Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2019, 474Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 5 december 2019 tot wijziging van het Besluit van 11 juli 2019 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet arbeidsmarkt in balans (Stb. 2019, 266) in verband met het uitstel van de inwerkingtreding van een onderdeel van de maximering van de compensatie van de transitievergoeding en enige andere wijzigingen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 december 2019, nr. 2019-0000176062;

Gelet op artikel XVI van de Wet arbeidsmarkt in balans;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

Het enig artikel van het Besluit van 11 juli 2019 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet arbeidsmarkt in balans (Stb. 2019, 266) wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel b komt te luiden:

  • b. artikel I, onderdeel K, dat in werking treedt met ingang van 1 april 2020, met uitzondering van:

    • 1°. het in dat onderdeel opgenomen eerste lid, onderdeel b, en vierde lid, van artikel 673e, en

    • 2°. het in dat onderdeel opgenomen tweede lid van artikel 673e, voor zover het betreft de zinsnede «of, indien dat bedrag lager is, het bedrag aan loon als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, dat de werkgever gedurende dat tijdvak op grond van de arbeidsovereenkomst met de werknemer heeft betaald».

2. Er wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. artikel III, onderdeel L, onder 3, onderdeel M, onder 4, onderdeel Pa en onderdeel Q, onder 2, die in werking treden met ingang van 1 april 2020.

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 5 december 2019

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

Uitgegeven de dertiende december 2019

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

In het Besluit van 11 juli 2019 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet arbeidsmarkt in balans (Stb. 2019, 266) (hierna: Inwerkingtredingsbesluit Wet arbeidsmarkt in balans) is niet expliciet geregeld dat de bepalingen die betrekking hebben op artikel 7:673e van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), net als dat artikel zelf, voor zover dit ziet op de compensatie van de transitievergoeding die is betaald na ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, met ingang van 1 april 2020 in werking treden. Hierdoor kan onduidelijkheid ontstaan over het tijdstip van inwerkingtreding van deze bepalingen. De bepalingen dienen inwerking te treden, op 1 april 2020, nadat de artikelen I, onderdeel C, II, III, IV, onderdeel B, en VI, tweede en derde lid, van de Wet van 11 juli 2018, houdende maatregelen met betrekking tot de transitievergoeding bij ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden of langdurige arbeidsongeschiktheid (Stb. 2018, 234) in werking zijn getreden. Dit is opgenomen in het eerste onderdeel, sub 1.

Het eerste onderdeel, sub 2, regelt dat de zinsnede van het tweede lid, van artikel 673e luidende «of, indien dat bedrag lager is, het bedrag aan loon als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, dat de werkgever gedurende dat tijdvak op grond van de arbeidsovereenkomst met de werknemer heeft betaald» nog niet in werking treedt met ingang van 1 april 2020. Reden hiervoor is dat tijd nodig is om nader te onderzoeken of en hoe bij het vaststellen van het maximale compensatiebedrag rekening kan worden gehouden met eventueel verstrekte sociale zekerheidsuitkeringen en hoe dat door UWV kan worden uitgevoerd.

Het tijdstip van inwerkingtreding van eerste lid, onderdeel b, en vierde lid van artikel 7:673e BW wordt later vastgesteld. Dit zal met een afzonderlijk inwerkingtredingsbesluit geschieden. Naar verwachting kan dit onderdeel met ingang van 1 januari 2021 in werking treden.

Het tweede onderdeel regelt dat de daar genoemde artikelonderdelen in werking treden nadat de Wet van 11 juli 2018, houdende maatregelen met betrekking tot de transitievergoeding bij ontslag wegens bedrijfseconomische omstandigheden of langdurige arbeidsongeschiktheid (Stb. 2018, 234) in werking is getreden conform het besluit van 20 februari 2019 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van genoemde wet (Stb. 2019, 76), te weten op 1 april 2020.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees