25 april 2007
Nr. IVW TBE 44.1.a 2007-24-Eurosense
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing dd. 06-04-2007, ontvangen op 06-04-2007
van EUROSENSE, adres: Nerviërslaan 54, postcode 1780, te Wemmel, België.
Contactpersoon: dhr. P. Morissens;
Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit, onder
andere, de opdrachten van het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer
en Afvalwaterbehandeling (RWS RIZA) en Rijkswaterstaat Adviesdienst Geo-informatie
en ICT (RWS AGI), voor het uitvoeren van:
1. laseraltimetrie, voor het opnemen van hoogtedata van bepaalde kustgebieden.
Deze data wordt gebruikt om te onderzoeken waar er (kust)erosie plaatsvindt,
en waar de kust versterkt dient te worden;
2. thermografie, voor het opnemen van temperatuursverschillen van wateroppervlakten
van verschillende locaties in Nederland, om te onderzoeken welke invloed bedrijven
hebben bij het lozen van warm afvalwater. Het watertemperatuur is in warme
zomers gebonden aan maximale waarden.
Gelet op artikel 44, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Besluit:
Artikel 1
Dit besluit is van toepassing op de vliegtuigen van het type Cessna 404
Titan, Cessna 402B en Piper PA-31-350 Navajo Chieftain, in gebruik bij EUROSENSE,
waarmee de VFR-vluchten worden uitgevoerd, ten behoeve van
1. laseraltimetrie, voor het opnemen van hoogtedata van de kust van Zuid-Holland
en Zeeland, de Westerschelde en de Oosterschelde, in opdracht van Rijkswaterstaat
Adviesdienst Geo-informatie en ICT (RWS AGI),
2. thermografie, voor het opnemen van temperatuursverschillen van wateroppervlakten
van verschillende locaties in Nederland, waaronder, de Maas, Amsterdam-Rijn-kanaal,
Noordzee-kanaal, Nieuwe Waterweg en Hollands Diep, in opdracht van Rijksinstituut
voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RWS RIZA).
Artikel 2
Aan de gezagvoerder van de in artikel 1 genoemde vliegtuigen wordt van
25 april 2007 tot en met 31 december 2007, ontheffing verleend van het verbod
tot het uitvoeren van VFR-vluchten buiten de daglichtperiode, zoals gepubliceerd
in de in artikel 60, onder a, bedoelde luchtvaartgids, met inachtneming van
de volgende voorschriften en beperkingen:
a. voor het uitvoeren van de vlucht is het luchtvaartuig uitgerust met
de instrumenten, zoals deze zijn vermeld in artikel 19 van de Regeling ten
aanzien van de uitrusting bij vluchten niet zijnde verkeersvluchten;
b. de gezagvoerder beschikt over een geldig CPL met bevoegdverklaring
IR;
c. voor deze vlucht wordt tijdig een vliegplan ingediend;
d. tijdens het uitvoeren van de vlucht is een tweezijdige radioverbinding
tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersdienst en wordt voortdurend
op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;
e. het vliegzicht bedraagt tenminste 5 km en de afstand van het luchtvaartuig
tot de wolken is groter dan 1500 meter horizontaal en 450 meter vertikaal;
f. tijdens het vliegen wordt het programma dat vooraf aan LVNL wordt doorgegeven
(zie artikel 4, onder a) nageleefd, tenzij een afwijkende klaring is verkregen;
Artikel 3
De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder bekend is met de
inhoud van deze beschikking.
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 25 april 2007 en vervalt
met ingang van 31 december 2007, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond
van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de
datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.
- de gronden van het bezwaar.