Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatsblad 2019, 295AMvB

Besluit van 30 augustus 2019, houdende vaststelling van regels in verband met de uitvoering van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen en tot wijziging van enkele Warenwetbesluiten (Warenwetbesluit uitvoering verordening officiële controles en andere officiële activiteiten)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Medische Zorg van 25 juni 2019, kenmerk 1543759-192289-WJZ;

Gelet op Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PbEU 2017, L 95) en gelet op de artikelen 13, 13b en 14 van de Warenwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 17 juli 2019, nr. W13.19.0165/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Medische Zorg van 19 augustus 2019, 1562217-192289-WJZ);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

verordening (EU) 2017/625: Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PbEU 2017, L 95);

verordening (EU) 882/2004: Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PbEU 2004, L 165).

Artikel 2

De artikelen 3 tot en met 5 van dit besluit en de daarop berustende bepalingen hebben betrekking op voorschriften met betrekking tot levensmiddelen die bij of krachtens de Warenwet zijn gesteld.

Artikel 3

  • 1. Tenzij bij ministeriële regeling anders is bepaald, is Onze Minister de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 4 van verordening (EU) 2017/625.

  • 2. Bij ministeriële regeling kan een instantie als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van verordening (EU) 2017/625 worden aangewezen.

Artikel 4

Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften die gesteld zijn bij of krachtens de artikelen 15, eerste tot en met vijfde lid, 45, vierde lid, 47, vijfde lid, 49, vierde lid, 50, eerste, derde en vierde lid, 56, eerste en vierde lid, 57, eerste lid, 58, 66, derde lid, tweede alinea, 69, eerste lid, 71, 126, eerste en derde lid, en 128, eerste lid, van verordening (EU) 2017/625.

Artikel 5

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van bindende onderdelen van verordening (EU) 2017/625 en daarop gebaseerde bindende EU-rechtshandelingen.

Artikel 6

Op een besluit dat vanwege een geconstateerde niet-naleving is genomen en dat is gebaseerd of mede gebaseerd op artikel 19, eerste lid, of artikel 54, eerste en tweede lid, van verordening (EU) 882/2004, dat is genomen voor 14 december 2019 en waartegen bezwaar is gemaakt, of beroep is ingesteld, wordt besloten met toepassing van verordening (EU) 882/2004.

Artikel 7

In artikel 2a van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen wordt «De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit» vervangen door «Onze Minister».

Artikel 8

Het Warenwetbesluit Gezondheidscontroles levensmiddelen van dierlijke oorsprong (intraverkeer) wordt ingetrokken.

Artikel 9

Het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. Onderdeel e komt te luiden:

  • e. verordening (EU) 2017/625: Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PbEU 2017, L 95);.

b. Onderdeel f vervalt, onder verlettering van onderdeel g tot onderdeel f.

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel c wordt «artikel 5 en bijlage I van verordening (EG) 854/2004» vervangen door «artikel 17 en 18, eerste tot en met vijfde lid, zevende lid, onderdelen a tot en met f, h tot en met k, achtste lid, onderdelen a, c, d en e, en negende lid, van verordening (EU) 2017/625».

b. In onderdeel d wordt «verordening (EG) 882/2004» vervangen door «verordening (EU) 2017/625».

B

Artikel 3 komt te luiden:

Artikel 3

  • 1. Onze Minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van verordening (EG) 852/2004.

  • 2. Bij regeling van Onze Minister worden procedures vastgesteld als bedoeld in artikel 148 van verordening (EU) 2017/625.

C

In artikel 10 wordt «verordeningen (EG) 852/2004, 853/2004, 854/2004 of 882/2004» vervangen door «verordeningen (EG) 852/2004 of 853/2004».

Artikel 10

In artikel 13 van het Warenwetbesluit informatie levensmiddelen wordt «De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit» vervangen door «Onze Minister».

Artikel 11

Het Warenwetbesluit Invoer levensmiddelen uit derde landen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 vervalt onderdeel b, onder verlettering van onderdeel c tot onderdeel b.

B

Artikel 2, vierde lid, vervalt.

C

Artikel 4, onderdeel a, vervalt, onder verlettering van de onderdelen b en c tot a en b.

Artikel 12

Artikel 14 van het Warenwetbesluit Vlees, gehakt en vleesproducten komt te luiden:

Artikel 14

Onze Minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 20 van verordening (EG) 1760/2000, en in artikel 11, onderdeel a, van verordening (EG) 1825/2000.

Artikel 13

De bijlage bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten wordt als volgt gewijzigd:

1. In het onderdeel «Inhoud» wordt «C-4 Warenwetbesluit Gezondheidscontroles levensmiddelen van dierlijke oorsprong (intraverkeer) – Warenwetregeling Gezondheidscontroles levensmiddelen van dierlijke oorsprong (intraverkeer)» vervangen door «C-4 Warenwetbesluit uitvoering verordening officiële controles en andere officiële activiteiten».

2. Rubriek C-4 komt te luiden:

C-4

Warenwetbesluit uitvoering verordening officiële controles en andere officiële activiteiten

     

C-4.1

Artikel 4

€ 525,–

€ 1.050,–

X

3. In rubriek C-5 vervalt onderdeel C-5.2.

Artikel 14

Dit besluit treedt in werking met ingang van 14 december 2019.

Artikel 15

Dit besluit wordt aangehaald als: Warenwetbesluit uitvoering verordening officiële controles en andere officiële activiteiten.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 30 augustus 2019

Willem-Alexander

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins

Uitgegeven de achttiende september 2019

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

1. Aanleiding

Op 7 april 2017 is gepubliceerd verordening (EU) 2017/6251 (verordening officiële controles, hierna: OCR). De OCR is met ingang van 14 december 2019 van toepassing. Het doel van dit besluit is om te voorzien in de benodigde uitvoeringsbepalingen om uitwerking te kunnen geven aan de OCR. Dit besluit heeft betrekking op regelgeving waarop de Warenwet van toepassing is.

Opgemerkt wordt dat de OCR ook uitgevoerd wordt via de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de Wet dieren (Stb. 2019, 245) en het voorstel van de Plantgezondheidswet (Kamerstukken II 2018/19, 35 083, nr. 2).

2. Officiële controleverordening

De OCR vervangt een aantal verordeningen en richtlijnen op het terrein van voedselveiligheid en dieraangelegenheden, waaronder de huidige controleverordening; Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders, levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (hierna: verordening (EG) 882/2004).

Daarnaast is ook de reikwijdte van de OCR ten opzichte van haar voorganger verbreed. Niet alleen vallen meer beleidsterreinen onder de OCR, de OCR is, naast officiële controles, ook van toepassing op andere officiële activiteiten (artikel 2 OCR). Officiële controles zijn gericht op de verificatie van de naleving van de op exploitanten, dieren of goederen van toepassing zijnde regels. Het begrip «andere officiële activiteiten» is een breder begrip en heeft in ieder geval betrekking op activiteiten die de bevoegde autoriteit uitvoert, niet zijnde officiële controles. Hierbij kan gedacht worden aan exportcertificering.

Voor de uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten in algemene zin (artikelen 9 t/m 15) en voor de uitvoering van die controles en activiteiten op specifieke onderwerpen (artikelen 16 t/m 27) bevat de OCR voorschriften. In Europese uitvoeringsregelgeving onder de OCR zullen een aantal van die voorschriften nader worden uitgewerkt.

Daarnaast bevat de OCR, net zoals verordening (EG) 882/2004, een uitgebreid kader voor de uitvoering van officiële controles van dieren en goederen die de Unie binnenkomen en de mogelijke acties die getroffen kunnen worden in het geval van een niet-naleving (artikelen 43 t/m 77).

Tot slot bevat de OCR onder andere bepalingen over laboratoria die in het kader van de uitvoering van officiële controles of andere officiële activiteiten werkzaamheden verrichten (artikelen 34 t/m 42, 100 en 101), de mogelijkheid om kosten voor de uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten in rekening te brengen (artikelen 80 t/m 85 en bijlage IV) en de te nemen handhavingsmaatregelen in het geval van een niet-naleving (artikelen 137 t/m 139).

Een gedetailleerde toelichting op de OCR is opgenomen in de overwegingen bij de verordening.

3. Uitvoering van de OCR onder de Warenwet

De OCR is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten van de Europese Unie. Het is daarom niet noodzakelijk en zelfs niet toegestaan om de OCR om te zetten in nationale wetgeving. Wel is het noodzakelijk om daarvoor in aanmerking komende voorschriften uit de verordening aan te wijzen als verboden, zodat overtreding daarvan bestraft kan worden met een bestuurlijke boete. Verder betreft het de aanwijzing van een bevoegde autoriteit en de mogelijkheid om uitvoering te kunnen geven aan bindende onderdelen uit de OCR.

4. Gevolgen voor regeldruk

Dit besluit heeft een technisch karakter, gericht op uitvoering van de OCR, en bevat geen inhoudelijke regels. Het brengt dan ook geen regeldruk met zich, bevat geen bepalingen die verplichtingen aan burgers en bedrijven opleggen en heeft geen substantiële gevolgen voor de regeldruk. Het Adviescollege Toetsing Regeldruk kan zich vinden in deze analyse en heeft besloten om geen advies op het ontwerp van dit besluit uit te brengen.

5. Regulier Overleg Warenwet

Het ontwerp van dit besluit is voorgelegd aan de deelnemers aan het Regulier Overleg Warenwet (ROW)2. Deze consultatie heeft niet geleid tot commentaar op het ontwerpbesluit.

6. Handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid

Het ontwerp van dit besluit is in verband met de eventuele gevolgen voor de handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid voorgelegd aan de NVWA. Het besluit heeft geen gevolgen voor de uitvoering en handhaving, zodat is afgezien van een uitvoerings- en handhaafbaarheidstoets.

7. Inwerkingtreding en vaste verandermomenten

Dit besluit treedt in werking op 14 december 2019, het moment waarop de OCR van toepassing wordt. Omdat dit besluit uitvoering van bindende EU-regelgeving betreft, wordt afgeweken van de vaste publicatiedata, te weten 1 januari en 1 juli.

8. Artikelsgewijs

Artikel 1

Dit betreft de definitiebepaling.

Artikel 2

De OCR heeft ook betrekking op regelgeving waar de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verantwoordelijk voor is. Artikel 2 van dit besluit geeft de reikwijdte van dit besluit aan.

Artikel 3

In de OCR wordt op een aantal plaatsen taken toebedeeld aan bevoegde autoriteiten, zoals het verrichten van officiële controles, het aanwijzen van officiële laboratoria of het beleggen van officiële controles of andere officiële activiteiten bij een gemachtigde instantie of een natuurlijk persoon. Artikel 3 van dit besluit attribueert die bevoegdheid aan de minister. Daarbij geldt op basis van artikel 2 dat het moet gaan om onderwerpen die dit besluit betreffen. Uiteraard kan de uitoefening van de bevoegdheden waar de OCR in voorziet op basis van ons nationale recht gemandateerd worden.

Artikelen 4 en 13

In dit artikel worden daarvoor in aanmerking komende voorschriften uit de OCR aangewezen als verboden, zodat overtreding daarvan bestraft kan worden met een bestuurlijke boete.

Artikel 5

Dit artikel bevat een grondslag om bij ministeriële regeling regels te stellen ter uitvoering van bindende onderwerpen van de OCR. Het gaat dan om voorschriften uit de OCR waarbij in de uitvoering ervan op nationaal niveau geen beleidsmatige keuze hoeft te worden gemaakt.

Artikel 6

In artikel 6 wordt een overgangsrechtelijke voorziening getroffen voor bestuurlijke maatregelen die (mede) zijn gebaseerd op verordening (EG) 882/2004 en die zijn genomen op een moment voordat de OCR van toepassing is geworden en waartegen bezwaar, beroep en hoger beroep ingesteld kan worden. Die besluiten worden in de fase van bezwaar, beroep of hoger beroep getoetst aan het recht dat gold voordat de OCR in werking is getreden. De rechterlijke toetsing vindt dan ex tunc plaats en kan zich dan richten op de vraag of de toen geldende belastende maatregelen op de juiste wijze zijn toegepast. De reden hiervoor vloeit voort uit de aard van een besluit inhoudende een bestuurlijke maatregel. Immers normadressanten kunnen en hoeven alleen maar rekening te houden met de wetgeving die op dat moment van kracht is. Bij de heroverweging in bezwaar moet een afweging dan ook plaatsvinden op grond van het recht zoals dat gold ten tijde van het begaan van de gedraging.

Artikelen 7 tot en met 12

Deze artikelen bevatten noodzakelijke aanpassingen van besluiten die gebaseerd zijn op de Warenwet.

Artikelen 7, 10 en 12

Om aan te sluiten bij artikel 3 van dit besluit wordt ook in overige Warenwetbesluiten Onze Minister aangewezen als bevoegde autoriteit.

Artikel 8

Bij het Warenwetbesluit Gezondheidscontroles levensmiddelen van dierlijke oorsprong (intraverkeer) en de Warenwetregeling Gezondheidscontroles levensmiddelen van dierlijke oorsprong (intraverkeer) is het volksgezondheidsdeel van richtlijn 89/662/EEG3 geïmplementeerd. Richtlijn 89/662/EEG is opgenomen in de OCR. In de concordantietabel in bijlage V, onderdeel 3, van de OCR is aangegeven waar de bepalingen van richtlijn 89/662/EEG in de OCR terecht zijn gekomen. Artikel 146, eerste lid, van de OCR trekt onder andere richtlijn 89/662/EEG in. Om die reden kan het Warenwetbesluit Gezondheidscontroles levensmiddelen van dierlijke oorsprong (intraverkeer) worden ingetrokken. De Warenwetregeling Gezondheidscontroles levensmiddelen van dierlijke oorsprong (intraverkeer) wordt bij ministeriële regeling ingetrokken.

Artikel 9

De OCR trekt verordening (EG) 854/20044 en verordening (EG) 882/20045 in. Om die reden kunnen de onderdelen e en f van artikel 1, eerste lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen (hierna: WBHL) vervallen en wordt een definitie van de OCR opgenomen. In het tweede lid van artikel 1 van het WBHL worden verwijzingen naar de verordeningen (EG) 854/2004 en 882/2004 vervangen door een verwijzing naar de OCR. Het is niet nodig om de OCR te noemen in artikel 10 van het WBHL. De bevoegdheid om nadere regels te stellen ter uitvoering van de OCR is reeds opgenomen in artikel 5 van dit besluit. Een groot deel van artikel 3 en geheel artikel 9 van het WBHL kan worden geschrapt in verband met artikel 3 van dit besluit. Alleen voor verordening (EG) 852/20046 moet de bevoegde autoriteit worden aangewezen en wordt bepaald dat bij ministeriele regeling procedures worden vastgesteld als bedoeld in artikel 148 van de OCR (artikel 10, onderdeel B). Dit is de grondslag voor de Warenwetregeling procedures registratie en erkenning van levensmiddelenbedrijven.

Artikel 11

De OCR trekt richtlijn 97/78/EG7 in. Om die reden kunnen onderdeel b van artikel 1, eerste lid, en onderdeel a, van artikel 4, van het Warenwetbesluit Invoer levensmiddelen uit derde landen vervallen. De bevoegdheid om nadere regels te stellen ter uitvoering van de OCR is reeds opgenomen in artikel 5 van dit besluit.

Artikel 2, vierde lid, van het Warenwetbesluit Invoer levensmiddelen uit derde landen kan vervallen. Het vierde lid bepaalt dat het verboden is te handelen in strijd met artikel 6 van verordening (EG) 669/20098. Verordening (EG) 669/2009 komt te vervallen. Artikel 6 van verordening (EG) 669/2009 is in artikel 48 van de OCR opgenomen. In artikel 4 van dit besluit is bepaald dat het verboden is te handelen in strijd met artikel 58 van de OCR.

9. Transponeringstabel

Deze tabel heeft alleen betrekking op de uitvoering van verordening (EU) nr. 2017/625 op grond van de Warenwet.

Bepaling OCR

Bepaling in implementatieregeling of bestaande regeling:

Toelichting indien niet geïmplementeerd of naar zijn aard geen implementatie behoeft

Omschrijving beleidsruimte

Toelichting op de keuze(n) bij de invulling van de beleidsruimte

Titel I – Onderwerp, toepassingsgebied en definities

art. 1–3

Behoeven geen uitvoering

   

Titel II – Officiële controles en andere officiële activiteiten in de lidstaten

Hoofdstuk I – Bevoegde autoriteiten

art. 4, lid 1

art. 3, lid 1, 7, 10 en 12 van dit besluit

Mandaatregeling VWS

Aanwijzing bevoegde autoriteit

De minister wordt aangewezen als bevoegde autoriteit. Ook in overige Warenwetbesluiten wordt de minister aangewezen als bevoegde autoriteit. De NVWA zal de officiële controles en andere officiële activiteiten namens de minister uitvoeren

art. 4, lid 2

Aanhef en onder a: behoeft geen uitvoering

Onder b: art. 3, lid 2

   

art. 4, lid 3

Nvt: valt buiten de reikwijdte van de Warenwet

   

art. 4, lid 4

Behoeft geen uitvoering

   

art. 5–6

Behoeven geen uitvoering

   

art. 7

Algemene wet bestuursrecht

   

art. 8

Algemene wet bestuursrecht

   

Hoofdstuk II – Officiële controles

art. 9, lid 1–6

Behoeft geen uitvoering

   

art. 9, lid 7

Bepalen of de aanvoer van dieren of goederen uit andere lidstaten gemeld moeten worden.

Het betreft een facultatieve bepaling waar geen gebruik van wordt gemaakt, omdat de registraties in TRACES op dit moment voldoende is.

art. 10–14

Behoeven geen uitvoering

   

art. 15

art. 4 van dit besluit

 

Opnemen strafbaarstelling

art. 16–17

Behoeven geen uitvoering

   

art. 18, lid 1–5

Behoeft geen uitvoering

   

art. 18, lid 6, 7, onderdeel g, 8, onderdelen a, b, c, e en f

Warenwetregeling levende tweekleppige weekdieren,

   

art. 18, lid 7, onderdelen a–f, h–k, 8, onderdeel d, 9, 10

Behoeven geen uitvoering

   

art. 19–20

Behoeven geen uitvoering

   

art. 21–22

Nvt: vallen buiten de reikwijdte van de Warenwet

   

art. 23–24

Behoeven geen uitvoering

   

art. 25–26

Nvt: vallen buiten de reikwijdte van de Warenwet

   

art. 27

Behoeft geen uitvoering

   

Hoofdstuk III – Delegatie van taken van de bevoegde autoriteiten

art 28, lid 1

Warenwetregeling aanwijzing en werkwijze toezichthouders COKZ

   

art. 28, lid 2

Behoeft geen uitvoering

   

art. 29–33

Behoeven geen uitvoering

   

Hoofdstuk IV – Bemonstering, analyses, tests en diagnoses

art. 34

Behoeft geen uitvoering

   

art. 35, lid 1

Warenwetregeling doorberekening kosten levensmiddelensector 2017

 

Kosten aan exploitant doorberekenen

art. 35, leden 2–4

Behoeven geen uitvoering

   

art. 36–42

Behoeven geen uitvoering

   

Hoofdstuk V – Officiële controles van dieren en goederen die de Unie binnenkomen

art. 43–44

Behoeven geen uitvoering

   

art. 45, lid 1–3

Behoeft geen uitvoering

   

art. 45, lid 4

art. 4 van dit besluit

 

Opnemen strafbaarstelling

art. 46

Behoeft geen uitvoering

   

art. 47, lid 1–4

Behoeft geen uitvoering

   

art. 47, lid 5

art. 4 van dit besluit

 

Opnemen strafbaarstelling

art. 48

Behoeft geen uitvoering

   

art. 49, lid 1–3 en 5

Behoeft geen uitvoering

   

art. 49, lid 4

art. 4 van dit besluit

 

Opnemen strafbaarstelling

art. 50, lid 1, 3 en 4

art. 4 van dit besluit

 

Opnemen strafbaarstelling

art. 50, lid 2

Behoeft geen uitvoering

   

art. 51–55

Behoeven geen uitvoering

   

art. 56, lid 1 en 4

art. 4 van dit besluit

 

Opnemen strafbaarstelling

art. 56, lid 2, 3 en 5

Behoeft geen uitvoering

   

art. 57, lid 1

art. 4 van dit besluit

 

Opnemen strafbaarstelling

art. 57, lid 2 en 3

Behoeft geen uitvoering

   

art. 58

art. 4 van dit besluit

 

Opnemen strafbaarstelling

art. 59, lid 1

Warenwetregeling uitvoering verordening officiële controles

 

Minister bevoegd tot aanwijzen grenscontroleposten

art. 59, lid 2–5

Behoeft geen uitvoering

   

art. 60

Behoeft geen uitvoering

   

art. 61, lid 1

Behoeft geen uitvoering

   

art. 61, lid 2

Warenwetregeling uitvoering verordening officiële controles

 

Minister bevoegd tot heraanwijzen grenscontroleposten

art. 62, lid 1, onderdeel a

Warenwetregeling uitvoering verordening officiële controles

 

Minister bevoegd tot intrekken aanwijzen grenscontroleposten

art. 62, lid 1, onderdeel b, 2–4

Behoeft geen uitvoering

   

art. 63, lid 1

Warenwetregeling uitvoering verordening officiële controles

 

Minister bevoegd tot schorsen aanwijzen grenscontroleposten

art. 63, lid 2–5

Behoeft geen uitvoering

   

art. 64–65

Behoeven geen uitvoering

   

Art. 66, lid 1, 2, 3, eerste, derde en vierde alinea, 4, 5, 6

Behoeft geen uitvoering

   

art. 66, lid 3, tweede alinea

art. 4 van dit besluit

 

Opnemen strafbaarstelling

art. 66, lid 7

Warenwetregeling doorberekening kosten levensmiddelensector 2017

 

Kosten aan exploitant doorberekenen

art. 67, eerste en tweede alinea

Behoeft geen uitvoering

   

art. 67, derde alinea

Warenwetregeling doorberekening kosten levensmiddelensector 2017

 

Kosten aan exploitant doorberekenen

art. 68

Behoeft geen uitvoering

   

art. 69, lid 1

art. 4 van dit besluit

 

Opnemen strafbaarstelling

art. 69, lid 2 en 3

Behoeft geen uitvoering

   

art. 69, lid 4

Warenwetregeling doorberekening kosten levensmiddelensector 2017

 

Kosten aan exploitant doorberekenen

art. 70

Behoeft geen uitvoering

   

art. 71, lid 1

Behoeft geen uitvoering

   

art. 71, lid 2 en 3

art. 4 van dit besluit

 

Opnemen strafbaarstelling

art. 72–77

Behoeven geen uitvoering

   

Hoofdstuk VI – Financiering van officiële controles en andere officiële activiteiten

art. 78

Behoeft geen uitvoering

   

art. 79, lid 1 en 2

Warenwetregeling doorberekening kosten levensmiddelensector 2017

 

Kosten aan exploitant doorberekenen

art. 79, lid 3–5

Behoeft geen uitvoering

   

art. 80–82

Behoeven geen uitvoering

   

art. 83, lid 1 en 2

Behoeven geen uitvoering

   

art. 83, derde lid

Warenwetregeling doorberekening kosten levensmiddelensector 2017

Mogelijkheid om vergoedingen of heffingen door andere instanties dan de bevoegde autoriteit te innen

COKZ kan ook kosten doorberekenen

art. 84–85

Behoeven geen uitvoering

   

Hoofdstuk VII – Officiële certificering

art. 86–91

Behoeven geen uitvoering

   

Titel III – Referentielaboratoria en referentiecentra

art. 92–99

Behoeven geen uitvoering

   

art. 100, lid 1

Warenwetregeling uitvoering verordening officiële controles

 

Minister bevoegd tot aanwijzen nationale referentielaboratoria

art. 100, lid 2–6

Behoeft geen uitvoering

   

art. 101

Behoeft geen uitvoering

   

Titel IV – Administratieve bijstand en samenwerking

art. 102

Behoeft geen uitvoering

   

art. 103, lid 1

Warenwetregeling uitvoering verordening officiële controles

 

Minister bevoegd tot aanwijzen verbindingsorgaan

art. 103, lid 2–6

Behoeft geen uitvoering

   

art. 104–109

Behoeven geen uitvoering

   

Titel V – Planning en rapportage

art. 109, lid 1

Behoeft geen uitvoering

   

art. 109, lid 2

Warenwetregeling uitvoering verordening officiële controles

 

Minister bevoegd tot aanwijzen instantie belast met opstellen en uitvoeren van het meerjarige nationale controleplan

art. 110–115

Behoeven geen uitvoering

   

Titel VI – Activiteiten van de Unie

art. 116–125

Behoeven geen uitvoering

   

art. 126, lid 1

art. 4 van dit besluit

 

Opnemen strafbaarstelling

art. 126, lid 2 en 3

Behoeft geen uitvoering

   

art. 127

Behoeft geen uitvoering

   

art. 128, lid 1

art. 4 van dit besluit

 

Opnemen strafbaarstelling

art. 128, lid 2–4

Behoeft geen uitvoering

   

art. 129–136

Behoeven geen uitvoering

   

Titel VII – Handhaving

art. 137

Behoeft geen uitvoering

   

art. 138, lid 1–3 en 5

Behoeft geen uitvoering

   

art. 138, lid 4

Warenwetregeling doorberekening kosten levensmiddelensector 2017

 

Kosten aan exploitant doorberekenen

art. 139

art. 13 van dit besluit, art. 32 e.v. Warenwet, Warenwetbesluit bestuurlijke boeten, Wet op de economische delicten

   

art. 140

Behoeft geen uitvoering

   

art. 141, lid 1

art. 4 van dit besluit

 

Opnemen strafbaarstelling

art. 141, lid 2 en 3

Behoeft geen uitvoering

   

Titel VIII – Gemeenschappelijke bepalingen

art. 142–145

Behoeven geen uitvoering

   

art. 146

art. 7–12 van dit besluit

   

art. 147

Behoeft geen uitvoering

   

art. 148, lid 1

Wijziging Warenwetregeling procedures registratie en erkenning van levensmiddelenbedrijven

   

art. 148, lid 2–5

Behoeft geen uitvoering

   

art. 149–166

Behoeven geen uitvoering

   

art. 167

art. 14 van dit besluit

   

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins


X Noot
1

Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PbEU 2017, L 95).

X Noot
2

Aan het ROW nemen vertegenwoordigers deel van ondernemers (industrie en handel), van consumenten, van ministeries (met name van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) en van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

X Noot
3

Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG 1989, L 395).

X Noot
4

Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (PbEU 2004, L 139).

X Noot
5

Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PbEU 2004, L 165).

X Noot
6

Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PbEU 2004, L 139).

X Noot
7

Richtlijn 97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG 1998, L 24).

X Noot
8

Verordening (EG) nr. 669/2009 van de Commissie van 24 juli 2009 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft meer uitgebreide officiële controles op de invoer van bepaalde diervoeders en levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong en tot wijziging van Beschikking 2006/504/EG (PbEU 2009, L 194).