Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat | Staatsblad 2026, 3 | AMvB |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat | Staatsblad 2026, 3 | AMvB |
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 7 september, gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie, nr. IenW/BSK-2025/205360, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op de artikelen 2.2, derde lid, en 2.3, zesde lid, van de Wet luchtvaart;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 15 oktober 2025, nr. W17.25.00263/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 15 december 2025, uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie, nr. IenW/BSK-2025/287271, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1 worden in de alfabetische volgorde van begripsbepalingen vier begripsbepalingen ingevoegd, luidende:
het bewijs van bevoegdheid voor luchtverkeersleider als bedoeld in verordening (EU) 2015/340 , of het bewijs van bevoegdheid voor luchtverkeersleider afgegeven door Onze Minister van Defensie overeenkomstig de eisen als bedoeld in artikel 10.2, eerste lid, van de wet.
theorie- en praktijkopleiding die basiskennis en praktische vaardigheden in verband met elementaire operationele procedures bijbrengt;
communicatie ten behoeve van het uitwisselen van berichten tussen het grondstation van een offshore productieplatform en luchtvaartuigen op en nabij dit platform (Offshore);
bevoegdverklaring tot het verstrekken van advies en inlichtingen met behulp van surveillance apparatuur (Surveillance);
B
Artikel 1b wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt «Afdeling V» vervangen door «Afdeling VI».
2. In onderdeel c wordt na «verordening (EU) nr. 2015/340,» ingevoegd «met uitzondering van Bijlage III, Deel ATCO.OR als de opleidingsorganisatie gecertificeerd is door de bevoegde autoriteit van Curaçao of Sint Maarten,».
C
Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
a. Onderdeel c, komt te luiden:
c. GCO (Ground Communications Officer), die de bevoegdheid geeft tot het voeren van communicatie met luchtvaartuigen en voertuigen op een gecontroleerde luchthaven;
b. In onderdeel d wordt «informatie» vervangen door «luchtvaartvertoningsinformatie».
2. Onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot vierde tot en met zesde lid worden twee leden ingevoegd, luidende:
2. Op de bevoegdverklaring GCO is ten minste één van de volgende aantekeningen aangebracht:
a. CLD (Clearance Delivery), die de bevoegdheid geeft tot het geven van route- en startupklaringen alsmede voor de vluchtuitvoering relevante informatie aan luchtvaartuigen op platforms;
b. GMS (Ground Movement Service), die de bevoegdheid geeft tot het verstrekken van dienstberichten aan of begeleiden van voertuigen, sleepverkeer, luchthavendiensten, hulpdiensten en andere betrokkenen op het landingsterrein, onder verantwoordelijkheid van de luchtverkeersleider.
3. De in het tweede lid genoemde aantekening wordt afgegeven indien hiervoor de desbetreffende opleiding met goed resultaat is afgerond.
3. Onder verlettering van de onderdelen c en d tot onderdelen d en e wordt in het vierde lid (nieuw) een onderdeel ingevoegd, luidende:
c. STDI (Synthetic Training Device Instructor endorsement), waarmee wordt aangegeven dat de houder bevoegd is om opleiding met synthetische opleidingstoestellen te geven;
4. In het vijfde lid (nieuw) wordt «tweede lid, onderdeel c» vervangen door «vierde lid, onderdeel d».
5. In het zesde lid (nieuw) wordt «tweede lid, onderdelen a en b» vervangen door «vierde lid, onderdelen a tot en met c».
6. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
7. Een aantekening als bedoeld in het vierde lid, onderdeel e, kan worden afgegeven indien de houder van een ASO reeds beschikt over een geldige aantekening betreffende de taalvaardigheid op een ATCO of FISO met geldige eenheidsaantekening.
D
Artikel 18a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt «RAD» vervangen door «SUR».
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
6. Een aantekening als bedoeld in het derde lid, onderdeel e, kan worden afgegeven indien de houder van een FISO reeds beschikt over een geldige aantekening betreffende de taalvaardigheid op een ATCO met geldige eenheidsaantekening.
