Besluit van 3 september 2026 tot wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving in verband met de uitvoering van de verordening bouwproducten 2024 [KetenID WGK27039]

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 30 juni 2026, nr. 2026-0000294065;

Gelet op artikel 120, eerste lid, van de Woningwet en de verordening (EU) 2024/3110 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 305/2011;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 22 juli 2026, nr. W04.26.00187/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 31 augustus 2026, nr. 2026-0000439292;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1.1a wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Dit besluit berust ook op artikel 120 van de Woningwet.

B

Artikel 2.13 komt te luiden:

Artikel 2.13 (uitvoering verordening bouwproducten en verordening bouwproducten 2024)

  • 1. Handelen in strijd met de plichten die voortvloeien uit de verordening bouwproducten of de verordening bouwproducten 2024 is verboden.

  • 2. Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is de aanwijzende autoriteit, bedoeld in artikel 38 van de verordening bouwproducten 2024.

  • 3. Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is de aanmeldende autoriteit, bedoeld in artikel 43 van de verordening bouwproducten 2024.

  • 4. Een prestatieverklaring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de verordening bouwproducten of een prestatie- en conformiteitsverklaring als bedoeld in artikel 16, vierde lid, van de verordening bouwproducten 2024 wordt in de Nederlandse taal verstrekt.

  • 5. Instructies en informatie als bedoeld in de artikelen 11, zesde en achtste lid, 13, vierde en negende lid, en 14, tweede en vijfde lid, van de verordening bouwproducten of de artikelen 22, zesde lid, 24, derde lid, en 25, tweede lid, onder c, van de verordening bouwproducten 2024 zijn in de Nederlandse taal gesteld.

  • 6. Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is het centrale contactpunt, bedoeld in artikel 64, tweede lid, van de verordening bouwproducten 2024.

  • 7. Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is het productcontactpunt voor de bouw, bedoeld in artikel 72, eerste lid, van de verordening bouwproducten 2024.

C

Artikel 2.14 komt te luiden:

Artikel 2.14. (toepassing CE-markeringen en kwaliteitsverklaringen bouw)

  • 1. Als een bouwproduct waarop een CE-markering als bedoeld in artikel 8 van de verordening bouwproducten of als bedoeld in artikel 17 van de verordening bouwproducten 2024 is aangebracht, aan bepaalde prestaties moet voldoen zodat het bouwwerk waarin het wordt toegepast voldoet aan een bij dit besluit gestelde regel, is daaraan voldaan als het bouwproduct is toegepast in overeenstemming met een op die regel toegesneden prestatieverklaring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de verordening bouwproducten respectievelijk een op die regel toegesneden prestatie- en conformiteitsverklaring als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de verordening bouwproducten 2024.

  • 2. Als een bouwproduct waarvoor op grond van artikel 37 van de verordening bouwproducten 2024 een Europese technische beoordeling zonder CE-markering is afgegeven aan bepaalde prestaties moet voldoen zodat het bouwwerk waarin het bouwproduct wordt toegepast voldoet aan een bij dit besluit gestelde regel, is daaraan voldaan als de prestaties van dat bouwproduct, als aangegeven in de Europese technische beoordeling, zijn toegesneden op die regel.

  • 3. Als een bouwproduct moet voldoen aan bepaalde prestaties die niet onder een in artikel 2, elfde lid, van de verordening bouwproducten bedoelde geharmoniseerde norm dan wel in artikel 3, onderdeel 42, van de verordening bouwproducten 2024 bedoelde geharmoniseerde technische specificatie vallen, zodat het bouwwerk waarin het bouwproduct wordt toegepast voldoet aan een bij dit besluit gestelde regel, is daaraan voldaan als het bouwproduct is toegepast in overeenstemming met een op die regel toegesneden kwaliteitsverklaring bouw.

  • 4. Als een bouwproces aan bepaalde prestaties moet voldoen zodat het bouwwerk waarin het wordt uitgevoerd voldoet aan een bij dit besluit gestelde regel, is daaraan voldaan als het bouwproces is toegepast in overeenstemming met een op die eis toegesneden kwaliteitsverklaring bouw.

D

Artikel 2.15 komt te luiden:

Artikel 2.15. (erkenning kwaliteitsverklaringen bouw)

  • 1. Kwaliteitsverklaringen bouw als bedoeld in artikel 2.14, derde en vierde lid, worden afgegeven op basis van een door Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening erkend stelsel van kwaliteitsverklaringen voor de bouw.

  • 2. Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening stelt de voorwaarden vast waaronder kwaliteitsverklaringen bouw worden afgegeven.

E

In bijlage I, onder A, wordt in de alfabetische volgorde de volgende begripsbepaling ingevoegd:

verordening bouwproducten 2024:

verordening (EU) 2024/3110 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 305/2011;

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

’s-Gravenhage, 3 september 2026

Willem-Alexander

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, E. Boekholt-O’Sullivan

Uitgegeven de drieëntwintigste september 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

NOTA VAN TOELICHTING

I. Algemeen deel

1. Aanleiding en doel

1.1 Inleiding

Op 7 januari 2025 is Verordening (EU) 2024/3110 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 305/2011 (hierna: de verordening bouwproducten 2024) in werking getreden.

De verordening bouwproducten 2024 vervangt gefaseerd de hiervoor geldende verordening bouwproducten1 (hierna: verordening bouwproducten 2011) met meer focus op digitalisering, duurzaamheid en markttoezicht, terwijl deze de basisprincipes van een verdere bevordering van het vrije handelsverkeer van bouwproducten in Europa door middel van CE-markering en prestatieverklaring behoudt.

Verwijzingen in de verordening bouwproducten 2024 naar de verordening bouwproducten 2011 gelden als verwijzingen naar de verordening bouwproducten 2024 en worden gelezen volgens de in bijlage XI bij de verordening bouwproducten 2024 opgenomen concordantietabel.

Deze verordening bouwproducten 2024 vervangt derhalve gefaseerd het huidige Europeesrechtelijke regelgevingskader voor bouwproducten.

Net als onder de verordening bouwproducten 2011 voorziet de verordening bouwproducten 2024 in een gemeenschappelijke technische taal voor het harmoniseren van Europese test-, meet- of rekenmethoden (ook wel Europese bepalingsmethoden of geharmoniseerde technische specificaties genoemd) voor bouwproducten.

De bepalingen van de verordening bouwproducten 2024 zullen gefaseerd in werking treden. Een aantal institutionele bepalingen gericht op de EU-instellingen geldt al vanaf 7 januari 2025. Andere bepalingen, onder andere gericht op marktdeelnemers en op de uitvoering door lidstaten, gelden vanaf 8 januari 2026 (zie paragraaf 3.2 voor meer informatie omtrent de fasering). Omdat de verordening bouwproducten 2011 pas volledig in 2040 wordt ingetrokken, dienen de bestaande implementatiebepalingen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna Bbl) veelal behouden te blijven. Wel worden deze aangepast waar nodig in verband met de nieuwe verordening bouwproducten 2024.

2. Hoofdlijnen van het besluit

2.1 Inleiding

De volgende onderwerpen worden met voorliggend besluit geregeld ter uitvoering van de verordening bouwproducten 2024:

  • 1. Er wordt een verbodsbepaling opgenomen om in strijd te handelen met de plichten die voortvloeien uit de verordening, zodat hierop (nationaalrechtelijk) toezicht en handhaving mogelijk is op grond van de Woningwet;

  • 2. de aanwijzing van de nationale autoriteit voor de aanwijzing respectievelijk aanmelding van conformiteitsbeoordelende instanties vindt plaats. In het onderhavige besluit is bepaald dat de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening deze autoriteit is. De bestaande procedure voor aanwijzing en aanmelding vervalt hiermee; en

  • 3. het bestaande stelsel van prestatieverklaringen en de daaraan gekoppelde veronderstelling van conformiteit worden tevens van toepassing verklaard op de verordening bouwproducten 2024.

Daarnaast zijn er omzettingsverplichtingen van ondergeschikte aard en wordt artikel 120 van de Woningwet toegevoegd als grondslag in het Bbl in verband met de uitvoering van de verordening.

