Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2009, 17329 | Vergunningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2009, 17329 | Vergunningen |
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Handelende in overeenstemming met de Minister van volksgezondheid, welzijn en Sport;
Gelezen het verzoekschrift van SKH te Wageningen d.d. 17 augustus 2009;
Overwegende dat SKH sinds 22 januari 1997 de bevoegdheid heeft voor bepaalde categorieën machines van richtlijn 98/37/EG, EG-typeonderzoeken te verrichten;
Overwegende dat voor EG-typeonderzoeken van machines volgens richtlijn 2006/42/EG een aparte aanwijzing noodzakelijk is;
Overwegende dat een aangewezen aangemelde instelling moet voldoen aan de criteria voor aanwijzing, die krachtens artikel 7a van de Warenwet in hoofdstuk 5 van het Warenwetbesluit machines zijn vermeld;
Overwegende dat de toezichtgegevens, brief IWI kenmerk 2009/3298 van 14 september 2009, geen aanleiding geven SKH een aanwijzing voor werkvelden van richtlijn 2006/42/EG die identiek zijn aan de werkvelden van richtlijn 98/37/EG te onthouden;
Overwegende dat SKH is geaccrediteerd voor de categorieën machines waarop deze aanwijzing betrekking heeft;
Overwegende dat bij de stelselherziening voor het aanwijzen van certificerende instellingen de geldigheidsduur van aanwijzingen is beperkt tot maximaal vier jaar;
Gelet op artikel 7a, eerste lid,van de Warenwet en hoofdstuk 5 van het Warenwetbesluit machines,
Besluit:
In deze beschikking wordt verstaan onder:
de Warenwet;
het Warenwetbesluit machines zoals het luidt na inwerkingtreding van de wijziging, gepubliceerd in Stb 2008, 236;
hetgeen het besluit daaronder verstaat;
richtlijn nr. 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2006 betreffende machines en tot wijziging van richtlijn 95/16/EG (PbEU L 157);
de Warenwetregeling machines.
1. SKH, Nieuwe Kanaal 9c te Wageningen wordt aangewezen als aangewezen aangemelde instelling, die bevoegd is tot het verrichten van EG-typeonderzoek overeenkomstig bijlage IX van de richtlijn en artikel 5, onderdeel b, onder 2° en artikel 5, onderdeel c, onder 1° van het besluit en het afgeven van verklaringen van EG-typeonderzoek met betrekking tot:
– cirkelzagen (eenbladig en meerbladig) voor de bewerking van hout en daarmee te stellen materialen (Bijlage IV van de richtlijn, categorie 1 en 1.1 t/m 1.4),
– vlakschaafmachines met handvoeding voor houtbewerking (Bijlage IV van de richtlijn, categorie 2),
– eenzijdige schaafmachines met manuele toevoer en/of afvoer voor houtbewerking (Bijlage IV van de richtlijn, categorie 3),
– lintzagen met vast of beweegbaar tafelblad en lintzagen met beweegbare slede met manuele toevoer en/of afvoer voor houtbewerking daarmee gelijk te stellen materialen (Bijlage IV van de richtlijn, categorie 4),
– gecombineerde machines van de in Bijlage IV van de richtlijn, categorie 1 tot en met 4 en categorie 7 bedoelde types machines voor de bewerking van hout en daarmee gelijk te stellen materialen (Bijlage IV van de richtlijn, categorie 5),
– pennenbanken met verschillende spillen met handvoeding voor houtbewerking (Bijlage IV van de richtlijn, categorie 6),
– freesmachines met verticale as, met handvoeding voor de bewerking van hout en daarmee gelijk te stellen materialen (Bijlage IV van de richtlijn, categorie 7),
– draagbare kettingzaag machines voor houtbewerking (Bijlage IV van de richtlijn, categorie 8).
2. Deze aanwijzing kan worden ingetrokken, indien de instelling niet meer voldoet aan de aanwijzingscriteria die zijn vermeld in artikel 3 van deze aanwijzingsbeschikking of haar taken beëindigt. Het voornemen tot intrekking wordt tijdig kenbaar gemaakt.
SKH, verder te noemen de instelling, voldoet aan de eisen gesteld in de wet, besluit, regeling en richtlijn die op aangewezen instellingen van toepassing zijn en neemt daarbij het volgende in acht:
a. De instelling deelt haar beslissingen met betrekking tot de afgifte, weigering of intrekking van een verklaring van EG-typeonderzoek zo spoedig mogelijk mede aan de aanvrager. Daarbij wordt de in de Algemene wet bestuursrecht vermelde termijn, waarbinnen bezwaar of beroep moet worden ingesteld, in acht genomen. Indien de instelling een verklaring van EG-typeonderzoek weigert te verstrekken dan wel intrekt, doet zij hiervan onmiddellijk mededeling aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onder opgave van de redenen. Van een weigering een verklaring van EG-typeonderzoek te verstrekken doet zij tevens mededeling aan de andere aangewezen aangemelde instellingen.
b. De instelling neemt met betrekking tot haar administratie beheersregels in acht, die tenminste voldoen aan de bij of krachtens de Archiefwet en het Archiefbesluit terzake gestelde regels.
c. De instelling zal de afgifte van verklaringen en de daaraan voorafgaande beoordeling van onderzoeksresultaten niet uitbesteden aan anderen. De instelling zorgt ervoor dat anderen, bedoeld in artikel 7a, tweede lid, van de wet, die de in dat artikellid bedoelde beproevingen verrichten, daarbij de wet, het besluit, de regeling en de richtlijn in acht nemen. Zij legt de daarvoor noodzakelijke afspraken schriftelijk vast en houdt tevens een register bij, aan de hand waarvan bedoelde anderen en de door deze uit te voeren beproevingen per soort afdoende kunnen worden geïdentificeerd.
d. De instelling verleent de personen, die met het toezicht op de naleving van de wet, het besluit, de regeling en het bepaalde in deze beschikking zijn belast, toegang tot alle plaatsen waarvan de betreding voor de vervulling van hun taak nodig is en verschaft hen op hun verzoek alle voor dit toezicht van belang zijnde informatie.
e. De instelling stelt het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid terstond in het bezit van de beoordelingsrapportages van de accreditatie-instelling betreffende de op haar naam gestelde accreditaties, alsmede van de daaromtrent gevoerde correspondentie, voor zover de accreditaties werkzaamheden betreffen als bedoeld in artikel 2 van deze beschikking. Tevens informeert zij genoemd ministerie onmiddellijk indien deze accreditaties hun geldigheid verliezen of dreigen te verliezen.
f. De instelling pleegt bij haar taakuitoefening overleg met de andere aangewezen aangemelde instellingen over een juiste en zo veel mogelijk uniforme toepassing van relevante (certificatie)procedures, onderzoeksmaatstaven, richtlijnvoorschriften en normen. Daarnaast blijft de instelling zich aantoonbaar vertegenwoordigen in het georganiseerd nationaal en internationaal overleg van de aangewezen aangemelde instellingen voor machines.
g. De instelling zendt het verslag van werkzaamheden over het afgelopen jaar, als bedoeld in artikel 7c, tweede lid van de wet en artikel 2c van de regeling, jaarlijks vóór 1 maart aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Den Haag, 9 oktober 2009
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze:
de Directeur Gezond en Veilig Werken,
M.P. Flier.
Overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht kan tegen deze beschikking door een belanghebbende bezwaar worden gemaakt. Daartoe moet binnen zes weken na de datum van verzending van deze beschikking een bezwaarschrift worden ingediend bij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, t.a.v. de Directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische aangelegenheden, Bureau Ondersteuning, Postbus 90801, 2509 LV Den Haag.
In het bezwaarschrift moet worden aangegeven waarom de beschikking niet juist gevonden wordt. Bij het bezwaarschrift dient een kopie van deze beschikking en van eventuele andere op de zaak betrekking hebbende stukken te worden gevoegd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2009-17329.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.