TOELICHTING
Deze wijziging van de Regeling overgangsbepalingen woninggebonden subsidies strekt tot aanpassing van het rentepercentage
dat geldt ten aanzien van het op voet van het Besluit woninggebonden subsidies (hierna: Bws) voor 1992 toegekende budget voor
de sociale-bouwsector.
Op voet van artikel 10 van het Bws is voor het jaar 1992 budget voor de sociale-bouwsector (sociale-huurwoningen, sociale-koopwoningen,
standplaatsen, woonwagens en ingrijpende voorzieningen aan woningen en standplaatsen) toegekend aan gemeenten. Dit budget
wordt, op grond van artikel 14, eerste lid, van het Bws, uitbetaald als jaarlijkse bijdrage in een reeks van jaarbedragen.
Op grond van artikel 14, tweede lid, van het Bws, is het eerste jaarbedrag van het voor 1992 toegekende budget in 1994 uitbetaald.
Bijlage III, punt 3, bij het Bws bepaalt dat ieder jaar het budget dat resteert na de uitbetaling van het jaarbedrag wordt
verhoogd met het, ten tijde van de budgettoekenning door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
gehanteerde rentepercentage. Dit rentepercentage is de, voor het jaar waarvoor het budget is toegekend, vastgestelde, begrotingsrente
verhoogd met 0,6 procent. Voor het budget dat voor 1992 is toegekend is dat rentepercentage neergelegd in artikel 30a van
de Regeling overgangsbepalingen woninggebonden subsidies.
Het rentepercentage wordt, iedere vijf jaar na uitbetaling van het jaarbedrag, bij regeling van de Minister voor Wonen, Wijken
en Integratie aangepast, indien de in dat jaar gehanteerde begrotingsrente afwijkt van de begrotingsrente die was vastgesteld
voor het jaar waarvoor het budget is toegekend. Het vijftiende jaarbedrag van het voor 1992 toegekende budget wordt op 16 december
2008 uitbetaald.
Dit bijgestelde rentepercentage geldt, aldus bijlage III, punt 3, onderdeel c, bij het Besluit woninggebonden subsidies, voor
een percentage van het resterende budget. Dit percentage van het resterende budget is gelijk aan het percentage dat de som
van het aantal sociale-koopwoningen en de helft van het aantal koopstandplaatsen en koopwoonwagens, waarvoor geldelijke steun
is verleend ten laste van dit budget, uitmaakt van de som van het totale aantal woningen en de helft van het totale aantal
standplaatsen en woonwagens waarvoor geldelijke steun is verleend op basis van het Besluit woninggebonden subsidies.
Het Besluit verplichte afkoop woninggebonden subsidies (Stb. 2008, 354) voorziet onder meer in de verplichte afkoop van de voor de jaren 1992, 1993 en 1994 toegekende budgetten voor de sociale-bouwsector.
Dat besluit zal naar verwachting in 2009 volledig in werking treden. Dat betekent dat 2008 het laatste jaar is waarin het
rentepercentage dat geldt ten aanzien van de bedoelde budgetten wordt aangepast.
Artikel I
De voor 1992 vastgestelde begrotingsrente bedroeg 8,75 procent, voor 2008 bedraagt de begrotingsrente 4,5 procent. Het rentepercentage,
bedoeld in bijlage III, punt 3, onderdeel c, bij het Bws, dat wordt gehanteerd ten aanzien van het voor 1992 toegekende budget
is daarmee 5,1 (4,5 procent + 0,6 procent).
Dit rentepercentage is alleen van toepassing op het hiervoor genoemde percentage van het resterende budget en is neergelegd
in artikel 30a, onderdeel a, van de Regeling overgangsbepalingen woninggebonden subsidies.
Op het overige deel van het resterende budget blijft het voor 2003 vastgestelde rentepercentage van toepassing (dat is 4,6
procent). Dat is neergelegd in artikel 30a, onderdeel b, van de Regeling overgangsbepalingen woninggebonden subsidies.
Artikel II
Op grond van bijlage III, punt 3, bij het Bws moet de wijziging van het gehanteerde rentepercentage ingaan met ingang van
de dag na de dag waarop het vijftiende jaarbedrag is uitbetaald. Dit vijftiende jaarbedrag is op 16 december 2008 uitbetaald.
Om die reden treedt de wijziging van artikel 30a van de Regeling overgangsbepalingen woninggebonden subsidies in werking met
ingang van 17 december 2008.
De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,
C.P. Vogelaar.