Ontheffing Nederlandse Veteranendag 2007

22 juni 2007

MLA/073/2007

De Staatssecretaris van Defensie,

Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;

Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;

Besluit:

Artikel 1

1. Aan de gezagvoerders die deelnemen aan de luchtparade (flyby) ter gelegenheid van de Nederlandse Veteranendag 2007 op vrijdag 29 juni 2007 wordt ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 45, eerste lid, onderdeel a, van het Luchtverkeersreglement om een VFR-vlucht uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogten.

2. De te vliegen route voor de paradevlucht is vanuit het noordoosten met een koers van ± 240 graden (zie figuur 1).

Figuur 1

stcrt-2007-122-p10-SC81160-1.gif

3. Ten behoeve van de burgerluchtvaartuigen, genoemd in artikel 2, onderdeel a, ten 3°, wordt ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling sluiting luchtruim boven Den Haag en kasteel Drakensteijn.

Artikel 2

Aan de ontheffing zijn de volgende voorwaarden verbonden:

a. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, bedraagt voor:

1°. helikopters: 700 voet boven grondniveau;

2°. PC-7’s: 1000 voet boven grondniveau;

3°. Spitfire, B-25, Harvard en Beech-18: 1000 voet boven grondniveau;

4°. F-16’s: 1200 voet boven grondniveau;

5°. F50, Gulfstream, KDC10 en C-130: 1500 voet boven grondniveau, boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 150 meter van het luchtvaartuig;

b. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:

1°. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;

2°. in geval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;

c. de gezagvoerders stellen zich van tevoren op de hoogte met betrekking tot plaatsen die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;

d. te allen tijde dienen de vliegers in een zodanige combinatie van hoogte en snelheid te vliegen dat zij in staat zijn om, in geval van een motorstoring, de bebouwing zonder hoogteverlies te verlaten;

e. het vliegzicht dient ten minste 8 km te bedragen en er mag geen bewolking van meer dan 2/8 bedekkinggraad beneden de 2500 voet boven grondniveau zijn.

Artikel 3

Als Display Director is aangewezen Majoor C.H.M. Dalloyaux of een gelijkwaardige vervanger.

Artikel 4

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 30 juni 2007.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en zal tevens bekend worden gemaakt door middel van een NOTAM.

De Staatssecretaris van Defensie,voor deze:
de directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit,
P.M.A. Vorderman,
generaal-majoor KLu b.d.

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 20701, 2500 ES ’s-Gravenhage. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

Toelichting

Sinds 2005 wordt jaarlijks op 29 juni stilgestaan bij de prestaties en het werk van de veteranen. Onderdeel van deze zogenaamde Nederlandse Veteranendag in Den Haag vormt een luchtparade (flyby) waarbij met diverse luchtvaartuigen over een deel van de Haagse binnenstad wordt gevlogen.

In artikel 45, eerste lid, van het Luchtverkeersreglement is het verbod opgenomen een VFR-vlucht uit te voeren beneden minimum vlieghoogten. Op basis van artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement kan ontheffing worden verleend van dit verbod. Met deze beschikking wordt de voorwaarde dat de minimumvlieghoogte plaats dient te vinden boven de hoogste hindernis binnen een afstand van 600 meter van het luchtvaartuig nader ingevuld. Voornoemde afstand van 600 meter wordt met deze beschikking teruggebracht naar 150 meter. De minimum vlieghoogten die gelden voor militaire luchtvaartuigen op grond van het Luchtverkeersreglement en de Regeling VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten blijven onverkort van toepassing.

Naar boven