Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatscourant 2009, 16798Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Ecomische Zaken van 30 oktober 2009, nr. WJZ/9190878, houdende vaststelling van de correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor de stimulering van duurzame energieproductie in het jaar 2010 (Regeling vaststelling correcties voorschotverlening duurzame energieproductie 2010)

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 14, zesde lid, en 31, vijfde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. besluit:

het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

b. regeling 2008:

de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008;

c. regeling 2009:

de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009;

d. basisbedrag:

het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, en 28, eerste lid, van het besluit.

§ 2. Voorlopige correctiebedragen voorschotverlening Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008

Artikel 2

  • 1. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de regeling 2008 worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,052 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 2. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de regeling 2008 worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,225 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 3. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de regeling 2008 worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,098 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 4. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de regeling 2008 worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,047 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 5. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de regeling 2008 worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,047 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Artikel 3

  • 1. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de regeling 2008 worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,208 per Nm3 voor wat betreft de gasprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit.

  • 2. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, van de regeling 2008 worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,208 per Nm3 voor wat betreft de basisgasprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit.

§ 3. Voorlopige correctiebedragen voorschotverlening Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009

Artikel 4

  • 1. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de regeling 2009 worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,052 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 2. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van de regeling 2009 worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,225 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 3. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b, van de regeling 2009 worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

    • a. de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit zoals vastgesteld in artikel 14, onder b, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009 op € 0,053 per kWh;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 4. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de regeling 2009 worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,098 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 5. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de regeling 2009 worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,047 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 6. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de regeling 2009 worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,047 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 7. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de regeling 2009 worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,047 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Artikel 5

  • 1. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de regeling 2009 worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,208 per Nm3 voor wat betreft de gasprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit.

  • 2. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de regeling 2009 worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,208 per Nm3 voor wat betreft de basisgasprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit.

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2010.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling correcties voorschotverlening duurzame energieproductie 2010.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 30 oktober 2009

De Minister van Economische Zaken,

M.J.A. van der Hoeven.

TOELICHTING

1. Doel

Deze ministeriële regeling is een nadere uitwerking van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, hierna aangeduid als Besluit SDE. In deze regeling staan voor de verschillende categorieën productie-installaties hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbaar gas de correctiebedragen ten behoeve van de bevoorschotting voor 2010. Deze regeling geeft daarmee invulling aan de artikelen 14, zesde lid, en 31, vijfde lid, van het Besluit SDE.

De jaarlijks vast te stellen correctiebedragen zijn van belang voor de berekening van de jaarlijkse subsidietarieven voor de verschillende categorieën productie-installaties die als voorschot worden uitbetaald. Voor een toelichting op de berekeningssystematiek van de subsidiehoogte en het gebruik van correctiebedragen hierbij wordt verwezen naar paragraaf 2.5 van de toelichting op het Besluit SDE (Stb. 2007, 410). De definitieve correctiebedragen worden na afloop van ieder kalenderjaar vastgesteld (voor 1 april).

In de artikelen 14, eerste lid, en 31, eerste lid, van het Besluit SDE staan drie correcties, waarmee het basisbedrag kan worden gecorrigeerd. Voor de bevoorschotting van 2010 wordt uitsluitend gecorrigeerd voor de jaargemiddelde waarde van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbaar gas opgewekt met een productie-installatie die valt onder een aangewezen categorie productie-installaties. Deze correctiebedragen kunnen per categorie productie-installaties verschillen.

In deze regeling worden de correctiebedragen ten behoeve van de bevoorschotting in 2010 vastgesteld voor producenten aan wie subsidie is verleend op grond van de Regeling aanwijzing categorieën productie-installaties duurzame energieproductie 2008 (verder: Regeling SDE 2008) en de Regeling aanwijzing categorieën productie-installaties duurzame energieproductie 2009 (verder: Regeling SDE 2009).

2. Algemene toelichting systematiek correctiebedragen

De correctiebedragen ten behoeve van de bevoorschotting representeren de voor de verschillende categorieën productie-installaties verwachte jaargemiddelde waarde van hernieuwbaar gas of hernieuwbare elektriciteit in het volgende jaar. Voor wat betreft de gas- en elektriciteitsprijs worden deze correctiebedragen vastgesteld door het prijsniveau van de meest relevante prijsindex van gas of elektriciteit te nemen van de eerste negen maanden van het voorafgaande kalenderjaar en de laatste drie maanden van het jaar daarvoor. In dit geval zijn dus de relevante prijsindices in de periode oktober 2008 tot en met september 2009 gehanteerd. In artikel 14, tweede lid, van het Besluit SDE is verder bepaald dat de elektriciteitsprijs wordt verminderd met de onbalanskosten en profielkosten. Deze specifieke prijsbepalende elementen spelen echter niet bij iedere categorie een rol. Indien deze elementen geen rol spelen bedraagt de waarde voor de vermindering de factor 1 en is daarmee niet van invloed op de hoogte van de elektriciteitsprijs. Bij de categorieën wind op land en zon-pv spelen deze elementen wel een rol. Bij wind op land gaat het daarbij om onbalanskosten en profielkosten, terwijl het bij zon-pv uitsluitend om onbalanskosten gaat. Daarnaast wordt bij de vaststelling van het correctiebedrag voor wind op land ook nog rekening gehouden met een vermenigvuldigingsfactor van 1,25 in verband met het uitkeren van de subsidie over 80% van het aantal vollasturen dat voor het referentieproject bij de berekening van het basisbedrag is aangenomen. Zie voor een nadere toelichting op laatstgenoemde correctiefactor paragraaf 4 van de toelichting op de Regeling SDE 2008 of paragraaf 3 van de toelichting op de Regeling SDE 2009.

De correctiebedragen voor de waarde van de garanties van oorsprong en eventuele andere, uit overheidshandelen voortvloeiende verschillen tussen de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare energie en de relevante gemiddelde marktprijs van elektriciteit of gas, worden voor 2010 op € 0,00 vastgesteld voor alle categorieën productie-installaties.

In paragraaf 3 wordt de boven beschreven systematiek per categorie productie-installaties nader uitgewerkt en wordt toegelicht hoe de in deze regeling vastgestelde correctiebedragen voor de bevoorschotting zijn bepaald. Voor het uiterlijk op 1 april na afloop van het kalenderjaar 2010 bepalen van de definitieve correctiebedragen zal de gemiddelde waarde van de relevante prijsindex van elektriciteit en gas worden genomen over alle twaalf maanden van 2010. Deze definitieve correcties zullen volgens dezelfde systematiek worden vastgesteld als de correcties ten behoeve van de bevoorschotting.

3. Systematiek correctiebedragen voorschotverlening per categorie

3.1. Hernieuwbare elektriciteit

3.1.1. Wind op land (artikel 2, eerste lid en artikel 4, eerste lid)

Het correctiebedrag voor beschikkingen afgegeven voor de openstellingsrondes van de SDE in 2008 en 2009 ten behoeve van de bevoorschotting voor de categorie productie-installaties wind op land is bepaald door de volgende formule:

Correctiebedrag wind= marktindex (1) * profiel (2) * onbalans (3) * 1,25 (4)

Ad 1. De gemiddelde waarde van de meest relevante prijsindex/indices voor het verhandelen van elektriciteit opgewekt met behulp van windenergie over de periode oktober–december t-2 en de periode januari–september t-1 van het jaar (t) waarop het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting betrekking heeft. Bij de keuze voor een index wordt in ieder geval rekening gehouden met:

  • a. transparante karakter van de index;

  • b. aantal partijen die de hoogte van de index bepalen;

  • c. liquiditeit van de index.

Ad 2. De profielkosten/opbrengsten van windenergie in het voorgaande jaar.

Voor het berekenen van profielkosten/opbrengsten wordt gebruik gemaakt van een windprofiel dat een representatief beeld geeft van het moment van levering van windenergie in Nederland. Dit windprofiel wordt gebruikt om de periodieke waarden van de gebruikte index zoals bedoeld onder 1) te koppelen aan de levermomenten van windturbines.

Ad 3. De onbalanskosten van windenergie. Deze kosten worden verdisconteerd door de marktindex hiermee te verminderen.

Ad 4. Een vaste factor voor het jaarlijks uitkeren over slechts 80% van de vollasturen van de referentiecase die gebruikt is voor het berekenen van het basisbedrag. Deze factor bedraagt 1/0,8=1,25. Deze factor ligt vast voor de looptijd van een beschikking.

