlage zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending gepersonaliseerde reisdocumenten niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken.

De foutafhandelingsprocedures zijn beschreven voor:

  • 1. Het Europese deel van Nederland (Gemeenten en Ministerie van Buitenlandse Zaken te Den Haag)

  • 2. Buitenland (Nederlandse posten)

  • 3. Aruba, Curaçao, Sint Maarten en het Caribische deel van Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba)

1. Foutafhandelingsprocedures Europese deel van Nederland (Gemeenten en Ministerie van Buitenlandse Zaken te Den Haag)

In deze bijlage zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.

  • I De aangekondigde zending wordt niet op het afgesproken tijdstip ontvangen

    Hiervan is sprake indien een uitgiftelokatie een aangekondigde zending niet op het met de distributeur afgesproken tijdstip ontvangt. De procedure die gevolgd dient te worden, is weergegeven in schema I.

  • II De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd

    Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:

    • 1. de zending bevat niet alle aangekondigde documenten

      (er ontbreken dus documenten)

      In dit geval dient de procedure, vermeld in schema II 1, te worden gevolgd.

    • 2. de zending bevat (ook) andere documenten dan aangekondigd

      (het pakket bevat documenten die niet voor de uitgiftelokatie zijn bestemd; het kan zijn dat bijvoorbeeld het adresetiket op het pakket niet juist was, dat er niet voor de uitgiftelokatie bedoelde colli in het pakket zitten of dat er zich niet voor de uitgiftelokatie bedoelde documenten in een collo bevinden).

      In deze gevallen moet de procedure, vermeld in schema II 2, worden gevolgd.

  • III De ontvangen zending is beschadigd

    Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:

    • 1. De verpakking is beschadigd maar de inhoud is onbeschadigd en compleet

      (Alle aangekondigde documenten zijn aanwezig en onbeschadigd).

      In dit geval dient schema III 1 te worden gevolgd.

    • 2. Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd, maar de inhoud is wel compleet

      (alle aangekondigde documenten zijn aanwezig maar één of meerdere documenten zijn beschadigd).

      In dit geval dienst schema III 2 te worden gevolgd.

    • 3. Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd en de inhoud is bovendien incompleet

      (Eén of meerdere documenten zijn beschadigd en daarnaast zijn niet alle aangekondigde documenten aanwezig).

      In dit geval dient schema III 3 te worden gevolgd.

  • IV De inhoud van de zending is goed, maar niet op de afgesproken wijze verpakt

    Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief.

    In dit geval dient de procedure, beschreven in schema IV te worden gevolgd.

  • V Overige calamiteiten

    Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema V beschreven procedure te worden gevolgd.

2. Foutafhandelingsprocedures Buitenland (Nederlandse Posten)

In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.

  • I De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd

    Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:

    • 3. de zending bevat nietalle aangekondigde documenten

      (er ontbreken dus documenten)

      In dit geval dient de procedure, vermeld in schema I 1, te worden gevolgd.

    • 4. de zending bevat (ook) andere documenten dan aangekondigd

      (het pakket bevat documenten die niet voor de uitgiftelocatie zijn bestemd; het kan zijn dat bijvoorbeeld het adresetiket op het pakket niet juist was, dat er niet voor de uitgiftelocatie bedoelde colli in het pakket zitten of dat er zich niet voor de uitgiftelocatie bedoelde documenten in een collo bevinden).

      In deze gevallen moet de procedure, vermeld in schema I 2, worden gevolgd.

  • II De ontvangen zending is beschadigd

    Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:

    • 4. De verpakking is beschadigd maar de inhoud is onbeschadigd en compleet

      (Alle aangekondigde documenten zijn aanwezig en onbeschadigd).

      In dit geval dient schema II 1 te worden gevolgd.

    • 5. Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd, maar de inhoud is wel compleet

      (alle aangekondigde documenten zijn aanwezig maar één of meerdere documenten zijn beschadigd).

      In dit geval dienst schema II 2 te worden gevolgd.

    • 6. Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd en de inhoud is bovendien incompleet

      (Eén of meerdere documenten zijn beschadigd en daarnaast zijn niet alle aangekondigde documenten aanwezig).

      In dit geval dient schema II 3 te worden gevolgd.

  • III De inhoud van de zending is goed, maar niet op de afgesproken wijze verpakt

    Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief.

    In dit geval dient de procedure, beschreven in schema III te worden gevolgd.

  • IV Overige calamiteiten

    Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema IV beschreven procedure te worden gevolgd.

3. Foutafhandelingsprocedure Aruba, Curaçao, Sint Maarten en het Caribische deel van Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba)

In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.

  • I De aangekondigde zending wordt niet op het afgesproken tijdstip ontvangen

    Hiervan is sprake indien een uitgiftelocatie een aangekondigde zending niet op het met de distributeur afgesproken tijdstip ontvangt. De procedure die gevolgd dient te worden, is weergegeven in schema I.

  • II De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd

    Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:

    • 5. de zending bevat nietalle aangekondigde documenten

      (er ontbreken dus documenten)

      In dit geval dient de procedure, vermeld in schema II 1, te worden gevolgd.

    • 6. de zending bevat (ook) andere documenten dan aangekondigd

      (het pakket bevat documenten die niet voor de uitgiftelocatie zijn bestemd; het kan zijn dat bijvoorbeeld het adresetiket op het pakket niet juist was, dat er niet voor de uitgiftelocatie bedoelde colli in het pakket zitten of dat er zich niet voor de uitgiftelocatie bedoelde documenten in een collo bevinden).

      In deze gevallen moet de procedure, vermeld in schema II 2, worden gevolgd.

  • III De ontvangen zending is beschadigd

    Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:

    • 7. De verpakking is beschadigd maar de inhoud is onbeschadigd en compleet

      (Alle aangekondigde documenten zijn aanwezig en onbeschadigd).

      In dit geval dient schema III 1 te worden gevolgd.

    • 8. Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd, maar de inhoud is wel compleet

      (alle aangekondigde documenten zijn aanwezig maar één of meerdere documenten zijn beschadigd).

      In dit geval dienst schema III 2 te worden gevolgd.

    • 9. Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd en de inhoud is bovendien incompleet

      (Eén of meerdere documenten zijn beschadigd en daarnaast zijn niet alle aangekondigde documenten aanwezig).

      In dit geval dient schema III 3 te worden gevolgd.

  • IV De inhoud van de zending is goed, maar niet op de afgesproken wijze verpakt

    Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief.

    In dit geval dient de procedure, beschreven in schema IV te worden gevolgd.

  • V Overige calamiteiten

    Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema V beschreven procedure te worden gevolgd.

TOELICHTING

Algemeen

Deze regeling wijzigt de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001, de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 en de Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee 2001. Het doel van deze wijzigingen is het aanpassen van de genoemde regelingen aan de opheffing van de Nederlandse Antillen, de verkrijging van Curaçao en Sint Maarten van de hoedanigheid van land in het Koninkrijk en de toetreding van Bonaire, Sint Eustatius en Saba tot het staatsbestel van Nederland.1

Hiernaast is van de gelegenheid gebruik gemaakt om een aantal kleine verbeteringen in de genoemde regelingen door te voeren. Deze verbeteringen worden in het artikelsgewijze deel toegelicht.

Op de gezaghebbers van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn grotendeels dezelfde regels van toepassing als op de burgemeesters van de gemeenten. Om deze reden zijn de regels die van toepassing zijn op de verstrekking van reisdocumenten door de gezaghebbers opgenomen in de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001.

Artikelsgewijs

Artikel I (Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001)

Onderdelen A (artikel 1), K (artikel 23) en SS (artikel 81)

Ten tijde van de geleidelijke invoering in 2009 van de aanvraagstations voor het opnemen c.q. digitaliseren van foto, handtekening en vingerafdrukken van de aanvrager, is naast elkaar gebruik gemaakt van het oude aanvraagformulier en het zogenaamde foto- en handtekeningformulier dat het nieuwe aanvraagstation hoort. Bij regeling van 9 september 2009 (Stcrt. 2009, 13960) zijn de bepalingen met betrekking tot het gebruik van het oude aanvraagformulier uit de paspoortuitvoeringsregelingen geschrapt, waarbij echter enige bepalingen over het hoofd zijn gezien. Van deze gelegenheid wordt gebruik gemaakt om die omissie te herstellen.

Voorts bleek abusievelijk nog het sofi-nummer in de regeling te zijn genoemd. Deze term is in de desbetreffende bepalingen vervangen door het burgerservicenummer.

Onderdeel B (artikel 6)

Aan dit artikel is een bepaling toegevoegd, waarin de bevoegdheid wordt geregeld van de gezaghebbers van de openbare lichamen om aanvragen in ontvangst te nemen voor noodpaspoorten en laissez-passer’s en over te gaan tot verstrekking van deze nooddocumenten. De toekenning van deze bevoegdheden aan de gezaghebbers is gebaseerd op overwegingen van doelmatigheid. Het lag niet voor de hand om deze taak op te dragen aan de lokale autoriteiten, belast met de grensbewaking, gezien de investeringen in huisvesting, apparatuur en (opleidingen van) personeel die daarvoor nodig zouden zijn. De gezaghebbers daarentegen hebben al geruime tijd ervaring opgedaan met de uitgifte van nooddocumenten, waartoe zij destijds door de Gouverneur van Nederlandse Antillen bij mandaat waren gemachtigd. Ook beschikken zij al over de daarvoor noodzakelijke apparatuur. Zij blijven derhalve deze taak vervullen, waarbij zij echter in het vervolg de bepalingen van deze regeling dienen te volgen. Deze zijn voornamelijk terug te vinden in het nieuwe hoofdstuk XIVa.

Onderdelen D (artikel 11), I (artikel 15a) en J (artikel 16)

Deze wijzigingen zijn nodig omdat de Vreemdelingenwet 2000 niet van toepassing is in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. In deze openbare lichamen geldt in plaats van de Vreemdelingenwet 2000 de Wet toelating en uitzetting BES.

Onderdelen E (artikel 12) en F (artikel 13a)

Artikel 12 van de Paspoortwet was vóór de inwerkingtreding van de Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen niet van toepassing in Nederland. Om deze reden was er geen voorziening getroffen in de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 voor de verstrekking van reisdocumenten als bedoeld in artikel 12 van de Paspoortwet. Nu artikel 12 van de Paspoortwet wel van toepassing is in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is er een voorziening getroffen voor de verstrekking van reisdocumenten als bedoeld in artikel 12 van de Paspoortwet door de gezaghebbers.

De wijziging van artikel 12, tweede lid, onderdeel III, is het gevolg van het feit dat met betrekking tot vreemdelingen er in Nederland aparte wetgeving bestaat voor personen die in het Europese dan wel in het Caribische deel van Nederland toegang en verblijf hebben verkregen. Het daaruit voortvloeiende verschil in verblijfsrechtelijke positie is van belang bij de beoordeling van de aanspraken op een reisdocument door de betrokken vreemdeling.

Artikel 12, tweede lid, onderdeel V, onder d, is redactioneel aangepast, zodat het niet meer van toepassing is op de aanvraag van een reisdocument voor vreemdelingen, bedoeld in artikel 14 van de wet. Het is voor een aanspraak op een reisdocument als bedoeld in artikel 14 van de wet immers altijd noodzakelijk dat de aanvrager in het bezit is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of voor onbepaalde tijd. De oude bepaling wekte ten onrechte de indruk dat dit niet het geval zou zijn. Tegelijkertijd is het desbetreffende onderdeel aangepast in verband met het feit dat artikel 12 van de wet van toepassing is in de openbare lichamen. Deze omstandigheid heeft ook geleid tot het opnemen van het nieuwe artikel 13a.

Onderdeel L (artikel 32)

Het woord gezaghebber is in het opschrift van dit artikel vervangen door ‘degene die het gezag uitoefent’ om begripsverwarring te voorkomen. In het onderhavige artikel wordt namelijk niet de gezaghebber van een openbaar lichaam bedoeld, maar degene die het gezag over een minderjarige uitoefent.

Onderdelen N (artikel 34) en X (artikel 56)

In deze artikelen is wat betreft de mogelijkheden om een kind bij te laten schrijven in een reisdocument voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba een andere regeling getroffen dan voor de gemeenten. In Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan een kind uitsluitend worden bijgeschreven door de gezaghebber van het openbaar lichaam waar het kind als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven. De reden hiervan is dat de basisadministratie in een openbaar lichaam, in tegenstelling tot een gemeente in het Europese deel van Nederland, als zelfstandige eenheid wordt bijgehouden en geen onderdeel uitmaakt van een stelsel zoals dat functioneert onder de werking van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Wet GBA).

Onderdeel P (artikel 37)

Deze wijziging brengt tot uitdrukking dat dit artikel alleen van toepassing is in het Europese deel van Nederland.

Onderdeel R (artikel 43a)

Vanwege de grote afstand tussen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en het Europese deel van Nederland is met betrekking tot de in ontvangstneming van geleverde documenten voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba een andere regeling getroffen dan voor gemeenten. De regeling voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba is overeenkomstig de regeling die geldt voor de Caribische landen van het Koninkrijk (vroeger artikel 55 van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederlandse Antillen en Aruba 2001, nu artikel 55 van de Paspoortuitvoeringsregeling Caribische landen).

