Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatscourant 2009, 20820Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 18 december 2009, nr. WJZ/9157952, houdende wijziging van de Regeling universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen in verband met een vereenvoudiging van de tariefstructuur

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op artikel 2.5, derde lid, onderdeel b, van het Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 1.1 vervallen de onderdelen d, e en f onder verlettering van de onderdelen g en h tot d en e.

B

Artikel 2.1, tweede lid, komt te luiden:

2. De in artikel 2.5, derde lid, onderdeel b, van het besluit bedoelde gebruiksafhankelijke tarieven bedragen voor oproepen naar abonnees aan wie een geografisch nummer in gebruik is gegeven ten hoogste € 0,132 per minuut met een starttarief van ten hoogste € 0,057 per gesprek.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2010.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 18 december 2009

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

M.J.A. van der Hoeven.

TOELICHTING

Met deze wijziging van artikel 2.1, tweede lid, van de Regeling universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen wordt de tariefstructuur van het bereikbaarheidsabonnement vereenvoudigd. Artikel 2.1, tweede lid, regelt de betaalbaarheid van het bereikbaarheidsabonnement door maximumtarieven vast te stellen voor de gebruiksafhankelijke tarieven.

Voor de inwerkingtreding van deze regeling werden verschillende maximumtarieven gehanteerd voor gesprekken die werden gevoerd in de piekuren of in de daluren. Daarnaast werd een verschillend tarief gehanteerd voor gesprekken die binnen of buiten het basistariefgebied werden gevoerd. Met deze regeling vervalt het tariefonderscheid voor gesprekken gevoerd tijdens piek- en daluren en binnen en buiten het basistariefgebied. De tarieven worden vervangen door één tarief van € 0,132 per minuut met een starttarief van € 0,057 per gesprek.

Deze vereenvoudiging past in de ontwikkeling dat de tarieven tegenwoordig minder afhankelijk zijn van het gebruik (zogenaamde ‘flat fee’ tarieven). Daarnaast raakt het onderscheid binnen en buiten het basistariefgebied achterhaald. Voor KPN, de huidige aanbieder van het bereikbaarheidsabonnement, maakt het wat kosten betreft namelijk relatief weinig uit of er binnen of buiten het basistariefgebied wordt gebeld. Verder wordt met deze vereenvoudiging de tarifering voor de consument transparanter en duidelijker. Ten slotte brengt de wijziging voor KPN een vereenvoudiging van de interne processystemen met zich mee.

De effecten van deze vereenvoudiging zijn door KPN berekend. Voor KPN zijn deze nieuwe tarieven omzetneutraal. Naar verwachting zal de wijziging neutraal uitwerken voor 43% van de consumenten met dit abonnement. Circa 37% van de consumenten die veel binnen het basistariefgebied bellen, gaan vermoedelijk meer betalen. Van de consumenten met het bereikbaarheidsabonnement gaat ongeveer 20% minder betalen; het betreft vooral consumenten die veel gesprekken voeren buiten het basistariefgebied. Voor consumenten die relatief meer moeten betalen, geldt dat er goedkopere alternatieven voorhanden zijn in de vorm van een belabonnement (artikel 2.5, derde lid, onder a, van het Besluit universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen) of bellen met een mobiele telefoon (met abonnement of prepaid).

Het college van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (hierna: het college) is in de gelegenheid gesteld een uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets op de ontwerp-regeling uit te voeren. Bij brief van 25 november 2008, kenmerk OPTA/ACNB/2009/203524 heeft het college in dit kader een advies uitgebracht. Het college voorziet bij deze wijziging geen problemen in de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid en is van mening dat de voorgenomen wijziging van de regeling uitvoerbaar is.

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

M.J.A. van der Hoeven.