Voor het vaststellen van het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor 2010 voor de categorie productie-installaties wind op land is de formule als volgt ingevuld:

Correctiebedrag wind = 0,047 €/KWh (a) * 1 (b) * 0,89 (c) * 1,25 = 0,052 €/KWh

Ad a. Voor de prijsindex is de uurgemiddelde prijs van de day ahead base load index op de APX als basis genomen (hierna: APXbase index). Deze index is de best beschikbare index om het gerealiseerde prijsniveau voor elektriciteit in Nederland te bepalen. Deze index voldoet in voldoende mate aan de criteria die hierboven onder ad 1) zijn opgenomen.

Ad b. Voor het jaar 2010 wordt deze factor vastgesteld op 1. Dit houdt in de bevoorschotting voor het jaar 2010 geen correctie op de APX waarden voor een profiel wordt doorgevoerd.

Ad c. De onbalanskosten voor windenergie zijn vastgesteld op 11%, waardoor de onbalansfactor 0,89 bedraagt.

3.1.2. Fotovoltaïsche zonnepanelen (artikel 2, tweede lid, artikel 4, tweede en derde lid)
Categorie kleinschalige zonnepanelen

Het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor de categorie productie-installaties fotovoltaïsche zonnepanelen met een vermogen groter dan 0,6 kWp en een vermogen kleiner of gelijk aan 3,5 kWp (Regeling SDE 2008) respectievelijk 15 kWp (Regeling SDE 2009) wordt bepaald door de volgende formule:

Correctiebedrag zonnestroom 0,6 < KWp < 15  = gemiddelde prijs kleinverbruiker incl. opslagen (1)

Ad 1. Het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting wordt bepaald door de gemiddelde hoogte van het marginale eindgebruikertarief (bij consumptie van 3000 KWh/jaar) voor kleinverbruikers in Nederland te berekenen. Hierin worden alle kosten die per kWh bij een kleinverbruiker in rekening worden gebracht opgeteld.

Voor het vaststellen van het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor 2010 voor de categorie productie-installaties fotovoltaïsche zonnepanelen is de formule als volgt ingevuld:

Correctiebedrag zonnestroom 0,6 < KWp < 15  = 0,225 €/KWh

Categorie grootschalige zonnepanelen

Het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor de categorie productie-installaties fotovoltaïsche zonnepanelen met een vermogen groter dan 15 kWp en een vermogen kleiner of gelijk aan 100 kWp wordt bepaald door de volgende formule:

Correctiebedrag zonnestroom 15 < KWp ≤ 100 = marktindex (1) * onbalans (2)

Ad 1. De gemiddelde waarde van de meest relevante prijsindex/indices voor het verhandelen van elektriciteit opgewekt met behulp van zonnestroom over de periode oktober–december t-2 en de periode januari–september t-1 van het jaar (t) waarop het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting van toepassing is. Bij de keuze voor een index wordt in ieder geval rekening gehouden met:

  • a. transparante karakter van de index;

  • b. aantal partijen die de hoogte van de index bepalen;

  • c. liquiditeit van de index.

Ad 2. De onbalanskosten van zonne-energie. Deze kosten worden verdisconteerd door de marktindex met deze factor te verminderen.

Voor het vaststellen van het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor 2010 voor de grootschalige categorie productie-installaties fotovoltaïsche zonnepanelen is de formule als volgt ingevuld:

Correctiebedrag zonnestroom 15 < KWp ≤ 100  = 0,054 €/KWh (a) * 0,94 (b) = 0,051 €/KWh.

Ad a. Voor de prijsindex is de uurgemiddelde prijs van de day ahead peak load index op de APX als basis genomen (hierna: APXpeak index). Deze index is de best beschikbare index om het gerealiseerde prijsniveau voor elektriciteit gedurende de uren dat de zon in Nederland schijnt te bepalen. Deze index voldoet in voldoende mate aan de criteria die hierboven onder ad 1) zijn opgenomen.

Ad b. De onbalanskosten voor zonnestroom zijn vastgesteld op 6%, waardoor de onbalansfactor 0,94 bedraagt.

In de Regeling SDE 2009 is voor de categorie grootschalige zonnepanelen echter een basiselektriciteitsprijs opgenomen van 0,053 €/kWh.De basiselektriciteitsprijs vertegenwoordigt de laagste waarde van de elektriciteitsprijs waarmee zal worden gecorrigeerd. Dit is de grens tot waar de elektriciteitsprijs wordt aangevuld met subsidie tot het basisbedrag. Met de vaststelling van de basiselektriciteitsprijs wordt voorkomen dat het subsidietarief bij sterk dalende elektriciteitsprijzen kan blijven oplopen. Het correctiebedrag voor de bevoorschotting van grootschalige zon-pv is voor het jaar 2010 gedaald tot onder de basiselektriciteitsprijs. Dit houdt in dat in het jaar 2010 bij de bevoorschotting gecorrigeerd zal worden voor de basiselektriciteitsprijs, zijnde 0,053 €/kWh. Het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting in 2010 van de grootschalige categorie fotovoltaïsche zonnepanelen wordt daarmee als volgt vastgesteld:

Correctiebedragzonnestroom 15 < KWp ≤ 100 = basiselektriciteitsprijs zonnestroom 15 < KWp ≤ 100 = 0,053 €/kWh.

3.1.3. Afvalverbranding (artikel 2, derde lid en artikel 4, vierde lid)

Het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor 2010 voor alle categorieën productie-installaties die zijn aangewezen in de Regeling SDE 2008 en de Regeling SDE 2009 waarbij elektriciteit wordt opgewekt met behulp van afvalverbranding wordt bepaald door de volgende formule:

Correctiebedrag avi = marktindex (1) / aandeel hernieuwbaar (2)

Ad 1. De gemiddelde waarde van de meest relevante prijsindex/indices voor het verhandelen van elektriciteit opgewekt met behulp van afvalverbrandingsinstallaties over de periode oktober–december t-2 en de periode januari–september t-1 van het jaar (t) waarop het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting betrekking heeft. Bij de keuze voor een index wordt in ieder geval rekening gehouden met:

  • a. transparante karakter van de index

  • b. aantal partijen die de hoogte van de index bepalen

  • c. liquiditeit van de index

Ad 2. Uit hoofde van de SDE wordt slechts voor de hernieuwbare elektriciteitsproductie van de afvalverbrandingsinstallatie subsidie verleend. Het basisbedrag wordt daarom ook op basis van uitsluitend het hernieuwbare deel van de elektriciteitsproductie van de installatie vastgesteld. De relevante waarde van de elektriciteitsopbrengsten waarmee het basisbedrag wordt gecorrigeerd heeft dientengevolge ook alleen betrekking op dit deel van de productie. Om de relevante waarde van de elektriciteitsopbrengsten te bepalen wordt de waarde van de elektriciteitsopbrengst voor de hele installatie toegeschreven aan het hernieuwbare deel. Het correctiebedrag voor afvalverbrandingsinstallaties wordt dan ook bepaald door de elektriciteitsprijs te delen door het hernieuwbare aandeel van de productie.

Voor het vaststellen van het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor de categorie afvalverbrandingsinstallaties is de formule als volgt ingevuld:

Correctiebedrag avi = 0,047 €/KWh (a)/ 0,48 (b) = 0,098 €/KWh

Ad a. Voor de prijsindex is de uurgemiddelde prijs van de day ahead base load index op de APX als basis genomen (hierna: APXbase index). Deze index is de best beschikbare index om het gerealiseerde prijsniveau voor elektriciteit in Nederland te bepalen. Deze index voldoet in voldoende mate aan de criteria zoals hierboven onder ad 1) zijn opgenomen.

Ad b. Deze factor bedraagt voor subsidie die is verleend op grond van de Regeling SDE 2008 en de Regeling SDE 2009 48% en is een inschatting voor het hernieuwbare deel van het afval.

3.1.4. Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties, biomassa en waterkracht (artikel 2, vierde en vijfde lid en artikel 4, vijfde, zesde en zevende lid)

Het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor 2010 voor de categorieën productie-installaties stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties, biomassa en waterkracht (paragrafen 2.5 en 2.6 van de Regeling SDE 2008 en paragrafen 2.4, 2.5 en 2.6 van de Regeling SDE 2009) wordt bepaald door de volgende formule:

Correctiebedrag = marktindex (1)

Ad 1. De gemiddelde waarde van de meest relevante prijsindex/indices voor het verhandelen van elektriciteit opgewekt met behulp van biomassa en waterkracht over de periode oktober–december t-2 en de periode januari–september t-1 van het jaar (t) waarop het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting betrekking heeft. Bij de keuze voor een index wordt in ieder geval rekening gehouden met:

  • a. transparante karakter van de index

  • b. aantal partijen die de hoogte van de index bepalen

  • c. liquiditeit van de index

Voor het vaststellen van het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor voornoemde categorieën productie-installaties is de formule als volgt ingevuld:

Correctiebedrag. = 0,047 €/KWh (a)

Ad a. Voor de prijsindex is de uurgemiddelde prijs van de day ahead base load index op de APX als basis genomen (hierna: APXbase index). Deze index is de best beschikbare index om het gerealiseerde prijsniveau voor elektriciteit in Nederland te bepalen. Deze index voldoet in voldoende mate aan de criteria zoals hierboven onder ad 1) zijn opgenomen.

