28 januari 2008
Nr. IVW TBE 45.1.a - 2008 -125 - AS
& S Airservices
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 24 januari 2008, ontvangen op 24
januari 2008 van AS & S Airservices;
Overwegende dat de maatschappelijke relevantie onder andere blijkt uit
de opdrachten van diverse organisaties en bedrijven, voor het overeenkomstig
de relevante wet- en regelgeving uitvoeren van VFR-vluchten beneden de minimum
VFR-vlieghoogte, waarbij de hinder en risico’s tot een minimum worden
beperkt;
Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Besluit:
Artikel 1
Aan AS & S Airservices, hierna te noemen verzoeker, wordt met inachtneming
van hetgeen bij of krachtens het Luchtverkeersreglement is bepaald, in zoverre
ontheffing verleend van de verbodsbepalingen als bedoeld in artikel 45, eerste
lid, onder a, van het Luchtverkeersreglement, om VFR-vluchten uit te voeren
beneden de minimum VFR-vlieghoogte (boven mensenverzamelingen: 300 m boven
de hoogste hindernis binnen een afstand van 600 m van het luchtvaartuig),
gedurende de daglichtperiode, tijdens de periode van 01 mei 2008 tot en met
30 september 2008, onder de in artikel 2 genoemde voorschriften en beperkingen,
met een luchtvaarttuig van het type Cessna C172, VFR-vluchten boven de zee,
tot dichtbij de stranden uit te voeren in de volgende plaatsen:
1. Bergen aan Zee;
2. Egmond aan Zee;
3. Castricum;
4. Wijk aan Zee;
5. IJmuiden;
6. Katwijk;
7. Wassenaar;
8. Monster;
9. ’s-Gravenzande;
10. Hoek van Holland;
11. Rockanje.
Artikel 2
Voorschriften en beperkingen:
1. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;
2. er wordt uitsluitend boven het water beneden de minimum VFR-vlieghoogte
gevlogen. Dit betekent dat er uitsluitend met een wind met een westcomponent
gevlogen kan worden. De windsnelheid moet zodanig zijn dat de afstand tot
de waterlijn minimaal 50 meter zal bedragen. Er wordt in geen geval in de
richting van of over de bezoekers van het strand gevlogen;
3. afzonderlijke gebouwen, ingericht voor het verblijf van personen worden
vermeden;
4. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen
dat overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden en ingeval van een
noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;
5. het uitwerpen gebeurt vanuit een vliegtuig met uitlaatdemper en minimale
snelheid (met een veilige marge ten opzichte van de overtreksnelheid), en
daarbij horend laag toerental, en conform de Regeling verwijderen van voorwerpen;
6. er wordt niet gevlogen in gebieden waar reddingsacties met behulp van
luchtvaartuigen worden uitgevoerd;
7. vogelreservaten, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids, worden vermeden;
8. de laagvliegactiviteiten met het verwijderen van voorwerpen, worden
bekend gesteld via een NOTAM (Notice To Airmen), minimaal één
werkdag vóór de geplande vluchten. Opgave van deze NOTAM dient
te worden gedaan bij de Operationele Helpdesk van de Luchtverkeersleiding
Nederland;
9. vóór de aanvang van de vlucht wordt de meldkamer van
het Korps Landelijke Politiediensten Afdeling Luchtvaartpolitie ingelicht,
en worden de volgende gegevens verstrekt:
• naam gezagvoerders, registratie en model / type vliegtuig;
• plaats en tijdstip van het laagvliegen en het uitwerpen;
10. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende
de periode dat dit voor het daadwerkelijk verwijderen van voorwerpen noodzakelijk
is en slechts op het traject zoals dat van tevoren aan de Luchtvaartpolitie
is doorgegeven;
11. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd
met de Supervisor ACC van het LVNL-centrum Amsterdam voor de vluchten boven
Bergen aan Zee, Egmond aan Zee, Castricum, Wijk aan Zee, IJmuiden, Katwijk,
Wassenaar, Monster, ’s-Gravenzande, Hoek van Holland en Rockanje;
12. voorafgaand aan de vlucht is er op initiatief van de aanvrager / opdrachtgever
in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht;
13. bij het niet of niet volledig nakomen van de bovenstaande voorschriften
en beperkingen kan dat aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.
Artikel 3
De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder bekend is met de
inhoud van deze beschikking.
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 mei 2008 en vervalt
met ingang van 1 oktober 2008, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond
van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de
datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.
- de gronden van het bezwaar.