Ontheffing verbodsbepaling m.b.t. medegebruik militair luchtvaartterrein

Vliegclub Twente

18 december 2000

Nr. B/2000058735

Staf van de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten Stafgroep Juridische Zaken

De Staatssecretaris van Defensie en de Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelezen het verzoek van de Vliegclub Twente d.d. 27 april 2000;

Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet;

Besluiten:

Artikel 1

Aan de leden van de Vliegclub Twente te Enschede, die optreden als gezagvoerder van een luchtvaartuig wordt tot wederopzegging, doch uiterlijk tot 31 december 2004, ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid onder a, van de Luchtvaartwet, voor het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Twente, voor het uitvoeren van recreatieve vluchten met ULV vliegtuigen met de registraties PH- 3 J8, PH1U1 en PH-3F5.

Artikel 2

De ontheffing geldt voor vluchten met burgerluchtvaartuigen, waarbij de vlucht een recreatief karakter heeft.

Artikel 3

Van deze ontheffing mag slechts gebruik worden gemaakt nadat de vereiste privaatrechtelijke vergunning is verleend en met inachtneming van de daarbij gestelde voorwaarden.

Artikel 4

Aan deze ontheffing zijn verbonden de Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, zoals vastgesteld in de ministeriële beschikking van 08 mei 1967, nr. 202.620/11k, nadien gewijzigd, met dien verstande dat de gezagvoerders van ULV's zich dienen te houden aan de regels voor het motorvliegen.

Artikel 5

Van deze ontheffing mag slechts gebruik worden gemaakt:

a.nadat schriftelijke toestemming is verkregen van het hoofd luchtverkeersbeveiliging van de Vliegbasis Twente en met inachtneming van de daarbij gestelde voorwaarden;

b.indien het hoofd van de luchtverkeersbeveiliging van de Vliegbasis Twente of de op grond van artikel 34 van de Algemene en Bijzondere voorwaarden aangestelde vliegcoördinator oordeelt dat het gebruik voldoende fysiek gescheiden en in tijd gesepareerd van het overige verkeer zal plaatsvinden;

c.onder voorwaarde dat het bestuur van de Vliegclub Twente te Enschede maandelijks opgave doet van het totaal aantal vliegtuigbewegingen en touch and go's, als bedoeld in het vorige lid, aan het Hoofd van de Afdeling Ondersteunende Operaties van de Staf Tactische Luchtmacht van de Koninklijke Luchtmacht;

d.onder voorwaarde dat de in artikel 1 genoemde ULV vliegtuigen, op basis van de geluidseisen conform ICAO Annex 16, beschikken over een goedgekeurd RLD-geluidmeetrapport of zijn aangemeld voor een geluidsmeting en beschikken over een Bewijs van Luchtwaardigheid (BvL) ontheffing en wel uitsluitend gedurende een periode over het eerste half jaar na afgiftedatum van de BvL-ontheffing .

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 27 april 2000.

`s-Gravenhage, 18 december 2000.
De Staatssecretaris van Defensie,voor deze:
Het Hoofd Stafgroep Juridische Zaken van de Staf van de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten,
S. van Groningen, kolonel.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,voor deze:
Manager Unit Infrastructuur,
D.C. Esveld.

Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden, op grond van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt, een bezwaarschrift indienen bij de Staatssecretaris van Defensie, t.a.v. de Commissie Advisering Bezwaarschriften Defensie, postbus 20701, 2500 ES 's-Gravenhage.

Toelichting

In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde, verstaan onder `Onze Minister' voor wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht betreft, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. Voor wat de militaire luchtvaart betreft wordt onder `Onze Minister', de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zal de Minister van Defensie moeten beoordelen of hij het militaire luchtvaartterrein wil openstellen. De Minister van Verkeer en Waterstaat zal moeten beoordelen of het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen voldoet aan de voor de burgerluchtvaart geldende veiligheidseisen.

De Ministers van Verkeer en Waterstaat en Defensie zijn overeengekomen gezamenlijk een regeling te ontwikkelen waarin ieders verantwoordelijkheid tot uiting komt. Het project Burgermedegebruik Militaire Luchtvaartterreinen (BML) voorziet hierin. Binnen afzienbare tijd zal de regeling gereed zijn.

Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries. Dit beleid is op dit moment volop in ontwikkeling. Voorzover dit beleid in het kader van de herziening van de Luchtvaartwet, de in procedure gebrachte structuurschema's militaire terreinen 2 en Regionale en Kleine Luchtvaart en de in ontwikkeling zijnde regeling burgermedegebruik militaire luchtvaartterreinen zodanig zal worden gewijzigd dat dit rechtstreeks van invloed is op dit besluit, zal door middel van een wijzigingsbesluit tot aanpassing worden overgegaan, of wordt een soortgelijke ontheffing niet voor een nieuwe periode afgegeven.

Onderhavig besluit geeft enkel ontheffing van het verbod tot gebruik van een militair luchtvaartterrein. Indien en voorzover commerciële vluchten worden uitgevoerd dient hiervoor een separate ontheffing te worden aangevraagd. Een aanvraag voor een dergelijke ontheffing kan geschieden via: Sita: HAGRLXH; Fax: ++31204054719; AFTN telex: EHGVYAYX.

Naar boven