De Minister van Justitie,
Gelet op de artikelen 373, 391, 541,
tweede lid, 556, eerste lid en 587, tweede lid, van het Wetboek van
Strafvordering en artikel 3, eerste lid, van het Besluit kennisgeving
gerechtelijke mededelingen;
Besluit:
ARTIKEL I
In artikel 1 van de Regeling houdende aanwijzing
van ambtenaren van politie en functionarissen ten behoeve van uitreiking en
betekening van gerechtelijke stukken (Stcrt. 2004, 123) komt onderdeel c te
luiden:
ARTIKEL II
Aan artikel 1 van de Regeling houdende bepalingen
met betrekking tot de uitreiking van gerechtelijke mededelingen aan de griffier
(Stcrt. 2005, 204) wordt onder vervanging van de punt aan het slot van
onderdeel c door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
ARTIKEL III
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
TOELICHTING
Algemeen
Per 1 augustus 2005 is de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie
(CVOM) een landelijk onderdeel van het openbaar ministerie geworden. Bij
aanvullend besluit bij de Organisatieregeling dienstonderdelen Openbaar
Ministerie van 26 augustus 2005 (Stcrt. 174, p. 12) is de CVOM als zelfstandig
dienstonderdeel onder de beheersstructuur van het openbaar ministerie gebracht.
Volgens art. 2 van deze regeling heeft de CVOM vanaf 15 februari 2006 onder
meer tot taak het behandelen van zaken strafbaar gesteld ingevolge artikel 30
van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) en artikel 8 van
de Wegenverkeerswet 1994.
In de genoemde categorieën zaken worden de dagvaardingen door de
officier van justitie bij de CVOM uitgebracht. Ook de verdere administratieve
afhandeling van de betekening in die zaken ligt bij de CVOM. In deze regeling
wordt een tweetal strafvorderlijke regelingen aangepast met het oog op een
doelmatig werkproces van de CVOM.
Artikelsgewijs
Artikel I
In artikel 1, onder c, van de Regeling houdende aanwijzing van
ambtenaren van politie en functionarissen ten behoeve van uitreiking en
betekening van gerechtelijke stukken (Stcrt 2004, 123) was tot dusverre
geregeld dat van het openbaar ministerie, alleen de ambtenaren, werkzaam bij de
onderdelen genoemd in art. 134, eerste lid, onder b tot en met d, van de Wet op
de rechterlijke organisatie (Wet RO) gerechtelijke stukken kunnen betekenen en
uitreiken. Per 1 juni 2007 is echter in art. 134, eerste lid, Wet RO een nieuw
onderdeel d, dat inhoudt dat het functioneel parket een tot het openbaar
ministerie behorend parket is, ingevoegd en is het aanvankelijke onderdeel d,
dat de ressortsparketten aanwijst als tot het openbaar ministerie behorende
parketten, verletterd tot onderdeel e. Artikel 1, onder c, van laatstgenoemde
regeling is in verband hiermee abusievelijk niet aangepast. Om deze omissie te
herstellen en tevens te regelen dat ook andere medewerkers van het openbaar
ministerie, daaronder ook begrepen de medewerkers van de CVOM, bevoegd zijn tot
het uitreiken en betekenen van gerechtelijke stukken wordt in algemene zin
medewerkers van het openbaar ministerie die bevoegdheid toegekend.
Artikel II
Wanneer een dagvaarding niet aan de verdachte kan worden
uitgereikt vindt uitreiking daarvan plaats aan de griffier van de rechtbank
waar de zaak zal dienen (art. 588 Wetboek van Strafvordering). Art. 3 van het
Besluit kennisgeving gerechtelijke mededelingen (Stb. 2005, 497) bepaalt dat het
openbaar ministerie in dit verband kan volstaan met een verzending naar de
betreffende griffie van de rechtbank in bij ministeriële regeling aan te wijzen
gevallen. Volgens de nota van toelichting gaat het dan vooral om de gevallen
waarin door centralisering van taken van het openbaar ministerie het
desbetreffende onderdeel van het OM en de griffie ver van elkaar zijn
gevestigd. In de nota van toelichting worden in dit verband het landelijk
parket, het functioneel parket en het CJIB genoemd. In de gelijktijdig
inwerking getreden Regeling houdende bepalingen met betrekking tot de
uitreiking van gerechtelijke mededelingen aan de griffier (Stcrt. 2005, 204)
zijn deze drie genoemde instanties aangewezen als bedoeld in art. 3 van het
Besluit.
Thans worden vele dagvaardingen en oproepingen vanuit de CVOM
uitgebracht. De Regeling houdende bepalingen met betrekking tot de uitreiking
van gerechtelijke mededelingen aan de griffier biedt echter thans niet de
mogelijkheid voor medewerkers van de CVOM, waarvoor evenzeer geldt dat het
vanuit een centraal punt in Nederland taken van het OM vervult, om mededelingen
met betrekking tot gerechtelijke stukken aan griffies toe te zenden. In de
praktijk van de CVOM bestaat daaraan sterk de behoefte. Met de onderhavige
regeling wordt, overeenkomstig de strekking van art. 3 van het Besluit
kennisgeving gerechtelijke mededelingen, voorzien in de mogelijkheid voor
medewerkers van de CVOM om gerechtelijke mededelingen aan een in een andere
plaats of gebouw gevestigde griffie toe te zenden.
De Minister van
Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin.