VNG-adviestabel ouderbijdragen kinderopvang 1997

VNG-adviestabel ouderbijdragen kinderopvang 1997, zoals getoetst door de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en bij brief van 22 oktober 1996 aangemeld bij de Staatssecretaris van Financiën voor het gebruik in de fiscale regelgeving voor het jaar 1997.

stcrt-1996-234-p6-SC7560-1.gifstcrt-1996-234-p6-SC7560-2.gifstcrt-1996-234-p6-SC7560-3.gif

Formulier voor de berekening van het inkomen waarover de ouderbijdrage verschuldigd is

A. Inkomensopgave aan de hand van de laatst vastgestelde aanslag inkomstenbelasting

stcrt-1996-234-p6-SC7560-4.gif

B. Inkomensopgave aan de hand van de opgave van de werkgever/pensioen- of uitkeringsinstantie

stcrt-1996-234-p6-SC7560-5.gifstcrt-1996-234-p6-SC7560-6.gif

C. Inkomen waarover de ouderbijdrage verschuldigd is

stcrt-1996-234-p6-SC7560-7.gif

Toelichting

1. Toelichting bij de adviestabel ouderbijdragen kinderopvang 1997

Berekening van de opvangduur

De ouderbijdrage stijgt met het inkomen en wordt op maandbasis berekend. De bijdrage varieert met de opvangduur. Er wordt uitgegaan van dagdelen (hele of halve dagopvang). Hele dagopvang is onafgebroken opvang gedurende meer dan vijf en maximaal tien uur per dag. Halvedagopvang bedraagt tweederde deel (x 0,66) van de bijdrage voor de hele dagopvang. Als er sprake is van aanzienlijk meer dan tien uur opvang per dag, bijvoorbeeld bij verlengde dagopvang of bij 24-uurs opvang, kan naar rato worden doorgerekend.

VOORBEELD berekening halve of hele dagen

Voor halve dagopvang gedurende vijf dagen in de week, is de ouderbijdrage bij een minimumniveau f 63 (zie tabel voor halve dagopvang en buitenschoolse opvang). De totale opvangduur is 2½ dag per week, maar omdat deze is opgebouwd uit louter halve dagen, geldt de tabel voor halve dagopvang. Het is ook mogelijk dat een kind gedurende in totaal 2½ dag per week wordt opgevangen, maar dat deze opvangduur bestaat uit twee hele dagen en een halve dag. In dat geval bestaat de ouderbijdrage bij een inkomen op minimumniveau uit f 39 voor twee hele dagen per week (zie tabel voor hele dagopvang) plus f 12 voor een halve dag = in totaal f 50.

Buitenschoolse opvang (BSO) en naschoolse opvang (NSO)

De tarieven voor halve dagopvang gelden ook voor buitenschoolse opvang. Bedoeld is dan buitenschoolse opvang voor en na de schooltijden en in de schoolvakanties. De praktijk van de kinderopvang laat zien dat vormen van buitenschoolse opvang sterk variëren. Enerzijds is er buitenschoolse opvang in zijn meest complete vorm: opvang voor en na schooltijd, tussen de middag en in de schoolvakanties. Anderzijds wordt buitenschoolse opvang in een groot aantal gevallen in beperkte vorm aangeboden via uitsluitend naschoolse opvang.

Gezien de variatie in geboden dienstverlening, lijkt het niet billijk op alle vormen van buitenschoolse opvang dezelfde tarieven - namelijk tweederde van de tarieven voor hele dagopopvang - toe te passen. Met name voor die situaties, waarin buitenschoolse opvang in de praktijk uit louter naschoolse opvang bestaat, is het ’tweederde tarief’ aan de hoge kant. In die situaties kan de tariefstelling naar rato worden bepaald.

Gastouderopvang

Deze tabel heeft geen betrekking op gastouderopvang. De adviestabel kan echter wel als basis dienen bij de berekening van de ouderbijdragetarieven bij gastouderopvang.

Vakantie

In beginsel dient een kinderopvangcentrum gedurende het gehele jaar geopend te zijn. De hoogte van de ouderbijdrage rechtvaardigt dat ook in vakantietijd kinderopvang geboden wordt. Aangezien de ouderbijdrage maandelijks betaald dient te worden, houdt dit in dat ook gedurende een vakantieperiode de ouderbijdrage verschuldigd blijft. Indien ouders vanwege vakantiesluiting van het centrum geen gebruik kunnen maken van kinderopvang, is het redelijk over die periode een bedrag ter grootte van het laagste tarief in mindering te brengen op de ouderbijdrage.

Opvang van meer kinderen uit één gezin

Wanneer meer kinderen uit één huishouden gebruikmaken van kinderopvang, dan geldt het kind dat het meeste aantal uren per week gebruikmaakt van de kinderopvang als eerste kind. Op basis hiervan wordt de ouderbijdrage voor de kinderopvang vastgesteld. Voor het tweede en volgende kind is per maand een ouderbijdrage verschuldigd gelijk aan 30% van het tarief voor het eerste kind. Voor netto-inkomens kleiner dan f 1.601 per maand wordt een bijdrage van f 97 per maand gevraagd.

Bij netto-inkomens tussen f 1.601 en f 2.600 per maand wordt een ouderbijdrage gevraagd van f 114 per maand.

Inkomen waarover de ouderbijdrage wordt berekend

De ouderbijdrage wordt vastgesteld op basis van het netto maandinkomen van de huishouding waartoe het kind behoort. Voor gehuwden of samenwonenden wordt de ouderbijdrage voor de kinderopvang vastgesteld naar het gezamenlijk netto maandinkomen. De netto maandinkomens van de partners worden daartoe bij elkaar opgeteld. Bij alleenstaande ouders wordt voor de ouderbijdrage het individuele inkomen in aanmerking genomen.

Co-ouderschap

Indien ouders gezamenlijk kinderen opvoeden en beiden een inkomen hebben, maar niet gezamenlijk één huishouden voeren (bijvoorbeeld: LAT-relaties met kinderen), is sprake van co-ouderschap.

Er is in die situatie een duidelijk verschil ten opzichte van de situatie van alleenstaand ouderschap, zodat hanteren van tarieven voor één ouder tot een te lage ouderbijdrage zou leiden. Daarom wordt de ouderbijdrage bij co-ouderschap eveneens vastgesteld op basis van beide inkomens.

Dat geldt alleen voor die situaties van co-ouderschap, waarin formeel is vastgelegd dat beide ouders gelijkelijk verantwoordelijk zijn voor de opvoeding: namelijk bij een beschikking van de kantonrechter inzake het gezamenlijk uitoefenen van de ouderlijke macht. Wel is het redelijk rekening te houden met de extra kosten die het voeren van twee huishoudens met zich meebrengen.

Dat kan door bij de berekening van de tarieven voor co-ouders beide inkomens afzonderlijk te beschouwen.

De netto-inkomens worden voor de berekening van de ouderbijdrage niet bij elkaar opgeteld. Per netto-inkomen wordt de ouderbijdrage vastgesteld en in rekening gebracht. Iedere ouder vult een eigen formulier in (zie voorbeeld).

VOORBEELD berekening ouderbijdrage co-ouderschap

stcrt-1996-234-p6-SC7560-8.gif

Een en ander mag er uiteraard niet toe leiden dat de totale bijdrage van de twee co-ouders meer bedraagt dan de maximumbijdrage behorend bij het aantal dagen of dagdelen dat opvang wordt genoten.

De hier beschreven regeling is in principe niet van toepassing op ouders die na echtscheiding elk een eigen huishouding voeren, tenzij de ouders na echtscheiding de rechtbank verzoeken te bepalen dat zij gezamenlijk de ouderlijke macht blijven uitoefenen.

Wanneer een formele regeling van co-ouderschap ontbreekt, wordt de ouderbijdrage volgens de hoofdregel vastgesteld: op basis van het inkomen van de huishouding waartoe het kind behoort. Dat zal in de regel één inkomen zijn. Bij dat inkomen wordt de eventueel ontvangen alimentatie voor de ex-partner opgeteld.

Het vaststellen van het netto maandinkomen

De ouders/verzorgers betalen in principe de hoogste ouderbijdrage, tenzij wordt aangetoond dat het netto maandinkomen een lagere ouderbijdrage rechtvaardigt.

Als hoofdregel geldt dat het netto maandinkomen van beide ouders/ver-zorgers wordt vastgesteld op basis van de definitieve aanslag inkomstenbelasting. Voor de verschuldigde ouder-bijdrage over het jaar 1997 wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde definitieve aanslag inkomstenbelasting. Deze aanslag dient te worden overgelegd aan het kinderopvangcentrum. In geval van bedrijfsplaatsen wordt in het algemeen de ouderbijdrage door de werkgever vastgesteld en geïnd (door inhouding op het salaris).

Indien over 1995 geen aangifte voor de inkomstenbelasting door de ouder/verzorger is gedaan, dan wordt het netto maandinkomen van de ouder/verzorger via de meest recente loonstrook of inkomensspecificatie van de werkgever, pensioen- of uitkeringeninstantie berekend. De loonstrook of inkomensspecificatie van de werkgever, pensioen- of uitkeringsinstantie dient aan het kinderopvangcentrum te worden overgelegd. Altijd dient het inkomen van beide ouders/verzorgers op het formulier te worden vermeld (bij ouder/verzorger 1 respectievelijk bij ouder/verzorger 2).

Negatief inkomen

Indien het inkomen van een ouder/verzorger negatief is, wordt dit met het positieve inkomen van de andere ouder/verzorger verrekend. Wanneer het totale inkomen negatief is, dan wordt de minimale ouderbijdrage berekend.

Ouderbijdrage bij wijziging van het netto maandinkomen

Het netto maandinkomen wordt in principe eenmaal per jaar vastgesteld. Indien evenwel sprake is van een wezenlijke inkomenswijziging, die aanleiding geeft tot wijziging van de ouderbijdrage, dan zal het netto maandinkomen opnieuw moeten worden vastgesteld.

Van een wezenlijke inkomenswijziging is sprake indien het netto maandinkomen 10% hoger of lager is dan het netto maandinkomen, waarop de ouderbijdrage is gebaseerd. Als uit controle blijkt dat de ouderbijdrage, gelet op het inkomen van de ouders/verzorgers, op een hoger bedrag moet worden gesteld, kan het kinderopvangcentrum altijd alsnog de te weinig betaalde ouderbijdrage vorderen.

Tegemoetkoming krachtens de Algemene Bijstandswet

Indien het inkomen door de betaling van de ouderbijdrage voor de kinderopvang minder bedraagt dan het bedrag van de (van toepassing zijnde) bijstandsnorm, dan kan bij de gemeente een tegemoetkoming worden aangevraagd in het kader van de Algemene Bijstandswet.

Ouderbijdrage en bedrijfsopvang/fiscale consequenties

Wanneer een werkgever faciliteiten voor kinderopvang aan werknemers verstrekt, zijn er voor ouders/verzorgers veelal geen verdere fiscale consequenties, mits aan de ouders/verzorgers een bijdrage conform de VNG-adviestabel wordt gevraagd. Wordt er echter geen of een lagere bijdrage vastgesteld, dan kan een forfaitaire bijtelling voor de heffing van de inkomstenbelasting aan de orde zijn volgens de normen die door het Ministerie van Financiën in de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 zijn vastgelegd.

Een ouderbijdrage die de VNG-adviestabel te boven gaat, kan (onder voorwaarden) bij de aangifte inkomstenbelasting voor een deel in aftrek worden gebracht op het inkomen.

Alimentatiebetalingen en -ontvangsten

Alimentatieplichtigen kunnen de betaalde alimentatie ten behoeve van hun ex-partner als aftrekpost opvoeren. Alimentatie ten behoeve van de kinderen is slechts (beperkt) aftrekbaar voorzover het betreffende kind geen recht heeft op kinderbijslag of studiefinanciering.

Bij ontvangers van alimentatie is het volgende van belang:

* alimentatie ontvangen ten behoeve van het kind wordt niet bij het inkomen geteld, omdat hier geen sprake is van inkomsten, maar van kosten voor het levensonderhoud. Kinderalimentatie blijft om die reden ook buiten de heffing van de inkomstenbelasting.

* alimentatie ontvangen voor het eigen levensonderhoud wordt wel bij het inkomen geteld, aangezien alimentatie voor de ouder geldt als inkomen voor de inkomstenbelasting.

De Wet Persoonregistraties

Op grond van de Wet Persoonregistraties is een privacyreglement voor organisaties in de (semi-)publieke sector verplicht. Zo’n reglement is bedoeld om personen de bescherming te bieden tegen misbruik van persoonlijke gegevens. Een instelling voor kinderopvang dient een privacyreglement te hanteren.

2. Formulier voor de berekening van het inkomen en de toelichting hierop

A. Inkomensopgave aan de hand van de laatst vastgestelde aanslag inkomstenbelasting

(1) Inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen

Het netto-inkomen wordt aan de hand van de definitieve aanslag inkomstenbelasting over 1995 vastgesteld door het belastbaar inkomen van de ouder/verzorger te verminderen met de hierover verschuldigde inkomstenbelasting/

premies volksverzekeringen. Indien de aanslag inkomstenbelasting over het jaar 1995 nog niet definitief is vastgesteld, vindt vaststelling van het netto-inkomen plaats op basis van de laatst voor 1995 vastgestelde definitieve aanslag inkomstenbelasting. De aanslag

(en desgevraagd ook het aangiftebiljet) dient te worden overgelegd aan het kinderopvangcentrum.

(2) Opslag

De opslagpercentages om het inkomen van het aanslagjaar in overeenstemming te brengen met het jaarinkomen van 1996 zijn als volgt:

stcrt-1996-234-p6-SC7560-9.gif

(3) Premie ziektekostenverzekeringen/Ziekenfondswet

Hier mag alleen een bedrag vermeld worden, indien terzake geen aftrek op het belastbaar inkomen voor de inkomstenbelasting heeft plaatsgevonden.

Alleen door de ouder/verzorger zelf betaalde premie ziektekostenverzekeringen of ziekenfonds wordt vermeld (om te rekenen naar een maandelijks bedrag). Bij degenen die een zieken-fondsverzekering hebben, mag de apart geïnde nominale premie voor de ziekenfondsverzekering bijgeteld worden. Bij degenen die een ziektekostenverzekering hebben, mag het eigen risico bijgeteld worden (eveneens om te rekenen naar een maandelijks bedrag).

Het werkgeversdeel van de premie wordt niet in aftrek gebracht!

B. Inkomensopgave aan de hand van de opgave van de werkgever/pensioen of uitkeringsinstantie

(4) Brutoloon/uitkering/pensioen

Het bruto-inkomen wordt uitgedrukt in een bedrag per maand. Bedragen per week worden vermenigvuldigd met 4⅔. Inkomen dat eens per 4 weken wordt uitbetaald wordt vermenigvuldigd met 13/12. Een maandelijks terugkerende toeslag, overwerkvergoeding, provisie en een 13e maand gelden eveneens als inkomen. Er dient een gemiddelde per maand berekend te worden. Voorts dient het belaste gedeelte van een onkostenvergoeding tot het bruto-inkomen gerekend te worden. Onbelaste vergoedingen blijven buiten beschouwing. Bij een wisselend inkomen, bijvoorbeeld verkregen door werk bij een uitzendbureau, wordt naar een periode van 3 maanden gekeken (zo mogelijk aaneengesloten) en dan een gemiddelde per maand berekend.

(5) Spaarloon

Het bedrag waarvoor wordt deelgenomen aan een spaarloonregeling komt in mindering op het brutoloon en leidt derhalve tot een verlaging van het netto-inkomen. Als het spaarloon op de salarisspecificatie al van het brutoloon is afgetrokken, moet dit niet nogmaals plaatsvinden. Als gedurende een deel van het jaar aan de spaarloonregeling wordt deelgenomen, moet het bedrag waarvoor wordt deelgenomen worden omgerekend naar een maandbedrag op basis van 12 maanden.

(6) De bijdrage werkgever in ziektekostenverzekering/Ziekenfondswet

Wanneer het netto-inkomen voor de berekening van de ouderbijdrage niet wordt vastgesteld op basis van de definitieve aanslag inkomstenbelasting, maar wordt uitgegaan van de salaris-specificatie, moet het werkgeversaandeel Ziekenfondswet of de bijdrage van de werkgever in de ziektekostenverzekering worden bijgeteld.

Dit is noodzakelijk om zo min mogelijk verschillen te krijgen met de hoofdregel (uitgaan van de definitieve aanslag inkomstenbelasting).

Er ontstaat hierdoor een afwijking tussen het netto-inkomen voor de berekening van de ouderbijdrage en het nettosalaris volgens de salarisopgave, ter grootte van het werkgeversaandeel Ziekenfondswet. De grondslag voor toepassing van de ouderbijdragentabel wordt dus hoger dan het nettoloon volgens de salarisspecificatie!

(7) Loonbelastingbeschikking

Indien in de salarisspecificatie een loonbelastingbeschikking is verwerkt, kan bij dit onderdeel het bedrag per maand worden vermeld dat op de beschikking staat vermeld. Soms is dit maandbedrag expliciet zichtbaar op de salarisspecificatie. Indien dit niet het geval is, moet de werknemer de door de Belastingdienst afgegeven beschikking aan het kinderdagverblijf overleggen.

Indien de beschikking in de loop van het jaar is afgegeven, moet het bedrag van de beschikking worden omgerekend naar een bedrag per maand (op basis van 12 maanden).

Als de Belastingdienst een vermindering van loonheffing (loonbelastingbeschik-king) heeft verleend, zal de ingehouden loonheffing dus lager zijn dan zonder loonbelastingbeschikking.

(8) Werknemersaandeel WW/WAO/pseudopremie

De pseudopremie (overeenkomend met de premie WW/WAO) wordt alleen ingehouden bij overheids- en onder-

wijzend personeel en bij enkele specifieke uitkeringen.

(9) Werknemersaandeel premie Ziekenfondswet/ziektekostenverzekering

Hier moet alleen door de ouder/verzorger zelf betaalde premie ziektekostenverzekering of ziekenfonds worden vermeld (om te rekenen naar een maandelijks bedrag). Bij degenen die een ziekenfondsverzekering hebben, mag de apart geïnde nominale premie voor de ziekenfondsverzekering en AWBZ in mindering worden gebracht op het inkomen. Bij degenen die een ziektekostenverzekering hebben, mag het eigen risico in mindering worden gebracht (om te rekenen naar een maandelijks bedrag).

Het werkgeversaandeel in de premie wordt niet in aftrek gebracht, ook al is dit onder (6) bijgeteld! Aftrek is niet toegestaan, omdat dit werkgeversdeel ook deel uitmaakt van het belastbaar inkomen dat onder methode A. wordt gehanteerd.

(10) Overige inkomsten

Hieronder vallen onder meer:

- belast gedeelte van de aanvullende studiebeurs WSF;

- tegemoetkoming interim-regeling ziektekosten ambtenaren;

- ontvangen alimentatie van de ex-partner.

Bij het inkomen tellen niet mee:

- huursubsidie;

- woonkostentoeslag;

- bijstand voor bijzondere kosten;

- kinderalimentatie;

- kinderbijslag;

- basisbeurs en rentedragende lening WSF.

(11) Overige aftrekposten zonder toepassing loonbelastingbeschikking

Omdat over de overige inkomsten in principe nog inkomstenbelasting verschuldigd is en de overige aftrekposten in principe aanleiding geven tot teruggaaf van inkomstenbelasting, worden deze overige inkomsten en overige aftrekposten voor slechts 50% in aanmerking genomen. Mocht dit percentage wezenlijk afwijken van het in werkelijkheid van toepassing zijnde percentage, dan kan dit worden aangepast.

Als er sprake is van fiscale aftrekposten (zoals bijvoorbeeld hypotheekrente, premie voor lijfrente, rente van schulden, buitengewone lastenten) dan komt men in aanmerking voor een aanslag inkomstenbelasting en behoort de ouderbijdrage niet aan de hand van de loonstrook te worden berekend maar aan de hand van de aanslag inkomstenbelasting.

Naar boven