Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 5 november 2008, nr. WJZ / 8170921, houdende wijziging van het Nationaal Frequentieplan 2005

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de Ministerraad;

Gelet op artikel 3.1 van de Telecommunicatiewet;

Besluit:

ARTIKEL I

De bijlage bij het besluit van de Minister van Economische Zaken van 4 februari 2005, nr. WJZ 5004374, houdende vaststelling van het Nationaal Frequentieplan 20051 wordt als volgt gewijzigd:

A

In de Frequentietabel worden de regels, luidende:

Frequentieband

Frequentiebandtoewijzing

ITU Radiodienst ‘verkort’

Hoofdcategorie

Bestemming

Beleid

174 MHz

174 MHz

    
  

BC

1,2

Omroep (analoog TV, publiek). T-DAB. De voor commerciële omroep bestemde T-DAB frequentieruimte wordt tot en met 31 december 2011 voor ten minste 80% gebruikt voor digitale radio-omroep, als bedoeld in artikel 1, onder e, Mediawet.

Vergunningverlening voor analoge TV bij voorrang aan publieke omroep. Vergunningverlening voor T-DAB bij voorrang aan publieke omroep of, in geval van commerciële omroep, via veiling of vergelijkende toets.

  

LM

1,4

Landmobiele communicatie (besloten netten en DAV). SRD.

Vergunningverlening op volgorde van binnenkomst van de aanvraag. Geen vergunning vereist voor SRD.

 

195 MHz

    
  

BC

1,2

Omroep (analoog TV, publiek). T-DAB. De voor commerciële omroep bestemde T-DAB frequentieruimte wordt tot en met 31 december 2011 voor ten minste 80% gebruikt voor digitale radio-omroep, als bedoeld in artikel 1, onder e, Mediawet.

Vergunningverlening voor analoge TV bij voorrang aan publieke omroep. Vergunningverlening voor T-DAB bij voorrang aan publieke omroep of, in geval van commerciële omroep, via veiling of vergelijkende toets.

  

LM

1,4

Landmobiele communicatie (besloten netten en DAV). SRD, laagvermogen audioverbindingen.

Vergunningverlening op volgorde van binnenkomst van de aanvraag. Geen vergunning vereist voor SRD.

223 MHz

223 MHz

    
  

BC

1,2

Omroep. T-DAB. De voor commerciële omroep bestemde T-DAB frequentieruimte wordt tot en met 31 december 2011 voor ten minste 80% gebruikt voor digitale radio-omroep, als bedoeld in artikel 1, onder e, Mediawet.

Vergunningverlening voor T-DAB bij voorrang aan publieke omroep of, in geval van commerciële omroep, via veiling of vergelijkende toets.

 

225 MHz

    
  

BC

1,2

Omroep. T-DAB. De voor commerciële omroep bestemde T-DAB frequentieruimte wordt tot en met 31 december 2011 voor ten minste 80% gebruikt voor digitale radio-omroep, als bedoeld in artikel 1, onder e, Mediawet.

Vergunningverlening voor T-DAB bij voorrang aan publieke omroep of, in geval van commerciële omroep, via veiling of vergelijkende toets.

  

mob

3

Mobiele communicatie.

Toegewezen aan het Ministerie van Defensie.

230 MHz

230 MHz

    

vervangen door:

Frequentieband

Frequentiebandtoewijzing

ITU Radiodienst ‘verkort’

Hoofdcategorie

Bestemming

Beleid

174 MHz

174 MHz

BC

1,2

Digitale omroep als bedoeld in de ITU Radiodienst 'verkort', HOL002.

Vergunningverlening voor digitale omroep bij voorrang aan publieke omroep of, in geval van commerciële omroep, via veiling of vergelijkende toets.

  

lm

1,4

Landmobiele communicatie (besloten netten en DAV). SRD.

Vergunningverlening op volgorde van binnenkomst van de aanvraag. Geen vergunning vereist voor SRD.

 

181 MHz

BC

1,2

Omroep. T-DAB. De voor commerciële omroep bestemde T-DAB frequentieruimte wordt tot en met 31 december 2011 voor ten minste 80% gebruikt voor digitale radio-omroep, als bedoeld in artikel 1, onder e, Mediawet.

Uitgangspunten voor vergunningverlening vormen onderwerp van studie.

  

lm

1,4

Landmobiele communicatie (besloten netten en DAV). SRD.

Vergunningverlening op volgorde van binnenkomst van de aanvraag. Geen vergunning vereist voor SRD.

 

191.496 MHz

BC

1,2

Digitale omroep als bedoeld in de ITU Radiodienst 'verkort', HOL002.

Vergunningverlening voor digitale omroep bij voorrang aan publieke omroep of, in geval van commerciële omroep, via veiling of vergelijkende toets.

  

lm

1,4

Landmobiele communicatie (besloten netten en DAV). SRD.

Vergunningverlening op volgorde van binnenkomst van de aanvraag. Geen vergunning vereist voor SRD.

 

193.208 MHz

BC

1,2

Omroep. T-DAB. De voor commerciële omroep bestemde T-DAB frequentieruimte wordt tot en met 31 december 2011 voor ten minste 80 % gebruikt voor digitale radio-omroep, als bedoeld in artikel 1, onder e, Mediawet

Uitgangspunten voor vergunningverlening vormen onderwerp van studie.

  

lm

1,4

Landmobiele communicatie (besloten netten en DAV). SRD.

Vergunningverlening op volgorde van binnenkomst van de aanvraag. Geen vergunning vereist voor SRD.

 

198.504 MHz

BC

1,2

Digitale omroep als bedoeld in de ITU Radiodienst 'verkort', HOL002.

Vergunningverlening voor digitale omroep bij voorrang aan publieke omroep of, in geval van commerciële omroep, via veiling of vergelijkende toets.

  

lm

1,4

Landmobiele communicatie (besloten netten en DAV). SRD, laagvermogen audioverbindingen.

Vergunningverlening op volgorde van binnenkomst van de aanvraag. Geen vergunning vereist voor SRD.

 

200.216 MHz

BC

1,2

Omroep. T-DAB. De voor commerciële omroep bestemde T-DAB frequentieruimte wordt tot en met 31 december 2011 voor ten minste 80 % gebruikt voor digitale radio-omroep, als bedoeld in artikel 1, onder e, Mediawet

Uitgangspunten voor vergunningverlening vormen onderwerp van studie.

  

lm

1,4

Landmobiele communicatie (besloten netten en DAV). SRD.

Vergunningverlening op volgorde van binnenkomst van de aanvraag. Geen vergunning vereist voor SRD.

 

209 MHz

BC

1,2

Omroep. T-DAB. De voor commerciële omroep bestemde T-DAB frequentieruimte wordt tot en met 31 december 2011 voor ten minste 80 % gebruikt voor digitale radio-omroep, als bedoeld in artikel 1, onder e, Mediawet

Geen vergunningverlening in verband met bescherming buitenlandse rechten op basis van Genève 06 en aanpalende bi- en multilaterale afspraken.

  

lm

1,4

Landmobiele communicatie (besloten netten en DAV). SRD.

Vergunningverlening op volgorde van binnenkomst van de aanvraag. Geen vergunning vereist voor SRD.

 

216 MHz

BC

1,2

Digitale omroep als bedoeld in de ITU Radiodienst 'verkort', HOL002.

Vergunningverlening voor digitale omroep bij voorrang aan publieke omroep of, in geval van commerciële omroep, via veiling of vergelijkende toets.

  

lm

1,4

Landmobiele communicatie (besloten netten en DAV). SRD, laagvermogen audioverbindingen.

Vergunningverlening op volgorde van binnenkomst van de aanvraag. Geen vergunning vereist voor SRD.

 

219.496 MHz

BC

1,2

Omroep, digitale radio-omroep

Uitgangspunten voor vergunningverlening vormen onderwerp van studie.

  

lm

1,4

Landmobiele communicatie (besloten netten en DAV). SRD, laagvermogen audioverbindingen.

Vergunningverlening op volgorde van binnenkomst van de aanvraag. Geen vergunning vereist voor SRD.

 

221.208 MHz

BC

1,2

Omroep. T-DAB. De voor commerciële omroep bestemde T-DAB frequentieruimte wordt tot en met 31 december 2011 voor ten minste 80 % gebruikt voor digitale radio-omroep, als bedoeld in artikel 1, onder e, Mediawet.

Geen vergunningverlening in verband met bescherming buitenlandse rechten op basis van Genève 06 en aanpalende bi- en multilaterale afspraken.

  

lm

1,4

Landmobiele communicatie (besloten netten en DAV). SRD.

Vergunningverlening op volgorde van binnenkomst van de aanvraag. Geen vergunning vereist voor SRD.

223 MHz

223 MHz

BC

1,2

Omroep. T-DAB. De voor commerciële omroep bestemde T-DAB frequentieruimte wordt tot en met 31 december 2011 voor ten minste 80 % gebruikt voor digitale radio-omroep, als bedoeld in artikel 1, onder e, Mediawet.

Geen vergunningverlening in verband met bescherming buitenlandse rechten op basis van Genève 06 en aanpalende bi- en multilaterale afspraken.

 

224.792 MHz

BC

1,2

Digitale omroep als bedoeld in de ITU Radiodienst ‘verkort’, HOL002.

Vergunningverlening voor digitale omroep bij voorrang aan publieke omroep of, in geval van commerciële omroep, via veiling of vergelijkende toets.

  

mob

3

Mobiele communicatie.

Toegewezen aan het ministerie van Defensie.

 

226.504 MHz

BC

1,2

Omroep. T-DAB. De voor commerciële omroep bestemde T-DAB frequentieruimte wordt tot en met 31 december 2011 voor ten minste 80 % gebruikt voor digitale radio-omroep, als bedoeld in artikel 1, onder e, Mediawet.

Vergunningverlening voor T-DAB bij voorrang aan publieke omroep of, in geval van commerciële omroep, via veiling of vergelijkende toets.

  

mob

3

Mobiele communicatie.

Toegewezen aan het ministerie van Defensie.

 

228.216 MHz

BC

1,2

Omroep. T-DAB. De voor commerciële omroep bestemde T-DAB frequentieruimte wordt tot en met 31 december 2011 voor ten minste 80 % gebruikt voor digitale radio-omroep, als bedoeld in artikel 1, onder e, Mediawet.

Geen vergunningverlening in verband met bescherming buitenlandse rechten op basis van Genève 06 en aanpalende bi- en multilaterale afspraken.

  

mob

3

Mobiele communicatie.

Toegewezen aan het ministerie van Defensie.

230 MHz

230 MHz

    

B

In de Frequentietabel worden de regels, luidende:

Frequentieband

Frequentiebandtoewijzing

ITU Radiodienst ‘verkort’

Hoofdcategorie

Bestemming

Beleid

1452 MHz

1452 MHz

    
  

BC

1,2

Omroep. T-DAB. De voor commerciële omroep bestemde T-DAB frequentieruimte wordt tot en met 31 december 2011 voor ten minste 80% gebruikt voor digitale radio-omroep, als bedoeld in artikel 1, onder e, Mediawet.

Vergunningverlening bij voorrang aan publieke omroep of, in geval van commerciële omroep, via veiling of vergelijkende toets.

 

1479.5 MHz

    

vervangen door:

Frequentieband

Frequentiebandtoewijzing

ITU Radiodienst ‘verkort’

Hoofdcategorie

Bestemming

Beleid

1452 MHz

1452 MHz

    
  

BC

1,2

Digitale omroep als bedoeld in de ITU Radiodienst 'verkort', HOL002.

Vergunningverlening voor digitale omroep bij voorrang aan publieke omroep of, in geval van commerciële omroep, via veiling of vergelijkende toets.

 

1479.5 MHz

    

C

In Annex 2a wordt een nieuwe nationale voettekst toegevoegd:

HOL002

Op de bestemming digitale omroep als bedoeld in de ITU Radiodienst ‘verkort’ zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

  • a. voor ieder frequentieblok als bedoeld in tabel HOL002, met uitzondering van de frequentieblokken 7c en 8c, geldt dat minimaal 80% van die frequentieruimte voor vijf jaar, gerekend vanaf het moment van vergunningverlening, is bestemd voor omroep, als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Mediawet;

  • b. voor frequentieblok 7C, bedoeld in tabel HOL002, geldt dat minimaal 80% van die frequentieruimte voor vijf jaar, gerekend vanaf het moment van vergunningverlening, is bestemd voor omroep, als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Mediawet voor zover het betreffende dekkingsgebied in overwegende mate samenvalt met de provincies Drenthe en Groningen;

  • c. voor frequentieblok 8C, bedoeld in tabel HOL002, geldt dat minimaal 80% van die frequentieruimte voor vijf jaar, gerekend vanaf het moment van vergunningverlening, is bestemd voor omroep, als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Mediawet, voor zover het betreffende dekkingsgebied in overwegende mate samenvalt met de provincie Limburg;

  • d. voor de dekkingsgebieden van de frequentieblokken 7C en 8C, anders dan de gebieden als bedoeld onder b en c, geldt de nadere bestemming dat deze frequentieruimte tot en met 31 december 2011 voor ten minste 80% gebruikt moet worden voor digitale radio-omroep, als bedoeld in artikel 1, onder e, Mediawet en geldt, in afwijking van de kolom beleid, dat de uitgangspunten voor vergunningverlening nog onderwerp van studie vormen;

  • e. in ieder geografische gebied waarbinnen de frequentieruimte LA tot en met LP, bedoeld in tabel HOL002, mag worden gebruikt (met een geografisch gebied wordt bedoeld één allotment van de in totaal 117 allotments waarin de L-band is onderverdeeld), geldt dat ten minste drie kanalen zijn bestemd voor het verzorgen en uitzenden van uitsluitend digitale, ongecodeerde radioprogramma’s als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Mediawet in ten minste met FM vergelijkbare stereo-geluidskwaliteit, met dien verstande dat deze kanalen worden gebruikt voor het verzorgen en uitzenden van radioprogramma’s gericht op de lokale gemeenschap in het geografisch gebied waarin het programma wordt uitgezonden, en

  • f. in alle geografische gebieden waarbinnen de frequentieruimte LA tot en met LP, bedoeld in tabel HOL002, mag worden gebruikt geldt, onverminderd het bepaalde onder e, dat het aantal kanalen als bedoeld onder e, gemiddeld ten minste 3.5 moet zijn.

    Tabel HOL002

    Frequentieblok

    Frequentiebereik (MHz)

    5A

    174.160 – 175.696

    5B

    175.872 – 177.408

    5C

    177.584 – 179.120

    5D

    179.296 – 180.832

    7C

    191.584 – 193.120

    8C

    198.592 – 200.128

    11A

    216.160 – 217.696

    11B

    217.872 – 219.408

    12B

    224.880 – 226.416

    LA

    1452.192 – 1453.728

    LB

    1453.904 – 1455.440

    LC

    1455.616 – 1457.152

    LD

    1457.328 – 1458.864

    LE

    1459.040 – 1460.576

    LF

    1460.752 – 1462.288

    LG

    1462.464 – 1464.000

    LH

    1464.176 – 1465.712

    LI

    1465.888 – 1467.424

    LJ

    1467.600 – 1469.136

    LK

    1469.312 – 1470.848

    LL

    1471.024 – 1472.560

    LM

    1472.736 – 1474.272

    LN

    1474.448 – 1475.984

    LO

    1476.160 – 1477.696

    LP

    1477.872 – 1479.408

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 5 november 2008

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

F. Heemskerk.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na de dag van dagtekening van deze Staatscourant een gemotiveerd beroepschrift indienen bij de rechtbank Rotterdam, Postbus 50950, 3007 BL, Rotterdam.

TOELICHTING

Algemeen

Algemeen over het NFP

Bij besluit van 4 februari 2005 is op grond van artikel 3.1, eerste lid, van de Telecommunicatiewet het Nationaal Frequentieplan 2005, hierna ‘NFP’, vastgesteld. In het NFP licht de overheid de systematiek van de ordening van het frequentiespectrum toe, en beschrijft de doelstellingen van het frequentiebeleid en frequentiebeheer; het vermijden van interferentie (storing) tussen frequentiegebruikers is hierbij de belangrijkste doelstelling. Tevens bevat het NFP een overzicht in tabelvorm met per frequentieband aangegeven voor welk type gebruik deze band bestemd is en welk beleid er wordt gevoerd bij de verdeling van de frequenties uit de band over de gebruikers. In feite is het NFP een bestemmingsplan voor het radiospectrum. Hierop worden vervolgens de daadwerkelijke vergunningverlening met betrekking tot gebruik en het beheer van het spectrum gebaseerd. Het Nationaal Frequentieregister1 (NFR) geeft nadere informatie omtrent laatstgenoemde zaken. Het NFP is laatstelijk gewijzigd bij besluit van 29 februari 2008, Stcrt. 43.

Algemeen over de wijziging

Van welke frequentieruimte wordt de bestemming gewijzigd?

Het onderhavige besluit strekt tot wijziging van het NFP voor zover het betreft de aanstaande, op korte termijn te realiseren verdeling voor frequentieruimte voor digitale omroep in de banden van 174 MHz tot 230 MHz (band III) en 1452 MHz tot 1479.5 MHz (L-band). Daarnaast heeft deze NFP-wijziging ook betrekking op de verdeling van frequentieruimte voor digitale radio-omroep, die gekoppeld is aan en tegelijkertijd plaatsvindt met de nieuwe verdeling van de FM- en middengolffrequenties. Deze frequentieruimte bevindt zich ook in de banden van 174 MHz tot 230 MHz (band III).

Aanleiding voor de bestemmingswijziging

Van 8 februari tot en met 20 maart 2008 is de wijziging van het NFP geconsulteerd. Hierop zijn 13 reacties ontvangen. In het kort kan gesteld worden dat de partijen die naar aanleiding van de consultatie hebben gereageerd meer ruimte willen voor hun eigen toepassingen, of dat nu radio is of mobiele televisie toepassingen. Voor partijen die mobiele televisie toepassingen willen gaan aanbieden geldt dat zij zo spoedig mogelijk aan de slag willen met de beschikbare frequentieruimte. Radiopartijen wensen voldoende capaciteit voor zowel landelijke, regionale als lokale radio. In vervolg op de consultatie is, op basis van de brief aan de Tweede Kamer van 6 mei 20082, op 13 mei 2008 overleg gevoerd met de Vaste Kamercommissie van Economische Zaken.

Gefaseerde verdeling herbestemde frequentieruimte

Gezien de ontvangen reacties op de consultatie en het streven naar balans tussen de wensen van de verschillende belanghebbenden is gekozen voor een gefaseerde aanpak, waarbij via deze NFP-wijziging frequentieruimte wordt bestemd voor twee frequentieverdelingen.

De aanstaande, op korte termijn, te realiseren frequentieuitgifte heeft betrekking op twee commerciële digitale omroepvergunningen, één in band III (174 MHz tot 230 MHz) en één in de L-band (1452 MHz tot 1479.5 MHz). Voor deze frequentieruimte wordt de bestemming verruimd van digitale radio naar digitale omroep. Door deze bestemmingswijziging worden de mogelijkheden verruimd om, naast digitale radio, mobiele multimediale toepassingen zoals mobiele televisie te kunnen verspreiden. Dit is in lijn met technologisch ontwikkelingen en de wens van partijen om mobiele televisie toepassingen aan te gaan bieden.

Daarnaast wordt er frequentieruimte bestemd voor digitale radio-omroep, waarvan de verdeling gekoppeld en tegelijkertijd plaatsvindt met de nieuwe verdeling van de FM- en middengolffrequenties. Hierdoor wordt specifiek frequentieruimte bestemd voor digitale radio-toepassingen. Dit is in lijn met de wens van partijen om specifiek capaciteit vrij te maken voor digitale radio. Deze frequentieruimte bevindt zich ook in band III (174 MHz tot 230 MHz).

De wijziging van het NFP die nu voorligt legt bovenstaande bestemmingen vast.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A

Dit onderdeel heeft betrekking op de frequentietabel voor band III.

Ten eerste wordt de bestemming van de uit te geven frequentieruimte 174.160 – 180.832 MHz (frequentieblok 5A t/m 5D), 191.584 – 193.120 MHz (frequentieblok 7C), 198.592 – 200.128 MHz (frequentieblok 8C), 216.160 – 219.408 MHz (frequentieblok 11A en 11B) en 224.880 – 226.416 MHz (frequentieblok 12B) gewijzigd. Deze frequentieruimte correspondeert met één van de twee commerciële digitale omroepvergunningen die wordt uitgegeven en omvat een regionaal ingedeeld kavel met een landelijke dekking. De andere digitale omroepvergunning heeft betrekking op frequentieruimte in de L-band en wordt behandeld in onderdeel B. De bestemming wordt gewijzigd van digitale radio-omroep naar digitale omroep. Daarnaast wordt de bestemming technologieneutraal gemaakt. Dit geschiedt door het begrip ‘T-DAB’ te vervangen door het begrip ‘digitale omroep in de ITU betekenis’. Hierdoor wordt niet langer een specifieke techniek (te weten T-DAB) voorgeschreven.

De achtergrond bij het verruimen van de bestemming is dat door technologische ontwikkelingen spectrum dat middels de huidige bestemming is gereserveerd voor digitale radio-omroep, tegenwoordig ook geschikt is voor andere mobiele multimediale toepassingen zoals mobiele video, datadiensten en het toevoegen van beelden aan radioprogramma’s. Daarnaast is het door nieuwe compressietechnieken mogelijk geworden om meer programma’s tegelijk via dezelfde frequentiecapaciteit uit te zenden.

