Opsporingsvergunning voor aardwarmte Brielle

9 april 2009

Nr. ET/EM/9065654

De Minister van Economische Zaken,

Procesverloop

  • P.N.A. van Dijk Beheer B.V (hierna te noemen Van Dijk) heeft op 15 augustus 2008 een aanvraag – d.d. 14 augustus 2008 – ingediend om een opsporingsvergunning ingevolge artikel 6 van de Mijnbouwwet (Stb. 2002, 542) voor de opsporing van aardwarmte voor de duur van 4 jaar in het gebied aangeduid als Brielle. Het betreffende gebied heeft een omvang van 7,15 km2 en is gelegen in de gemeenten Brielle, Westvoorne en Rotterdam;

  • naar aanleiding van de onderhavige aanvraag is in de Staatscourant van 19 september 2008, een uitnodiging geplaatst voor het indienen van concurrerende aanvragen om een opsporingsvergunning voor aardwarmte;

  • binnen de periode van dertien weken na plaatsing van bovenbedoelde uitnodiging in de Staatscourant is geen andere aanvraag om een opsporingsvergunning voor aardwarmte in het onderhavige gebied Brielle ontvangen;

  • TNO Bouw en Ondergrond, adviesgroep Economische Zaken, (hierna te noemen TNO) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken per brief gedateerd 14 januari 2009, ontvangen op 23 januari 2009, advies uitgebracht. Staatstoezicht op de mijnen (hierna te noemen Sodm) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken per brief gedateerd 18 november 2008, ontvangen op 19 november 2008, advies uitgebracht;

  • de provincie Zuid-Holland is gevraagd – bij schrijven d.d. 26 januari 2009 – advies uit te brengen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt;

  • de Mijnraad heeft op 19 maart 2009 op basis van artikel 105, derde lid, van de Mijnbouwwet advies uitgebracht met kenmerk MIJR/9031397.

Overwegingen:

  • voor het gebied waarvoor de opsporingsvergunning wordt aangevraagd, geldt niet een door een ander gehouden opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte of een opslagvergunning (artikel 7 eerste en tweede lid van de Mijnbouwwet). Het bedoelde gebied ligt in het gebied van de winningsvergunning Botlek van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V.;

  • Sodm adviseert het voorschrift op te nemen om op permanente basis een contactpersoon met de vereiste boortechnische en operationele ervaring beschikbaar te stellen;

  • De Mijnraad adviseert de Minister van Economische Zaken de opsporingsvergunning in overeenstemming met het ingediende werkprogramma te verlenen aan Van Dijk. Wel adviseert de Mijnraad het tijdvak waarvoor de vergunning geldt, te beperken tot twee jaren. Ik heb besloten het advies van de Mijnraad op dit punt te volgen, gezien het voornemen van Van Dijk om reeds in 2009 te gaan boren. Mocht dit tijdvak onvoldoende zijn om de activiteiten waarvoor de vergunning geldt, te voltooien dan kan Van Dijk, een aanvraag om verlenging van het tijdvak waarvoor de vergunning geldt, indienen.

  • Voorts adviseert de Mijnraad nader te onderzoeken of de financiële capaciteit van de aanvrager toereikend is, gelet op de financiële lasten en risico’s verbonden aan het uitvoeren van een boring. Hieromtrent wil ik mededelen dat ik thans geen aanleiding heb, te veronderstellen dat de geplande booractiviteiten tot problemen bij de beoogde vergunninghouder zullen leiden.

  • Noch de technische of financiële mogelijkheden van de aanvrager, noch de wijze waarop hij voornemens is de opsporingsactiviteiten in het gebied Brielle te verrichten, noch gebrek aan efficiëntie en verantwoordelijkheidszin bij opsporingsactiviteiten geven aanleiding de gevraagde vergunning te weigeren. Hiermee is voldaan aan het vereiste van artikel 9, eerste lid, onder a tot en met c van de Mijnbouwwet;

  • Met inachtneming van de hiervoor aangehaalde adviezen heb ik besloten over te gaan tot het verlenen van een opsporingsvergunning aan Van Dijk voor de duur van twee jaren.

Gelet op de artikelen 2, derde lid, 6, 7, 9, 11, eerste tot en met het derde lid alsmede de eerste volzin van het vierde lid, 12, 15, 16, 17, en 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede artikel 1.3.1 van de Mijnbouwregeling.

Besluit:

Artikel 1

Aan P.N.A. van Dijk Beheer B.V. wordt een opsporingsvergunning voor aardwarmte verleend.

Artikel 2

De vergunning geldt voor het gebied Brielle dat wordt begrensd door de volgende punten 1, 2, 3 en 4 en de rechte lijnen daartussen. De coördinaten van deze punten zijn:

 

X

Y

1.

68892,00

437956,00

2.

70633,00

438911,00

3.

72389,00

435846,00

4.

70648,00

434814,00

Bovenstaande coördinaten zijn weergegeven volgens het coördinatenstelsel van de Rijksdriehoekmeting, zoals vermeld in artikel 1.2.2, onder a, van de Mijnbouwregeling.

De oppervlakte van het vergunde gebied bedraagt 7,15 km2.

Artikel 3

De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van zijn op 15 augustus 2008 ingediende aanvraag.

Artikel 4

De vergunninghouder stelt voor aanvang van de boorwerkzaamheden een contactpersoon aan met boortechnische en operationele ervaring en stelt hiervan de Minister van Economische Zaken alsmede Staatstoezicht op de mijnen schriftelijk tijdig op de hoogte. De contactpersoon beschikt over de vereiste bevoegdheden om leiding te geven aan de boor- en aanverwante activiteiten en om instructies van inspecteurs van Staatstoezicht op de mijnen uit te voeren.

Artikel 5

De vergunning geldt tot twee jaren, nadat zij onherroepelijk is geworden.

Artikel 6

De vergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

MT-lid directie Energiemarkt,

Y. Peters.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/204), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven