Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Infrastructuur en WaterstaatStaatsblad 2021, 231AMvB

Besluit van 6 mei 2021 tot wijziging van het Kentekenreglement in verband met de Wet van 3 juni 2020 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Faillissementswet in verband met de herziening van het beslag- en executierecht (Stb. 2020, 177)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 1 maart 2021, nr. IenW/BSK-2021/42158, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 42, zesde lid, 42a, vierde lid, 49, derde lid, en 55, eerste en derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 7 april 2021, nr. W17.21.0053/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 3 mei 2021, nr. IenW/BSK-2021/106937, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Kentekenreglement wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 6, eerste lid, wordt onder vervanging van «, en» aan het slot van onderdeel t door een puntkomma en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel u door «; en» een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • v. gegevens omtrent processen-verbaal van inbeslagneming, bedoeld in artikel 440 en artikel 442 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

B

Aan artikel 20 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. De tenaamstelling van een voertuig wordt tevens geweigerd indien uit de gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel v, in het kentekenregister blijkt dat het voertuig in beslag is genomen.

C

Aan de artikelen 26, 58b en 58l wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 7. De verplichting, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in het geval tenaamstelling wordt geweigerd op grond van artikel 20, derde lid.

D

Na artikel 36 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 37 Vervangende kentekencard en tenaamstellingscode bij einde beslag

  • 1. Indien ingevolge artikel 440, derde lid, tweede zin, of artikel 442, tweede lid, tweede zin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de inschrijving van een proces-verbaal van inbeslagneming als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel v, wordt beëindigd door een deurwaarder nadat het desbetreffende motorrijtuig of de desbetreffende aanhangwagen is verkocht, worden in afwijking van artikel 36 door die deurwaarder een vervangende kentekencard en een vervangende tenaamstellingscode aangevraagd.

  • 2. De Dienst Wegverkeer zendt de vervangende kentekencard en vervangende tenaamstellingscode naar de deurwaarder die de aanvraag overeenkomstig het eerste lid heeft ingediend.

  • 3. De vervangende kentekencard, bedoeld in het eerste lid, wordt afgegeven in de vorm van een tijdelijk documentnummer.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2021.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 6 mei 2021

Willem-Alexander

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

Uitgegeven de twintigste mei 2021

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

1. Inleiding

Het onderhavige besluit wijzigt het Kentekenreglement in navolging van de Wet van 3 juni 2020 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Faillissementswet in verband met de herziening van het beslag- en executierecht (Stb. 2020, 177) (hierna: de Wet herziening beslag- en executierecht), waarin het zogenoemd administratief beslag geïntroduceerd is. De onderhavige wijziging ziet op de invoering van een administratief beslag op motorrijtuigen en aanhangwagens (tezamen: voertuigen) en de registratie ervan, waardoor de procedure van het beslag en executie (kosten)efficiënter wordt. Het administratief beslag dient onverwijld in het kentekenregister te worden ingeschreven, zodat de tenaamstelling wordt geblokkeerd. Daardoor kan het voertuig niet op naam van een derde worden gesteld. Hierna wordt dat een tenaamstellingsblokkade genoemd. Wanneer de deurwaarder een in beslag genomen voertuig verkoopt ter vereffening van de vordering, zal die de tenaamstellingsblokkade uit het kentekenregister laten vervallen. De deurwaarder kan vervolgens aan de koper de benodigde gegevens verstrekken om het voertuig op zijn of haar naam te zetten.

2. Inhoud van het besluit

Eenieder kan voertuigen kopen en verkopen. Wel is het noodzakelijk dat voertuigen met een kenteken op naam worden gesteld van degene die eigenaar of houder van het voertuig is. In beginsel moet een nieuwe eigenaar of houder van een voertuig dat voertuig overschrijven door het op zijn of haar naam te laten stellen. Echter, een voertuig kan in beslag genomen zijn. In dat geval is het onwenselijk dat het voertuig wordt overgeschreven, omdat het daarmee wordt onttrokken aan het beslag.

2.1 Inbeslagneming voertuig

Voorheen moest een voertuig op enigerlei wijze worden gezien door een deurwaarder om het beslag te kunnen leggen. Dat kostte tijd en geld, terwijl de kenmerken van voertuigen en de naam van de kentekenhouder eenvoudig zijn vast te stellen door inzage in het kentekenregister van de Dienst Wegverkeer (RDW). Daarom introduceert de Wet herziening beslag- en executierecht het administratief beslag. Administratief beslag wil zeggen dat de deurwaarder het voertuig niet daadwerkelijk hoeft te zien om een beslag te kunnen leggen door het opmaken van een proces-verbaal, maar zich voor het leggen van het beslag kan baseren op het kentekenregister. Deze regeling draagt bij aan een zo effectief en efficiënt mogelijke regeling voor beslaglegging.

Het kan zijn dat het administratief beslag bij het sluiten van de koopovereenkomst bij de kopende partij niet bekend is. Het is dan niet de bedoeling dat een desbetreffend voertuig kan worden overgedragen aan en op naam gesteld kan worden van een nieuwe eigenaar of houder. Overigens zou de beslagene door de overdracht ook een strafbaar feit plegen op grond van artikel 198 Wetboek van Strafrecht, omdat er dan sprake is van onttrekking van een goed aan het beslag.1

2.2 Registratie van inbeslagneming in kentekenregister

De wijzigingen in het Kentekenreglement zijn doorgevoerd om uitvoering te geven aan de Wet herziening beslag- en executierecht. Ingevolge de in die wet doorgevoerde wijziging van artikel 440 en introductie van het nieuwe artikel 442 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden processen-verbaal van inbeslagneming van voertuigen onverwijld na de beslaglegging geregistreerd in het kentekenregister. Die registratie leidt tot een bovengenoemde tenaamstellingsblokkade.

De tenaamstellingsblokkade zal expliciet worden opgenomen in het kentekenregister. Daarom is deze in artikel 6 van het Kentekenreglement opgenomen als gegeven in het kentekenregister. Door het gebruik van de woorden «gegevens omtrent» is er voor de RDW ruimte om te bepalen welke wijze van registratie het meest opportuun is. In de praktijk zal de tenaamstellingsblokkade zichtbaar zijn als het gegeven «tenaamstellen mogelijk: ja/nee». Dit is ook zichtbaar op de openbaar toegankelijke website Online Voertuig Informatie (OVI) van de RDW2, zodat iedereen, in het bijzonder de koper, zich ervan kan vergewissen of een voertuig vrij van beslag is.

2.3 Weigering tenaamstelling tijdens beslag

Het gegeven van de tenaamstellingsblokkade is op zichzelf onder het recht zoals dat luidde voor inwerkingtreding van het onderhavige besluit niet voldoende. Om te voorkomen dat voertuigen die in beslag zijn genomen en een tenaamstellingsblokkade hebben toch te naam gesteld kunnen worden, is het in beslag genomen zijn van het voertuig expliciet aangemerkt als weigeringsgrond voor tenaamstelling. Dat is gedaan in het nieuwe derde lid van artikel 20 van het Kentekenreglement.

In artikel 26 van het Kentekenreglement is een vrijstelling van de verplichte tenaamstelling opgenomen voor de gevallen waarin tenaamstelling onmogelijk is vanwege een tenaamstellingsblokkade. Immers, de nieuwe eigenaar of houder kan vanwege de blokkade niet voldoen aan de in artikel 26, tweede lid, bedoelde verplichting om het voertuig te naam te stellen. Dit is op dezelfde manier geregeld in de artikelen 58b en 58l van het Kentekenreglement voor voertuigen waarvoor driedelige kentekenbewijzen of kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I dat is afgegeven voor 31 mei 2004, een deel I B en een overschrijvingsbewijs respectievelijk tweedelige kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004, maar voor 1 januari 2014, zijn afgegeven.

2.4 Einde beslag en executieverkoop

De beëindiging van de inschrijving van het beslag (en daarmee de beëindiging van de tenaamstellingsblokkade) dient door de deurwaarder te gebeuren nadat het beslag is beëindigd. De beëindiging van het beslag kan plaatsvinden van rechtswege (verval van het beslag), na de executieveiling of eerder als het beslag wordt opgeheven, bijvoorbeeld omdat de vordering is voldaan of door een uitspraak van een rechter. De beëindiging van de inschrijving van het beslag in het kentekenregister volgt uit de afwikkeling van het beslag. Om duidelijk te maken dat de deurwaarder hiervoor verantwoordelijk is, is met de Wet herziening beslag- en executierecht expliciet geregeld dat de deurwaarder ook zorgt voor de beëindiging van de inschrijving van het beslag (artikel 440, derde lid, tweede zin, en artikel 442, tweede lid, tweede zin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Als de deurwaarder de inschrijving van het beslag beëindigt na de verkoop van het voertuig op een executieveiling, vraagt de deurwaarder (automatisch) ingevolge het nieuwe artikel 37, eerste lid, van het Kentekenreglement een tijdelijke documentnummer3 en een nieuwe tenaamstellingcode aan bij de RDW. Deze procedure is ingericht om het voor de koper eenvoudiger te maken het voertuig te naam te stellen. In de voorheen noodzakelijke procedure moest de koper namelijk eerst vervangende documenten (een vervangend kentekenbewijs) aanvragen, en moest daarbij bewijzen rechtmatig eigenaar te zijn geworden, voordat met dat vervangende kentekenbewijs een wijziging van de tenaamstelling kon plaatsvinden.

Daarbij hoeven niet het kentekenbewijs en een legitimatiebewijs te worden overgelegd (nieuw artikel 37, tweede lid, van het Kentekenreglement). Het reeds uitgegeven kentekenbewijs is niet in het bezit van de deurwaarder. De identiteit van de deurwaarder is bekend, doordat die ingelogd moet zijn en zich daarbij moet hebben geïdentificeerd om de beëindiging van de inschrijving van het beslag in het kentekenregister en daarbij de automatische aanvraag te kunnen doen. Door de afgifte van het tijdelijk documentnummer en de nieuwe tenaamstellingscode worden de oude kentekencard en de oude tenaamstellingscode van rechtswege ongeldig (artikelen 52c, eerste lid, aanhef en onderdeel c, en artikel 55, tweede en vierde lid, van de Wegenverkeerswet 1994). Het tijdelijk documentnummer en de nieuwe tenaamstellingscode worden vervolgens door de deurwaarder overhandigd aan de koper. De koper kan het voertuig daarmee dan op zijn of haar naam zetten.

3. Uitvoering

De RDW heeft een uitvoeringstoets bij het voorstel van de Wet herziening beslag- en executierecht uitgevoerd. Hierin is gekeken naar de consequenties van de inschrijving van het beslag in het kentekenregister. De uitvoeringstoets had daardoor mede betrekking op dit wijzigingsbesluit. De introductie van de tenaamstellingsblokkade vergt aanpassingen van de ICT-systemen van de RDW en van de partijen die hierop aansluiten. De RDW geeft in de uitvoeringstoets aan dat het mogelijk is het beslag in te schrijven en OVI met informatie over de tenaamstellingsblokkade uit te breiden. De eenmalige kosten hiervoor zijn door de RDW begroot op € 477.000,–. Deze kosten zullen worden ingepast in de begroting van het Ministerie van Financiën (begroting 9b). De jaarlijkse kosten zijn begroot op € 90.000,–, welke kosten uit de RDW-tarieven zullen worden gedekt. Ook volgt uit de toets dat de (gerechts)deurwaarder zorg dient te dragen voor de beëindiging van de tenaamstellingsblokkade. Dit is geregeld in de artikelen 440 en 442 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Het zou kunnen voorkomen dat door de tenaamstellingsblokkade bestuursrechtelijke procedures tegen de RDW worden gestart. De verwachting is echter een minimale toename in het aantal bezwaren en beroepen. Bij een eventuele wijziging van de tenaamstelling volgt er bij het loket direct een weigering. Als de juiste informatie aan het loket of vervolgens bij de klantenservice wordt verstrekt, zal een enkeling nog een bezwaar indienen. Het kenbaar maken van de tenaamstellingsblokkade op de OVI-website speelt hierbij ook een belangrijke rol. De verwachting is dat het aantal bezwaren op jaarbasis minimaal is, gebaseerd op het huidige verplichtingensignaal, waarop geen bezwaren binnenkomen. Overigens is er wel een verschil nu degene met een verplichtingensignaal aan het loket weet dat hij of zij een signaal heeft dat aan tenaamstelling in de weg staat. Na beslaglegging is het vaak een eventuele koper die misschien geen weet heeft van de beslaglegging en de tenaamstelling. Het signaal in het kader van beslaglegging dat tot de tenaamstellingsblokkade leidt is overigens een signaal dat niet van de RDW afkomstig is. Mocht er daarover een bezwaar binnenkomen bij de RDW, dan wordt verwezen naar de deurwaarder die het beslag gelegd heeft.

De effecten met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens zijn beoordeeld in een gegevensbeschermingseffectbeoordeling door de RDW. Daarin is bepaald dat de gegevens niet gevoelig zijn. Het signaal wordt immers gekoppeld aan een kenteken. Hoewel het kenteken doorgaans op naam is gesteld, rust het beslag achter de tenaamstellingsblokkade niet noodzakelijkerwijs op degene op naam van wie het kenteken staat. Ten behoeve van kopersbescherming is het plaatsen van het signaal op OVI essentieel. Daarom is de registratie van de tenaamstellingsblokkade feitelijk reeds wettelijk geregeld bij de Wet herziening beslag- en executierecht. Op OVI is niet zichtbaar op naam van wie het kenteken staat. De grondslag voor de rechtvaardiging van de verwerking is artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Algemene verordening gegevensbescherming: de gegevensverwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang (hier: kopersbescherming) of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke (hier: de RDW) is opgedragen. De RDW is er als verwerkingsverantwoordelijke van het kentekenregister zelf voor verantwoordelijk dat de registratievoorschriften, die zijn opgenomen in artikel 5, eerste lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming, goed worden nageleefd en dat die juiste naleving ook kan worden aangetoond. Daarbij hoort ook dat de RDW bepaalt wie welke gegevens in het kentekenregister kan wijzigen, bijvoorbeeld in een privacyreglement.

4. Gevolgen

De lasten als gevolg van dit besluit zijn reeds beschreven in de memorie van toelichting bij het voorstel van de Wet herziening beslag- en executierecht.4 Hierna worden nog kort de onderdelen benoemd die specifiek op dit wijzigingsbesluit zien.

4.1 Lasten voor burgers

De hiervoor genoemde exploitatiekosten à € 90.000,– worden gedekt uit de RDW-tarieven voor de eerste inschrijving van een voertuig en de tenaamstelling van een voertuig, die daardoor slechts zeer beperkt zouden stijgen (respectievelijk met € 0,05 en € 0,02). Het registreren (en beëindigen) van de tenaamstellingsblokkade hangt direct samen met de waarborgfunctie van de eisen in het procesrecht, omdat de tenaamstellingsblokkade inzicht geeft in het al dan niet in beslag genomen zijn van een voertuig. De lasten als gevolg daarvan worden niet als regeldruk aangemerkt, maar kunnen wel merkbare effecten hebben voor de lasten die de doelgroepen ervaren. Bovendien is er een niet te kwantificeren voordeel, met name voor potentiële kopers, door de transparantie die ontstaat over het beslag dat op een voertuig rust.

4.2 Lasten voor deurwaarders

De introductie van het administratief beslag voorkomt dat de deurwaarder fysiek op zoek moet naar het voertuig om beslag te kunnen leggen. Dit scheelt tijd en geld voor de deurwaarder, hetgeen ook leidt tot minder lasten voor de schuldeiser. De last van het moeten inschrijven van het beslag in het kentekenregister en de beëindiging ervan staan hiertegenover, maar zijn vele malen kleiner. De lastenvermindering is afhankelijk van waar de deurwaarder het voertuig aantreft en daarom niet te kwantificeren.

4.3 Baten voor burgers

Het proces van aanvraag door en afgifte aan de deurwaarder van het tijdelijk documentnummer en de vervangende tenaamstellingscode biedt een voordeel voor degene die een voertuig koopt tijdens de executieveiling. Waar die koper voorheen via de ingewikkelder en langer durende bijzondere procedure op grond van artikel 30 van het Kentekenreglement een tenaamstelling van het voertuig kon bewerkstelligen, kan dat vanaf nu via een reguliere procedure. Immers, de koper krijgt van de deurwaarder het tijdelijk documentnummer en de tenaamstellingscode die kan worden gebruikt voor het aanvragen van een tenaamstelling.

Op basis van de huidige cijfers worden in ruim 6% van de beslagen door de kopende partij van een in beslag genomen voertuig vervangende documenten aangevraagd. Uitgaande van de 95.000 administratieve beslagen die worden voorzien, zouden in de toekomst per jaar 5.850 aanvragen voor een vervangend kentekenbewijs gedaan worden in dit kader. Hierna worden de kosten van beide processen met elkaar vergeleken. De leges ten behoeve van de tenaamstelling blijven buiten beschouwing, omdat die in beide gevallen voor rekening van de kopende partij zijn.

De kosten van de vervangende documenten die in de huidige situatie nodig zijn voor de tenaamstelling van de koper van een in beslag genomen voertuig zijn drieledig:

  • 1. Leges vervangend kentekenbewijs à € 31,50.

  • 2. Kosten van handelingen voor de aanvraag van een vervangend kentekenbewijs.

    De kopende partij moet voor de aanvraag een aantal handelingen verrichten:

    • Telefonisch opvragen formulier bij de RDW

    • Invullen formulier

    • Kopiëren en bijvoegen onderliggende stukken ten behoeve van de aanvraag

    • Insturen formulier naar de RDW

    • Kosten postzegel

    • Per bank de verschuldigde leges overmaken

    De inschatting is dat de lasten in totaal € 5,91 zijn: 20 minuten (met een standaardtarief van € 15,– per uur) voor het verrichten van de handelingen en de kosten van de postzegel van € 0,91.

  • 3. Opname legitimatie op keuringsstation of RDW-balie.

    De kopende partij moet voor opname van het legitimatiebewijs ten behoeve van de tenaamstelling naar een RDW-keuringstation of -balie. Dit kost met name reistijd, gemiddeld 20 minuten (enkele reis), in combinatie met de afhandeling wordt uitgegaan van in totaal 50 minuten. Tegen hetzelfde tarief van € 15,– per uur bedragen de lasten daarvan dan € 12,50.

In totaal komen de kosten per aanvraag daarmee op € 49,91.

De kosten voor de koper die hiervoor in de plaats komen zijn de handelingen om het voertuig op naam te zetten bij een tenaamstellingsloket of digitaal via de website van de RDW. Dit kost gemiddeld 25 minuten (inclusief eventuele reistijd voor het geval de tenaamstelling via een loket gebeurt), oftewel € 6,25 gerekend met het standaardtarief.

Het verschil in lastendruk is daarmee € 43,66. Op basis van het verwachte aantal in beslag genomen voertuigen waarvoor in de huidige situatie vervangende documenten worden aangevraagd (5.850), bedraagt de totale besparing € 255.411,–.

5. Advies en consultatie

In het kader van de totstandkoming van het voorstel van de Wet herziening beslag- en executierecht is advies gevraagd aan verschillende organisaties.5 Daarbij is ook geadviseerd over het administratief beslag en de tenaamstellingsblokkade. Zie hierna ook de relevante punten uit de internetconsultatie. Daarnaast is relevant om het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens te noemen. Daarin is opgenomen dat invoering van de mogelijkheid van administratief beslag op voertuigen gebaseerd op het kentekenregister (en naar wordt aangenomen de tenaamstellingsblokkade die ermee samenhangt) uit het oogpunt van persoonsgegevensbescherming niet relevant is gebleken.

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft op 22 juni 2018 al een advies uitgebracht over het voorstel van de Wet herziening beslag- en executierecht. Dat advies is verwerkt in het wetsvoorstel en de bijbehorende memorie van toelichting. Het ontwerp van dit besluit is ook voorgelegd aan het ATR. Het ATR heeft het ontwerp van dit besluit niet geselecteerd voor het uitbrengen van een formeel advies.

Over het ontwerp van dit besluit heeft geen openbare consultatie plaatsgevonden, omdat deze louter nadere uitwerking betreft waarover in het kader van de Wet herziening beslag- en executierecht consultatie heeft plaatsgevonden. Daarin kwam naar voren dat Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG), Sociaal Werk Nederland en de Nederlandse Orde van Advocaten de invoering van het administratief beslag steunen. De KBvG merkte op dat inschrijving van het beslag in het kentekenregister ook mogelijk moet zijn als het beslag op de «oude» wijze, dus met toepassing van artikel 440 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, wordt gelegd. Daarin is voorzien. Omdat de inhoud van dit besluit al uiteengezet is in het kader van de Wet herziening beslag- en executierecht en daarop reeds is gereageerd in de internetconsultatie, zou consultatie van het ontwerp van dit besluit niet in betekenende mate hebben kunnen leiden tot aanpassing van het ontwerp. Dit besluit regelt inhoudelijk niets dat niet al bekend was.

Het ontwerp van dit besluit is in het kader van de verplichte voorhangprocedure op 22 januari 20216 op grond van artikel 2b van de Wegenverkeerswet 1994 voorgelegd aan beide Kamers der Staten-Generaal. De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat van de Tweede Kamer heeft het ontwerpbesluit op 3 februari 2021 voor kennisgeving aangenomen en heeft geen inhoudelijke reactie gegeven. Van de Eerste Kamer is geen reactie ontvangen over het ontwerpbesluit.

6. Inwerkingtreding

De inwerkingtreding vindt plaats op de dag na publicatie van dit besluit in het Staatsblad. Aan het besluit wordt terugwerkende kracht verleend tot en met 1 april 2021. Dit sluit aan bij de inwerkingtreding van de relevante bepalingen uit de Wet herziening beslag- en executierecht.7 De afwijking van het kabinetsbeleid inzake vaste verandermomenten voor regelgeving wordt in lijn met de inwerkingtreding van de relevante bepalingen uit de Wet herziening beslag- en executierecht gemotiveerd. Enerzijds met een beroep op urgentie om ongewenste private nadelen door een inefficiënt proces van beslag en executie, die door de economische gevolgen van de COVID-19 pandemie zijn toegenomen, te voorkomen (aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdelen a en b, van de Aanwijzingen voor de regelgeving). Anderzijds kon inwerkingtreding niet eerder dan 1 april 2021 plaatsvinden omdat de RDW tijd nodig had om de systemen aan te passen. Nu had de RDW voldoende tijd de benodigde wijzigingen in de systemen door te voeren. Er is voorzien in terugwerkende kracht zodat de uitvoering vanaf 1 april 2021 kan plaatsvinden. Daarvan werd door de inwerkingtreding van de relevante bepalingen uit de Wet herziening beslag- en executierecht reeds uitgegaan. Dit is niet belastend voor burgers en daarmee niet bezwaarlijk.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga


X Noot
1

De straf die hierop staat is een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of een geldboete van de vierde categorie (ten hoogste € 20.750,–).

X Noot
3

Dat nummer is te vergelijken met een «denkbeeldige» kentekencard. Dit wordt tot uitdrukking gebracht in het nieuwe artikel 37, derde lid, van het Kentekenreglement. De echte kentekencard komt niet in het bezit van de deurwaarder.

X Noot
4

Kamerstukken II 2018/19, 35 225, nr. 3, p. 28–31.

X Noot
5

Zie de bijlagen bij Kamerstukken II 2018/19, 35 225, nr. 3.

X Noot
6

Kamerstukken II 2020/21, 29 398, nr. 892.

X Noot
7

Zie Besluit van 15 juli 2020 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 3 juni 2020 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Faillissementswet in verband met de herziening van het beslag- en executierecht (Stb. 2020, 177) (Stb. 2020, 277).