2.2. Verbodsbepaling overtreding voorschriften verordening bouwproducten 2024

In het voorliggende besluit wordt geregeld dat de reikwijdte van de verbodsbepaling uit artikel 2.13 van het Bbl wordt uitgebreid naar de verordening bouwproducten 2024. Het toezicht en handhaving op de voorschriften is ook onder de verordening bouwproducten 2024 een nationale aangelegenheid. Artikel 92 van de verordening bouwproducten 2024 bepaalt dat lidstaten doeltreffende, evenredige en afschrikwekkende sancties in het leven roepen bij overtreding van de voorschriften uit de verordening. Om nationaalrechtelijke handhaving mogelijk te maken is in het Bbl het verbod opgenomen om in strijd te handelen met de plichten die voortvloeien uit de verordeningen. Het betreft hier naast de bepalingen in de verordening zelf, met name ook de gedelegeerde- en uitvoeringshandelingen die de Europese Commissie vaststelt. Deze niet-wetgevingshandelingen bepalen immers de materiële reikwijdte van de verordening. Omdat pas in 2040 alle bepalingen uit de verordening bouwproducten 2011 materieel uitgewerkt zijn, blijft het verbod om te handelen in strijd met de voorschriften die voortvloeien uit die verordening behouden.

2.3. Aanwijzende en aanmeldende autoriteit

Met de inwerkingtreding van de verordening bouwproducten 2024 zijn de bepalingen over aanwijzing en aanmelding van de conformiteitsbeoordelende instanties onder de verordening bouwproducten 2011 ingetrokken. Het juridisch kader voor aanwijzing en aanmelding wordt dan ook (alleen) gevormd door de nieuwe verordening. De procedure, zoals voorheen opgenomen in artikel 2.13, tweede tot en met zevende lid, is niet langer van toepassing en is vervangen door de nieuwe regels.

De artikelen 38 en 43 van de verordening bouwproducten 2024 verplichten de lidstaat een aanwijzende autoriteit respectievelijk aanmeldende autoriteit aan te wijzen die verantwoordelijk is voor de instelling en uitvoering van de nodige procedures voor de beoordeling en aanmelding van de voor de verordening gekwalificeerde conformiteitsbeoordelende instanties.

De verordening bouwproducten 2024 kent in dit kader twee typen instanties: de technische beoordelingsinstanties (TBI’s) en aangemelde instanties (notified bodies, afgekort NoBo’s).

TBI’s zijn, overeenkomstig hoofdstuk 5 van de verordening bouwproducten 2024, aangewezen instanties die Europese technische beoordelingen afleveren op basis van Europese beoordelingsdocumenten. Zij spelen een belangrijke rol bij het beoordelen van bouwproducten die niet onder geharmoniseerde technische specificaties van de geharmoniseerde zone vallen.2

Aangemelde instanties spelen een centrale rol in het beoordelen van de conformiteit van bouwproducten die onder de verplichte geharmoniseerde bepalingsmethoden vallen.

Conformiteitbeoordeling van een bouwproduct door een aangemelde instantie is aan de orde indien de Europese Commissie voor bepaalde productfamilies of productcategorieën beoordelings-en verificatiesystemen heeft vastgesteld, conform de modules als weergegeven in Bijlage VIII van de verordening.3

In het voorliggende besluit is bepaald dat de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (minister van VRO) autoriteit is voor zowel de TBI’s («de aanwijzende autoriteit») als aangemelde instanties («de aanmeldende autoriteit»).

Ten behoeve van de aanmelding van aangemelde instanties en de aanwijzing van technische beoordelingsinstanties laat de minister zich op dit moment adviseren door de Raad voor Accreditatie, waarbij het accreditatie-instrument wordt ingezet om te toetsen of de (kandidaat-) instantie voldoet aan de eisen die de verordening bouwproducten 2024 in de artikelen 38 en verder en 43 en verder stelt. Na accreditering zal de minister doorgaans de (kandidaat)technische beoordelingsinstanties of aangemelde instantie kunnen aanwijzen respectievelijk aanmelden bij de Europese Commissie in Brussel. Zij worden vervolgens ingeschreven in het SMCS/NANDO-systeem van de Europese Commissie (System of Mutual Communication/ Support New Approach Notified and Designated Organisations.4 Aangemelde en aangewezen instanties worden voorzien van een uniek notificatienummer.

Omdat aan de toepasselijke artikelen uit de verordening bouwproducten 2024 altijd moet worden voldaan, kan de minister aanvullende of afwijkende eisen stellen, indien in het kader van de accreditatie naar oordeel van de minister onvoldoende is komen vast te staan dat alle verplichtingen uit de verordening worden nageleefd. Ook als de Europese Commissie extra informatie verlangt die niet uit de accreditatieverklaring volgt maar volgens de verordening bouwproducten 2024 wel verplicht is, kan de minister dit eisen. Verder kan de minister een andere procedure instellen indien hier aanleiding toe is.

De aanwijzing (aanmelding) van een (kandidaat-)technische beoordelingsinstantie of aangemelde instantie door de minister geschiedt bij beschikking. Met deze positieve beschikkingsbevoegdheid heeft de minister ook de, op grond van artikel 53 van de verordening voorgeschreven, bevoegdheid om een aanwijzing (aanmelding) te beperken, te schorsen of in te trekken. Uiteraard gelden bij deze belastende besluiten de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

De minister blijft dus altijd eindverantwoordelijk voor het toezicht op de aanwijzing (of aanmelding) (het zogenaamde toezicht op toezicht). De actuele notificatieprocedure (het door de lidstaat schriftelijk aanwijzen of aanmelden bij de Europese Commissie) zal door de minister, ten behoeve van alle belanghebbenden, openbaar gepubliceerd worden via de hiertoe ingerichte Europese Singel Market Compliance (SMCS) website.5

2.4. CE-markering en Prestatie- en conformiteitsverklaring

Onder de verordening bouwproducten 2024 worden prestatieverklaringen uitgebreid met conformiteitsverklaringen. Met deze nieuwe vorm van prestatie- en conformiteitsverklaringen geeft de fabrikant aan dat – naast het declareren van productprestaties – is voldaan aan bepaalde producteisen die in de geharmoniseerde technische specificatie van het betreffende bouwproduct op basis van artikel 7 en Bijlage III van de verordening bouwproducten 2024 zijn vastgelegd.

Ook wordt het onderscheid tussen de verplichte CE-route op basis van geharmoniseerde bepalingsmethoden en de vrijwillige EOTA-route op basis van Europese Beoordelingsdocumenten in de verordening bouwproducten 2024 verder uitgewerkt. In het herziene artikel 2.14 van het Bbl worden deze zaken nu geadresseerd.

Bouwproducten mogen onder de verordening bouwproducten 2024 alleen worden CE-gemarkeerd indien de fabrikant voor die bouwproducten een prestatie-en conformiteitverklaring heeft opgesteld. Prestatie- en conformiteitsverklaringen kunnen alleen worden opgesteld voor bouwproducten die onder de verordening bouwproducten 2024 herziene geharmoniseerde technische specificatie van de geharmoniseerde zone vallen of waarvoor een Europese beoordeling is afgegeven – via de voor de fabrikant vrijwillige route van een Europese technische beoordeling is afgegeven op grond van een Europees beoordelingsdocument.

In geval dat voor bepaalde bouwproducten een geharmoniseerde technische specificatie is vastgesteld of een Europese technische beoordeling is afgegeven, bepaalt de fabrikant de prestaties en conformiteit van het bouwproduct overeenkomstig de geharmoniseerde bepalingsmethoden.

De prestatie- en conformiteitsverklaring heeft overeenkomstig artikel 15, tweede lid, van de verordening bouwproducten 2024 ten minste betrekking op de prestaties van een product gedurende de levenscyclus met betrekking tot de milieuprestatie van het product en op de essentiële kenmerken die altijd moeten worden aangegeven, zoals bepaald in de – overeenkomstig artikel 5, vijfde lid, van de bouwproductenverordening 2024 – vastgestelde gedelegeerde handelingen. De overige essentiële kenmerken die aangegeven moeten worden, zijn afhankelijk van de regelgevingsbehoefte van de lidstaat waar het bouwproduct op de markt wordt gebracht.6

Lidstaten mogen geen belemmeringen opwerpen voor het op de markt brengen van CE-gemarkeerde producten, voorzien van een prestatie-en conformiteitsverklaring. Daarbij geldt wel dat de productprestaties, zoals door de fabrikant gedeclareerd voor zijn bouwproducten in de prestatie-en conformiteitsverklaring, zodanig dienen te zijn dat ze kunnen voldoen aan de eisen die lidstaten aan hun bouwwerken stellen. In artikel 2.14, eerste lid, van het Bbl is daarom bepaald dat de prestaties zoals aangegeven in de prestatie- en conformiteitsverklaring van CE-gemarkeerde bouwproducten moeten zijn toegesneden op de eisen die het Bbl aan bouwwerken stelt, in de specifieke situatie waarin het betreffende bouwproduct wordt toegepast. CE-gemarkeerde bouwproducten mogen dus vrijelijk op de Nederlandse markt worden gebracht, maar de vraag of ze in bouwwerken kunnen worden toegepast is afhankelijk van de productprestaties die de fabrikant in zijn prestatie- en conformiteitsverklaring heeft aangegeven in relatie tot de specifieke situatie waarin het betreffende bouwproduct wordt toegepast en of die zijn toegesneden op de regels in het Bbl voor bouwwerken.

Overeenkomstig artikel 95, derde lid, van de verordening bouwproducten 2024 blijven geharmoniseerde normen waarvan de referentienummers zijn opgenomen in het overeenkomstig artikel 17, vijfde lid, van de verordening bouwproducten 2011 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte lijst en die op 8 januari 2026 van kracht zijn, uit hoofde van de verordening bouwproducten 2011 geldig totdat ze door de Europese Commissie of anderszins worden ingetrokken.

Europese beoordelingsdocumenten waarvan de referentienummers uiterlijk op 8 januari 2026 in het overeenkomstig artikel 22 van verordening bouwproducten 2011 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte lijst zijn opgenomen, blijven geldig tot 9 januari 2031, tenzij ze om andere redenen zijn vervallen.

Producten mogen niet in de handel gebracht worden op basis van Europese technische beoordelingen die na 9 januari 2036 overeenkomstig die Europese beoordelingsdocumenten zijn afgegeven. Tot die tijd geldt voor deze Europese beoordelingsdocumenten het vermoeden van conformiteit.

In het tweede lid van het artikel 2.14 Bbl, wordt nu geregeld dat ook een vermoeden van conformiteit geldt in de situatie dat een bouwproduct wel is gecertificeerd aan de hand van een Europese technische beoordeling, maar de fabrikant op het bouwproduct geen CE-markering plaatst. Dit was en is onder de verordening bouwproducten 2011 niet mogelijk.

In artikel 2.14, derde en vierde lid, wordt duidelijkheid gegeven over het feit dat zowel producten met als zonder CE-markering aantoonbaar kunnen voldoen aan de technische eisen van het Bbl.

Een CE-gemarkeerd product, mits toegepast volgens de bijbehorende prestatie- en conformiteitsverklaring die aansluit op de gestelde eis, voldoet aan de gestelde eis.

Een bouwproduct dat buiten de scope van de geharmoniseerde zone valt, kan indien toegepast volgens een passende nationale kwaliteitsverklaring bouw en mits de installatie is uitgevoerd volgens de betreffende kwaliteitsverklaring, voldoen aan de in dit besluit gestelde prestatie-eis.

2.5 Taal van de conformiteitsverklaring

De verordening bouwproducten 2024 biedt de lidstaat de mogelijkheid om te bepalen in welke taal bepaalde informatie wordt aangeleverd. Zoals blijkt uit artikel 2.13, vijfde lid, Bbl betreft het hier niet alleen de prestatie- en conformiteitsverklaringen, maar ook de algemene productinformatie, de gebruiksaanwijzing en de veiligheidsinformatie zoals vermeld in bijlage IV, waarmee het product op de markt wordt aangeleverd. In de verordening bouwproducten 2011 was in artikel 2.13, negende lid, van het Bbl opgenomen dat dit in de Nederlandse taal werd gesteld. Voor de verordening bouwproducten 2024 blijft dit de Nederlandse taal. Voor beide verordeningen is dit nu vastgelegd in het herziene artikel 2.13, vierde en vijfde lid, van het Bbl.

3. Verordening bouwproducten 2024

Het voorliggende besluit strekt tot uitvoering van de verordening bouwproducten 2024. Omdat de bepalingen uit de verordening rechtstreeks van toepassing zijn, is voor de naleving van de verordening dan ook van belang dat marktdeelnemers, technische beoordelingsinstanties en aangemelde instanties zich vergewissen van de inhoud van de verordening zelf.

In de komende jaren zal de Europese Commissie geharmoniseerde technische specificaties vaststellen voor producteisen en voor essentiële kenmerken van bouwproducten. Deze zullen de bestaande technische bepalingsmethoden, zoals vastgesteld onder de voormalige verordening bouwproducten (én diens voorganger, de Europese Richtlijn Bouwproducten 89/106), vervangen.

3.1 De verordening bouwproducten 2024

Doel van de verordening is om ten behoeve van de interne markt, handelsbelemmeringen weg te nemen, door een geharmoniseerd regelgevingskader te creëren voor de prestaties van bouwproducten.

Hiermee wordt beoogd vrij verkeer van bouwproducten binnen de EU te bevorderen en betere informatie te geven over de prestaties en conformiteit van bouwproducten, zodat bouwprofessionals en consumenten goed geïnformeerde keuzes kunnen maken.

Zoals in onder andere preambule 25 van de verordening bouwproducten 2024 wordt beschreven, wordt om de rechtszekerheid te verbeteren en de versnippering van de Uniemarkt voor bouwproducten te beperken, het gebied dat op Unieniveau wordt gereguleerd, de zogenaamde «Europese geharmoniseerde zone», gedefinieerd en afgezet tegen de elementen ten aanzien waarvan de lidstaten bevoegd zijn.

De lidstaten blijven bevoegd om bepalingen vast te stellen met betrekking tot bouwwerken, met inbegrip van aspecten zoals ontwerp en dimensionering. De instelling van de geharmoniseerde zone mag geen afbreuk doen aan het recht van de lidstaten om nationale voorschriften inzake bouwwerken vast te stellen en mag geen afbreuk doen aan het beschermingsniveau dat in de lidstaten reeds bestaat en gerechtvaardigd is. Nationaal milieubeleid dat van toepassing is op bouwwerken mag niet worden beschouwd als een verbod op of belemmering voor het op de markt aanbieden van producten, mits het geharmoniseerde gebied in acht wordt genomen.

De relatie tussen de Europese geharmoniseerde zone en nationale maatregelen wordt onder andere nader bepaald in artikel 11 van de verordening bouwproducten 2024.

De verordening bouwproducten 2024 is dan ook een Europese verordening die voor verplichte geharmoniseerde specificaties (de geharmoniseerde zone) en voor vrijwillige Europese beoordelingsdocumenten regels stelt voor het op de markt brengen van bouwproducten binnen de Europese Unie.

Belangrijke elementen hierbij zijn:

  • – Prestatie- en conformiteitsverklaring (DoPC – Declaration of Performance en Conformity): Fabrikanten moeten een verklaring opstellen waarin staat hoe hun product presteert ten opzichte van essentiële kenmerken (zoals brandveiligheid, mechanische sterkte, energie-efficiëntie, enz.) en tevens aangeven dat hun product voldoet aan toepasselijke productvereisten.

  • – CE-markering: Bouwproducten die onder een geharmoniseerde technische specificatie van de geharmoniseerde zone vallen en producten waarvoor een Europese technische beoordeling is afgegeven en waarvoor de fabrikant een DoPC heeft opgesteld, moeten de CE-markering dragen. Dit geeft aan dat het product voldoet aan de relevante EU-wetgeving.

  • – Bouwproducten waarvoor een Europese technische beoordeling is afgegeven mogen CE-gemarkeerd worden;

De verordening verwijst naar fundamentele eisen voor bouwwerken, zoals:

  • – Mechanische weerstand en stabiliteit;

  • – Brandveiligheid;

  • – Hygiëne, gezondheid en milieu;

  • – Veiligheid en toegankelijkheid bij gebruik;

  • – Geluidsbescherming;

  • – Energiezuinigheid en warmtebehoud;

  • – Emissies in de buitenomgeving van bouwwerken;

  • – Duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen.

De verordening bouwproducten is relevant voor:

  • – Marktdeelnemers, zoals fabrikanten, importeurs en distributeurs;

  • – Architecten, aannemers en bouwbedrijven;

  • – Toezichthouders en overheden.

3.1.1 Geharmoniseerd regelgevingskader

Op basis van het geharmoniseerd regelgevingskader worden door het Europees Comité voor Normalisatie (Comité Européen de Normalisation, afgekort CEN) op verzoek van de Europese Commissie test- meet of rekenmethoden ontwikkeld (verzamelnaam: Europese bepalingsmethoden) op basis waarvan resultaten kunnen worden bepaald en gedeclareerd met betrekking tot de productprestaties van de door de Europese Commissie in samenwerking met de lidstaten vastgestelde essentiële productkenmerken.

De Europese Commissie doet dit via gedelegeerde- en uitvoeringshandelingen die in het Publicatieblad van de Europese Unie worden vermeld. Het gebruik van deze Europese gemeenschappelijke bepalingsmethoden is verplicht voor marktdeelnemers die bouwproducten die onder dergelijke geharmoniseerde technische specificaties vallen, op de markt brengen of verhandelen.

Bouwproducten die onder dergelijke geharmoniseerde technische specificaties vallen, maken deel uit van de geharmoniseerde zone en moeten voorzien zijn van de CE-markering tezamen met de prestatie-en conformiteitsverklaring. De fabrikant geeft met ondertekening aan dat zijn bouwproducten in overeenstemming zijn met de productprestaties als vermeld in zijn prestatie-en conformiteitsverklaring. Dergelijke producten kunnen dan vrij binnen de interne markt van de EU worden gebracht. De EU-lidstaten mogen geen extra private of publieke merken, certificaten of testen vereisen dan wel toestaan, voor zover deze merken, certificaten of testen betrekking hebben op de bepalingsmethoden van geharmoniseerde technische specificaties, vallend onder de geharmoniseerde zone.

Nieuw ten opzichte van het bestaande systeem is dat indien het Europese normalisatie instituut CEN – samen met haar maatschappelijke stakeholders – niet tijdig de gewenste geharmoniseerde test- meet of rekenmethoden kan ontwikkelen, de Europese Commissie onder de verordening bouwproducten 2024 ook zelf geharmoniseerde technische specificaties kan vaststellen. Dergelijke geharmoniseerde technische specificaties kunnen onder meer zijn: bepalingsmethoden, productveiligheidseisen, productinformatie-eisen, drempelwaarden, verplicht te declareren essentiële kenmerken en gemeenschappelijke specificaties voor het aantonen van conformiteit met producteisen.

3.1.2 Prestatie- en conformiteitsverklaring

De verordening bouwproducten 2024 vereist dat fabrikanten, naast de declaratie van productprestaties met betrekking tot essentiële kenmerken zoals onder de verordening bouwproducten 2011 al het geval was, ook de conformiteit met producteisen aantonen in de prestatie- en conformiteitsverklaring, zoals productvereisten ter waarborging van een goede werking en goede prestaties conform Bijlage III van de verordening bouwproducten 2024 en/of een door de Europese Commissie vastgestelde minimumwaarde voor een essentieel kenmerk, zoals de milieuprestatie van een bouwproduct op basis van vooraf bepaalde milieukenmerken als vastgelegd in Bijlage II van de verordening bouwproducten 2024. Deze milieukenmerken worden conform artikel 15, derde lid, van de verordening bouwproducten 2024 trapsgewijs ingevoerd, te weten:

  • – de essentiële milieukenmerken in de punten a) tot en met d) van bijlage II, vanaf 8 januari 2026;

  • – de essentiële milieukenmerken in de punten e) tot en met m) van bijlage II, vanaf 9 januari 2030;

  • – de essentiële kenmerken in de punten n) tot en met s) van bijlage II, vanaf 9 januari 2032.

De prestatie- en conformiteitsverklaring heeft overeenkomstig artikel 15, tweede lid, van de verordening bouwproducten 2024 ten minste betrekking op de prestaties van een product gedurende de levenscyclus met betrekking tot de milieuprestatie van het product zoals aangegeven in Bijlage II van de verordening bouwproducten 2024.

Daarnaast heeft de prestatie- en conformiteitsverklaring betrekking op de essentiële kenmerken die op een later tijdstip door de Europese Commissie vastgesteld kunnen worden en vervolgens altijd moeten worden aangegeven op de verklaring.

De overige essentiële kenmerken die aangegeven moeten worden, zijn afhankelijk van de regelgevingsbehoefte van de lidstaat waar het bouwproduct op de markt wordt gebracht. Wat de regelgevingsbehoefte in Nederland betreft, is dit inzichtelijk gemaakt via de thematische website van de Rijksoverheid: https://www.contactpuntbouwproducten.nl/cpr. Deze website wordt geactualiseerd.

3.1.3 Digitaal productpaspoort

Daarnaast introduceert de verordening bouwproducten 2024 het digitale productpaspoort, dat essentiële informatie moet bevatten over de prestaties van het bouwproduct, waaronder milieuprestaties, conformiteit en herkomst van het bouwproduct. Dit wordt nader beschreven in hoofdstuk 10, artikelen 75 t/m 80, van de verordening bouwproducten 2024.

Conform artikel 75, eerste lid, van de verordening bouwproducten 2024 stelt de Europese Commissie gedelegeerde handelingen vast om deze verordening aan te vullen, door een systeem van digitale productpaspoorten voor de bouw in te stellen overeenkomstig de voorwaarden van dit hoofdstuk.

Zes maanden na de datum van inwerkingtreding van de in artikel 75, eerste lid, van de verordening bouwproducten 2024 bedoelde gedelegeerde handeling is het systeem volledig operationeel en voldoet het aan de beoogde doelstellingen, met inbegrip van de in artikel 76 bepaalde functionaliteiten.

Achttien maanden na de datum van inwerkingtreding van de in artikel 75, eerste lid, van de verordening bouwproducten 2024 bedoelde gedelegeerde handeling zijn de op grond van artikel 22, zevende lid, vastgestelde verplichtingen van toepassing voor marktdeelnemers. Het systeem mag in de overgangsperiode op vrijwillige basis door fabrikanten en andere marktdeelnemers worden gebruikt.

Beoogd is dat de verplichting voor fabrikanten en andere marktdeelnemers om een digitaal productpaspoort aan te leveren, geldt vanaf medio 2028.

3.1.4 Regels met betrekking tot hergebruik

Teneinde bij te dragen aan een circulaire economie bevat de verordening ook regels met betrekking tot (her)gebruikte en gerecyclede bouwproducten, die onder het toepassingsgebied van geharmoniseerde technische specificaties kunnen vallen. Dit betekent dat voor gebruikte bouwproducten, met inbegrip van andere gebruikte items die onder verordening bouwproducten 2024 vallen, in het kader van verordening bouwproducten 2024 specifieke Europese geharmoniseerde test- en meetmethoden ten behoeve van hergebruik ontwikkeld zullen worden. Dit loopt samen met het CPR-Acquis proces7. De beschikbaarheid ten behoeve van de 36 productfamilies die onder de verordening bouwproducten 2024 vallen zal in de periode van 2025 tot 2040 gefaseerd zijn over de komende 15 jaar. Met behulp van deze geharmoniseerde test- en meetmethoden ten behoeve van hergebruik wordt het makkelijker gemaakt om van gebruikte bouwproducten de prestaties te bepalen en vast te tellen of ze voldoen aan de huidige bouwregelgevingseisen en daarmee geschikt zijn voor hergebruik.

3.2 Gefaseerde inwerkingtreding verordening bouwproducten 2024

De verordening bouwproducten 2024 is officieel op 7 januari 2025 in werking getreden.

De verordening bouwproducten 2024 is echter pas van toepassing met ingang van 8 januari 2026, met uitzondering van de artikelen 1 tot en met artikel 4, artikel 5, leden 1 tot en met 7, artikel 7, lid 1, artikel 9, artikel 10, artikel 12, lid 1, eerste alinea, artikel 16, lid 3, artikel 37, lid 4, artikel 63, artikel 89 en artikel 90, en bijlagen I, II, III, IV, VII, IX en X daarbij, die van toepassing zijn met ingang van 7 januari 2025, en artikel 92, dat van toepassing is met ingang van 8 januari 2027.

Zolang de geharmoniseerde bepalingsmethoden (hEN’s) gepubliceerd blijven in het publicatieblad van de Europese Unie (OJ) en niet worden vervangen voor nieuwe geharmoniseerde bepalingsmethoden, blijven de toepasselijke artikelen uit verordening bouwproducten 2011 van toepassing voor deze hEN’s van de verschillende productfamilies.

De herziening van de hEN’s voor de 36 productfamilies onder de verordening bouwproducten 2024 komt stapsgewijs tot stand. Zodra normalisatieverzoeken zijn uitgewerkt in een door de Europese Commissie gecoördineerd voorbereidingsproces (het zogeheten CPR-Acquis proces), kan de daadwerkelijke normalisatie door CEN plaatsvinden. De eerste herziene geharmoniseerde bepalingsmethoden voor de verordening bouwproducten 2024 worden verwacht vanaf eind 2026. Op het moment dat een nieuwe Europese bepalingsmethode van kracht wordt, voor de betreffende productfamilie is de nieuwe verordening bouwproducten 2024 van toepassing.

De artikelsgewijze inwerkingtreding is nader terug te vinden op de thematische website van de Rijksoverheid www.contactpuntbouwproducten.nl.

4. Toezicht en handhaving

De verbodsbepaling die is opgenomen in artikel 120, tweede lid, van de Woningwet krijgt werking door in het Bbl uitvoeringsregels op te nemen. Door een verbodsbepaling op te nemen voor het handelen in strijd met de verordening bouwproducten 2024 kwalificeert een overtreding van een verplichting (die voortvloeit) uit de verordening bouwproducten 2024 tevens als overtreding van deze Bbl-bepaling. Hierdoor is het nationaalrechtelijke handhavings- en sanctioneringsinstrumentarium van toepassing op de Europese verplichtingen, zoals neergelegd in artikel 120b van de Woningwet en artikel 1a, onder 2, van de Wet op de economische delicten. Wat betreft het markttoezicht is ook de (algemene) markttoezichtverordening van toepassing.8

Het toezicht en de handhaving op de verplichtingen aan marktdeelnemers berust volgens de verordening bij de nationale «markttoezichtautoriteit». Deze markttoezichtautoriteit is, volgens de definitie uit de markttoezichtverordening, de autoriteit die door de lidstaat is aangewezen als verantwoordelijk voor het uitvoeren van markttoezicht op het grondgebied van die lidstaat.9

De aanwijzing als markttoezichtautoriteit vindt, net als onder het regime van de oude verordening bouwproducten, impliciet plaats op grond van artikel 93, derde lid, Woningwet. De minister heeft de bevoegdheid tot bestuursrechtelijke handhaving aan ILT gemandateerd in het Besluit mandatering aan ILT van handhavingsbevoegdheden inzake verordening bouwproducten, verordening markttoezicht en richtlijn energieprestatie gebouwen en aanwijzing toezichthouders (mandaat- en aanwijzingsbesluit).10

Het toezicht op de naleving van de verordening bouwproducten 2024 wordt uitgevoerd door de ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Op grond van artikel 93, derde lid, Woningwet wijst de minister deze ambtenaren aan. Deze aanwijzing vindt plaats in het eerder genoemde mandaat- en aanwijzingsbesluit.11 Dit mandaat- en aanwijzingsbesluit zal worden geactualiseerd.

De impliciete aanwijzing als markttoezichtautoriteit doet niet af aan de toezichts- en handhavingsbevoegdheden. In het kader van de uitvoering van de markttoezichtverordening zijn enkele specifieke toezichtsbevoegdheden in de Woningwet (de artikelen 93a tot en met 93d) terecht gekomen, zodat ILT naast de algemene toezichtsbevoegdheden voortvloeiend uit titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht ook deze specifieke toezichtsbevoegdheden bezit.12 Daarmee beschikt ILT over alle toezichtsbevoegdheden die de verordening bouwproducten 2024 van de markttoezichtautoriteit verlangt. Bij overtredingen, zoals het ontbreken van een verplichte CE-markering of prestatieverklaring, het gebruik van vervalste testrapporten of het vermelden van onjuiste prestaties, kan de ILT zowel een herstelsanctie als een bestuurlijke boete opleggen

De beoordeling van en het toezicht op de conformiteitsbeoordelende instelling (de TBI’s en aangemelde instanties) zal in de praktijk voor een groot deel worden uitgevoerd door de Raad voor Accreditatie (RvA), omdat het gebruikelijk is dat conformiteitsbeoordelende instanties worden geaccrediteerd. Als de RvA heeft geoordeeld dat de conformiteitsbeoordelende instelling voldoet aan de eisen uit de verordening, kan de rol van de minister in de regel beperkt blijven tot de formele aanmelding.

5. Gevolgen en regeldruk

De Europese Commissie geeft in haar impact assessment uit 202213 voorafgaand aan de herziening van de verordening bouwproducten aan dat er substantiële winst te behalen valt op het gebied van regeldruk en administratieve lasten. De door de Europese Commissie gekozen voorkeursoptie – de herziening van de verordening bouwproducten – is gericht op het verbeteren van het functioneren van de interne markt voor bouwproducten en focust daarbij expliciet op het vereenvoudigen van procedures voor zowel fabrikanten als bevoegde instanties. Zo wordt ingezet op volledige digitalisering van informatieverplichtingen, waardoor documentatie voortaan centraal en digitaal kan worden aangeleverd en beheerd.

Daarnaast wordt de dubbele lastenproblematiek aangepakt door de overlap tussen technische specificaties in de CE-markering en de prestatieverklaring (DoP) te schrappen. Voor micro-ondernemingen wordt voorzien in vrijstellingsmogelijkheden, mits zij niet grensoverschrijdend actief zijn. Hoewel voor de Europese sector als geheel een jaarlijkse kostenstijging van circa € 200 miljoen wordt voorzien, wordt deze naar verwachting ruimschoots gecompenseerd door de vereenvoudiging van procedures, digitale ondersteuning en de invoering van uniforme werkwijzen.

Tegelijkertijd zal de herziening de lidstaten ondersteunen in het vervullen van hun verantwoordelijkheid voor de veiligheid van bouwwerken. Daardoor wordt de impact op de nationale begrotingen als beperkt ingeschat.

De meeste gevolgen voor regeldruk volgen rechtstreeks uit de herziening van de verordening bouwproducten 2024 en niet uit dit besluit. Een nader nationaal regeldruk onderzoek is dan ook niet nodig.

De Europese Commissie verwacht wel dat lidstaten extra middelen beschikbaar moeten stellen voor markttoezicht, dat momenteel in sommige lidstaten naar het oordeel van de Europese Commissie onvoldoende is bemand. Dit is een algemeen beeld met betrekking tot de 27 lidstaten. Ten behoeve van de Nederlandse situatie heeft ILT een HUF-toets uitgevoerd met betrekking tot het markttoezicht (zie hierover paragraaf 6.1).

6. Advies

Het voorliggende voorstel is in de vorm van een annotatie ter kennisname voorgelegd aan de leden van de Juridisch-Technische Commissie (JTC) en vervolgens aan het Overlegplatform Bouwregelgeving (OPB). Een grote diversiteit aan partijen neemt deel aan deze beide overlegplatforms: de ontwerpende, toeleverende en uitvoerende bouw, vertegenwoordigers van de gebruikers en eigenaren van gebouwen en andere belangenorganisaties. Er zijn geen inhoudelijke reacties of noemenswaardige wijzigingsvoorstellen ontvangen met betrekking tot de annotatie en de daarin voorgestelde aanpassingen.

Dit besluit is niet in een openbare consultatie gebracht, omdat de verordening bouwproducten 2024 directe werking heeft en er geen ruimte is voor Nederland als lidstaat om er een andere invulling aan te geven. Een consultatie zou dus niet tot een wijziging van het besluit kunnen leiden. Consultatie van decentrale overheden heeft niet plaatsgevonden, omdat het besluit geen effect heeft voor gemeenten, provincies of waterschappen.

Daarnaast is geen advies gevraagd aan adviesorganen, waaronder het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR). Dit is conform artikel 1:7, eerste lid, van de Awb en de Aanwijzingen voor de regelgeving in geval van één-op-één-uitvoering van Europese verplichtingen. Het besluit is vanwege het Europeesrechtelijke karakter evenmin ter voorhang aangeboden bij de Eerste en Tweede Kamer (conform artikel 1:8 Awb).

Tot slot geldt voor de technische notificatie op grond van de Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij, dat technische notificatie van uitvoering van EU-verplichtingen niet nodig is (artikel 7 van die richtlijn).

6.1 HUF-toets

De Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) heeft in het kader van de handhaving, uitvoering en fraudebestendigheid van het wijzigingsbesluit een HUF-toets uitgevoerd. De ILT concludeert dat het wijzigingsbesluit handhaafbaar en fraudebestendig is, en het toezicht hierop praktisch uitvoerbaar. Naar aanleiding van enkele aanbevelingen uit de HUF-toets is de nota van toelichting is aangevuld.

7. Inwerkingtreding

De inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit is voorzien op de dag nadat het in het Staatsblad is gepubliceerd. Daarmee is beoogd zoveel als mogelijk recht te doen aan de uiterste omzettingsdatum van de verordening bouwproducten 2024. Het ontbreken van een invoeringstermijn heeft geen negatieve gevolgen voor de doelgroep van dit besluit, omdat de materiële normen voortvloeien uit verordening zelf en dit wijzigingsbesluit slechts uitvoeringsbepalingen bevat.

II. Artikelsgewijze deel

Artikel I, onderdeel A

Artikel 120, eerste lid, van de Woningwet bevat de grondslag van dit wijzigingsbesluit. Dat is in artikel 1.1a, derde lid, expliciet tot uiting gebracht.

Artikel I, onderdeel B

Artikel 2.13, eerste lid

In het eerste lid is de algemene verbodsbepaling om in strijd te handelen met de verplichtingen die voortvloeien uit de verordening bouwproducten 2011 uitgebreid naar de verplichtingen die voortvloeien uit de verordening bouwproducten 2024. Deze bepaling richt zich niet alleen op fabrikanten en importeurs, maar geldt ook voor gespecialiseerde marktdeelnemers, zoals fulfilment dienstverleners, online marktplaatsen en distribiteurs. Deze verplichtingen, nader gespecificeerd in de verordening bouwproducten 2024, hebben onder meer betrekking op het bepalen van de prestaties van essentiële kenmerken van een bouwproduct, zoals vastgesteld in de betreffende geharmoniseerde technische specificatie en het opstellen en beschikbaar maken van een digitaal productpaspoort.

Daarnaast omvatten deze verplichtingen ook het voldoen aan de producteisen die door middel van gedelegeerde handelingen door de Europese Commissie zijn vastgesteld. Indien een bouwproduct onder een geharmoniseerde bepalingsmethode valt, dient de betreffende marktdeelnemer ervoor zorg te dragen dat aan de geldende voorschriften wordt voldaan, dat het product is voorzien van een CE-markering en dat een prestatie- en – indien van toepassing – en conformiteitsverklaring beschikbaar is.

Artikel 2.13, tweede lid

Artikel 38 van de verordening bouwproducten 2024 bepaalt dat lidstaten één enkele aanwijzende autoriteit aanwijzen. Het nieuwe tweede lid bepaalt dat de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening de aanwijzende autoriteit voor de beoordeling en aanwijzing van technische beoordelingsinstanties (TBI’s) is. De beoordelings- en aanwijsprocedure verschilt niet wezenlijk van die onder de verordening bouwproducten 2011.

Wel stelt de verordening bouwproducten 2024 enkele aanvullende criteria aan technische beoordelingsinstanties. In het kader van de beoordeling aan die criteria kan de technische beoordelingsinstantie kiezen voor een voorafgaande accreditatie door de Raad voor Accreditatie, een en ander conform de procedure die Nederland op de Europese SMCS/NANDO website publiceert. De uiteindelijke beoordeling en de aanwijzing vinden altijd plaats door de minister, waarbij de toepasselijke artikelen van de verordening bouwproducten 2024 leidend zijn.

De wijze waarop de aanwijzing door de minister van een instelling die adviezen uitbrengt over de geschiktheid van TBI’s en NoBo’s gebeurt, wordt niet langer in het Bbl gepubliceerd maar in SMCS/NANDO14.

De regeling voor de advisering, beoordeling en aanwijzing, zoals opgenomen in artikel 2.13, tweede tot en met vierde lid, vervalt omdat deze niet meer actueel is. Zo vond de beoordeling en aanwijzing plaats door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Bovendien werd de advisering inzake TBI’s werd voorheen, in opdracht van de minister, door Stichting Bouwkwaliteit (SBK) uitgevoerd. SBK bestaat echter niet meer en is (deels) overgaan in de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB).

Artikel 2.13, derde lid

Artikel 43 van de verordening bouwproducten 2024 bepaalt dat lidstaten één enkele aanmeldende autoriteit aanwijzen. Dit nieuwe derde lid wijst de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan als aanmeldende autoriteit voor de beoordeling en aanmelding van aangemelde instanties (Notified Bodies). De beoordeling- en aanwijsprocedure verschilt niet wezenlijk van die onder de verordening bouwproducten 2011 en ook onder de verordening bouwproducten 2024 zijn de toepasselijke artikelen van de verordening bouwproducten 2024 leidend.

De wijze waarop de aanwijzing door de minister van een instelling die adviezen uitbrengt over de geschiktheid van TBI’s en NoBo’s gebeurt, wordt niet langer in Bbl gepubliceerd maar in SMCS/NANDO. De uiteindelijke beoordeling en de aanwijzing vindt plaats door de minister, waarbij de toepasselijke artikelen van de verordening bouwproducten 2024 leidend zijn.

Artikel 2.13, vierde lid

Het nieuwe vierde lid bepaalt dat, net als bij prestatieverklaringen onder de verordening bouwproducten 2011 een prestatie- en conformiteitsverklaring in een door de lidstaat te bepalen taal dient te worden verstrekt. Voor bouwproducten die in Nederland worden aangeboden, is dit de Nederlandse taal.

Artikel 2.13, vijfde lid

Het nieuwe vijfde lid bepaalt dat, net als onder verordening bouwproducten 2011 instructies en informatie onder de verordening bouwproducten 2024 in een door de lidstaat te bepalen taal dienen te worden verstrekt. Voor bouwproducten die in Nederland worden aangeboden, is dit de Nederlandse taal. Voor advies m.b.t. de aanmelding stelt de minister procedures vast die in SMCS/NANDO worden gepubliceerd en niet in het BBL.

De regeling voor de advisering, beoordeling en aanmelding voor aangemelde instanties, opgenomen in artikel 2.13, vijfde tot en met zevende lid, Bbl, kan hiermee vervallen.

Artikel 2.13, zesde lid

Het nieuwe zesde lid gaat over marktoezichthouders die met de Europese Commissie en met marktoezichthouders van andere lidstaten informatie kunnen uitwisselen en zaken kunnen afstemmen en bepaalt dat op grond van artikel 64, tweede lid, van de verordening bouwproducten 2024 de lidstaten een centraal contactpunt aanwijzen dat fungeert als contactpunt voor het markttoezicht ten behoeve van contacten met de Europese Commissie en de centrale contactpunten van andere lidstaten die uit hoofde van deze verordening bevoegd zijn, met inbegrip van verzoeken op grond van de artikelen 22, 23 en 24 van Verordening (EU) 2019/1020.

Dit artikellid wijst de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan als centraal contactpunt. In de praktijk zullen de werkzaamheden van het centraal contactpunt namens Nederland worden uitgevoerd door ambtenaren van de ILT.

Artikel 2.13, zevende lid

Het nieuwe zevende lid bepaalt dat, op grond van artikel 72, eerste lid, van de verordening bouwproducten 2024 lidstaten ten minste één productcontactpunt voor de bouw aanwijzen, dat marktdeelnemers ondersteunt bij het voldoen aan de verplichtingen van de verordening. Productcontactpunten voor de bouw verstrekken op verzoek van een marktdeelnemer of een bevoegde nationale autoriteit van een andere lidstaat alle nuttige informatie over producten, zoals nader genoemd in artikel 72, tweede lid, van de verordening.

Dit artikellid wijst de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan als productcontactpunt voor de bouw. In Nederland bestaat dit contactpunt namens de Overheid al jarenlang en zal zo nodig geactualiseerd worden, zie www.contactpuntbouwproducten.nl. In de praktijk worden de werkzaamheden van het productcontactpunt namens Nederland uitgevoerd door ambtenaren van het Ministerie VRO, ondersteund door het Nederlandse Normalisatie Instituut NEN.

Artikel I, onderdeel C

In dit onderdeel wordt artikel 2.14 van het Bbl opnieuw vastgesteld.

In artikel 2.14 Bbl wordt de relatie tussen de verordening bouwproducten 2011 en verordening bouwproducten 2024 en het Bbl gelegd. Uit de prestatie- en conformiteitsverklaring die onder de verordeningen bouwproducten tot stand gekomen is, blijkt of een bouwproduct in een specifieke situatie gebruikt kan worden om aan een in het Bbl bepaalde prestatie-eis op bouwwerkniveau te voldoen.

Zo kan er bijvoorbeeld vanuit het Bbl in een bepaalde situatie een thermische prestatie-eis gelden voor een bouwdeel, daar waar in een andere situatie zowel een thermische prestatie als een akoestische prestatie voor een bouwdeel wordt gevraagd. De prestatie- en conformiteitsverklaring geeft dan uitsluitsel welk product er gekozen kan worden om aan genoemde prestatie-eisen uit het Bbl te voldoen. Om het product op de markt te mogen brengen hoeft het niet beide eigenschappen te hebben, het gebruik bepaalt welk product er in welke situatie geschikt is.

Met de wijziging van artikel 2.14, eerste lid, wordt boven vermelde bewerkstelligd dat, gelijk aan de systematiek die reeds bestaat onder verordening bouwproducten 2011, CE-gemarkeerde bouwproducten, indien op de juiste wijze geïnstalleerd, voldoen aan de prestatie-eisen van het bouwwerk, als ze zijn toegepast volgens de in de prestatieverklaring of prestatie- en conformiteitsverklaring gedeclareerde prestaties, die specifiek op die eisen uit deze bepaling is afgestemd.

Bouwproducten zijn op de juiste wijze geïnstalleerd als deze zijn geïnstalleerd conform de instructies die bij de betreffende CE-markering horen.

Wat nieuw is in verordening bouwproducten 2024 en in het nieuwe tweede lid van artikel 2.14 wordt beschreven is dat dit vermoeden van conformiteit wordt uitgebreid naar bouwproducten met een Europese technische beoordeling (ETA) zonder CE-markering. Ook dergelijke bouwproducten, indien op de juiste wijze geïnstalleerd, worden geacht te voldoen aan de prestatie-eisen van het bouwwerk, als de in de betreffende ETA gedeclareerde prestaties zijn afgestemd op de gestelde eisen voor het bouwwerk. Gezien het flink groeiende aantal ETA’s is dit een relevante bepaling.

Een verwijzing naar een geharmoniseerde norm (hEN) die in het Official Journal of the European Union (OJEU) is gepubliceerd, resulteert (indien op de juiste wijze geïnstalleerd, conform de instructies die bij de betreffende CE-markering horen) in een vermoeden van overeenstemming (vermoeden van conformiteit) van de gedeclareerde prestaties met betrekking tot de essentiële kenmerken van het product in relatie tot prestatie-eisen van het bouwwerk, zoals neergelegd in de artikelen 5 tot en met 8 van de verordening bouwproducten 2024.

Artikel I, onderdeel D

Artikel 2.15 wordt gewijzigd omdat sinds juli 2024 niet de minister van Binnenlandse zaken maar de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening verantwoordelijk is voor de bouwregelgeving. Inhoudelijk verder geen wijzigingen aan dit artikel. Daarnaast wordt dit artikel aangepast aan de gewijzigde nummering van artikel 2.14 Bbl.

Artikel I, onderdeel E

Dit onderdeel voegt de begripsbepaling verordening bouwproducten 2024 toe aan de begrippenlijst in bijlage I van het Bbl.

Artikel II

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit.

Transponeringstabel

Verordening bouwproducten 2024

Woningwet, Besluit bouwwerken leefomgeving en Wet op de economische delicten

Bijzonderheden (voorziene complicaties, belangrijke nationale beleidskeuzen, interdep. afstemming. Indien nieuwe regelgeving ter implementatie niet nodig is de reden daarvan opnemen)

Toelichting op implementatiewijze

Artikel 1

(onderwerp en doelstellingen)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 2 (toepassingsgebied)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 3

(definities)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Voor zover gericht op de lidstaat uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 4

(werkplan en voorbereidende fase voor de ontwikkeling van geharmoniseerde technische specificaties)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Voor zover gericht op de lidstaat uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 5 (geharmoniseerde normen tot vaststelling van essentiële kenmerken met betrekking prestaties)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Voor zover gericht op de lidstaat uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 6 (andere geharmoniseerde technische specificaties waarin essentiële kenmerken zijn vastgelegd

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Voor zover gericht op de lidstaat uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 7

(Productvereisten en geharmoniseerde normen die een vermoeden van conformiteit verlenen)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Voor zover gericht op de lidstaat uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 8 (gemeenschappelijke specificaties die een vermoeden van conformiteit verlenen)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Voor zover gericht op de lidstaat uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 9

(algemene productinformatie, gebruikswijzingen en veiligheidsinformatie

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 10 (Beoordelings- en verificatiesystemen)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 11 (geharmoniseerde zone en nationale maatregelen)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Voor zover gericht op lidstaten uitvoering door afwezigheid van handelsbeperkende of -belemmerende regels. Voor de notificatieprocedure uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 12 (verband met het Unierecht)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 13

(prestatie en conformiteitsverklaring)

2.13, eerste lid, en 2.14, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat voor opstellen prestatie- en conformiteitsverklaring.

Bij prestatie- en conformiteitsverklaring geldt veronderstelling van conformiteit.

Artikel 14 (vrijstellen van het opstellen van een prestatie- en conformiteitsverklaring

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Rechtstreekse werking volstaat.

Artikel 15 (Inhoud van prestatie- en conformiteitsverklaring)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat.

Artikel 16 (verstrekken van de prestatie- en conformiteitsverklaring)

2.13, eerste lid en vierde lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat. De taal waarin de prestatie- en conformiteitsverklaring wordt vereist, is Nederlands.

Artikel 17 (algemene beginselen en gebruik van de CE-markering)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat. Aansprakelijkheid volgt uit algemene aansprakelijkheidsrecht.

Artikel 18 (voorschriften en voorwaarden voor het aanbrengen van de CE-markering

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat.

Artikel 19 (Andere markeringen en prestatieclaims)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat.

Artikel 20 (Verplichtingen van alle marktdeelnemers

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat. Aansprakelijkheid volgt uit algemene aansprakelijkheidsrecht.

Artikel 21 (rechten van fabrikanten)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat.

Artikel 22 (verplichtingen van fabrikanten)

2.13, eerste lid en vijfde lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat. De taal waarin de instructies en informatie wordt vereist, is Nederlands.

Artikel 23 (verplichtingen van gemachtigden)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat.

Artikel 24 (verplichtingen van importeurs)

2.13, eerste lid en vijfde lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat. De taal waarin de instructies en informatie wordt vereist, is Nederlands.

Artikel 25 (verplichtingen van distributeurs)

2.13, eerste lid en vijfde lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat. De taal waarin de instructies en informatie wordt vereist, is Nederlands.

Artikel 26 (gevallen waarin de verplichtingen van fabrikanten van toepassing zijn op importeurs en distributeurs)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat.

Artikel 27 (verplichtingen van fulfilmentdienstverleners)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat.

Artikel 28 (verplichtingen van onlinemarktplaatsen)

2.13, eerste lid, Bbl

93c Woningwet

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat. Bevoegdheid markttoezichtautoriteit volgt uit de Woningwet.

Artikel 29 (onlineverkoop en andere verkoop op afstand)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat.

Artikel 30 (uitvoeringshandelingen betreffende de verplichtingen en rechten van marktdeelnemers)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 31 (Europese beoordelingsdocumenten)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 32 (Beginselen en procedure voor de ontwikkeling en vaststelling van Europese beoordelingsdocumenten)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 33(Verplichtingen van de TBI bij ontvangst van een verzoek tot Europese technische beoordeling)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 34 (bekendmaking van referentienummers)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 35 (Formele bezwaren tegen Europese beoordelingsdocumenten)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 36 (Europese technische beoordeling)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Voor zover gericht op de lidstaat uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 37 (Europese technische beoordeling)

2.14, tweede lid, Bbl

 

Bij product waarvoor een Europese technische beoordeling is afgegeven en is voorzien van een CE-markering geldt de veronderstelling van conformiteit.

Artikel 38 (aanwijzende autoriteiten)

Artikel 2.13, tweede lid, Bbl

 

Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening wordt aangewezen als aanwijzende autoriteit.

Artikel 39 (aanwijzing van, toezicht op en evaluatie TBI’s)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Voor zover gericht op aanwijzende autoriteit of TBI volstaat rechtstreekse werking. Voor zover gericht op lidstaat uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 40 (voorschriften voor TBI’s)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat

Artikel 41 (coördinatie voor TBI’s)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat. Voor zover gericht op lidstaat uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 42 (aanmelding)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Voor zover gericht op lidstaat uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 43 (aanmeldende autoriteiten)

Artikel 2.13 derde lid, Bbl

 

Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening wordt aangewezen als aanmeldende autoriteit. Er wordt geen gebruik gemaakt van de mogelijkheden, beschreven in artikel 43, tweede en derde lid, van de verordening. Accreditatie van de Nationale Accreditatie-instantie kan wel worden betrokken bij beoordeling door de aanmeldende autoriteit.

Artikel 44 (vereisten ten aanzien van aanmeldende autoriteiten)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 45 (coördinatie van aanmeldende en aanwijzende autoriteiten)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Voor zover gericht op lidstaat, aanmeldende en aanwijzende autoriteit volstaat feitelijk handelen.

Artikel 46 (vereisten in verband met aangemelde instanties)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat.

Artikel 47 (vermoeden van conformiteit van aangemelde instanties)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 48 (Dochterondernemingen van en uitbesteding door aangemelde instanties)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat.

Artikel 49 (Gebruik van faciliteiten buiten het testlaboratorium van de aangemelde instantie)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat. Uitvoering specifieke aanwijzing door feitelijk handelen.

Artikel 50 (Verzoek om aanmelding)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Rechtstreekse werking volstaat.

Artikel 51 (aanmeldingsprocedure)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Voor zover gericht op aanmeldende autoriteit uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 52 (identificatienummers en lijsten van aangemelde instanties)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 53 (wijziging van de aanmelding)

2.13, derde lid, Bbl

 

Uit de impliciete aanmeldingsbevoegdheid uit artikel 2.13, derde lid, Bbl volgt tevens de bevoegdheid om de aanmelding te wijzigen. De overige uitvoering door feitelijk handelen van de aanmeldende autoriteit.

Artikel 54 (betwisting van de bekwaamheid van aangemelde instanties)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Voor zover gericht op aanmeldende autoriteit uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 55 (operationele verplichtingen van aangemelde instanties)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat.

Artikel 56 (informatieverplichtingen voor aangemelde instanties)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat.

Artikel 57 (uitvoeringshandelingen betreffende de verplichtingen van aangemelde instanties)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 58 (coördinatie van aangemelde instanties)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Voor zover gericht op aangemelde instanties volstaat rechtstreekse werking in combinatie met de algemene verbodsbepaling. Voor zover gericht op aanmeldende autoriteiten uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 59 (vervanging van typeonderzoek en typeberekening)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Rechtstreekse werking volstaat.

Artikel 60 (gebruik van vereenvoudigde procedures door micro-ondernemingen

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Rechtstreekse werking volstaat.

Artikel 61 (als maatwerk vervaardigde producten)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Rechtstreekse werking volstaat.

Artikel 62 (erkenning van de boordeling en verificatie door een andere aangemelde instantie)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Rechtstreekse werking volstaat.

Artikel 63 (klachtenportaal)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 64 (markttoezichtautoriteiten en centraal contactpunt)

2.13, zesde lid, Bbl

Titel 5.2 Algemene wet bestuursrecht en artikelen 93a tot en met 93d Woningwet

 

Bevoegdheden markttoezichtautoriteit volgen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Woningwet.

Artikel 65 (procedures voor non-conformiteit)

2.13, eerste lid, Bbl

Titel 5.2 Algemene wet bestuursrecht en artikelen 93a tot en met 93d Woningwet

 

Voor zover gericht op marktdeelnemer volstaat rechtstreekse werking in combinatie met de algemene verbodsbepaling.

Voor zover gericht op markttoezichtautoriteit volstaat rechtstreekse werking in combinatie met bevoegdheden uit de Algemene wet bestuursrecht en de Woningwet. Voor informeren volstaat feitelijk handelen.

Voor zover gericht op de lidstaat uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 66 (vrijwaringsprocedure van de Unie)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 67 (conforme producten die toch een risico vormen)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Voor zover gericht op marktdeelnemer volstaat rechtstreekse werking in combinatie met de algemene verbodsbepaling.

Voor zover gericht op markttoezichtautoriteit volstaat rechtstreekse werking. Voor informeren uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 68 (coördinatie en ondersteuning van markttoezicht)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 69 (terugvordering van de kosten)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Er wordt geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid.

Artikel 70 (verslaglegging van benchmarking)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Voor zover gericht op markttoezichtautoriteit uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 71 (informatiesysteem voor geharmoniseerde besluitvorming)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 72 (productcontactpunten voor de bouw)

2.13, zevende lid, Bbl

 

Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening wordt aangewezen als het productcontactpunt voor de bouw. Voor het overige uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 73 (opleiding en uitwisseling van personeelsleden)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 74 (gedeelde rollen en gezamenlijke besluitvorming)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 75 (systeem van digitale productpaspoorten voor de bouw)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 76 (digitaal productpaspoort)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat.

Artikel 77 (algemene vereisten voor het digitale productenpaspoort)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat.

Artikel 78 (technisch ontwerp en werking van het digitale productpaspoort)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat.

Artikel 79 (unieke identificatiemiddelen en register van digital productpaspoorten)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 80 (verplicht gebruik en technische aanpassing)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 81 (internationale samenwerking)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 82 (stimulansen van de lidstaten voor bouwproducten)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 83 (groene overheidsopdrachten)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Voor zover gericht op lidstaat of aanbestedende dienst uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 84 (regelgevingsstatus van producten)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 85 (toepassing van noodprocedures)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 86 (prioritering van de beoordeling en verificatie van crisisrelevante bouwproducten)

2.13, eerste lid, Bbl

 

Rechtstreekse werking in combinatie met algemene verbodsbepaling volstaat.

Artikel 87 (beoordeling van de prestaties en prestatieverklaring op basis van normen en gemeenschappelijke specificaties)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Voor zover gericht op lidstaat uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 88 (prioritering van markttoezichtactiviteiten en wederzijdse bijstand tussen autoriteiten)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

Uitvoering door feitelijk handelen.

Artikel 89 (gedelegeerde handelingen)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 90 (comitéprocedure)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 91 (elektronische aanvragen, besluiten, documentatie en informatie)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 92 (sancties)

2.13, eerste lid, Bbl in combinatie met 120, tweede lid, en artikel 120b, eerste lid, Woningwet.

1a, onder 2°, Wet op de Economische Delicten.

   

Artikel 93 (evaluatie)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 94 (intrekking)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 95 (afwijkingen- en overgangsbepalingen)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

Artikel 96 (inwerkingtreding)

 

Geen wettelijke uitvoering nodig.

 

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, E. Boekholt-O’Sullivan


X Noot
1

Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad.

X Noot
2

De rol van TBI’s in deze vrijwillige route wordt op de thematische overheidswebsite www.contactpuntbouwproducten.nl meer in detail beschreven.

X Noot
3

De rol van NoBo’s conform hoofdstuk 6 verordening bouwproducten 2024 wordt op de thematische overheidswebsite www.contactpuntbouwproducten.nl meer in detail beschreven.

X Noot
6

Zie hiervoor ook de thematische overheidswebsite: https://www.contactpuntbouwproducten.nl/cpr.

X Noot
8

Verordening (EU) 2019/1020 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van Richtlijn 2004/42/EG en de Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en (EU) nr. 305/2011 (PbEU 2019, L 169).

X Noot
9

Verordening 2019/1020.

X Noot
12

Wet uitvoering markttoezichtverordening (Stb. 2023, 66).

Naar boven