3 april 2007
Nr. IVW TBE - 45.1a+b-2007-16-Heli Holland
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing dd. 23-03-2007, ontvangen op 26-03-2007
van Heli Holland Airservice BV. Contactpersoon: I.E. Kamerbeek. Adres: Kanaal
B 223, 7881 NB Emmercompascuum.
Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit, onder
andere, de opdrachten van Shell International BV, voor het uitvoeren van:
foto-opnames van het Shell Windmill Park, voor de kust van Egmond aan Zee,
ten behoeve van het jaarverslag van Shell International BV. Het is de wens
van Shell International BV om milieuvriendelijke activiteiten van het bedrijf
te illustreren in het jaarverslag. De ontwikkeling van duurzame energie, opgewekt
door middel van windmolens is hier een voorbeeld van. Foto-opnames van de
windmolens worden gemaakt om de voortgang en de indruk van het windmolenpark
weer te geven in het jaarverslag van Shell International BV.
Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Besluit:
Artikel 1
Dit besluit is van toepassing op de helikopter van het type AS 355 Aerospatiale
Twinstar F1, in gebruik bij Heli Holland Airservice B.V., waarmee VFR-vluchten
worden uitgevoerd nabij het Shell Windmill Park, voor de kust van Egmond aan
Zee, t.b.v.het maken van foto-opnames, in opdracht van Shell International
BV.
Artikel 2
Aan de gezagvoerder van het in artikel 1 genoemde helikopter, wordt van
3 april tot en met 13 mei 2007, ontheffing verleend van het verbod genoemd
in artikel 45, eerste lid, onder a en b, van het Luchtverkeersreglement, om
VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, boven gebieden
met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen,
dan wel boven mensenverzamelingen en elders, gedurende de daglichtperiode,
zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende
voorschriften en beperkingen:
a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;
b. de minimum toegestane vlieghoogte boven het windmolenpark, bedraagt
500 ft, doch tenminste 100 ft boven de hoogste hindernis, gelegen binnen een
afstand van 600 m van het luchtvaartuig, en rondom het windmolenpark tot een
minimum toegestane vlieghoogte van 200 ft met een minimale horizontale afstand
van 300 meter;
c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid wordt zodanig gekozen dat:
1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel
mogelijk wordt beperkt;
3. met inachtneming van artikel 19 van de Regeling Luchtverkeersdienstverlening
de volgende adviessnelheden in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse
G, in acht worden genomen:
Vliegzicht (m) | Adviessnelheid (kts) |
800 - 1500 | < 50 |
1500 - 2000 | < 100 |
2000 - 5000 | < 120 |
d. de gezagvoerder stelt zich van tevoren op de hoogte m.b.t. plaatsen
die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;
e. te allen tijde wordt de vlucht zo uitgevoerd met een zodanige combinatie
van hoogte en snelheid dat de vlieger in staat is om, in geval van een motorstoring,
de bebouwing zonder hoogteverlies te verlaten;
f. de vlucht wordt zodanig uitgevoerd dat niet wordt gevlogen in het gevaarlijke
gebied van het hoogtesnelheidsdiagram als aangegeven in het vlieghandboek
van de desbetreffende helikopter;
g. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende
de periode dat dit voor het daadwerkelijk maken van filmopnamen noodzakelijk
is en slechts op het traject zoals dat van tevoren aan de Luchtvaartpolitie
is doorgegeven;
h. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:
de meldkamer van het Korps Landelijke Politiediensten Afdeling Luchtvaartpolitie
en worden de volgende gegevens verstrekt:
- naam gezagvoerders, registratie en model/type helikopter,
- route en periode van de voorgenomen vlucht;
i. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met
de Operationele Helpdesk van Luchtverkeersleiding Nederland. Aan de voorwaarden
door hen gesteld wordt strikt de hand gehouden;
j. voor het maken van de opnamen dient de cameraman in het bezit te zijn
van een op zijn/haar naam gestelde luchtopnamevergunning, verkregen bij het
Ministerie van Defensie, MIVD/ACIV/BBMG, Sectie Luchtfotografie, Postbus 20701,
2500 ES Den Haag;
k. de gezagvoerder en de cameraman zijn op de hoogte van de voorschriften
en beperkingen van deze beschikking;
l. indien van toepassing: Tenminste 5 werkdagen van tevoren worden de
vluchtgegevens, de te vliegen route en andere relevante informatie aangeleverd
bij de operationele helpdesk.
Artikel 3
De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder bekend is met de
inhoud van deze beschikking.
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 3 april 2007 en vervalt
met ingang van 13 mei 2007, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond
van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de
datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
- de gronden van het bezwaar.