Onderdelen S (artikel 46) en T (artikel 46a)

In het Europese deel van Nederland kunnen verkeerd geleverde documenten in het algemeen makkelijk en snel bij een andere burgemeester worden afgeleverd. Vanwege de geografische ligging van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en hun insulaire karakter is dat voor deze openbare lichamen lastiger en is er voor gekozen verkeerd geleverde documenten ter plaatse te laten vernietigen.

Onderdeel W (artikel 51)

Artikel 51 is niet van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De daarin neergelegde regeling is niet uitvoerbaar, omdat de basisadministraties van de openbare lichamen geen onderdeel uitmaken van een stelsel zoals dat functioneert onder de werking van de Wet GBA (zie ook de onderdelen N en X).

Onderdeel AA (artikel 60)

Vanwege de geografische ligging en het insulaire karakter van Bonaire, Sint Eustatius en Saba is het in de openbare lichamen bezwaarlijk voor de persoon die een verklaring van vermissing wil laten opnemen om naar een ander openbaar lichaam te reizen. Om deze reden neemt de gezaghebber ook de verklaringen van vermissing op van personen die niet als ingezetenen zijn ingeschreven in de basisadministratie van zijn openbaar lichaam.

Onderdeel GG (artikel 67)

Een niet langer geldig reisdocument kan onbruikbaar gemaakt aan de houder worden teruggegeven. Het onbruikbaar maken van het document geschiedt onder meer door het onbruikbaar maken van de chip. Bepaald is dat moet worden gecontroleerd dat de chip daadwerkelijk niet meer functioneert.

Onderdeel EEE (artikel 99)

Evenals de gemeenten kunnen de openbare lichamen een aanvrager van een reisdocument die niet over voldoende inkomsten beschikt geheel of gedeeltelijk kwijtschelding verlenen van de voor de uitgifte van een reisdocument verschuldigde rechten. Indien het college van burgemeester en wethouders of het bestuurcollege hiertoe besluit, is op grond van artikel 2, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 2a, tweede lid, van het Besluit paspoortgelden voor het uitgegeven document – naar rato van de omvang van kwijtschelding – geen afdracht van kosten aan het Rijk verschuldigd. In het gewijzigde artikel is tevens vastgelegd op welke wijze het agentschap BPR over de aan de aanvrager verleende kwijtschelding wordt geïnformeerd.

Onderdeel FFF (artikel 100)

In dit artikel is de verouderde verwijzing naar artikel 22 van de Comptabiliteitswet geactualiseerd door deze te vervangen door een verwijzing naar artikel 66 van de Comptabiliteitswet 2001.

Onderdeel GGG (hoofdstuk XIVa)

Aangezien de gezaghebbers van de openbare lichamen ook bevoegd zijn tot het uitgeven van nooddocumenten, is daarover een apart hoofdstuk opgenomen. Het grootste deel van de in dit hoofdstuk opgenomen bepalingen is ontleend aan de Paspoortuitvoeringsregeling Nederlandse Antillen en Aruba 2001, waarin al een regeling was opgenomen met betrekking tot de uitgifte van nooddocumenten door de gezaghebbers. De meeste verschillen met de oorspronkelijke regeling hebben betrekking op het zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing verklaren van bepalingen die in de onderhavige regeling al zijn opgenomen met betrekking tot het aanvragen, verstrekken en uitreiken van andere reisdocumenten dan nooddocumenten.

De belangrijkste nieuwe bepalingen zijn de volgende. In artikel 100a is uitgebreid omschreven in welke gevallen aanspraak kan worden gemaakt op verstrekking van een nooddocument. Daarbij kan van de aanvrager worden verlangd dat deze bescheiden overlegt ter onderbouwing van de aanspraak. In artikel 100e is vastgelegd in welke gevallen de beslissing op een aanvraag door de gezaghebber zelf kan worden genomen en in welke gevallen daarvoor een machtiging van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is vereist. Tenslotte is in artikel 100h bepaald dat zowel in het noodpaspoort als in het laissez-passer de datum waarop het nooddocument moet worden ingeleverd de datum is waarop de geldigheidsduur van het document eindigt.

Onderdeel HHH (artikel 104)

Dit artikel kan vervallen, omdat het is uitgewerkt.