3.2. Hernieuwbaar gas

3.2.1. Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties en biomassa (artikel 3, eerste en tweede lid en artikel 5, eerste en tweede lid)

Het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor 2010 voor de categorieën productie-installaties hernieuwbaar gas die zijn aangewezen in de Regeling SDE 2008 en de Regeling SDE 2009 (stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties en biogas) wordt bepaald door de volgende formule:

Correctiebedrag biomassa-biogas = marktindex (1)

Ad 1. De gemiddelde waarde van de meest relevante prijsindex/indices voor het verhandelen van gas opgewekt met behulp van biomassa over de periode oktober–december t-2 en de periode januari–september t-1 van het jaar (t) waarop het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting betrekking heeft. Bij de keuze voor een index wordt in ieder geval rekening gehouden met:

  • a. transparante karakter van de index;

  • b. aantal partijen die de hoogte van de index bepalen;

  • c. liquiditeit van de index.

Voor het vaststellen van het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor de voornoemde categorie productie-installaties is de formule als volgt ingevuld:

Correctiebedrag biomassa-biogas = 0,208 €/KWh (a)

Ad a. Voor de prijsindex is de gemiddelde year ahead TTF prijs voor het verhandelen van G gas als basis genomen (hierna: TTF index). Deze index is de best beschikbare index om het gerealiseerde prijsniveau voor gas in Nederland te bepalen. Deze index voldoet in voldoende mate aan de criteria zoals hierboven onder ad 1) zijn opgenomen. Ten behoeve van de bevoorschotting voor 2010 wordt de gemiddelde waarde van de TTF index beschouwd over de laatste drie maanden van 2008 en de eerste negen maanden van 2009.

4. Administratieve lasten

Op basis van het Besluit SDE zullen subsidieaanvragen worden ingediend voor in complexiteit en investeringsbedrag zeer uiteenlopende projecten. Het bepalen van de administratieve lasten verbonden aan dit Besluit is alleen mogelijk door van in omvang gemiddelde projecten uit te gaan. Kenmerkend voor het Besluit SDE is dat er voor een lange periode subsidie wordt verleend. Een producent doet eenmaal een subsidieaanvraag en ontvangt vervolgens voor vele jaren subsidie. De administratieve lasten zullen zich daarom concentreren in het jaar van aanvraag van de subsidie. De jaren erop dient men slechts (voor het betreffende jaar) een subsidievoorschot aan te vragen en indien relevant te rapporteren over de duurzaamheid van de gebruikte biomassa. In die jaren zullen de administratieve lasten daarom beperkt zijn.

Omdat zon-pv projecten qua investeringskosten en administratieve lasten over het algemeen sterk zullen afwijken van projecten uit de andere categorieën, worden voor zon-pv projecten de administratieve lasten afzonderlijk bepaald.

De administratieve lasten voor deze regeling zijn slechts in samenhang te zien met de bepalingen uit de overige regelingen die voortvloeien uit het Besluit SDE. In de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie zijn de administratieve lasten per € 100 miljoen opengesteld subsidiebudget berekend, waarbij rekening is gehouden met alle administratieve lasten die samenhangen met de onderliggende regelgeving van het Besluit SDE. In de toelichting bij de Regeling SDE 2008 zijn de administratieve lasten die samenhangen met alle onderliggende regelgeving van het Besluit SDE voor het jaar 2008 opgenomen. Uit de desbetreffende paragraaf in de toelichting blijkt dat het percentage administratieve lasten dat met de openstelling in het jaar 2008 is gemoeid 0,19% is. Uit de toelichting op de Regeling SDE 2009 blijkt dat het percentage administratieve lasten, voor alle categorieën behalve zon-pv 0,18% bedraagt. Voor de categorie kleinschalige zon-pv bedraagt het percentage 1,54% en voor de categorie middelgrote bedrijfsmatige zon-pv bedraagt het percentage administratieve lasten 0,55%. De onderhavige regeling wijzigt deze percentages niet.

De Minister van Economische Zaken,

M.J.A. van der Hoeven.