Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerStaatscourant 2006, 250 pagina 49Besluiten van algemene strekking

Regeling huurtoeslaggrenzen 2007

Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 11 december 2006, nr. DJZ2006338706, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, houdende aanpassing voor het tijdvak dat loopt van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007 van de bedragen, genoemd in de artikelen 14, eerste lid, en 18, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag, van de minimum-inkomensijkpunten, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van die wet en van de inkomensklassen, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van die wet, en van de bedragen, genoemd in artikel 2a, tweede lid, onderdelen b en c, van het Besluit op de huurtoeslag (Regeling huurtoeslaggrenzen 2007)

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op de artikelen 16, tweede en vijfde lid, en 27, vierde, vijfde en zesde lid, van de Wet op de huurtoeslag, en artikel 2a, vierde lid, van het Besluit op de huurtoeslag;

Besluit:

§ 1

Wijziging van de Wet op de huurtoeslag voor het tijdvak dat loopt van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007

Artikel 1

In artikel 14, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag wordt:

a. in onderdeel a ‘€ 20 000’ vervangen door ‘€ 20 300’;

b. in onderdeel b ‘€ 27 175’ vervangen door ‘€ 27 575’;

c. in onderdeel c ‘€ 17 834’ vervangen door ‘€ 18 077,70’ en

d. in onderdeel d ‘€ 23 593’ vervangen door: ‘€ 23 930,48’.

Artikel 2

De inkomensklassen, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag, zijn:

a. voor eenpersoonshuishoudens:

 

Ondergrens

Bovengrens

1

0

14425

2

14426

14450

3

14451

14675

4

14676

14900

5

14901

15125

6

15126

15350

7

15351

15575

8

15576

15800

9

15801

16025

10

16026

16250

11

16251

16475

12

16476

16700

13

16701

16925

14

16926

17150

15

17151

17375

16

17376

17825

17

17826

18275

18

18276

18725

19

18726

19175

20

19176

19625

21

19626

20075

22

20076

20300

b. voor meerpersoonshuishoudens:

 

Ondergrens

Bovengrens

1

0

18500

2

18501

18675

3

18676

18900

4

18901

19125

5

19126

19350

6

19351

19575

7

19576

19800

8

19801

20025

9

20026

20250

10

20251

20475

11

20476

20700

12

20701

20925

13

20926

21150

14

21151

21375

15

21376

21600

16

21601

22050

17

22051

22500

18

22501

22950

19

22951

23400

20

23401

23850

21

23851

24300

22

24301

24750

23

24751

25200

24

25201

25650

25

25651

26100

26

26101

26550

27

26551

27000

28

27001

27450

29

27451

27575

c. voor eenpersoonsouderenhuishoudens:

 

Ondergrens

Bovengrens

1

0

14225

2

14226

14450

3

14451

14675

4

14676

14900

5

14901

15125

6

15126

15350

7

15351

15575

8

15576

15800

9

15801

16025

10

16026

16250

11

16251

16475

12

16476

16700

13

16701

16925

14

16926

17150

15

17151

17375

16

17376

17825

17

17826

18250

, en

d. voor meerpersoonsouderenhuishoudens:

 

Ondergrens

Bovengrens

1

0

18375

2

18376

18450

3

18451

18675

4

18676

18900

5

18901

19125

6

19126

19350

7

19351

19575

8

19576

19800

9

19801

20025

10

20026

20250

11

20251

20475

12

20476

20700

13

20701

20925

14

20926

21150

15

21151

21375

16

21376

21825

17

21826

22275

18

22276

22725

19

22726

23175

20

23176

23625

21

23626

24075

22

24076

24275

Artikel 3

Het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag, is:

a. voor een eenpersoonshuishouden: € 14 225;

b. voor een meerpersoonshuishouden: € 18 200;

c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 14 025 en

d. voor een meerpersoonsouderenhuishouden: € 18 075.

Artikel 4

In artikel 18, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag wordt:

a. in onderdeel a ‘€ 20 025’ vervangen door ‘€ 20 450’;

b. in onderdeel b ‘€ 25 725’ vervangen door ‘€ 26 300’;

c. in onderdeel c ‘€ 18 200’ vervangen door ‘€ 18 750’ en

d. in onderdeel d ‘€ 23 575’ vervangen door: ‘€ 24 325’.

§ 2

Wijziging van de Wet op de huurtoeslag voor het tijdvak dat loopt van 1 januari 2007 tot en met 30 juni 2007

Artikel 5

De basishuren, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag, zijn:

a. voor eenpersoonshuishoudens:

 

Basishuur

1

199,52

2

204,84

3

207,99

4

213,74

5

219,56

6

225,48

7

231,47

8

237,56

9

243,73

10

249,98

11

256,32

12

262,74

13

269,25

14

275,84

15

282,52

16

292,69

17

306,56

18

320,77

19

335,31

20

350,20

21

365,42

22

377,07

b. voor meerpersoonshuishoudens:

 

Basishuur

1

199,52

2

206,93

3

210,80

4

215,20

5

219,65

6

224,15

7

228,70

8

233,30

9

237,95

10

242,65

11

247,40

12

252,19

13

257,04

14

261,93

15

266,88

16

274,39

17

284,57

18

294,96

19

305,53

20

316,31

21

327,28

22

338,45

23

349,82

24

361,39

25

373,15

26

385,11

27

397,26

28

409,62

29

417,61

c. voor eenpersoonsouderenhuishoudens:

 

Basishuur

1

197,70

2

208,18

3

215,89

4

223,74

5

231,73

6

239,87

7

248,16

8

256,59

9

265,17

10

273,89

11

282,76

12

291,77

13

300,93

14

310,23

15

319,68

16

334,13

17

353,34

, en

d. voor meerpersoonsouderenhuishoudens:

 

Basishuur

1

195,89

2

204,39

3

208,22

4

214,03

5

219,93

6

225,91

7

231,98

8

238,13

9

244,36

10

250,68

11

257,08

12

263,56

13

270,13

14

276,78

15

283,52

16

293,78

17

307,76

18

322,06

19

336,71

20

351,69

21

367,00

22

378,27

Artikel 6

In artikel 2a, tweede lid, van het Besluit op de huurtoeslag wordt:

a. in onderdeel b ‘€ 3 498’ vervangen door ‘€ 3 550’ en

b. in onderdeel c ‘€ 38 375’ vervangen door ‘€ 38 950’.

Artikel 7

De Regeling huurtoeslaggrenzen 2006 wordt ingetrokken.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling huurtoeslaggrenzen 2007.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 11 december 2006.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, P. Winsemius.

Toelichting

Algemeen

Op 1 januari van elk jaar worden de zogenoemde inkomensgerelateerde parameters van de Wet op de huurtoeslag (hierna: Wht), te weten de maximale inkomensgrenzen, genoemd in artikel 14, eerste lid, van die wet, de verscheidene inkomensklassen, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van die wet, de minimum-inkomensijkpunten, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van die wet, en de referentie-inkomensijkpunten, genoemd in artikel 18, eerste lid, van die wet, bij ministeriële regeling aangepast. Deze regeling strekt daartoe.

De overige parameters uit de Wht, te weten de maximale huurgrenzen huurtoeslag, genoemd in artikel 13, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wht, de kwaliteitskortingsgrens, genoemd in artikel 20, eerste lid, van die wet, en de aftoppingsgrenzen, genoemd in artikel 20, tweede lid, van die wet, worden onveranderd per 1 juli van elk jaar aangepast.

Voorts wordt nog een tweetal bedragen uit het Besluit op de huurtoeslag (hierna: Bht) gewijzigd. Voor een nadere toelichting hierop kan worden verwezen naar het artikelsgewijze gedeelte van deze toelichting.

Artikelsgewijs

Artikel 1

Met deze artikelen zijn de norminkomens, genoemd in artikel 14, eerste lid, van de Wht, aangepast met de inflatiecorrectie over het tijdvak 1 juli tot en met 30 juni in het jaar voorafgaand aan het zogenoemde berekeningsjaar, zijnde 1,47%. Dit percentage is berekend als de verhouding van de gemiddelde consumentenprijsindex over juli 2005 tot en met juni 2006 ten opzichte van de gemiddelde consumentenprijsindex over juli 2004 tot en met juni 2005.

De aanpassing van de norminkomens voor de 65plus-huishoudens wijkt betreffende het berekeningsjaar 2007 eenmalig af van de reguliere aanpassing volgens artikel 27, vierde lid, eerste volzin, van de Wht. Een reguliere aanpassing zou een onbedoelde structurele doorwerking betekenen van de incidentele per 1 januari 2006 doorgevoerde reparatie in verband met de per die datum geïntroduceerde tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van de Algemene Ouderdomswet. Derhalve worden de norminkomens betreffende de 65plus-huishoudens eenmalig aangepast op de wijze, zoals bepaald in artikel 27, vierde lid, tweede volzin, van de Wht.

Geen huurtoeslag wordt verstrekt indien het rekeninkomen bij de 65min-huishoudens meer bedraagt dan de (afgeronde) grens, genoemd in artikel 1, onderdelen a en b, van deze regeling, zijnde € 20 300 voor eenpersoonshuishoudens en € 27 575 voor meerpersoonshuishoudens.

Bij de 65plus-huishoudens worden de norminkomens, zoals die zijn opgenomen in artikel 1, onderdelen c en d, van deze regeling, nog vermeerderd met de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van de Algemene Ouderdomswet (per 1 januari 2007: € 165,84 bij eenpersoonsouderenhuishoudens en € 331,68 bij meerpersoonsouderenhuishoudens).

De (afgeronde) som van deze bedragen, zijnde € 18 250 voor eenpersoonsouderenhuishoudens en € 24 275 voor meerpersoonsouderenhuishoudens, vormt het rekeninkomen voor de 65plus-huishoudens waarboven geen huurtoeslag wordt verstrekt.

Artikelen 2 en 5

Ingevolge artikel 16, vijfde lid, van de Wht moet jaarlijks de indeling in inkomensklassen (tabellen) worden herzien. De bovengrens van de eerste – laagste – inkomensklasse is voor elk van de betrokken categorie huishoudens gelijk aan het minimum-inkomensijkpunt voor die categorie huishoudens. Voor de aanpassing daarvan wordt verwezen naar artikel 3 van deze regeling. Ten behoeve van het opstellen van de tabellen worden voor het bepalen van de laagste inkomensklassen de minimum-inkomensijkpunten opgehoogd met € 200 voor eenpersoons(ouderen)huishoudens en € 300 voor meerpersoons(ouderen)huishoudens. Dit gebeurt om een zekere marge in te bouwen vanwege de omstandigheid dat bij het bepalen van deze ijkpunten wordt uitgegaan van de verwachte inkomensontwikkeling op minimumniveau, in plaats van de gerealiseerde inkomensontwikkeling.

De bovengrens van de laatste – hoogste – inkomensklasse is voor elk van de betrokken categorieën huishoudens gelijk aan het betrokken rekeninkomen, bedoeld in artikel 14, derde lid, van de Wht. Voor een toelichting op het betrokken rekeninkomen kan worden verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij artikel 1 (artikel 2).

Bij elk van de inkomensklassen hoort een normhuur, waarvan de hoogte wordt bepaald overeenkomstig artikel 19 van de Wht. Per 1 januari 2007 blijft de normhuur, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Wht, en dus de basishuur hetzelfde. De met de verscheidene inkomensklassen in lineair verband meelopende bedragen van de normhuur en dus de basishuur wijzigen wel (artikel 5). Deze bedragen gelden dan ook voor het tijdvak dat loopt van 1 januari 2007 tot en met 30 juni 2007. Per 1 juli 2007 wordt de normhuur en dus de basishuur op de wettelijk voorgeschreven wijze wederom aangepast.

Artikel 3

Ingevolge artikel 27, vijfde lid, van de Wht dienen jaarlijks per 1 januari de minimum-inkomensijkpunten te worden vastgesteld. De basis voor deze bedragen wordt blijkens artikel 17, eerste lid, van de Wht gevormd door bedragen die in de Wet werk en bijstand en de Algemene Ouderdomswet zijn opgenomen.

De onafgeronde minimum-inkomensijkpunten zijn vervolgens overeenkomstig artikel 27, zevende lid, van de Wht naar boven afgerond op een veelvoud van € 25.

Voor ouderen is daarenboven de ongewijzigde franchise van € 1675 voor alleenstaanden en € 1050 voor gehuwden bijgeteld.

Artikel 4

Ingevolge artikel 27, zesde lid, van de Wht dienen de referentie-inkomensijkpunten aangepast te worden met hetzelfde percentage als waarmee de minimum-inkomensijkpunten worden aangepast.

Ook de onafgeronde referentie-inkomensijkpunten zijn vervolgens overeenkomstig artikel 27, zevende lid, van de Wht naar boven afgerond op een veelvoud van € 25.

Artikel 6

Op verzoek blijft voor de toepassing van artikel 2 van de Wht, van artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en de op die artikelen berustende bepalingen, een partner of medebewoner buiten beschouwing indien sprake is van een verzorgingsbehoefte bij de huurder, diens partner of een medebewoner.

In voorkomende gevallen kan een beroep worden gedaan op deze zogenoemde ‘bijzondere gevallen’ indien (onder meer) het voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 over het berekeningsjaar van de buiten beschouwing te laten persoon, niet meer bedraagt dan € 3 498, dan wel het gezamenlijke toetsinkomen van de huurder, diens partner en de medebewoners, met inbegrip van de hiervoor bedoelde buiten beschouwing te laten persoon, niet meer bedraagt dan € 38 375.

Ingevolge artikel 2a, vierde lid, van het Bht worden die bedragen, genoemd in artikel 2a, tweede lid, onderdelen b en c, van het Bht, jaarlijks geïndexeerd op de wijze zoals beschreven in artikel 27, vierde lid, van de Wht en dus aangepast met de inflatiecorrectie over het tijdvak 1 juli tot en met 30 juni in het jaar voorafgaand aan het zogenoemde berekeningsjaar, zijnde 1,47%. Dit percentage is berekend als de verhouding van de gemiddelde consumentenprijsindex over juli 2005 tot en met juni 2006 ten opzichte van de gemiddelde consumentenprijsindex over juli 2004 tot en met juni 2005. Vervolgens wordt het bedrag, genoemd in artikel 2a, tweede lid, onderdeel c, van het Bht, naar boven afgerond op een veelvoud van € 25. Per 1 januari 2007 gelden dan de volgende bedragen: ten aanzien van het voordeel uit sparen en beleggen geldt een grens van € 3 550, en voor het gezamenlijke toetsingsinkomen geldt een grens van € 38 950.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

P. Winsemius