Besluit van 25 januari 2018, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Verzamelwet IenM 2018

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 22 januari 2018, nr. IenW/BSK-2018/2925, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op artikel VIII van de Verzamelwet IenM 2018;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Verzamelwet IenM 2018 treedt, met uitzondering van artikel II, onderdelen A en Aa, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 25 januari 2018

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer

Uitgegeven de zestiende februari 2018

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Dit besluit bevat de vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Verzamelwet IenM 2018. Deze verzamelwet brengt kleine wijzigingen, bijstellingen en technische verbeteringen aan in de Wet luchtvaart, de Spoorwegwet, de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, de Wet havenstaatcontrole, de Wet zeevarenden, de Wet pleziervaartuigen 2016, de Wet personenvervoer 2000, de Waterwet en de Kernenergiewet.

Er is gekozen voor inwerkingtreding met ingang van de dag na de datum van publicatie van dit besluit in het Staatsblad. Zoals aangekondigd in de memorie van toelichting bij de Verzamelwet IenM 2018 wordt afgeweken van de vaste verandermomenten. Dat kan gerechtvaardigd worden, omdat de wet grotendeels bestaat uit reparatie- en implementatiewetgeving (Kamerstukken II 2009/10, 29 515, 309).

De onderdelen A en Aa van artikel II van de Verzamelwet IenM 2018 treden nog niet in werking. Voor deze wijzigingen van de Spoorwegwet dient nog lagere regelgeving te worden vastgesteld, alvorens deze wijzigingen van de Spoorwegwet in werking kunnen treden.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer

Naar boven