Ten tweede wordt de bestemming van de frequentieruimte 219.496 – 221.208 MHz (frequentieblok 11C) gewijzigd. Deze frequentieruimte correspondeert met een gedeelte van de frequentieruimte die naar aanleiding van de consultatie en het overleg met de Tweede Kamer is bestemd voor digitale radio-omroep en omvat een landelijk ingedeeld kavel met een landelijke dekking. De bestemming van deze frequentieruimte wordt gewijzigd naar digitale radio-omroep waarbij de bestemming technologieneutraal gemaakt wordt. Dit geschiedt door het begrip ‘T-DAB’ te vervangen door het begrip digitale radio-omroep. Deze frequentieruimte zal gekoppeld en tegelijkertijd worden verdeeld met de nieuwe verdeling van de FM- en middengolffrequenties. De uitgangspunten voor deze vergunningverlening vormen nog onderwerp van studie. Dit is ook vermeld in de Frequentietabel. Indien het nog te ontwikkelen beleid voor de uitgifte van de FM- en middengolffrequenties hiertoe aanleiding geeft kan de bestemming worden verfijnd.

Het andere gedeelte van de frequentieruimte die naar aanleiding van de consultatie en het overleg met de Tweede Kamer is aangewezen voor digitale radio-omroep en die tegelijkertijd zal worden verdeeld met de nieuwe verdeling van de FM- en middengolffrequenties wordt nog niet meegenomen in deze NFP-wijziging. Deze frequentieruimte omvat een bovenregionaal ingedeeld kavel met een landelijke dekking en bevindt zich in de frequentieblokken 181 – 191.496 MHz, 193.208 – 198.504 MHz en 200.216 – 209 MHz. De reden om de bestemming voor deze frequentieruimte nog niet te wijzigen is dat op dit moment nog niet precies duidelijk is welke frequenties binnen deze frequentieblokken het beste voor dit kavel kunnen worden ingezet. Dit komt door bescherming van buitenlandse rechten die zijn gebaseerd op de Final Acts van de ITU-planningsconferentie Genève 06 en aanpalende bi- en multilaterale afspraken. Zodra er meer duidelijkheid is over de beschikbaarheid van bepaalde frequenties wordt de bestemming nader ingevuld. De huidige bestemming van de frequentieblokken waarbinnen de betreffende frequenties zich bevinden blijft dus momenteel ongewijzigd, met dien verstande dat uit de oorspronkelijke bestemming de benaming ‘analoog TV, publiek’ is verwijderd omdat analoge TV in Nederland sinds 11 december 2006 is afgeschakeld. Aangezien de verdeling van frequentieruimte voor digitale radio-omroep wordt gekoppeld en tegelijkertijd zal worden verdeeld met de nieuwe verdeling van de FM- en middengolffrequenties staat ook hier in de frequentietabel vermeld dat de uitgangspunten voor deze vergunningverlening nog onderwerp van studie vormen.

Van de overige frequentieruimte in band III die niet genoemd staat in deze toelichting blijft de bestemming ongewijzigd. Het gaat hier om de frequentieblokken 209 – 216 MHz, 221.208 – 223 MHz, 226.504 – 230 MHz. Van deze frequentieruimte is namelijk nog niet duidelijk wanneer of met welke bestemming deze verdeeld wordt. Het betreft frequentieruimte die pas op een later tijdstip beschikbaar komt, met name door bescherming van buitenlandse rechten die zijn gebaseerd op de Final Acts van de ITU-planningsconferentie Genève 06 en aanpalende bi- en multilaterale afspraken. Pas bij de verdeling van deze frequentieruimte wordt de bestemming aangepast. De oorspronkelijke tekst onder de bestemming is dus gehandhaafd met dien verstande dat uit de oorspronkelijke bestemming de benaming ‘analoog TV, publiek’ is verwijderd omdat analoge TV in Nederland sinds 11 december 2006 is afgeschakeld.

Tevens wordt in deze NFP wijziging de status van de landmobiele dienst in de frequentieband 174 – 223 MHz verlaagd van primair naar secundair, dit om de tijdens de ITU-planningsconferentie Genève 06 door Nederland verkregen frequentierechten voor digitale omroep volledig te kunnen benutten. Het betreft toepassingen in de sfeer van medische telemetrie, reportageverbindingen, besloten netten en draadloze microfoons. Voor deze gebruikers wordt in een overgangsregime voorzien.

Onderdeel B

Dit onderdeel heeft betrekking op de frequentietabel voor de L-band.

De bestemming van de uit te geven frequentieruimte 1452 – 1479.5 MHz (L-band, frequentieblok LA t/m LP) wordt gewijzigd. Deze frequentieruimte correspondeert met de tweede commerciële digitale omroepvergunning die op korte termijn wordt uitgegeven en omvat een kavel met een landelijke dekking en een lokale indeling. De andere commerciële digitale omroepvergunning heeft betrekking op frequentieruimte in band III en is behandeld in onderdeel A. De bestemming van de frequentieruimte in de L-band wordt gewijzigd van digitale radio-omroep naar digitale omroep. Daarnaast wordt de bestemming technologieneutraal gemaakt. Dit geschiedt door het begrip ‘T-DAB’ te vervangen door het begrip ‘digitale omroep in de ITU betekenis’. Hierdoor wordt niet langer een specifieke techniek (te weten T-DAB) voorgeschreven.

De achtergrond bij het verruimen van de bestemming is dat door technologische ontwikkelingen spectrum dat middels de huidige bestemming is gereserveerd voor digitale radio-omroep, tegenwoordig ook geschikt is voor andere mobiele multimediale toepassingen zoals mobiele video, datadiensten en het toevoegen van beelden aan radioprogramma’s. Daarnaast is het door nieuwe compressietechnieken mogelijk geworden om meer programma’s tegelijk via dezelfde frequentiecapaciteit uit te zenden.

Wat de L-band betreft zijn internationale coördinatieafspraken vastgelegd in het Maastrichtverdrag (Maastricht 2002 Special Arrangement). Dit verdrag is gedeeltelijk aangepast (juli 2007), waardoor het nu mogelijk is om naast TDAB ook andere (bredere) mobiele multimediale toepassingen te introduceren. Eisen aan het gebruik van deze frequentieband die voortvloeien uit dit aangepaste internationale verdrag zijn meegenomen in de uitwerking van de vergunningen, en worden zodoende nageleefd.

Onderdeel C

Dit onderdeel heeft betrekking op de nadere voorwaarden voor de bestemming digitale omroep die gaat gelden voor de op korte termijn te verdelen frequentieruimte in band III en de L-band.

In punt a wordt aan het gebruik van deze frequentieruimte een voorwaarde verbonden, en wel de volgende: deze frequentieruime is bestemd voor minimaal 80% ‘digitale omroep’; dit betekent dus dat maximaal 20% van deze ruimte gedurende vijf jaar ook voor andere mobiele multimediale toepassingen zoals datadiensten mag worden benut. In de brief aan de Tweede Kamer van 15 december 20063 is aangegeven dat de bestemming aldus zal worden geformuleerd. De voorwaarde dat minimaal 80% wordt bestemd voor digitale omroep vervalt vijf jaar na datum van vergunningverlening. Deze termijn van vijf jaar is gewenst om een aantal jaren de ontwikkeling van digitale omroep te blijven stimuleren en de markt voor mobiele digitale omroeptoepassingen via deze frequentieruimte tot wasdom te laten komen.

De punten b, c en d hebben betrekking op de geografische beperkingen voor het gebruik van de frequentieblokken 7C en 8C. Dit artikel heeft als achtergrond dat de frequentieblokken 7C en 8C een bepaalde geografische dekking hebben waarvan maar een gedeelte bij de aanstaande verdeling voor digitale omroep wordt meegenomen. Zowel frequentieblok 7C als 8C kunnen namelijk in twee geografische gebieden gebruikt worden.

Voor frequentieblok 7C is dit ten eerste een gebied in Noord-Nederland dat overwegend samenvalt met de provincies Groningen en Drenthe en ten tweede een gebied in Zuid-Nederland dat grotendeels samenvalt met de provincies Brabant en Limburg en een gedeelte van de provincie Gelderland. De bestemmingswijziging voor de aankomende frequentieuitgifte voor digitale omroep heeft alleen betrekking op het geografisch gebied in Noord-Nederland. Het gebied in Zuid-Nederland wordt niet bij de komende uitgifte meegenomen vanwege de bescherming van buitenlandse rechten die zijn gebaseerd op de Final Acts van de ITU-planningsconferentie Genève 06 en aanpalende bi- en multilaterale afspraken. De uitgangspunten voor de vergunningverlening van de laatst bedoelde frequenties vormen dus nog onderwerp van studie.

Voor frequentieblok 8C geldt dat deze frequentie gebruikt kan worden in een gebied in Zuid-Nederland dat voor een groot gedeelte samenvalt met de provincie Limburg en daarnaast in een dekkingsgebied in West-Nederland dat grotendeels de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht omvat en gedeelten van de provincies Flevoland en Gelderland. De bestemmingswijziging voor de aankomende frequentieuitgifte voor digitale omroep heeft alleen betrekking op het geografisch gebied in Zuid-Nederland. Het gebied in West-Nederland wordt niet bij de komende uitgifte meegenomen vanwege de bescherming van buitenlandse rechten die zijn gebaseerd op de Final Acts van de ITU-planningsconferentie Genève 06 en aanpalende bi- en multilaterale afspraken. De uitgangspunten voor de vergunningverlening van de laatst bedoelde frequenties vormen dus nog onderwerp van studie.

In de punten e en f wordt voor de te verdelen frequentieblokken in de L-band een nadere voorwaarde gesteld, namelijk op het onderdeel van de radiobestemming. Een gedeelte van de frequentieruimte in de L-band is bestemd voor lokale radio, die gericht is op de lokale gemeenschap in het geografisch gebied waarin het programma wordt uitgezonden. Met een geografisch gebied wordt hier één allotment bedoeld van de in totaal 117 allotments waarin de L-band is onderverdeeld. De radiobestemming omvat ten minste drie radiokanalen per allotment en daar bovenop moet het gemiddeld aantal radiokanalen over de allotments ten minste 3.5 zijn. Dit betekent dus dat er in ieder allotment drie kanalen zijn bestemd voor lokale radio. Minder kanalen voor radio is dus niet mogelijk in één allotment. Daarnaast geldt dat in alle allotments het aantal kanalen dat voor lokale radio is bestemd gemiddeld ten minste 3.5 moet zijn.

Dit besluit verzet zich er niet tegen dat binnen de bestemming voor lokale radio in meer dan één allotment hetzelfde lokale radioprogramma wordt uitgezonden, namelijk indien de betreffende lokale gemeenschap bestreken wordt door meerdere allotments. Met deze bepaling wordt ruimte gereserveerd voor digitale lokale radio. De frequentieruimte in de L-band is daarvoor technisch en functioneel het meest geschikt. Bewust is hier voor de term ‘kanaal’ gekozen. Een ‘kanaal’ is de transmissieruimte die nodig is om één radiostation een plek in de ether te geven. Overigens is het mogelijk dat een radiostation via één kanaal meerdere radioprogramma’s kan uitzenden (zie ook artikel 82i, lid 2, van de Mediawet). Om zeker te stellen dat er op ieder allotment ten minste ruimte is voor drie lokale radiostations wordt daarom gesproken over ‘drie kanalen’ en dus niet over ‘drie radioprogramma’s’. Voorts wordt hier als voorwaarde opgelegd dat de kwaliteit van de digitale, ongecodeerde radioprogramma’s ten minste vergelijkbaar moet zijn met FM-stereo. Met dit voorschrift wordt gewaarborgd dat de radioprogramma’s van voldoende ontvangstkwaliteit zijn en door iedere burger met een geschikte ontvanger ongecodeerd – dat betekent ‘zonder betaling’ – ontvangen kunnen worden. In het toezicht krachtens hoofdstuk 15 van de Telecommunicatiewet kan deze geluidskwaliteit worden beoordeeld op basis van de beleving van luisteraars. Buiten de opgelegde (digitale) radiobestemming zoals hierboven genoemd is het wel toegestaan om radioprogramma’s gecodeerd (d.w.z. tegen betaling) en/of met een lagere ontvangstkwaliteit aan te bieden.

Omdat op voorhand nog niet met zekerheid te zeggen is of en zo ja met welke snelheid radio zal digitaliseren is besloten om na drie jaar te evalueren of er nog steeds behoefte bestaat aan de op de L-band gereserveerde ruimte voor digitale lokale radio. Deze evaluatie kan eventueel tot een aanpassing van de bestemming leiden.

Tot slot

Om storing te voorkomen en doelmatig gebruik van het frequentiespectrum te bevorderen worden aan het gebruik van frequenties voorschriften en beperkingen verbonden. In de regel worden deze voorschriften en beperkingen in de vergunning bepaald.

Dit besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

F. Heemskerk.


XNoot
1

Stcrt. 2005, 30; laatstelijk gewijzigd bij besluit van 29 februari 2008 (Stcrt. 2008, 43).

XNoot
1

Zie het Nationaal Frequentieregister, http://www.agentschaptelecom.nl/nfr/main_nfr.html

XNoot
2

Kamerstukken II, 2007/2008, 24095, nr. 225.

XNoot
3

Kamerstukken II, 2006/2007, 24095, nr. 205.

Naar boven