Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Infrastructuur en WaterstaatStaatsblad 2019, 178Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 25 april 2019, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 5 juli 2017 tot wijziging van de Wet milieubeheer en van de Woningwet in verband met het invoeren van het landelijk asbestvolgsysteem en enige andere wijzigingen van de Wet milieubeheer (Stb. 2017, 337) en van het besluit van 19 april 2019 tot wijziging van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 en het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2019, 155)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 18 april 2019, nr. IENW/BSK-2019/49664, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op artikel III van de Wet van 5 juli 2017 tot wijziging van de Wet milieubeheer en van de Woningwet in verband met het invoeren van het landelijk asbestvolgsysteem en enige andere wijzigingen van de Wet milieubeheer (Stb. 2017, 337) en artikel III van het besluit van 19 april 2019 tot wijziging van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 en het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2019, 155);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

Met ingang van 1 juli 2019 treden in werking:

  • a. de wet van 5 juli 2017 tot wijziging van de Wet milieubeheer en van de Woningwet in verband met het invoeren van het landelijk asbestvolgsysteem en enige andere wijzigingen van de Wet milieubeheer (Stb. 2017, 337);

  • b. het besluit van 19 april 2019 tot wijziging van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 en het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2019, 155).

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 25 april 2019

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer

Uitgegeven de zestiende mei 2019

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Dit besluit voorziet in de inwerkingtreding van de Wet van 5 juli 2017 tot wijziging van de Wet milieubeheer en van de Woningwet in verband met het invoeren van het landelijk asbestvolgsysteem en enige andere wijzigingen van de Wet milieubeheer (Stb. 2017, 337) (hierna: de wet) en van het besluit van 19 april 2019 tot wijziging van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 en het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2019, 155) (hierna: het besluit). Wet en besluit treden in werking met ingang van 1 juli 2019.

Het inwerkingtredingsbesluit is gebaseerd op artikel III van de wet en artikel III van het besluit.

De wet voorziet in de instelling van het landelijk asbestvolgsysteem (LAVS)1. Het LAVS is bedoeld om inzicht te krijgen in de asbestsaneringsketen en om een bijdrage te leveren aan de verbetering van de naleving van de asbestregelgeving. Daarmee wordt beoogd te voorkomen dat in de keten van werkzaamheden die in het kader van asbestsaneringen worden verricht, nadelige gevolgen optreden voor de gezondheid van de mens, in het bijzonder werknemers, en het milieu.

Het besluit heeft tot doel om het LAVS te operationaliseren. Tevens is in het besluit bepaald dat aan enkele informatieverplichtingen op grond van het Bouwbesluit 2012 en het Asbestverwijderingsbesluit 2005 alleen nog kan worden voldaan langs elektronische weg, met gebruikmaking van het LAVS.

De datum van inwerkingtreding is in overeenstemming met de systematiek van de zogenoemde vaste verandermomenten (Aanwijzingen voor de regelgeving, nr. 4.17, eerste lid).

Tevens is de minimuminvoeringstermijn van twee maanden aangehouden (aanwijzing 4.17, vierde lid). Hiermee is ook voldaan aan de verplichting tot inachtneming van de termijn van vier weken na de bekendmaking van het besluit in het Staatsblad, die is genoemd in artikel 21.6, vijfde lid, van de Wet milieubeheer en die betrekking heeft op besluiten waarvan het ontwerp op grond van artikel 21.6, vierde lid, van die wet bij de Tweede Kamer en Eerste Kamer is «voorgehangen».

Omdat de wet voor zover zij op het LAVS betrekking heeft, zonder het besluit niet operationeel is, treden wet en besluit tegelijkertijd in werking.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer