Besluit van 20 november 2018 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 27 juni 2018 tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enige andere wetten in verband met de uitbreiding van de mogelijkheden om ten aanzien van voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren disciplinaire maatregelen op te leggen en tevens andere maatregelen te treffen (Stb. 2018, 298)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 15 november 2018 directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 2404466;

Gelet op artikel XXIV van de Wet van 27 juni 2018 tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enige andere wetten in verband met de uitbreiding van de mogelijkheden om ten aanzien van voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren disciplinaire maatregelen op te leggen en tevens andere maatregelen te treffen (Stb. 2018, 298);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Wet van 27 juni 2018 tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enige andere wetten in verband met de uitbreiding van de mogelijkheden om ten aanzien van voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren disciplinaire maatregelen op te leggen en tevens andere maatregelen te treffen (Stb. 2018, 298) treedt, met uitzondering van de artikelen V, IX, XV, XIX en XXIIa, in werking met ingang van 1 januari 2019.

Onze Minister voor Rechtsbescherming is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 20 november 2018

Willem-Alexander

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker

Uitgegeven de vierde december 2018

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Dit besluit strekt tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de Wet van 27 juni 2018 tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enige andere wetten in verband met de uitbreiding van de mogelijkheden om ten aanzien van voor het leven benoemde rechterlijke ambtenaren disciplinaire maatregelen op te leggen en tevens andere maatregelen te treffen (Stb. 2018, 298).

In een aantal wetten wordt voor een sanctie op overtreding van «gewenst rechterlijk gedrag» verwezen naar het systeem van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra). Door een gewijzigde opzet van de Wrra moesten deze wetten ook worden aangepast. Een deel van deze wetten is sinds de indiening van het voorstel voor deze wet komen te vervallen. Het betreft: de Comptabiliteitswet 2001, de Wet bescherming persoonsgegevens, de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde en de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie. De artikelen die deze wetten zouden wijzigen (V, IX, XV en XIX) treden daarom niet in werking.

Artikel XXIIa treedt niet in werking, omdat de daarin opgenomen verbeteringen reeds op 19 september 2018 in werking zijn getreden middels de Verzamelwet Justitie en Veiligheid 2018 (Stb. 2018, 228 en Stb. 2018, 312).

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker

Naar boven