Besluit van 31 augustus 2026 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 1 juli 2026 tot wijziging van de Wet kinderopvang in verband met de verbetering van enkele bepalingen op het terrein van kinderopvangtoeslag (Stb. 2026, 184)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Werk en Participatie van 18 augustus 2026, nr. 2026-0000276569;

Gelet op artikel II van de Wet van 1 juli 2026 tot wijziging van de Wet kinderopvang in verband met de verbetering van enkele bepalingen op het terrein van kinderopvangtoeslag (Stb. 2026, 184);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Wet van 1 juli 2026 tot wijziging van de Wet kinderopvang in verband met de verbetering van enkele bepalingen op het terrein van kinderopvangtoeslag (Stb. 2026, 184) treedt in werking met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat:

  • a. artikel I, onderdeel A, onder 1, subonderdeel a, terugwerkt tot en met 1 januari 2022; en

  • b. artikel I, onderdeel A, onder 1, subonderdeel b, en onder 2 en 3, terugwerkt tot en met 1 januari 2025.

Onze Minister van Werk en Participatie is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 31 augustus 2026

Willem-Alexander

De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen

Uitgegeven de tweede september 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

NOTA VAN TOELICHTING

Dit besluit regelt de inwerkingtreding van de Wet van 1 juli 2026 tot wijziging van de Wet kinderopvang in verband met de verbetering van enkele bepalingen op het terrein van kinderopvangtoeslag (Stb. 2026, 184) (hierna: de wijzigingswet). In de bijbehorende memorie van toelichting was al aangekondigd dat de inwerkingtreding van de wetswijziging is voorzien op 1 januari 2027.1 Met het onderhavige besluit wordt de inwerkingtreding van de wijzigingswet per laatstgenoemde datum dan ook vastgesteld.

Artikel II van de wijzigingswet voorziet in de mogelijkheid om terugwerkende kracht toe te kennen aan artikel I, onderdeel A. Zoals in de memorie van toelichting is beschreven, werkt de wetswijziging, voor zover deze op inburgering ziet, terug tot en met 1 januari 2022 (artikel I, onderdeel A, onder 1, subonderdeel a, van de wijzigingswet).2 Ten aanzien van promovendi en technologisch ontwerpers in opleiding werkt de wetswijziging terug tot en met 1 januari 2025 (artikel I, onderdeel A, onder 1, subonderdeel b, en onder 2 en 3). Promovendi en technologisch ontwerpers in opleiding zonder dienstverband die al in 2025 of 2026 kinderopvangtoeslag hebben aangevraagd en voldoen aan de overige voorwaarden voor kinderopvangtoeslag, krijgen door deze wetswijziging met terugwerkende kracht alsnog recht op kinderopvangtoeslag.3

De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen


X Noot
1

Kamerstukken II 2025/26, 36 911, nr. 3.

X Noot
2

Kamerstukken II 2025/26, 36 911, nr. 3, zie par. 3.5 en hoofdstuk 12.

X Noot
3

Kamerstukken II 2025/26, 36 911, nr. 3, zie hoofdstukken 11 en 12.


X Noot
1

Kamerstukken II 2025/26, 36 911, nr. 3.

X Noot
2

Kamerstukken II 2025/26, 36 911, nr. 3, zie par. 3.5 en hoofdstuk 12.

X Noot
3

Kamerstukken II 2025/26, 36 911, nr. 3, zie hoofdstukken 11 en 12.

Naar boven