Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatsblad 2020, 14AMvB

Besluit van 18 december 2019, houdende wijziging van het Warenwetbesluit Meel en brood en het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten in verband met de toevoeging van enkele gereserveerde en verplichte aanduidingen en enkele technische aanpassingen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Medische Zorg van 4 november 2019, kenmerk 1577002-194875-WJZ;

Gelet op Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PbEU 2011, L 304) en de artikelen 8, eerste lid, onderdelen a, b en c, en 32b van de Warenwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 13 november 2019, no. W13.19.0351/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Medische Zorg van 17 december 2019, kenmerk 1623076-194875-WJZ;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Warenwetbesluit Meel en brood wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

h. (zuur)desem:

een product dat ontstaat na fermentatie van een mengsel op basis van graan, water en van nature aanwezige micro-organismen, waarbij de micro-organismen in een actieve toestand aanwezig zijn of reactiveerbaar zijn.

B

Artikel 2 komt te luiden:

Artikel 2

Het is verboden de bij of krachtens dit besluit bedoelde waren te bereiden, te verhandelen of te gebruiken voor de bereiding van brood anders dan met inachtneming van de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften.

C

Artikel 6a, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De hoeveelheid droge stof van brood met of zonder decoratie met een gewicht tussen 350 gram en 1.000 gram ligt tussen de 240 en 265 gram, tussen de 360 en 400 gram of tussen de 480 en 530 gram.

D

De titel van paragraaf 3 komt te luiden:

§ 3. Gereserveerde en verplichte aanduidingen

E

Na artikel 7 worden vier nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 7a

Indien in de aanduiding de naam van één graansoort wordt gebezigd moet het meelbestanddeel voor minimaal 98% afkomstig zijn van de betreffende graansoort.

Artikel 7b

Indien in de aanduiding de naam van twee of meer graansoorten wordt gebezigd moeten deze graansoorten:

  • a. gezamenlijk voor minimaal 98% aanwezig zijn in het meelbestanddeel;

  • b. afzonderlijk voor minimaal 5% aanwezig zijn in het meelbestanddeel; en

  • c. worden vermeld in de aanduiding, in afnemende volgorde van de hoeveelheid waarin zij in het brood aanwezig zijn.

Artikel 7c

De aanduiding meergranen mag uitsluitend worden gebezigd voor brood:

  • a. waarvan het meelbestanddeel uit minimaal 3 verschillende graansoorten bestaat;

  • b. waarbij de graansoort, waarvan de aanwezige hoeveelheid ervan in het brood het grootst is, maximaal 90% van het meelbestanddeel bedraagt; en

  • c. waarbij de hoeveelheid van de afzonderlijke graanbestanddelen, uitgedrukt als percentage in het brood, in de ingrediëntenlijst wordt vermeld.

Artikel 7d

  • 1. De aanduiding (zuur)desem mag uitsluitend worden gebezigd indien:

    • a. (zuur)desem als enige rijsmiddel is gebruikt; en

    • b. maximaal 0,2% droge gist of maximaal 0,5% verse gist is toegevoegd aan het meelbestanddeel.

  • 2. Indien een brood met vruchten, noten, zaden en pitten (minimaal 30% van het totaalgewicht) wordt aangeduid met (zuur)desem mag de hoeveelheid droge gist, in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, in totaal maximaal 0,5% droge gist of maximaal 1,2% verse gist van het meelbestanddeel bedragen.

F

In artikel 8 wordt de zinsnede «mag uitsluitend worden gebezigd» vervangen door «mag uitsluitend en moet worden gebezigd» en wordt «tarwebloem» vervangen door «bloem».

G

Artikel 9 komt te luiden:

Artikel 9

De aanduiding bruinbrood mag uitsluitend en moet worden gebezigd voor brood waarvan (volkoren)meel, al dan niet gemengd met gebroken graankorrels en graanvlokken, het voornaamste meelbestanddeel is en waarin zemelen met het blote oog waarneembaar zijn.

H

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Het woord midden of middengroot mag onderdeel uitmaken van de aanduiding van brood, anders dan bedoeld onder het eerste lid, uitsluitend voor zover de hoeveelheid droge stof van de aldus aangeduide waar ligt tussen de 360 en 400 gram. Indien het brood is gebakken in een bakblik, dan is de lengtemaat (buitenmaat) van het bakblik kleiner dan 27 centimeter.

I

Artikel 16 komt te luiden:

Artikel 16

Het woord volkoren mag uitsluitend en moet onderdeel uitmaken van de aanduiding van een in dit besluit bedoelde waar, voor zover in de aldus aangeduide waar de voorkomende zetmeelrijke kern, kiem en zemelen van de desbetreffende graansoort(en) in hun natuurlijke verhouding, al dan niet na een bewerking te hebben ondergaan, aanwezig zijn.

J

Artikel 19a komt te luiden:

Artikel 19a

Waren die voldoen aan het Warenwetbesluit Meel en brood zoals dat luidde op 30 juni 2020 mogen worden bereid, aangeduid, verhandeld of gebruikt voor de bereiding van brood tot 1 juli 2022.

ARTIKEL II

De bijlage bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten wordt als volgt gewijzigd:

1. In de inhoudsopgave wordt «C-10 Warenwetbesluit gastoestellen 2018» vervangen door «B-8 Warenwetbesluit gastoestellen 2018».

2. Rubriek C-10 Warenwetbesluit gastoestellen 2018 komt te luiden:

B-8

Warenwetbesluit gastoestellen 2018

     

B-8.1

Artikel 2, eerste lid

€ 525,–

€ 1.050,–

X

B-8.2

Artikel 2, tweede lid, juncto artikel 2, derde lid

€ 525,–

€ 1.050,–

X

B-8.3

Artikel 2, tweede lid, juncto artikel 4, tweede lid

€ 525,–

€ 1.050,–

X

B-8.4

Artikel 2, tweede lid, juncto artikel 5, tweede lid

€ 525,–

€ 1.050,–

X

B-8.5

Artikel 2, tweede lid, juncto artikel 6, tweede lid

€ 525,–

€ 1.050,–

X

B-8.6

Artikel 2, tweede lid, juncto artikel 6, derde lid

€ 525,–

€ 1.050,–

X

B-8.7

Artikel 2, tweede lid

€ 525,–

€ 1.050,–

X

B-8.8

Artikel 4, eerste lid

€ 525,–

€ 1.050,–

X

B-8.9

Artikel 5, eerste lid

€ 525,–

€ 1.050,–

X

B-8.10

Artikel 6, eerste lid

€ 525,–

€ 1.050,–

X

B-8.11

Artikel 7

€ 525,–

€ 1.050,–

X

3. Rubriek C-6 Warenwetbesluit Meel en brood komt te luiden:

C-6.1

artikel 2 juncto artikel 3, eerste lid

€ 525,–

€ 1.050,–

X

C-6.2

Artikel 2 juncto artikel 4, eerste lid

€ 525,–

€ 1.050,–

X

C-6.3

Artikel 2 juncto artikel 5

€ 525,–

€ 1.050,–

X

C-6.4

Artikel 2 juncto artikel 6

€ 525,–

€ 1.050,–

X

C-6.5

Artikel 2 juncto artikel 6a, eerste lid

€ 525,–

€ 1.050,–

X

C-6.6

Artikel 2 juncto artikel 7, eerste lid

€ 525,–

€ 1.050,–

X

C-6.7

Artikel 2 juncto artikel 7, tweede lid

€ 525,–

€ 1.050,–

X

C-6.8

Artikel 2 juncto artikel 7, derde lid

€ 525,–

€ 1.050,–

X

C-6.8.1

artikel 2 juncto artikel 7a

€ 525,–

€ 1.050,–

X

C-6.8.2

artikel 2 juncto artikel 7b

€ 525,–

€ 1.050,–

X

C-6.8.3

artikel 2 juncto artikel 7c

€ 525,–

€ 1.050,–

X

C-6.8.4

artikel 2 juncto artikel 7d, eerste lid

€ 525,–

€ 1.050,–

X

C-6.8.5

artikel 2 juncto artikel 7d, tweede lid

€ 525,–

€ 1.050,–

X

C-6.9

Artikel 2 juncto artikel 8

€ 525,–

€ 1.050,–

X

C-6.10

Artikel 2 juncto artikel 9

€ 525,–

€ 1.050,–

X

C-6.11

Artikel 2 juncto artikel 10

€ 525,–

€ 1.050,–

X

C-6.12

Artikel 2 juncto artikel 11

€ 525,–

€ 1.050,–

X

C-6.13

Artikel 2 juncto artikel 12

€ 525,–

€ 1.050,–

X

C-6.14

Artikel 2 juncto artikel 13

€ 525,–

€ 1.050,–

X

C-6.15

Artikel 2 juncto artikel 15, eerste lid

€ 525,–

€ 1.050,–

X

C-6.15.1

Artikel 2 juncto artikel 15, tweede lid

€ 525,–

€ 1.050,–

 

C-6.16

Artikel 2 juncto artikel 16

€ 525,–

€ 1.050,–

X

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2020.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 18 december 2019

Willem-Alexander

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins

Uitgegeven de vierentwintigste januari 2020

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Brood is van oudsher een basis voedingsmiddel en levert in ons dagelijks voedingspatroon belangrijke voedingsstoffen. Het is van belang dat de consument goed en eenduidig wordt geïnformeerd over voedsel. De consument heeft bij veel aanduidingen van broodsoorten een verwachtingspatroon. Een aanduiding moet voldoen aan dit verwachtingspatroon van de consument. De voorgestelde uitbreiding van de gereserveerde aanduidingen en de introductie van verplichte aanduidingen zijn ten behoeve hiervan opgenomen en komen onder andere voort uit de wensen vanuit de bakkerijsector en consumentenorganisaties.

Ter verduidelijking is een definitie toegevoegd aan artikel 1 en zijn enkele artikelen gewijzigd en uitgebreid. Al deze wijzigingen worden in de artikelsgewijze toelichting nader toegelicht.

In artikel 13d van de Warenwet is een clausule van wederzijdse erkenning opgenomen. Het beginsel van wederzijdse erkenning houdt in dat een Europese lidstaat de verkoop van waren die in een andere Europese lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht niet mag verbieden op zijn grondgebied, omdat deze waren niet voldoen aan de eigen nationale voorschriften. Daarbij is wel van belang dat de waren uit een andere Europese lidstaat tenminste een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden. Het verhandelen van waren afkomstig uit andere Europese lidstaten die vallen onder de werkingssfeer van dit besluit wordt dan ook niet verboden op grond van eisen gesteld in het besluit.

Gevolgen voor regeldruk

Voor de bakkerijsector leidt dit besluit tot regeldruk. Navraag bij de sector wijst uit dat zij de voorgestelde wijzigingen ondersteunen en een voorstander zijn van meer transparantie en eenduidigheid richting de consument. De verwachte nalevingskosten zijn door de sector in kaart gebracht. Verpakkingen van ruim 60% van de broden op de Nederlandse markt zullen moeten worden aangepast vanwege de verplichte aanduidingen. Ook zullen veel bedrijven als gevolg van de voorgestelde gereserveerde aanduidingen hun aanduidingen en/of receptuur aanpassen. Het aanpassen van de aanduidingen kost de sector naar verwachting circa 3,5 miljoen euro en het aanpassen van de receptuur kost naar verwachting circa 750.000 euro. In deze bedragen zitten ook de kennisnemingskosten. De ATR kan zich vinden in de analyse en conclusie ten aanzien van de gevolgen voor de regeldruk.

Regulier Overleg Warenwet

Het ontwerp van dit besluit is tweemaal voorgelegd aan de deelnemers aan het Regulier Overleg Warenwet (ROW). Deze raadpleging heeft geleid tot reacties van de Nederlandse Vereniging voor de Bakkerij (hierna: NVB) en de Consumentenbond.

De NVB had onder andere enkele bezwaren tegen het voorgestelde artikel 7c over de aanduiding meergranen. Hierin was opgenomen dat de aanduiding meergranen uitsluitend mag worden gebezigd voor brood waarbij minimaal 3 graansoorten voor ieder afzonderlijk een minimum aandeel hebben van 5% van het meelbestanddeel. De Consumentenbond onderschreef dit voorstel, omdat hiermee volgens hen de graansoorten in voldoende significante hoeveelheden aanwezig zouden zijn. Volgens de NVB zou dit echter leiden tot een verhoogde regeldruk voor de bakkerijsector en een beperking aan variatie aan meergranenbroden. In het voorstel was in artikel 7c voorts opgenomen dat de aanduiding meergranen uitsluitend mag worden gebezigd voor brood waarbij in de ingrediëntenlijst mengsels van meel van drie of meer graansoorten aangeduid worden als meel, gevolgd door een lijst van de graansoorten waarvan het afkomstig is, uitgedrukt als percentages in het meelbestanddeel. Volgens de NVB zou ook dit voorstel leiden tot een verhoogde regeldruk voor de bakkerijsector en bovendien tot minder transparantie voor de consument. De Consumentenbond onderschreef het voorstel van de NVB tot aanpassing van artikel 7c op dit punt. De reacties van de NVB en de Consumentenbond hebben geleid tot aanpassing van het ontwerpbesluit.

MKB-toets

Tijdens de MKB-toets is het MKB in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken over werkbaarheid, uitvoerbaarheid en regeldrukeffecten van het ontwerp van dit besluit. De panelleden onderschrijven de aanpassingen en hebben enkele suggesties gedaan voor verbetering of aanscherping.

Met de suggesties en wensen van de verschillende stakeholders is een compromis gevonden voor de aanpassing en aanvulling van de aanduidingen. Zo is het voorstel om een verplichte aanduiding voor licht bruinbrood te introduceren geschrapt, omdat deze nieuwe categorie zou leiden tot veel extra lastendruk. Ook het voorstel om de aanduiding (zuur)desembrood met gist te introduceren is geschrapt naar aanleiding van opmerkingen van de panelleden. Zij hebben te kennen gegeven dat brood ook als (zuur)desembrood aangeduid moet kunnen worden indien een klein aandeel gist is toegevoegd, omdat deze toevoeging nodig is voor een stabiel proces.

Handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid

Het ontwerp van dit besluit is door de NVWA beoordeeld op de handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid. De suggesties voor verduidelijking in de tekst ten behoeve van eenduidige handhaving zijn verwerkt. De NVWA acht het ontwerpbesluit handhaafbaar en uitvoerbaar. Het voorstel geeft geen aanleiding tot opmerkingen met betrekking tot de fraudebestendigheid.

Voorhang

In overeenstemming met artikel 32b, tweede lid, van de Warenwet, is een ontwerp van deze algemene maatregel van bestuur op 26 september 2019 aan beide kamers der Staten-Generaal gezonden (Kamerstukken 31 532, 232).

Notificatie

Het ontwerp van dit besluit is op 9 oktober 2019 gemeld aan de Europese Commissie ter voldoening aan artikel 5, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2015/1535. De notificatie bij de Europese Commissie is noodzakelijk, aangezien artikel I van dit besluit mogelijk technische voorschriften bevat in de zin van richtlijn (EU) 2015/1535. Naar aanleiding van de notificatie zijn geen opmerkingen gemaakt.

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A

In artikel 1, onderdeel h, van dit besluit is op verzoek van de bakkerijsector een definitie van «(zuur)desem» opgenomen.

Artikel I, onderdeel B

Met de aanpassing van artikel 2 van dit besluit wordt de daarin vervatte verbodsbepaling eenvoudiger geformuleerd. De reikwijdte van dit artikel verandert niet.

Artikel I, onderdelen C en H

Vanwege nieuwe vormen en afmetingen voor brood heeft de bakkerijsector behoefte aan een drogestof gehalte tussen een heel en half brood in. In artikel 6a, eerste lid van dit besluit wordt daarom naast de hoeveelheid droge stof tussen de 240 en 265 gram en tussen de 480 en 530 gram ook een categorie tussen de 360 en 400 gram opgenomen. Dit kan worden gebruikt voor een brood dat tussen heel en half in zit. Aan artikel 15 is daarom een tweede lid toegevoegd waarin opgenomen is dat het woord midden of middengroot onderdeel mag uitmaken van de aanduiding van brood waarvan de hoeveelheid droge stof ligt tussen de 360 en 400 gram.

Artikel I, onderdeel E

In de artikelen 7a, 7b, 7c en 7d van dit besluit zijn gereserveerde aanduidingen opgenomen.

Vanwege de bakkwaliteit is tarwe, en tegenwoordig ook spelt, de voornaamste graansoort waar in Nederland brood van wordt gebakken. Andere graansoorten worden in kleine hoeveelheden toegevoegd om de variatie in broodsoorten te verhogen.

Met de artikelen 7a en 7b wordt voorkomen dat er broden worden verkocht met in de aanduiding de naam van één, twee of meer graansoorten met maar een kleine hoeveelheid van die graansoorten erin. In artikel 7b is voorts opgenomen dat de aanwezige graansoorten in een brood in afnemende volgorde in de aanduiding worden vermeld. Dit betekent dat de hoeveelheid van het graansoort dat in het brood het meest aanwezig is, in de aanduiding als eerst vermeld dient te worden.

Om misleiding van de consument te voorkomen bij gebruik van de aanduiding meergranen, wordt in artikel 7c van dit besluit het minimum aantal verschillende soorten granen vastgelegd en het maximumaandeel van de graansoort dat voor het grootste deel aanwezig is. Het gaat hier om de graansoorten in het meelbestanddeel, niet om zaden en pitten en ook niet om de graansoorten die aanwezig zijn in de broodverbetermiddelen en als decoratie. Daarnaast is in artikel 7c, onderdeel c, opgenomen dat de aanduiding meergranen uitsluitend mag worden gebezigd voor brood wanneer in de ingrediëntenlijst per graanbestanddeel de aanwezige hoeveelheid wordt vermeld. Het is op grond van artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van Verordening (EU) nr. 1169/2011 verplicht een lijst van ingrediënten te vermelden. Uit artikel 18, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 1169/2011 volgt dat de lijst van ingrediënten bestaat uit de opsomming van alle ingrediënten van het levensmiddel in dalende volgorde van gewicht waarin zij bij de bereiding van het levensmiddel zijn gebruikt. De opgave van de hoeveelheid van een bij de vervaardiging of de bereiding van een levensmiddel gebruikt ingrediënt of gebruikte categorie ingrediënten is, op grond van artikel 22, eerste lid, onderdeel a, van Verordening (EU) nr. 1169/2011, vereist wanneer het desbetreffende ingrediënt of de desbetreffende categorie ingrediënten voorkomt in de benaming van het levensmiddel of door de consument gewoonlijk met die benaming wordt geassocieerd. In aanvulling hierop wordt het met artikel 7c, onderdeel c, van dit besluit verplicht om bij broden waarbij de aanduiding meergranen wordt gebezigd, in de ingrediëntenlijst van elk graanbestanddeel de hoeveelheid uit te drukken als percentage in het meergranenbrood. De verplichte vermeldingen zijn overeenkomstig artikel 39, van Verordening (EU) 1169/2011 gerechtvaardigd in het belang van de bescherming van de consument. Deze verplichte vermeldingen zijn namelijk voor de consument bij de aankoop van een brood bevorderlijk voor de transparantie.

In artikel 7d van dit besluit is de gereserveerde aanduiding voor (zuur)desembrood opgenomen. Ten behoeve van een beheersbaar rijsproces en uniformiteit van het eindproduct is het toegestaan 0,2% gist toe te voegen bij de productie van zuurdesembrood. Het brood mag geen (zuur)desembrood meer worden genoemd indien (zuur)desem niet als enig rijsmiddel is gebruikt en er meer gist wordt gebruikt dan de maximum aangegeven percentages zoals opgenomen in artikel 7d, eerste lid en tweede lid van dit besluit. Het betreft hier de percentages droge en verse gist.

Artikel I, onderdelen D, G en I

De gereserveerde aanduidingen in de artikelen 8, 9 en 16 worden gewijzigd in verplichte aanduidingen. Paragraaf 3 komt daarom «Gereserveerde en verplichte aanduidingen» te luiden.

Met deze verplichte aanduidingen wordt het voor al het brood verplicht te vermelden wat de basis is van het meelbestanddeel; wit (bloem), bruin of volkoren. Dit zorgt voor de consument voor meer transparantie bij aankoop van een brood. Voor de consument wordt het duidelijk om welk soort brood het gaat ongeacht de kleur van het brood.

In artikel 8 wordt «tarwebloem» vervangen door «bloem» en in artikel 9 vervallen de woorden «tarwebrood» en «tarwe». Hiermee zijn de aanduidingen witbrood en bruinbrood niet beperkt tot tarwe, maar ook te gebruiken voor andere graansoorten.

Artikel I, onderdeel J

Teneinde de bakkerijsector de tijd te geven om de verplichtingen uit dit besluit door te voeren, wordt een overgangsperiode van twee jaren ingevoerd.

Artikel II, onderdelen 1 en 2

Het Warenwetbesluit gastoestellen 2018 is per abuis in de bijlage bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten opgenomen als rubriek C-10 (Stb. 2018, 217). Deze wijziging zorgt ervoor dat de juiste rubriek B-8 wordt gebruikt voor het Warenwetbesluit gastoestellen 2018. Ook wordt mogelijk gemaakt dat ter zake van de artikelen genoemd in deze rubriek een omzetgerelateerde bestuurlijke boete kan worden opgelegd.

Artikel II, onderdeel 3

De artikelen 7a, 7b, 7c, 7d, 15, eerste lid en tweede lid, van het Warenwetbesluit Meel en brood worden toegevoegd aan de bijlage van het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten, zodat overtreding daarvan bestraft kan worden met een bestuurlijke boete. Rubriek C-6 wordt hiervoor aangevuld. Deze rubriek wordt voorts aangepast aan de wijziging in artikel I, onderdeel B, van dit besluit.

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins