Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische Zaken en KlimaatStaatsblad 2020, 338AMvB

Besluit van 2 september 2020 tot wijziging van het Besluit factuur, verbruiks- en indicatief kostenoverzicht energie in verband met enkele aanpassingen betreffende de implementatie van richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat van 2 juni 2020, nr. WJZ / 20151738;

Gelet op artikel 10 van Richtlijn (EU) nr. 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van de Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PbEU 2012, L 315), artikel 95lb van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 42b van de Gaswet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 15 juli 2020, nr. W18.20.0171/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat van 31 augustus 2020, nr. WJZ / 20212407;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

In het Besluit factuur, verbruiks- en indicatief kostenoverzicht energie wordt na artikel 12 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 12a

Gegevens over het verbruik per dag, week, maand en jaar worden door een leverancier van gas of van elektriciteit aan een eindafnemer van gas of van elektriciteit die beschikt over een op afstand uitleesbare gas- of elektriciteitsmeter die op afstand wordt uitgelezen, beschikbaar gesteld op het internet over een periode van ten minste de voorgaande 24 maanden, of over de periode sinds de aanvang van het leveringscontract, indien dit korter is.

ARTIKEL II

Tot 1 oktober 2022 hoeven leveranciers, voor zover zij nog niet over de vereiste gegevens beschikken, niet aan de verplichting, bedoeld in artikel I te voldoen.

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 2020.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 2 september 2020

Willem-Alexander

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

Uitgegeven de zestiende september 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

1. Doel en aanleiding

Met dit besluit wordt het Besluit factuur, verbruiks- en indicatief kostenoverzicht energie (hierna: het besluit) gewijzigd. De wijziging van het besluit strekt tot implementatie van de Richtlijn (EU) nr. 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van de Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PbEU 2012, L 315) (hierna: de richtlijn).

Het doel van de richtlijn is het behalen van het Europese streefdoel van 20% energiebesparing op het energieverbruik in 2020 ten opzichte van het verbruik in 2010. Energiebesparing is een belangrijke pijler voor de verduurzaming van de energievoorziening. De richtlijn schrijft maatregelen voor om het energieverbruik van overheid, burgers en bedrijven terug te dringen. Deze maatregelen moeten een impuls geven aan energie-efficiëntie in de hele Europese Unie.

Overeenkomstig artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van de richtlijn moeten lidstaten ervoor zorgen dat gedetailleerde aanvullende informatie over het verbruik volgens de gebruiksperiode voor elke dag, week, maand en elk jaar aan de eindafnemers met een op afstand uitleesbare meetinrichting ter beschikking wordt gesteld op het internet of op de meterinterface. Deze verplichting geldt voor een periode van ten minste de voorgaande 24 maanden of over de periode sinds de aanvang van het leveringscontract, indien dit korter is. Reeds voor de implementatie van de richtlijn was in de artikelen 4, derde lid, en 5, derde lid, van het Besluit op afstand uitleesbare meetinrichtingen opgenomen dat informatie over het uitlezen van de meterstanden gedurende 12 maanden lokaal in de op afstand uitleesbare meter moet worden opgeslagen. De reden hiervoor is dat Nederland al betrekkelijk vroeg regelgeving had geïmplementeerd ten aanzien van dataopslag, voordat de genoemde richtlijn energie-efficiëntie in werking was getreden. Om artikel 10, tweede lid, onderdeel b, correct om te zetten in Nederlandse wet- en regelgeving, wordt het Besluit factuur, verbruiks- en indicatief kostenoverzicht energie aangepast. In dit besluit wordt een nieuw artikel opgenomen waarin de verplichting is opgenomen dat de gedetailleerde verbruiksgegevens tot 24 maanden, of voor de periode sinds de aanvang van het leveringscontract indien de korter is, op het internet ter beschikking worden gesteld aan de eindafnemer van elektriciteit en gas.

2. Taakverdeling netbeheerder en leverancier

De richtlijn laat ruimte voor de lidstaat om te bepalen welke partij ervoor moet zorgen dat aan de eindafnemer de verbruiksgegevens ter beschikking worden gesteld. In Nederland is ervoor gekozen dat de netbeheerder de standen uitleest, verzamelt en ter beschikking stelt aan de leverancier. De leverancier geeft de verbruiksgegevens vervolgens door aan de eindafnemer. Nederland kiest voor deze taakverdeling, aangezien deze verdeling aansluit bij het takenpakket van de netbeheerder en leveranciers.

De taak van de leverancier om de verbruiksgegevens aan de eindafnemer ter beschikking te stellen wordt opgenomen in artikel 12a van het Besluit factuur, verbruiks- en indicatief kostenoverzicht energie. De taak van de netbeheerder is reeds geregeld in artikel 26ab van de Elektriciteitswet 1998 en in artikel 13b van de Gaswet. In het eerste lid van deze artikelen is de verplichting van de netbeheerder opgenomen om de meetgegevens te verzamelen die de leverancier nodig heeft voor het verstrekken van de verbruiksinformatie op grond van artikel 95lb van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 42b van de Gaswet, de delegatiegrondslag van het nieuwe artikel 12a van dit besluit. In het tweede lid van artikel 26ab van de Elektriciteitswet 1998 en in artikel 13b van de Gaswet staat dat de netbeheerder de leverancier ook toegang moet verlenen tot de meetgegevens. De leverancier informeert de netbeheerder dat hij verbruiksgegevens nodig heeft voor een bepaalde eindafnemer. Vervolgens stuurt de netbeheerder automatisch aan de leverancier de benodigde gegevens om de eindafnemer te kunnen voorzien van gedetailleerde verbruiksgegevens.

Met wijziging van het Besluit factuur, verbruiks- en indicatief kostenoverzicht energie wordt opgenomen dat de gedetailleerde verbruiksgegevens beschikbaar moeten worden gesteld voor de eindafnemer op het internet voor 24 maanden. Indien de eindafnemer deze verlenging van de termijn niet wenst kan hij, ingevolge artikel 26ae, elfde lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 13e, elfde lid, van de Gaswet, de op afstand uitleesbare meetinrichting weigeren. In dat geval wordt een niet op afstand uitleesbare meetinrichting ter beschikking gesteld. Daarnaast kan de eindafnemer, die beschikt over een meetinrichting die op afstand uitleesbaar is, de netbeheerder verzoeken de meetgegevens niet op afstand uit te lezen ingevolge artikel 26ac, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 13c, tweede lid, van de Gaswet. De energieleveranciers zullen deze informatie aan iedere eindafnemer actief aanbieden, bijvoorbeeld door middel van een brief of e-mail.

Energieleveranciers bewaren de gedetailleerde energieverbruiksgegevens voor 24 maanden of over de periode sinds de aanvang van het leveringscontract, indien deze periode korter is dan 24 maanden. In het geval een afnemer wijzigt van energieleverancier, zal de afnemer door voorgaande energieleverancier(s) in staat worden gesteld om tot 24 maanden terug toegang te verkrijgen tot zijn energieverbruiksgegevens zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel b.

3. Verhouding tot Algemene verordening gegevensbescherming

Op dit besluit is de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (PbEU 2016, L 119) (hierna: Algemene verordening gegevensbescherming) van toepassing. Momenteel hoeft in Nederland informatie over het uitlezen van de meterstanden slechts een jaar te worden bewaard in de meetinrichting voor elektriciteit en gas. Door dit besluit moeten daarnaast de gedetailleerde verbruiksgegevens, van ten minste de voorgaande 24 maanden of voor de periode sinds de aanvang van het leveringscontract, op het internet ter beschikking worden gesteld. Dit betekent dat de termijn waarover de verbruiksgegevens ter beschikking worden gesteld wordt verlengd van een jaar naar twee jaar en dat de verzamelde verbruiksgegevens gedetailleerder moeten zijn dan voorheen. Door de netbeheerder worden de data uit de op afstand uitleesbare meetinrichtingen uitgelezen, verzameld, en voor dit doel 24 maanden opgeslagen en aan de leverancier verstrekt zodat de leverancier deze gegevens aan een eindafnemer ter beschikking kan stellen. De leverancier zorgt ervoor dat de een eindafnemer de juiste verbruikersgegevens krijgt. De eindafnemer behoudt de keuze om de uitleesfunctie wel of niet uit te laten zetten door de netbeheerder.

Het verlengen van de termijn waarover de gedetailleerdere verbruiksgegevens ter beschikking worden gesteld heeft een wettelijke grondslag. De leveranciers ontvangen de meetgegevens met betrekking tot hun afnemers van de netbeheerder overeenkomstig artikel 26ab van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 13b van de Gaswet. Deze verbruiksgegevens worden door de leverancier gegenereerd uit deze meetgegevens. Leveranciers zullen hiervoor geen toegang krijgen tot andere gegevens van de netbeheerders dan de gegevens die ze verkrijgen voor het verstrekken van de gedetailleerde verbruiksgegevens aan hun eindafnemers. Artikel 95lb van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 42b van de Gaswet geven de grondslag om een langere termijn te stellen waarop de verbruiksgegevens op het internet ter beschikking worden gesteld aangezien op basis van deze artikelen nadere regels gesteld kunnen worden over het verstrekken van verbruiksgegevens. De verwerking van de gegevens is hiermee rechtmatig op basis van artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene verordening gegevensbescherming.

4. Uitvoerings- en handhavingstoets

Deze wijziging van het besluit is op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid getoetst door de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM). De ACM heeft geen opmerkingen gemaakt en concludeert dat het besluit niet zal leiden tot een capaciteitsvraag bij de ACM.

5. Advies AP

De Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: de AP) heeft het besluit getoetst op basis van artikelen 36, vierde lid en 57, eerste lid, onder c, van de Algemene verordening gegevensbescherming. De AP heeft geen opmerkingen gemaakt.

6. Regeldruk

De wijziging van het besluit strekt tot strikte implementatie van de richtlijn, er is geen beleidsruimte. Op basis van de criteria die gelden voor het houden van een MKB-toets, geeft het genoemde voorstel geen aanleiding om een MKB-toets uit te voeren. De extra regeldruk en kosten van deze implementatie komen terecht bij de energieleveranciers die leveren aan kleinverbruikers en bij de netbeheerders. De kosten zijn voornamelijk eenmalig en zijn in dit verband niet substantieel te noemen.

Leveranciers

De geschatte eenmalige kosten voor de leveranciers die leveren aan kleinverbruikers liggen tussen de 50.000 en 100.000 euro. Deze kosten zijn voor een zogenoemde sector release ten behoeve van alle leveranciers. Hiermee worden de centrale afspraken in de systemen centraal bij EDSN en bij de leveranciers ingeregeld. Daarnaast zullen de individuele energieleveranciers de implementatie van het ophalen en het beschikbaar stellen van de meetdata faciliteren. De leveranciers gaan op hun portal de verbruiksgegevens voor alleen die eindgebruiker 24 maanden beschikbaar houden, ook als een kleinverbruiker bijvoorbeeld overstapt naar een andere leverancier. Deze verbruiksgegevens zullen alleen toegankelijk zijn voor de betreffende kleinverbruiker. Een kleinverbruiker kan op die manier altijd tot 24 maanden terug zijn of haar eigen verbruiksgegevens inzien. De geschatte kosten hiervoor zijn verschillend per leverancier en zijn door de sector geschat tussen de 25.000 en 100.000 euro. Het aantal leveranciers bedraagt op dit moment 60. De totale geschatte kosten voor de energieleveranciers komen dan neer op tussen de 1.500.000 en 6.000.000 euro. De meer structurele kosten voor de leveranciers die samenhangen met de klantvragen die naar aanleiding van deze wijziging naar het beschikbaar stellen van de verbruikersdata voor 24 maanden komen zijn vooraf moeilijk vooraf in te schatten. Deze kosten zullen afhankelijk zijn van de aantallen. Het zal in ieder geval tijdelijk zijn.

Netbeheerders

De geschatte eenmalige kosten voor de netbeheerders zijn 350.000 euro. Deze kosten zijn voor het beschikbaar stellen van de data uit de op afstand uitleesbare meetinrichting voor een periode van 24 maanden. Het betreft een aanpassing van het huidige dataverwerkingssysteem bij de netbeheerders om te voldoen aan de vereisten uit de richtlijn. Daarnaast zijn er jaarlijkse kosten voor het beheer en onderhoud van het datasysteem. Deze zijn vooraf geschat op 100.000 euro. Met de ACM is contact geweest over deze kosten. Deze kosten mogen de netbeheerders opvoeren in de regulering van het meetdomein. Het gaat dan via de regulering mee in de meettarieven.

7. Inwerkingtreding en vaste verandermomenten

Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2020. De inwerkingtreding is op een vast verandermoment, maar de invoeringstermijn bedraagt minder dan twee maanden. Hiermee wordt afgeweken van het beleid inzake de publicatie en inwerkingtreding van regelgeving (Kamerstukken II 2009/10, 29 515, nr. 309). Deze afwijking is toegestaan omdat implementatie van Europese regelgeving betreft.

Omdat hiervoor geen verplichting bestond voor netbeheerders tot het bewaren van verbruiksgegevens per dag en week kunnen deze gegevens pas worden verzameld na inwerkingtreding van dit besluit, dus vanaf 1 oktober 2020. Conform de huidige regelgeving zijn enkel de voorgaande 13 maandstanden beschikbaar in de meetinrichting. Op 1 oktober 2020 kunnen leveranciers dus al in zoverre aan de verplichting uit artikel I voldoen dat ze het verbruik per maand over de voorgaande 13 maanden en het verbruik van het afgelopen jaar beschikbaar kunnen stellen. Vervolgens krijgen leveranciers 24 maanden om volledig aan de nieuwe verplichting te kunnen voldoen en het verbruik per dag, week, maand en jaar beschikbaar te stellen over een periode van de voorgaande 24 maanden. In de tussentijd zijn leveranciers verplicht om de gegevens beschikbaar te stellen voor zover zij daarover kunnen beschikken.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes