Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerStaatscourant 2009, 49Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 26 februari 2009, nr. RB/2008107670, houdende wijziging van de Regeling detectie radioactief besmet schroot

De Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 4, 5 en 6 van het Besluit detectie radioactief besmet schroot;

Besluiten:

ARTIKEL I

De Regeling detectie radioactief besmet schroot wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef vervalt de zinsnede ‘en de daarop berustende bepalingen’.

2. In de alfabetische rangschikking wordt het volgende begrip en de daarbij behorende begripsomschrijving ingevoegd:

Minister:

Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;.

3. De begripsomschrijving van het begrip ‘verhoogd stralingsniveau’ komt te luiden: niveau van omgevingsdosisequivalenttempo dat gelijk is aan of hoger is dan 10 nSv.h-1 boven het omgevingsdosisequivalenttempo van het achtergrondniveau.

B

Artikel 4, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Hij toont aan over die vaardigheden en bekwaamheden te beschikken door het overleggen van een verklaring van een instantie als aangegeven in deel III van de bijlage, dat hij een van de in dat deel van de bijlage aangewezen door die instantie verzorgde opleidingen heeft gevolgd.

C

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen’ vervangen door ‘kan’.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. De Minister kan de ontheffing intrekken, indien het belang van de bescherming tegen ioniserende straling dat noodzakelijk maakt.

D

De bijlage wordt vervangen door de bij deze regeling behorende bijlage.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2009.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.M. Cramer.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J.P.H. Donner.

BIJLAGE BIJ ARTIKEL I, ONDER D

Bijlage bij de Regeling detectie radioactief besmet schroot

Deel I. Voorschriften met betrekking tot detectieapparatuur, de wijze van meten en de omstandigheden waaronder de metingen worden verricht

Apparatuur
  • 1. Indien een lading schroot per auto of per trein binnen de inrichting wordt gebracht, wordt deze lading gemeten met een poortdetector.

  • 2. Indien een lading schroot per schip in bulk wordt aangevoerd, wordt deze lading gemeten:

    • a. met een kraandetector of

    • b. met een poortdetector, nadat de lading schroot is overgeladen in een of meer containers.

Voorschriften met betrekking tot detectoren

Met betrekking tot een detector geldende voorschriften:

  • 1. een detector moet in ieder geval gammastraling kunnen meten;

  • 2. de detectors van een poortdetector vormen een integraal meetsysteem;

  • 3. de horizontale afstand tussen de detectors van een poortdetector bedraagt niet meer dan 6 meter;

  • 4. de detectielimiet van iedere afzonderlijke detector wordt bepaald met toepassing van formule:

    detectielimiet = 3,39 x √ achtergrondteltempo (s–1)

  • 5. het alarmniveau van een detector wordt ten hoogste 10 nSv.h–1 ingesteld boven de detectielimiet;

  • 6. de detector is zodanig ingericht en ingesteld, dat het meten van een verhoogd stralingsniveau wordt aangegeven door een akoestisch of visueel signaal;

  • 7. degene die de inrichting drijft, laat minimaal eenmaal per jaar de aanwezige detectoren testen door een deskundig bedrijf op het voldoen aan het onder 6 gestelde voorschrift, waarbij is verzekerd dat een toename van het omgevingsdosisequivalenttempo op enig punt van het oppervlak van een detector met 10 nSv.h–1, veroorzaakt door een stilstaande onafgeschermde Cs-137 bron, ertoe leidt dat het akoestisch of visueel signaal wordt gegeven;

  • 8. indien een afwijking wordt geconstateerd bij de in het voorschrift 7 bedoelde testmeting, zorgt degene die de inrichting drijft, ervoor dat deze zo spoedig mogelijk ongedaan wordt gemaakt;

  • 9. van de bepaling van de detectielimieten en van de testmetingen worden rapportages opgesteld.

Meten van een lading schroot

Meten met een poortdetector geschiedt op de volgende wijze:

  • 1. de te bemeten lading schroot verplaatst zich tijdens het meten met een snelheid van niet hoger dan 10 km/uur tussen de detectoren;

  • 2. de integratietijd tijdens het meten bedraagt niet meer dan 1 seconde.

Meten met een kraandetector geschiedt op de volgende wijze:

  • 1. het stralingsniveau wordt gemeten door iedere greep schroot van een kraan te bemeten, waarbij geen delen schroot zodanig ver uit de grijper mogen steken of hangen dat het stralingsniveau daarvan niet meer gemeten wordt;

  • 2. de integratietijd tijdens het meten bedraagt niet meer dan 1 seconde.

Deel II. Voorschriften met betrekking tot de registratie van meetgegevens

Gegevens per meting
  • 1. Een register als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het besluit, bevat van iedere meting de volgende gegevens:

    de datum van de meting;

    het tijdstip van de meting;

    de meetwaarde van de meting;

    soort meetapparatuur waarmee de meting is uitgevoerd met vermelding van de gegevens betreffende merk en type van die apparatuur.

  • 2. Indien bij een meting het alarm is afgegaan, worden voorts de volgende gegevens geregistreerd:

    het afgaan van het alarm;

    de achtergrondmeetwaarde op het moment van de meting;

    het alarmniveau waarop de detector is ingesteld op het moment van de meting;

    naam en adres van de leverancier van de gemeten lading schroot;

    naam en adres van de vervoerder van de gemeten lading schroot;

    plaats en land van herkomst van de gemeten lading schroot;

    het kenteken van het transportmiddel waarmee de gemeten lading schroot binnen de inrichting is gebracht.

  • 3. Bij het meten van schroot met een kraandetector wordt het meten van één greep schroot met een kraan beschouwd als één meting.

  • 4. De registratie is zo ingericht dat de met betrekking tot een meting geregistreerde gegevens in samenhang kunnen worden bezien.

Periode voor het bewaren van de gegevens

De in het register opgenomen gegevens worden gedurende ten minste vijf jaren bewaard.

Rapportages uit deel I

De rapportages, bedoeld in deel I van deze bijlage, worden in het register opgenomen.

Deel III. Vaardigheden en bekwaamheden

Vaardigheden en bekwaamheden

Een aangewezen persoon als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het besluit beschikt over de volgende vaardigheden en bekwaamheden:

  • 1. Aantoonbare kennis van de volgende onderwerpen:

    • a. het begrip ioniserende straling;

    • b. soorten van ioniserende straling;

    • c. grootheden en eenheden met betrekking tot ioniserende straling;

    • d. stralingsbescherming en besmettingsrisico's;

    • e. biologische gevolgen van ioniserende straling;

    • f. soorten apparatuur voor het meten van ioniserende straling;

    • g. uiterlijke kenmerken van objecten met mogelijke stralingsrisico's;

    • h. de Inspectierichtlijn metaal en schroot met radioactieve stoffen d.d. 25 februari 2003.

  • 2. Praktische ervaring met:

    • a. de afstandkwadratenwet;

    • b. de bepaling van de soort ioniserende straling;

    • c. de bepaling van de halveringsdikte;

    • d. het opsporen en detecteren van een gammastralingsbron, onder andere in een opslag- of transportcontainer.

Opleidingen

Als opleidingen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, worden aangewezen:

  • a. ‘Praktijkstudiedag Ioniserende Straling voor de Metaal & Schroothandel’, ontwikkeld door de Röntgen Technische Dienst BV (RTD) in samenwerking met SBC/Elsevier opleiding en advies;

  • b. ‘Omgaan met radioactiviteit met betrekking tot Metaal- en Schroothandelaren’, ontwikkeld door de Nuclear Research and consultancy Group v.o.f. (NRG).

Met een opleiding als bedoeld in artikel 4, tweede lid, wordt gelijkgesteld een opleiding, gegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie, dan wel een staat niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een opleidingsniveau waarborgt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.

TOELICHTING

Algemeen

Inleiding

Op 1 januari 2003 is het Besluit detectie radioactief besmet schroot (‘het Besluit’) in werking getreden. Op 30 april 2003 volgde de inwerkingtreding van de daarop gebaseerde Regeling detectie radioactief besmet schroot (‘de Regeling’).

Het Besluit verplicht bedrijven met een hoge omzet aan schroot tot het gebruik van apparatuur voor de detectie van radioactief besmet metaalschroot en het stellen van financiële zekerheid voor de kosten van het verwijderen van radioactief besmet metaalschroot.

In de Regeling zijn eisen gesteld ten aanzien van de detectieapparatuur en de wijze van meten, ten aanzien van de registratie van meetgegevens en ten aanzien van de vaardigheden en bekwaamheden van personen.

In de praktijk is gebleken dat het Besluit en de Regeling op een aantal punten verbetering behoeven. In de Regeling zijn daarom de volgende wijzigingen aangebracht:

  • Er is een begripsomschrijving van ‘Minister’ toegevoegd en de begripsomschrijving van ‘verhoogd stralingsniveau’ is verduidelijkt. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in de aanhef van artikel 1 een onjuiste zinsnede te schrappen.

  • Het volgen van een opleiding is voortaan verplicht voor de persoon die door de ondernemer is belast met (het toezicht op) de metingen.

  • Het bevoegd gezag voor het verlenen van ontheffingen van de voorschriften uit de delen I en II van de bijlage is vereenvoudigd. Tevens wordt het mogelijk verleende ontheffingen in te trekken.

  • De voorschriften met betrekking tot de te gebruiken detectie-apparatuur, de registratie van meetgegevens en de vereiste vaardigheden en bekwaamheden zijn op een aantal punten verduidelijkt, vereenvoudigd en beter aangepast aan de dagelijkse praktijk.

  • Er is een regeling opgenomen voor de erkenning van vergelijkbare diploma’s uit andere lid-staten van Europese Unie en andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte.

Het Besluit is onlangs gewijzigd door het Besluit van 11 november 2008 tot wijziging van het Besluit detectie radioactief besmet schroot (beperking reikwijdte), (Stb. 2008, 543).

Administratieve lasten

Een aantal onderdelen van het Besluit en de Regeling bevat administratieve lasten voor het bedrijfsleven. Administratieve lasten worden veroorzaakt door informatieverplichtingen aan de overheid die zijn opgenomen in regelgeving. Een informatieverplichting is de plicht om informatie te verzamelen, bewerken, bewaren en/of op te sturen. Het betreft de volgende informatieverplichtingen:

  • Meten van radioactiviteit (artikel 2).

  • Het registreren van de metingen (artikel 3).

  • Vaardigheden en bekwaamheden verantwoordelijke persoon (artikel 4).

De Regeling bevat de mogelijkheid voor bedrijven om een ontheffing aan te vragen voor de voorschriften uit bijlagen I en II van de Regeling. De afgelopen vijf jaar is het slechts eenmaal voorgekomen dat een bedrijf ontheffing heeft gevraagd. De administratieve lasten die uit deze verplichting voortvloeien zijn verwaarloosbaar.

De huidige administratieve lasten voor het bedrijfsleven op basis van het Besluit en de Regeling zijn gecorrigeerd van € 3,1 miljoen per jaar naar € 7,5 miljoen per jaar. De reden hiervoor is dat er meer bedrijven onder de huidige regelgeving vallen dan bij de inwerkingtreding werd aangenomen.

Door de wijziging van de Regeling dalen de administratieve lasten voor het bedrijfsleven met € 3,0 miljoen per jaar ten opzichte van de gecorrigeerde huidige administratieve lasten van € 7,5 miljoen per jaar. Dit is een reductie van 40%.

De administratieve lasten voor de bedrijven zijn verder gedaald doordat de investeringen die de bedrijven hebben moeten doen bij de invoering van het Besluit zijn afgeschreven. Hiermee dalen de jaarlijkse administratieve lasten met € 0,9 miljoen (12,2%).

De Regeling heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten voor burgers, omdat de Regeling alleen op bedrijven van toepassing is.

Notificatie

De ontwerpregeling is op 23 juni 2008 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen [notificatienummer 2008/0248/NL] ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204, zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217). Naar aanleiding van de notificatie zijn geen reacties ontvangen.

De regeling heeft geen significante gevolgen voor de handel, zodat geen melding bij de WTO heeft plaatsgevonden.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A, onder 3

Het begrip ‘verhoogd stralingsniveau’ is verduidelijkt. Het begrip wordt nu gerelateerd aan een werkelijk stralingsniveau in plaats van aan een gemeten stralingsniveau.

Onderdeel B

Door wijziging van artikel 4, tweede lid, is het volgen van één van de in de bijlage aangewezen opleidingen verplicht geworden. Met de oude formulering was het overleggen van een verklaring van de opleidingsinstantie dat men de opleiding had gevolgd een mogelijkheid om aan te tonen dat men over de voorgeschreven vaardigheden en bekwaamheden beschikte. Met de nieuwe formulering is het volgen van een van die opleidingen verplicht gesteld en dient men ten bewijzen daarvan een verklaring van de desbetreffende instantie te overleggen.

Onderdeel C

Het bevoegde gezag voor de verlening van ontheffingen voor de voorschriften uit de bijlagen I en II wordt vereenvoudigd (art. 5, eerste lid). Deze voorschriften hebben betrekking op detectieapparatuur, de wijze van meten en de omstandigheden waaronder de metingen worden verricht en op de registratie van meetgegevens. Voortaan zal de verlening van deze ontheffingen geschieden door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) alleen, in plaats van door de Ministers van VROM en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gezamenlijk.

Op grond van het nieuwe derde lid van artikel 5 is de Minister van VROM voortaan ook bevoegd een eenmaal verleende ontheffing in te trekken, indien het belang van de bescherming tegen ioniserende straling dat noodzakelijk maakt.

Onderdeel D

Vanwege de vele wijzigingen in bijlage wordt de bijlage in zijn geheel vervangen.

BIJLAGE

Deel I

In deel I van de bijlage zijn voorschriften met betrekking tot detectieapparatuur, de wijze van meten en de omstandigheden waaronder de metingen worden verricht, opgenomen.

Aangezien de mogelijkheid om met handmeetapparatuur te meten uit het Besluit is geschrapt, zijn de voorschriften met betrekking tot handmeetapparatuur komen te vervallen.

Van de poortdetector wordt verwacht dat het een geïntegreerd meetsysteem betreft. Dat wil zeggen dat het systeem een meting in samenhang verwerkt en bij een verhoogd stralingsniveau een akoestisch of visueel signaal geeft.

De maximale afstand tussen de detectoren van een poortdetector is verhoogd van 4,5 naar 6 meter. Dit is om tegemoet te komen aan de praktijk. Onderzoek heeft aangetoond dat de mogelijkheid tot detectie weinig afneemt bij het vergroten van de afstand van 4,5 naar 6 meter.

Voor de bepaling van de detectielimiet hoeft niet langer gebruik gemaakt te worden van ISO 11929. In de praktijk stuitte dit veelal op problemen, waardoor nu gekozen is voor een meer pragmatische aanpak door een eenvoudige formule voor te schrijven voor het bepalen van de detectielimiet.

Tevens is de kalibratie van de meetapparatuur komen te vervallen en is nu alleen een jaarlijkse testmeting verplicht. Een geconstateerde afwijking bij deze testmeting moet zo spoedig mogelijk ongedaan worden gemaakt.

Deel II

In deel II van de bijlage zijn de registratieverplichtingen opgenomen. Die waren voor elke meting hetzelfde. Door wijziging van deel II hoeven voor metingen waarbij het alarm niet is afgegaan, voortaan minder gegevens te worden geregistreerd. De gegevens worden geregistreerd ten behoeve van de handhaving door de inspecties. Het bleek in de praktijk voor de metingen die niet tot een alarm leiden voldoende om datum, tijdstip, meetwaarde en de aard en type van de meetapparatuur te registreren.

Naast de gegevens die voor elke meting worden geregistreerd, moeten, indien het alarm afgaat, ook de volgende gegevens worden geregistreerd: de achtergrondmeetwaarde op het moment van de meting, het alarmniveau waarop de detector is ingesteld op het moment van de meting, de naam en het adres van de afzender van de gemeten lading schroot, de naam en het adres van de vervoerder van de gemeten lading schroot, plaats en land van herkomst van de gemeten lading schroot en het kenteken van het transportmiddel waarmee de gemeten lading schroot binnen de inrichting is gebracht.

De bewaartermijn van de geregistreerde gegevens is teruggebracht van tien jaar naar vijf jaar.

Deel III

In deel III van de bijlage zijn de vaardigheden en bekwaamheden vermeld waarover personen moeten beschikken die bij een inrichting de metingen verrichten of onder wiens toezicht die metingen worden verricht.

In artikel 4, tweede lid, van de Regeling is aangegeven dat men een verklaring dient te overleggen waaruit blijkt dat men heeft deelgenomen aan (een van) de in de bijlage aangewezen opleidingen.

Als zodanig was reeds aangewezen de ‘Praktijkstudiedag Ioniserende Straling voor de Metaal & Schroothandel’, ontwikkeld door de Röntgen Technische Dienst BV (RTD) in samenwerking met SBC/Elsevier opleiding en advies. Daaraan is nu toegevoegd de opleiding ‘Omgaan met radioactiviteit met betrekking tot Metaal- en Schroothandelaren’, ontwikkeld door de Nuclear Research and consultancy Group v.o.f. (NRG).

Er is een regeling opgenomen voor de erkenning van vergelijkbare diploma’s uit andere lid-staten van de Europese Unie en andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.M. Cramer.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J.P.H. Donner.