Besluit van 28 september 2018 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet modernisering faillissementsprocedure

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 24 september 2018, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 2364417;

Gelet op artikel VII van de Wet modernisering faillissementsprocedure;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Wet modernisering faillissementsprocedure treedt in werking met ingang van 1 januari 2019, met uitzondering van artikel I, onderdeel D, onderdeel 2.

Onze Minister voor Rechtsbescherming is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 28 september 2018

Willem-Alexander

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker

Uitgegeven de vijftiende oktober 2018

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

De in dit besluit genoemde Wet modernisering faillissementsprocedure treedt in werking op 1 januari 2019. Artikel I, onderdeel D, onderdeel 2, treedt op een later te bepalen tijdstip in werking. Genoemd onderdeel strekt tot invoering van een verplichting om terstond na een uitspraak tot faillietverklaring een aantal gegevens in het centrale insolventieregister te plaatsen. Zoals aangegeven in de Memorie van Antwoord aan de Eerste Kamer, heeft de rechtspraak aangegeven meer tijd nodig te hebben om de systemen en de werkprocessen op deze wijziging voor te bereiden.1 In overleg met de rechtspraak zal voor dit onderdeel een datum van inwerkingtreding worden bepaald. Bij het vaststellen van het moment van de inwerkingtreding van genoemd onderdeel zal rekening worden gehouden met de samenloop die bestaat met de Wet continuïteit ondernemingen I (onderdeel Ca).

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker


X Noot
1

Zie Kamerstukken I 34 740, nr. C.

Naar boven