Regeling van de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie van 18 oktober 2008, nr. BJZ2008100718, tot wijziging van de Regeling overgangsbepalingen woninggebonden subsidies (wijziging van het rentepercentage met gebruikmaking waarvan het niet-uitbetaalde gedeelte van het budget voor de sociale-bouwsector wordt bepaald, dat voor 1992 is toegekend op voet van het Besluit woninggebonden subsidies)

De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

Gelet op artikel 2, eerste lid, van het Invoeringsbesluit Wet stedelijke vernieuwing;

Besluit:

ARTIKEL I

Artikel 30a van de Regeling overgangsbepalingen woninggebonden subsidies komt te luiden:

Artikel 30a

Het rentepercentage met gebruikmaking waarvan wordt bepaald welk bedrag na uitbetaling van een jaarbedrag resteert van het budget voor de sociale-bouwsector dat voor 1992 is toegekend op voet van het Besluit woninggebonden subsidies, is:

  • a. voor het percentage van het budget dat gelijk is aan het percentage, bedoeld in punt 3, onderdeel a, van bijlage III bij het Besluit woninggebonden subsidies zoals dat luidde van 1 januari 1992 tot en met 31 december 1994: 5,1, en

  • b. voor het gedeelte van dat budget waarop onderdeel a niet van toepassing is: 4,6.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 17 december 2008.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 18 oktober 2008

De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

C.P. Vogelaar.

TOELICHTING

Deze wijziging van de Regeling overgangsbepalingen woninggebonden subsidies strekt tot aanpassing van het rentepercentage dat geldt ten aanzien van het op voet van het Besluit woninggebonden subsidies (hierna: Bws) voor 1992 toegekende budget voor de sociale-bouwsector.

Op voet van artikel 10 van het Bws is voor het jaar 1992 budget voor de sociale-bouwsector (sociale-huurwoningen, sociale-koopwoningen, standplaatsen, woonwagens en ingrijpende voorzieningen aan woningen en standplaatsen) toegekend aan gemeenten. Dit budget wordt, op grond van artikel 14, eerste lid, van het Bws, uitbetaald als jaarlijkse bijdrage in een reeks van jaarbedragen.

Op grond van artikel 14, tweede lid, van het Bws, is het eerste jaarbedrag van het voor 1992 toegekende budget in 1994 uitbetaald.

Bijlage III, punt 3, bij het Bws bepaalt dat ieder jaar het budget dat resteert na de uitbetaling van het jaarbedrag wordt verhoogd met het, ten tijde van de budgettoekenning door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer gehanteerde rentepercentage. Dit rentepercentage is de, voor het jaar waarvoor het budget is toegekend, vastgestelde, begrotingsrente verhoogd met 0,6 procent. Voor het budget dat voor 1992 is toegekend is dat rentepercentage neergelegd in artikel 30a van de Regeling overgangsbepalingen woninggebonden subsidies.

Het rentepercentage wordt, iedere vijf jaar na uitbetaling van het jaarbedrag, bij regeling van de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie aangepast, indien de in dat jaar gehanteerde begrotingsrente afwijkt van de begrotingsrente die was vastgesteld voor het jaar waarvoor het budget is toegekend. Het vijftiende jaarbedrag van het voor 1992 toegekende budget wordt op 16 december 2008 uitbetaald.

Dit bijgestelde rentepercentage geldt, aldus bijlage III, punt 3, onderdeel c, bij het Besluit woninggebonden subsidies, voor een percentage van het resterende budget. Dit percentage van het resterende budget is gelijk aan het percentage dat de som van het aantal sociale-koopwoningen en de helft van het aantal koopstandplaatsen en koopwoonwagens, waarvoor geldelijke steun is verleend ten laste van dit budget, uitmaakt van de som van het totale aantal woningen en de helft van het totale aantal standplaatsen en woonwagens waarvoor geldelijke steun is verleend op basis van het Besluit woninggebonden subsidies.

Het Besluit verplichte afkoop woninggebonden subsidies (Stb. 2008, 354) voorziet onder meer in de verplichte afkoop van de voor de jaren 1992, 1993 en 1994 toegekende budgetten voor de sociale-bouwsector. Dat besluit zal naar verwachting in 2009 volledig in werking treden. Dat betekent dat 2008 het laatste jaar is waarin het rentepercentage dat geldt ten aanzien van de bedoelde budgetten wordt aangepast.

Artikel I

De voor 1992 vastgestelde begrotingsrente bedroeg 8,75 procent, voor 2008 bedraagt de begrotingsrente 4,5 procent. Het rentepercentage, bedoeld in bijlage III, punt 3, onderdeel c, bij het Bws, dat wordt gehanteerd ten aanzien van het voor 1992 toegekende budget is daarmee 5,1 (4,5 procent + 0,6 procent).

Dit rentepercentage is alleen van toepassing op het hiervoor genoemde percentage van het resterende budget en is neergelegd in artikel 30a, onderdeel a, van de Regeling overgangsbepalingen woninggebonden subsidies.

Op het overige deel van het resterende budget blijft het voor 2003 vastgestelde rentepercentage van toepassing (dat is 4,6 procent). Dat is neergelegd in artikel 30a, onderdeel b, van de Regeling overgangsbepalingen woninggebonden subsidies.

Artikel II

Op grond van bijlage III, punt 3, bij het Bws moet de wijziging van het gehanteerde rentepercentage ingaan met ingang van de dag na de dag waarop het vijftiende jaarbedrag is uitbetaald. Dit vijftiende jaarbedrag is op 16 december 2008 uitbetaald. Om die reden treedt de wijziging van artikel 30a van de Regeling overgangsbepalingen woninggebonden subsidies in werking met ingang van 17 december 2008.

De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

C.P. Vogelaar.

Naar boven