E
Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt na «een FISO» ingevoegd « en ASO» en vervalt onderdeel a onder verlettering van de onderdelen b en c tot a en b.
2. Het tweede lid komt te luiden:
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van bevoegdverklaringen en aantekeningen als bedoeld in de artikelen 18 en 18a, met uitzondering van de bevoegdverklaring TOW waarop onderdeel b van het eerste lid niet van toepassing is.
3. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
3. In aanvulling op het eerste lid is voor het verlenen van een FISO vereist dat de aanvrager in het bezit is van een geldige medische verklaring, klasse 3, als bedoeld in bijlage IV van verordening (EU) nr. 2015/340.
F
Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt «artikel 18, tweede lid, onderdelen a, b of c» vervangen door «artikel 18, vierde lid, onderdelen a, b, c of d».
2. Het derde lid komt te luiden:
3. Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld voor de afgifte, vernieuwing en verlenging van de in het tweede, vijfde en zesde lid bedoelde aantekeningen.
3. Het zevende lid vervalt.
G
Artikel 22 komt te luiden:
1. De vereisten inzake kennis, bedrevenheid en ervaring behorende bij de basisopleiding en de opleiding voor de bevoegdverklaring ADR voor het verkrijgen van een FISO zijn niet van toepassing op personen die 24 maanden voor de datum van aanvraag in het bezit waren van:
a. een geldig ATCO met de bevoegdverklaring ADC overeenkomstig verordening (EU) nr. 2015/340; of
b. een geldig ATCO met de bevoegdverklaring ADI en ADV afgegeven door Onze Minister van Defensie overeenkomstig artikel 10.2, eerste lid, van de wet.
2. De vereisten inzake kennis, bedrevenheid en ervaring behorende bij de basisopleiding en de opleiding voor de bevoegdverklaring AER met de aantekening SUR voor het verkrijgen van een FISO zijn niet van toepassing op personen die 24 maanden voor de datum van aanvraag in het bezit waren van:
a. een geldig ATCO met de bevoegdverklaring APS of ACS overeenkomstig verordening (EU) nr. 2015/340; of
b. een geldig ATCO met bevoegdverklaring APS of ACS of FISO met bevoegdverklaring AER met de aantekening RAD afgegeven door Onze Minister van Defensie overeenkomstig artikel 10.2, eerste lid, van de wet.
H
Artikel 22a komt te luiden:
1. De vereisten inzake kennis, bedrevenheid en ervaring behorende bij de basisopleiding en de opleiding voor de bevoegdverklaring ADR voor het verkrijgen van een ASO zijn niet van toepassing op personen die 24 maanden voor de datum van aanvraag in het bezit waren van:
a. een geldig ATCO met de bevoegdverklaring ADC overeenkomstig verordening (EU) nr. 2015/340 of een geldig FISO met bevoegdverklaring ADR; of
b. een geldig ATCO met bevoegdverklaring ADI en ADV afgegeven door Onze Minister van Defensie overeenkomstig artikel 10.2, eerste lid, van de wet; of
c. een geldig FISO of ASO afgegeven door Onze Minister van Defensie overeenkomstig artikel 10.2, eerste lid, van de wet.
2. De vereisten inzake kennis, bedrevenheid en ervaring behorende bij de basisopleiding en de opleiding voor de bevoegdverklaring GCO met de aantekening CLD en GMS voor het verkrijgen van een ASO zijn niet van toepassing op personen die 24 maanden voor de datum van aanvraag in het bezit waren van:
a. een geldig ATCO met de bevoegdverklaring ADC overeenkomstig verordening (EU) nr. 2015/340 of een geldig FISO met bevoegdverklaring ADR; of
b. een geldig ATCO met bevoegdverklaring ADI, ADV en ADG afgegeven door Onze Minister van Defensie overeenkomstig artikel 10.2, eerste lid, van de wet.
I
Artikel 22b vervalt.
J
Artikel 22c vervalt.
K
Artikel 22d wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Onze Minister kan de aanvrager van een ASO, een FISO, of van bevoegdverklaringen of aantekeningen daarop toestaan dat de bevoegdheden door de aanvrager worden uitgeoefend gedurende een periode van maximaal acht weken na succesvolle afronding van de toepasselijke examen(s) en beoordeling(en), in afwachting van de afgifte van het ASO, het FISO, de bevoegdverklaring of de aantekening.
2. Het tweede lid komt te luiden:
2. Voor het verkrijgen van de in het eerste lid bedoelde toestemming stuurt de aanvrager een afschrift van het hiervoor door Onze Minister beschikbaar gestelde en door de aanvrager volledig ingevulde en ondertekende formulier met de aanvraag mee.
L
Artikel 24b vervalt.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 17 december 2025
Willem-Alexander
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman
Uitgegeven de achtste januari 2026
De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten
Dit besluit strekt tot wijziging van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart (Bbvb) in verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de bewijzen van bevoegdheid voor Aeronautical Station Operator (ASO), in het Nederlands aangeduid als bediener van een luchtvaartstation, en Flight Information Service Officer (FISO), in het Nederlands aangeduid als vluchtinformatieverstrekker.
De huidige regels in het Bbvb voor ASO’s en FISO’s zijn op 1 januari 2018 in werking getreden (Stb. 2017, 452). In 2021 is de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) in samenwerking met Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) begonnen met een evaluatie van deze regels. Uit deze evaluatie is gebleken dat de huidige regels voor ASO en FISO in het Bbvb en de daaronder hangende Regeling opleiding en handhaving vakbekwaamheid bedieners van luchtvaartstations en vluchtinformatieverstrekkers (Rohvblv) op punten niet meer volledig aansluiten bij de praktijk waardoor belanghebbenden – LVNL, de Nederlandse Vereniging van Luchthavens zijnde de aanbieders van de FISO- en ASO-opleidingen, en de houders van een ASO- of FISO-bewijs van bevoegdheid – hinder ondervinden bij de toepassing ervan. Deze punten betreffen in het Bbvb:
– De bevoegdverklaring Clearance Delivery (CLD), die op het ASO-brevet kan worden bijgeschreven, bepaalt dat de betreffende taken onder verantwoordelijkheid van een luchtverkeersleider worden uitgevoerd, terwijl dit in de praktijk slechts een specifieke taak betreft die de verkeersleidingsassistent op de toren uitoefent. Om die reden is besloten een nieuwe algemene bevoegdverklaring Ground Communications Officer (GCO) in te stellen waarop ten minste één aantekening moet worden bijgeschreven. De verschillende taken zijn nu ondergebracht in twee nieuwe aantekeningen waarbij de bevoegdheden van de aantekening Clearance Delivery (CLD) zelfstandig door de verkeersleidingsassistent mogen worden uitgevoerd en die van de Ground Movement Service (GMS) enkel en alleen onder verantwoordelijkheid van een luchtverkeersleider. Door deze wijziging worden de verantwoordelijkheden bij het uitvoeren van de taken van assistent en luchtverkeersleider duidelijker belegd.
– LVNL heeft voor de ASO-opleiding ook de behoefte om daartoe aangeduide simulatorinstructeurs (STDI) in te kunnen zetten zoals dit ook voor de FISO en ATCO opleiding mogelijk is. Die behoefte was er in 2017 niet, maar is nu in de praktijk wel wenselijk gebleken. De opbouw van deze opleidingen is namelijk vergelijkbaar. Om aangeduide simulatorinstructeurs in te kunnen zetten, die geen on-the-job training instructor (OJTI) zijn, is het nodig dat daarvoor de STDI-aantekening wordt toegevoegd aan het bewijs van bevoegdheid.
– De artikelen 22 en 22a geven de mogelijkheid om op basis van een «hoger» bewijs van bevoegdheid (bijvoorbeeld luchtverkeersleider) een «lager» bewijs (bijvoorbeeld FISO of ASO) af te geven, maar het was niet duidelijk of dit alleen op het bewijs van bevoegdheid zelf sloeg of ook op een daarop bijgeschreven bevoegdverklaring en/of aantekening.
Deze wijzigingen hebben geen gevolgen voor Caribisch Nederland omdat daar geen ASO’s en FISO’s werkzaam zijn met een op basis van deze regelgeving afgegeven bewijs van bevoegdheid.
Daarnaast wordt van de gelegenheid gebruikt gemaakt om de overeenkomstige toepassing van verordening (EU) 2015/3401 in Caribisch Nederland aan te passen en enkele technische verbeteringen aan te brengen. In de artikelsgewijze toelichting worden de wijzigingen nader toegelicht.
Voor wat betreft de Rohvblv betreffen de verbeterpunten:
– het ontbreken van een termijn tussen het afronden van de opleiding voor een bevoegdverklaring en starten van de opleiding voor de eenheid;
– enkele onduidelijke eisen met betrekking tot de praktijkbeoordeling;
– het ontbreken van de mogelijkheid om een simulator in te zetten;
– onduidelijke eisen voor het beoordelen van de taalvaardigheid; en
– het verduidelijken van de aanvang van de geldigheidsduur voor de taalvaardigheidsaantekening bij eerste afgifte, verlenging en vernieuwing.
De Rohvblv wordt separaat aangepast. In de toelichting bij de wijzigingsregeling zal uitgebreid op deze verbeterpunten en de daarbij behorende wijzigingen worden ingegaan.
De beroepen bediener van een luchtvaartstation (ASO) en vluchtinformatieverstrekker (FISO) zijn gereglementeerde beroepen in de zin van de EU-richtlijn beroepskwalificaties.2 Dit betekent dat de eisen die aan die beroepen worden gesteld moeten voldoen aan de eisen die het EU-recht, zoals de genoemde richtlijn en de zogenaamde Proportionaliteitsrichtlijn,3 daaraan stellen. Deze regels moeten aan de volgende eisen voldoen: non-discriminatie, rechtvaardiging uit hoofde van een doelstelling van algemeen belang en evenredigheid. Ook wijzigingen van regelgeving voor gereglementeerde beroepen moeten op deze punten beoordeeld worden.
De wijzigingen in het onderhavige besluit zien op technisch-inhoudelijke eisen die gesteld worden aan enkele bevoegdverklaringen op de ASO- en FISO-brevetten.
ASO- en FISO-brevetten zijn ingesteld ten behoeve van de borging van de luchtvaartveiligheid. Het gaat hier derhalve om een algemeen belang. De onderhavige wijzigingen beogen met een betere aansluiting van de regels op de praktijk bij te dragen aan verdere verbetering van de luchtvaartveiligheid en zijn derhalve beperkt tot wat nodig is om deze doelstelling – verbetering van de luchtvaartveiligheid – te bereiken.
De wijzigingen hebben geen betrekking op nationaliteitseisen of taalvaardigheidseisen. Ook zijn de wijzigingen niet van dien aard dat daarmee Nederlanders of Nederlandse ingezetenen op enigerlei voordeel zouden hebben ten opzichte van anderen ten opzichte van de reeds bestaande eisen. Daarnaast stelt artikel 8 van de Proportionaliteitsrichtlijn eisen aan de totstandkoming van dergelijke regelgeving. De mening van belanghebbenden (waaronder afnemers van diensten en anderen die géén beroepsbeoefenaar zijn) moet betrokken worden bij de totstandkoming van de betreffende voorschriften en betrokken partijen moeten de gelegenheid krijgen hun standpunt daarover kenbaar te maken bijvoorbeeld via internetconsultatie. Ook hieraan wordt voldaan.
Op grond van artikel 209, eerste lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, moet de bestuurscolleges van Bonaire, Sint Eustatius en Saba om advies worden gevraagd bij ontwerpen van algemene maatregel van bestuur waarbij van de openbare lichamen regeling of bestuur wordt gevorderd of wanneer in betekende mate wijziging wordt gebracht in de taken en bevoegdheden van het eilandsbestuur. Artikel 209, derde lid, vereist betrokkenheid van de bestuurscolleges bij ingrijpende beleidsvoornemens of wanneer er ingrijpend wordt afgeweken van de regelgeving in Europees Nederland. Met onderhavige wijzigingen is van het voorgaande geen sprake.
Hoofdstuk 2 van de Wet luchtvaart en daarmee het daaronder hangende Besluit bewijzen van bevoegdheid zijn ook van toepassing op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. De wijzigingen van dit besluit zijn echter van technische aard; er is derhalve geen sprake van ingrijpende beleidsvoornemens of ingrijpende afwijking van de Europees-Nederlandse regelgeving. De openbare lichamen zullen overigens wel worden geïnformeerd over de onderhavige wijzigingen.
De onderhavige wijzigingen zijn voor een Handhaafbaarheid, Uitvoerbaarheid en Fraudebestendigheidtoets (HUF-toets) aan de ILT voorgelegd. De regelgeving is beoordeeld als handhaafbaar, uitvoerbaar en fraudebestendig.
De wijziging heeft geen financiële gevolgen voor de ILT.
De onderhavige wijzigingen brengen geen nieuwe administratieve lasten en nalevingskosten met zich mee. Enerzijds worden bestaande artikelen aangepast om beter aan te sluiten bij de praktijk (art. 18) of verduidelijkt (20, 22, 22a en 22d), anderzijds vervallen eisen die niet meer ter zake doen (art. 22b, 22c en 24b). Voor artikel 18 geldt daarbij dat de bestaande eisen zijn uitgesplitst in één bevoegdverklaring met daarop twee aantekeningen waardoor duidelijker is welke taken er al dan niet onder verantwoordelijkheid van de luchtverkeersleider worden uitgevoerd. Administratieve lasten en nalevingskosten blijven gelijk.
Met de nieuwe toevoeging in artikel 18a wordt een afname van de nalevingskosten gerealiseerd: als aan de in het artikel genoemde voorwaarde voldaan wordt hoeft niet nogmaals een taalvaardigheidsbeoordeling plaats te vinden.
Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het naar verwachting geen (omvangrijke) gevolgen voor de regeldruk heeft
Het ontwerpbesluit is aangeboden voor internetconsultatie. De internetconsultatie heeft geleid tot één inhoudelijke reactie ten aanzien van het onderhavige besluit. Naar aanleiding van deze reactie is aan artikel 22a een lid toegevoegd waarmee ook ten aanzien van de bevoegdverklaring GCO met de aantekening CLD en GMS eisen voor de afgifte van een ASO niet van toepassing zijn als reeds beschikt wordt over een «hoger» bewijs van bevoegdheid voor luchtverkeersleider of FISO.
Het besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Indien hiermee van de vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn wordt afgeweken, is de grond hiervoor AR 4.17, vijfde lid, onderdeel a. Hiermee wordt namelijk voorkomen dat de bestaande onduidelijkheden, met name waar het gaat om de taalvaardigheidseisen, langer blijven voortduren.
In artikel 1 worden drie nieuwe begripsbepalingen opgenomen. Het begrip «basisopleiding» wordt nieuw geïntroduceerd. Het begrip OFS bestond al in het Bbvb maar komt nu meerdere keren voor en wordt daarom nu ook hier opgenomen. De bijbehorende omschrijving van SUR was al in artikel 18a, tweede lid, te vinden, maar nu dit begrip meerdere keren in het Bbvb terugkomt wordt het ook in de lijst begripsbepalingen opgenomen. Ten slotte wordt de begripsbepaling «ATCO» nieuw opgenomen omdat in enkele nieuwe bepalingen deze term gebruikt wordt.
Per abuis werd in subonderdeel a naar een verkeerd onderdeel van de basisverordening verwezen. Dat wordt met onderhavige wijziging gerepareerd.
In subonderdeel c is verordening (EU) nr. 2015/340 van overeenkomstige toepassing verklaard op de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. Dit betekent dat in die verordening gestelde materiele eisen voor de afgifte van bewijzen van bevoegdheid voor luchtverkeersleiders ook gelden op de deze eilanden.
De opleiding van luchtverkeersleiders op Bonaire wordt verzorgd door DC-ANSP, de Curaçaose luchtvaartnavigatiedienstverlener die door de minister van IenW is aangewezen voor het verlenen van luchtverkeersleiding binnen de Flamingo CTR en ATZ op Bonaire in de Regeling aanwijzing luchtruim en luchtverkeersdienstverleners BES. Op grond van artikel 70, eerste lid, onderdeel g, van het Besluit luchtverkeer BES is bij deze taak tevens inbegrepen «het verzorgen of doen verzorgen van opleidingen ten behoeve van luchtverkeersdienstverlening». Artikel 1b van het Bbvb is derhalve van toepassing op de opleidingsorganisatie van DC-ANSP. De bevoegde autoriteit van Curaçao heeft de opleidingsorganisatie gecertificeerd overeenkomstig de door Curaçao gestelde eisen en verstrekt het bewijs van bevoegdheid.
Houders van een Nederlands bewijs van bevoegdheid dat is afgegeven overeenkomstig verordening (EU) nr. 2015/340 en in bezit zijn van de bevoegdverklaring ADC (Aerodrome Control – bevoegdverklaring plaatselijke verkeersleiding), voldoen aan de gestelde eisen om te mogen starten met de opleiding voor de eenheid, dus op de werkplek op de toren. Om met hun door Nederland afgegeven bewijs van bevoegdheid op Bonaire te mogen werken hoeft alleen deze opleiding voor de eenheid met succes te worden doorlopen.
Met onderhavige wijziging wordt het mogelijk gemaakt dat DC-ANSP als gecertificeerde opleidingsorganisatie niet nogmaals gecertificeerd hoeft te worden. Na goedkeuring door de minister van de opleiding voor de eenheid en het met succes afronden van deze opleiding kan de eenheidsaantekening op het Nederlands bewijs van bevoegdheid worden bijgeschreven en kunnen de luchtverkeersleidingswerkzaamheden op de toren van Bonaire worden uitgevoerd. DC-ANSP is betrokken bij de totstandkoming van deze wijziging.
Op Saba en Sint Eustatius wordt geen luchtverkeersleiding verstrekt en heeft deze wijziging geen gevolgen.
De bevoegdverklaring Clearance Delivery (CLD) bepaalde dat de betreffende taken onder verantwoordelijkheid van een luchtverkeersleider werden uitgevoerd, terwijl dit in de praktijk slechts een specifieke taak betrof die de verkeersleidingsassistent op de toren uitoefende. Met de onderhavige wijziging is er voortaan sprake van één bevoegdverklaring Ground Communications Officer (GCO), waarop vervolgens een aantekening moet worden bijgeschreven, afhankelijk van de taak die het betreft, CLD (zelfstandig door de verkeersleidingsassistent) of Ground Movement Service (GMS) (onder verantwoordelijkheid van de luchtverkeersleider).
De wijziging van onderdeel d dient ter verduidelijking van waar de te verstrekken informatie op ziet.
Tevens wordt in het vierde lid (nieuw) de aantekening STDI geïntroduceerd. Hiermee kan tijdens de opleiding gebruik gemaakt worden van simulatoren waarbij de praktijkinstructie ook kan worden gegeven door een aangeduide instructeur, die niet in bezit is van een OJTI aantekening.
In verband met de vernummering van de leden en van de onderdelen van het vierde lid (nieuw) worden in het vijfde en zesde lid (nieuw) de verwijzingen aangepast.
Indien een houder van een ASO-brevet reeds beschikt over een geldig FISO- of luchtverkeersleidersbrevet met geldige aantekening voor de taalvaardigheid, kan deze ook voor het ASO-brevet worden afgegeven zonder dat er opnieuw een taalvaardigheidsbeoordeling hoeft plaats te vinden.
In artikel 18 is in het tweede lid de bevoegdverklaring «RAD» vervangen door «SUR» (Surveillance) om deze in lijn te brengen met de omschrijving van de bevoegdheid.
Indien een houder van een FISO-brevet reeds beschikt over een geldig luchtverkeersleidersbrevet met geldige aantekening voor de taalvaardigheid, kan deze ook voor het FISO-brevet worden afgegeven zonder dat er opnieuw een taalvaardigheidsbeoordeling hoeft plaats te vinden.
Deze wijziging dient ter verduidelijking van de eisen voor de afgifte van een ASO en FISO, waarbij verduidelijkt is dat de vereiste medische verklaring een aanvullende eis betreft voor de FISO ten opzichte van de ASO. Inhoudelijk zijn de eisen ongewijzigd.
In artikel 21 is in het derde lid toegevoegd dat de minister van Infrastructuur en Waterstaat ook nadere regels kan stellen voor vernieuwing en verlenging waarbij deze bepaling nu ook van toepassing is op de taalvaardigheidsaantekening.
In artikel 22 zijn de voorwaarden verduidelijkt waaronder de eisen met betrekking tot kennis, bedrevenheid en ervaring niet van toepassing zijn voor de afgifte van een FISO. Dit geldt wanneer men al beschikt over het «hogere» bewijs van bevoegdheid voor luchtverkeersleider of een, gelijkwaardig, door de minister van Defensie afgegeven FISO-brevet, met daarop in beide gevallen de in het artikel met name genoemde bevoegdverklaringen.
Daarnaast is verduidelijkt dat deze voorwaarden niet cumulatief zijn.
In artikel 22a zijn de voorwaarden verduidelijkt waaronder de eisen met betrekking tot kennis, bedrevenheid en ervaring niet van toepassing zijn voor de afgifte van een ASO. Dit geldt wanneer men al beschikt over het «hogere» bewijs van bevoegdheid voor luchtverkeersleider of FISO met daarbij in beide gevallen de in het artikel met name genoemde bevoegdverklaringen, of over een door de minister van Defensie afgegeven ASO-brevet.
Artikel 22b was als overgangsartikel in het Bbvb opgenomen om verlopen bewijzen van bevoegdheid die door de hiaten in de regelgeving niet verlengd konden worden, te kunnen vervangen door een geldig bewijs van bevoegdheid. Artikel 22c was bedoeld om kandidaten die wel de opleiding hadden doorlopen maar niet het bewijs van bevoegdheid hadden ontvangen in staat te stellen alsnog de vereiste ASO te verkrijgen. Inmiddels zijn alle huidige geldige bewijzen van bevoegdheid afgegeven op grond van de eisen die daarvoor gelden in het Bbvb en de Rohvblv en kunnen deze artikelen daarom vervallen.
Het eerste lid wordt gewijzigd om te verduidelijken wanneer de genoemde periode van acht weken aanvangt. Het tweede lid voorzag in het bij ministeriele regeling stellen van regels met betrekking tot de uitvoering van het eerste lid. Deze regels worden nu in het tweede lid zelf opgenomen. De betreffende regeling onder het Bbvb, de Regeling opleiding en handhaving vakbekwaamheid bedieners van luchtvaartstations en vluchtinformatieverstrekkers, bevatte nog geen regels ter uitvoering van deze bepaling.
Omdat de enige STD’s die door LVNL gebruikt worden bij het opleiden van in dienst zijnde ASO’s en FISO’s, al worden ingezet ten behoeve van het Europese geregelde, en zwaardere, ATCO-brevet, is deze bepaling overbodig en komt deze nu te vervallen. Voor overige ASO opleidingen worden nog geen STD’s ingezet omdat de training van praktische vaardigheden volledig op de werkplek zelf plaatsvindt.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman
Verordening (EU) 2015/340 van de Commissie van 20 februari 2015 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot vergunningen en certificaten van luchtverkeersleiders overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad, tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 805/2011 van de Commissie (PbEU 2015, L 63).
Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PBEG 2005, L255). Deze richtlijn is geïmplementeerd in Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties.
Richtlijn (EU) 2018/958 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018 betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan een nieuwe reglementering van beroepen (PbEU 2018, L 173).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2026-3.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.