Artikel II (wijziging Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001)

Onderdelen A (artikel 1), N (artikel 37) en R (artikel 54)

De openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn nieuwe bestuurlijke eenheden in het Nederlandse staatsbestel, waarin aan de gezaghebbers bevoegdheden zijn toegedeeld op het terrein van de paspoortuitgifte. Dit betekent onder andere dat er tussen de openbare lichamen en andere autoriteiten die Nederlandse reisdocumenten uitgeven, gegevensuitwisseling plaatsvindt over uitgereikte of definitief aan het verkeer onttrokken reisdocumenten. Hieraan zijn in de paspoortuitvoeringsregelingen verschillende bepalingen gewijd, hetgeen het opnemen van een definitie van openbare lichamen in artikel 1 wenselijk maakt (zie ook de onderdelen M en S).

Ten tijde van de geleidelijke invoering in 2009 van de aanvraagstations voor het opnemen c.q. digitaliseren van foto, handtekening en vingerafdrukken van de aanvrager, is naast elkaar gebruik gemaakt van het oude aanvraagformulier en het zogenaamde foto- en handtekeningformulier dat het nieuwe aanvraagstation hoort. Bij regeling van 9 september 2009 (Stcrt. 2009, 13960) zijn de bepalingen met betrekking tot het gebruik van het oude aanvraagformulier uit de paspoortuitvoeringsregelingen geschrapt, waarbij echter enige bepalingen over het hoofd zijn gezien. Van deze gelegenheid wordt gebruik gemaakt om die omissie te herstellen.

Voorts bleek abusievelijk nog het sofi-nummer in de regeling te zijn genoemd. Deze term is in de desbetreffende bepalingen vervangen door het burgerservicenummer.

Onderdelen B tot en met L (artikelen 11, 12, 13, 14, 16, 18, 19, 20 en 26)

Deze wijzigingen komen grotendeels overeen met de wijzigingen van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001, genoemd in artikel I, onderdelen D en E, van deze regeling. Gemakshalve wordt verwezen naar de toelichting bij de desbetreffende onderdelen.

Onderdeel P (artikel 46)

Het woord gezaghebber is in het opschrift van dit artikel vervangen door ‘degene die het gezag uitoefent’ om begripsverwarring te voorkomen. In het onderhavige artikel wordt namelijk niet de gezaghebber van een openbaar lichaam bedoeld, maar degene die het gezag over een minderjarige uitoefent.

Onderdeel Q (artikel 47)

Bij regeling van 5 juli 2006 (Stcrt. 2006, nr. 136) is de mogelijkheid tot het aanbrengen van een noodverlenging in Nederlandse reisdocumenten vervallen. Artikel 45, eerste lid, ziet op het bijschrijven van kinderen in paspoorten waarin een noodverlenging is aangebracht. Reisdocumenten die als gevolg van een daarin aangebrachte noodverlenging nog geldig zijn, zijn echter niet meer in omloop. De betreffende bepaling is daarmee op dit onderdeel uitgewerkt.

Onderdeel V (artikel 116)

Dit artikel kan vervallen, omdat het is uitgewerkt.

Artikel III (wijziging Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee 2001)

Dit artikel bevat uitsluitend wijzigingen van bepalingen die hiervoor al zijn toegelicht bij vergelijkbare wijzigingen in artikel I en II van deze regeling. Gemakshalve wordt naar de toelichting bij die artikelen verwezen.

Artikel IV (wijziging bijlagen)

Wijziging inhoudsopgave

Met enige regelmaat verandert de naam van de leverancier. Om te voorkomen dat een wijziging van de naam er toe leidt dat de uitvoeringsregelingen moeten worden aangepast, wordt afgezien van een nadere aanduiding van de leverancier en volstaan met een verwijzing naar de "leverancier", zoals deze in artikel 1, eerste lid, van deze regeling is gedefinieerd.

Wijziging bijlage C (modelformulieren)

In de modelformulieren C4, C5, C6, C11 en C12 zijn redactionele toevoegingen aangebracht in verband met de bevoegdheden van de Gouverneurs en de Gezaghebbers.

Wijziging bijlage D

De redactie is in overeenstemming gebracht met de gewijzigde staatkundige verhoudingen.

Wijziging bijlage F

Abusievelijk werd in bijlage F nog het sofi-nummer genoemd. Bij deze is dit vervangen door het burgerservicenummer.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A.Th.B. Bijleveld-Schouten.


XNoot
1

Zie de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen.

Naar boven