Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatsblad 2020, 501Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 18 november 2020, houdende verlenging van de werkingsduur van de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 13 november 2020, nr. 2020-0000653084;

Gelet op artikel 7.1 van de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel:

De Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba vervalt op 1 maart 2021.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 18 november 2020

Willem-Alexander

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

Uitgegeven de negende december 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

De Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba voorziet in de mogelijkheid om in afwijking van de hoofdregel dat vergaderingen van de decentrale volksvertegenwoordigingen in het openbaar fysiek plaatsvinden, gedurende de crisis als gevolg van de uitbraak van Covid-19 ook digitaal kunnen plaatsvinden.

In de wet zelf is bepaald dat deze wet per 1 september 2020 zou komen te vervallen. In artikel 7.1 van de wet is echter rekening gehouden met de mogelijkheid van verlenging van deze wet, mocht dit noodzakelijk blijken. De wet kan daarbij steeds met maximaal twee maanden verlengd worden. De wet is in verband met het voortduren van de pandemie reeds twee maal verlengd (Stb. 2020, 261 en Stb 2020, 408) en zou daarmee gelden tot 1 januari 2021.

De regering acht het op dit moment niet wenselijk dat de wet per 1 januari 2021 vervalt omdat daarmee decentrale volksvertegenwoordigingen zouden worden gedwongen weer fysiek bijeen te komen, terwijl het virus nog niet onder controle is. Zoals aangekondigd bij brief van 10 november 2020 kiest de regering ervoor de wet wederom te verlengen, ditmaal tot 1 maart 2021; het onderhavige besluit voorziet hierin.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren