Besluit van 15 juni 2020 tot inwerkingtreding van artikel XXII van Overige fiscale maatregelen 2018

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 11 juni 2020, nr. 2020-0000094818, Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Directe Belastingen;

Gelet op artikel XXII, aanhef, van Overige fiscale maatregelen 2018;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

Artikel XXII van Overige fiscale maatregelen 2018 treedt in werking met ingang van 1 juli 2020.

Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 15 juni 2020

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Financiën, J.A. Vijlbrief

Uitgegeven de drieëntwintigste juni 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Dit besluit regelt de inwerkingtreding van artikel XXII van Overige fiscale maatregelen 2018, in overeenstemming met de aanhef van genoemd artikel.

De in genoemd artikel opgenomen wijzigingen hebben betrekking op de vereenvoudiging van de dwanginvordering van belastingschulden onder een derde op wie de belastingschuldige een vordering heeft of zal verkrijgen. Ingevolge dit besluit treden die wijzigingen op 1 juli 2020 in werking. De inwerkingtreding van deze wijzigingen geschiedt bij koninklijk besluit als gevolg van het amendement van het lid Omtzigt1. Doel van dit amendement was dat de vereenvoudiging van het derdenbeslag niet eerder in werking treedt dan geregeld is dat bij dit beslag een vrij te laten bedrag wordt gerespecteerd. Naar aanleiding hiervan is een wijziging van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (URIW 1990) opgenomen. In deze wijziging van de URIW 1990 wordt uitvoering gegeven aan de wijze waarop een vordering wordt vormgegeven die de Belastingdienst doet onder een derde die een betaaldienstverlener is. Een belangrijk onderdeel van deze uitvoeringsregels is dat bij belastingschuldigen die een natuurlijk persoon zijn, vooraf rekening wordt gehouden met een vrij te laten bedrag dat voor hen beschikbaar moet blijven op de bankrekening als bestaansvoorziening. Hiermee wordt mede uitvoering gegeven aan de bij de behandeling van het Belastingplan 2018 aangenomen motie Snels c.s2. De genoemde wijziging van de URIW 1990 treedt ook op 1 juli 2020 in werking.

De Staatssecretaris van Financiën, J.A. Vijlbrief


X Noot
1

Kamerstukken II, 2017/18, 34 786, nr. 17.

X Noot
2

Kamerstukken II, 2017/18, 34 785, nr. 46.

Naar boven