Ontheffing artikel 34 Luchtvaartwet
Iberworld
18 april 2003
Nr. B/2003013578
Staf van de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten Stafgroep Juridische
Zaken
De Staatssecretaris van Defensie en de Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gelezen het verzoek van Enschede Airport Twenthe N.V., in deze optredend
als gemachtigde van Iberworld s.a., Camino de Escollera 4, 07012 Palma de
Mallorca (Spain) d.d. 25 februari 2003;
Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet (Stb. 1958, 47);
Besluiten:
Artikel 1
1. Aan de gezagvoerders van luchtvaartuigen van Iberworld s.a., gevestigd
te Palma de Mallorca (Spain), van het type A320/200 en met de registraties
EC-GZD, EC-GZE, EC-HZU, EC-IAC, EC-ICK, EC-IEQ en EC-IAG wordt ontheffing
verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onder a, van de
Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein
Twenthe.
2. De in het eerste lid van dit artikel verleende ontheffing geldt voor
maximaal 52 vluchten gedurende de periode van 23 april 2003 tot en met 29
oktober 2003.
Artikel 2
Van deze ontheffing mag slechts gebruik worden gemaakt:
a. nadat de vereiste privaatrechtelijke vergunning is verleend en met
inachtneming van de daarbij gestelde voorwaarden;
b. nadat de vereiste vergunning tot vervoer is verleend;
c. onder voorwaarde dat de gezagvoerder zich houdt aan de door Joint Aviation
Authorities (JAA) gestelde Joint Aviation Requirements OPS (JAR-OPS);
d. onder voorwaarde dat de gezagvoerder zich te allen tijde houdt aan
zowel de obstakel- als weerminima, zoals die zijn vermeld in:
(1) JAR-OPS;
(2) Militaire Aeronautical Information Publications (A.I.P.) Nederland;
(3) Burger A.I.P. Nederland;
e. onder voorwaarde dat de gezagvoerder zich te allen tijde houdt aan
de door de nationale luchtvaartautoriteit (de verstrekker van het Air Operator
Certificate) gestelde minima, indien deze minima strenger zijn dan de minima
gesteld in de JAR-OPS of de minima gesteld in de in het vorige lid genoemde
A.I.P.'s.
Artikel 3
Aan deze ontheffing zijn verbonden de Algemene en Bijzondere Voorwaarden
betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden,
zoals vastgesteld in de ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr.
202.620/11k, laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr.
CWL 80/028.
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking na publicatie in de Staatscourant en
werkt terug tot en met 23 april 2003. De beschikking vervalt echter met ingang
van de datum waarop aan Enschede Airport Twente B.V. (waaronder mede begrepen
haar eventuele rechtsopvolgster onder algemene titel) als burgerexploitant,
onder wiens verantwoordelijkheid burgermedegebruik op het militaire luchtvaartterrein
Twenthe op commerciële basis plaatsvindt, ten behoeve van de exploitatie
van dit burgermedegebruik, ontheffing is verleend van het gestelde in artikel
33, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet.
's-Gravenhage, 18 april 2003.
De Staatssecretaris van Defensie,voor deze,
het hoofd van de Stafgroep Juridische Zaken van de
Staf Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten,
J.P. de Jong.
De Minister
van Verkeer en Waterstaat,namens deze,
de directeur-hoofdinspecteur
van de Divisie Luchtvaart,
namens deze,
het hoofd van de Unit Infrastructuur,
D.C.
Esveld.
Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden, op grond van de Algemene wet
bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt,
een bezwaarschrift indienen bij de Staatssecretaris van Defensie, postbus
20701, 2500 ES 's-Gravenhage.
Toelichting
In de Luchtvaartwet wordt, voor de toepassing van het bij of krachtens
de Luchtvaartwet bepaalde, verstaan onder `Onze Minister' voor wat betreft
de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht, Onze Minister
van Verkeer en Waterstaat. Voor wat de militaire luchtvaart betreft wordt
onder `Onze Minister' de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot
medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen
zal de Minister van Defensie moeten beoordelen of hij het militaire luchtvaartterrein
wil openstellen. De Minister van Verkeer en Waterstaat zal moeten beoordelen
of het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen
voldoet aan de voor de burgerluchtvaart geldende veiligheidseisen.
De Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Defensie zijn overeengekomen
gezamenlijk een regeling te ontwikkelen waarin ieders verantwoordelijkheid
tot uiting komt. Het project Burgermedegebruik Militaire Luchtvaartterreinen
(BML) voorziet hierin. Binnen afzienbare tijd zal de regeling gereed zijn.
Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries.
Dit beleid is op dit moment volop in ontwikkeling. Voorzover dit beleid in
het kader van de herziening van de Luchtvaartwet, de in procedure gebrachte
structuurschema's militaire terreinen 2 en Regionale en Kleine Luchtvaart
en de in ontwikkeling zijnde regeling burgermedegebruik militaire luchtvaartterreinen
zodanig zal worden gewijzigd dat dit rechtstreeks van invloed is op dit besluit,
zal door middel van een wijzigingsbesluit tot aanpassing worden overgegaan,
of wordt een soortgelijke ontheffing niet voor een nieuwe periode afgegeven.
Onderhavig besluit geeft enkel ontheffing van het verbod tot gebruik van
een militair luchtvaartterrein. Indien en voorzover commerciële vluchten
worden uitgevoerd, dient hiervoor een separate ontheffing te worden aangevraagd.
Een aanvraag voor een dergelijke ontheffing kan geschieden via: Sita: HAGRLXH;
Fax: ++31204054719; AFTN telex: EHGVYAYX.