Beleidsregeling acceptatie luchtvaartuigen, aanverwante produkten en onderdelen
5 december 1995
Nr. DGRLD/LI/95.200344
Directoraat-Generaal Rijksluchtvaartdienst
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gelet op artikel 72, tweede lid, artikel 73, eerste lid, artikel 74, tweede lid, artikel 76, eerste lid, artikel 77, tweede lid, en artikel 93 van de Regeling Toezicht Luchtvaart;
Maakt bekend:
Artikel 1
Voor het ontwerpen, het produceren, het beoordelen van de luchtwaardigheid, het afgeven en accepteren van type-certificaten en bewijzen van luchtwaardigheid van luchtvaartuigen, aanverwante produkten en onderdelen worden op verzoek van de aanvrager de procedures toegepast uit JAR-21 zoals gepubliceerd door de Joint Aviation Authorities.
Artikel 2
Deze beleidsregeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1996, werkt terug tot en met 1 januari 1995 en wordt met toelichting in de Staatscourant gepubliceerd.
Artikel 3
Deze beleidsregeling wordt aangehaald als: Beleidsregeling voor de acceptatie van luchtvaartuigen, aanverwante produkten en onderdelen.
’s-Gravenhage, 5 december 1995. De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink.
Toelichting
Ten einde tegemoet te komen aan de wens van de luchtvaartindustrie en Europese organisaties om de procedures en eisen voor de certificatie van luchtvaartuigen en daarin gebruikte onderdelen te harmoniseren heeft de JAA (de Joint Aviation Authorities) JAR-21 opgesteld. JAR-21 gaat uit van een gelijke benadering binnen de JAA-lidstaten met gelijke eisen voor goedkeuringen of erkenningen. Daarbij wordt het éénmalig-onderzoek-principe toegepast. Een ontwerp of produkt dat door één JAA-lidstaat of door een JAA-samenwerkingsverband is goedgekeurd of een organisatie die zo is erkend, wordt dus zonder aanvullend nationaal onderzoek in andere JAA-lidstaten geaccepteerd.
JAR-21 is nog niet opgenomen in de bijlage bij Verordening, nr. 3922/91 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart (PbEG L 373). Wel is Nederland als lid van de JAA verplicht deze door de JAA aangenomen JAR in haar nationale regelgeving over te nemen. Ook is het wenselijk, gezien de economische belangen en de praktische voordelen, om zo spoedig mogelijk JAR-21 te kunnen toepassen.
Daarom wordt, vooruitlopend op een wijziging van de Luchtvaartwet, JAR-21 door de Rijksluchtvaartdienst toegepast, voor zover belanghebbenden daarom vragen. Dat geldt ook voor aanvragen die reeds in 1995 zijn ingediend en waarop JAR-21 alsnog kan worden toegepast. De invoeringsdatum van 1 januari 1995 komt overeen met de afspraken binnen de JAA.
Overigens wordt de toepassing van JAR-21 beperkt door de gefaseerde invoering van een aantal onderdelen van JAR-21 zoals dat in JAR-21 zelf is aangegeven.
JAR-21 is door de JAA vastgesteld in de Engelse taal in ligt ter inzage bij de Rijksluchtvaartdienst, Saturnusstraat 71 in Hoofddorp.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink.