Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitStaatsblad 2018, 317AMvB

Besluit van 6 september 2018 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met uitbreiding van de knelgevallencategorie startende melkveehouders

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 16 juli 2018, nr. WJZ / 18180677;

Gelet op artikel 23, negende lid, van de Meststoffenwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 3 augustus 2018, nr. W11.18.0220/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 3 september 2018, nr. WJZ / 18214906;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Aan artikel 72 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 6. Een bedrijf dat op 2 juli 2015 vrouwelijk jongvee voor de melkveehouderij hield en dat tussen 2 juli 2015 en 1 januari 2018 is gestart met de productie van melk bestemd voor consumptie of verwerking, wordt in afwijking van het tweede lid, onderdeel c, aangemerkt als nieuw gestart bedrijf. In afwijking van het vijfde lid, wordt het verzoek door een landbouwer op grond van dit artikellid ingediend voor 15 oktober 2018.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 6 september 2018

Willem-Alexander

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

Uitgegeven de eenentwintigste september 2018

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Op 1 januari 2018 is het fosfaatrechtenstelsel in werking getreden. Op grond van artikel 23, derde lid, van de Meststoffenwet (hierna: de wet), stelt de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het op een bedrijf rustende fosfaatrecht vast aan de hand van het melkvee dat op 2 juli 2015 gehouden werd. De wet voorziet in een voorziening voor knelgevallen (artikel 23, zesde lid). Voor een landbouwer die aantoont dat het op het bedrijf rustende fosfaatrecht minimaal vijf procent lager is door bouwwerkzaamheden, diergezondheidsproblemen, ziekte, ziekte of overlijden van een persoon van het samenwerkingsverband van de landbouwer of een bloed- of aanverwant in de eerste graad, of vernieling van de melkveestallen, wordt het fosfaatrecht niet bepaald aan de hand van het aantal gehouden stuks melkvee op de peildatum van 2 juli 2015, maar aan de hand van het melkvee waarover deze landbouwer zonder de buitengewone omstandigheden zou hebben beschikt. De knelgevallenvoorziening is bewust beperkt tot landbouwers waarbij sprake is van een buitengewone omstandigheid. De forfaitaire productie van dierlijke meststoffen in een kalenderjaar op basis van de hoeveelheid melkvee op de peildatum, is namelijk te hoog om het fosfaatproductieplafond dat volgt uit de Nitraatrichtlijn en de bijbehorende derogatiebeschikking te kunnen borgen. Daarom was een generieke korting nodig van 7,3%. Een ruimhartige knelgevallenvoorziening zou onherroepelijk tot gevolg hebben dat de benodigde generieke korting groter wordt, waardoor de rekening van een ruime voorziening bij de sector als geheel zou komen te liggen in de vorm van een grotere generieke korting.

Naar aanleiding van het amendement Geurts c.s. (Kamerstukken II 2016–2017, 34 532, nr. 85) is door de Staatssecretaris van Economische Zaken de Commissie knelgevallen fosfaatrechten (hierna: Commissie) ingesteld. De Commissie had als opdracht om, op basis van individuele casussen, advies uit te brengen over het al dan niet verruimen van de knelgevallenvoorziening. De Commissie diende vast te stellen of er groepen bedrijven zijn die disproportioneel worden geraakt door de invoering van het stelsel van fosfaatrechten en of en in welke mate deze bedrijven hiervoor gecompenseerd dienen te worden. De Commissie achtte een toename van de generieke korting met meer dan 1% niet proportioneel ten opzichte van de bedrijven die daarmee worden geconfronteerd. In artikel 72 van het besluit is, op basis van het advies van de Commissie, een voorziening opgenomen voor starters. Ook is in artikel 73 een voorziening opgenomen met betrekking tot aanleg of onderhoud van een natuurgebied of van publieke infrastructuur. Om te zorgen dat de fosfaatproductie, inclusief deze extra productieruimte voor knelgevallen, onder het sectorplafond voor de melkveehouderij blijft, is het percentage van de generieke korting vastgesteld op 8,3%.

Een aantal bedrijven voldoet aan de criteria voor deelname aan de knelgevallenvoorziening voor starters, met uitzondering van de eis dat zij zijn gestart met melken voor 2 juli 2015. Omdat op de peildatum nog uitsluitend jongvee op het bedrijf aanwezig was, komen zij niet in aanmerking voor de knelgevallenvoorziening in artikel 72. Met het onderhavige besluit wordt de knelgevallenvoorziening voor starters uitgebreid. Op grond van het toegevoegde artikel 72, zesde lid, kunnen ook starters die op de peildatum nog bezig waren met de opbouw van hun veestapel en daarom uitsluitend jongvee hadden, in aanmerking komen voor een verhoging van hun fosfaatrecht. Deze aanpassing is in lijn met hetgeen de Commissie overweegt in haar advies. Daarin wordt gerefereerd aan een beperkte groep van bedrijven die vóór 2 juli 2015 is gestart en op die datum nog niet volledig operationeel was. Specifiek worden genoemd bedrijven die op de peildatum nog geen volledige stalbezetting hadden of waarvan de stalbezetting uitsluitend of hoofdzakelijk uit jongvee bestond. Bedrijven die gebruik willen maken van deze uitbreiding van de knelgevallenvoorziening moeten wel voor 1 januari 2018 zijn gestart met de productie van melk en moeten voldoen aan de overige criteria van artikel 72. De verhoging van het fosfaatrecht bedraagt 50% van het verschil tussen het aantal kilogrammen fosfaat dat is vastgesteld op grond van artikel 23, derde lid, van de wet en het aantal kilogrammen fosfaat dat redelijkerwijs geproduceerd had kunnen worden met de op 2 juli 2015 aanwezige stalcapaciteit voor melkvee. Daarbij geldt dat het moet gaan om stalruimte waarvan de bouw is voltooid. Stallen in aanbouw gelden niet als aanwezige stalcapaciteit.

Om te zorgen dat ondernemers voor het einde van 2018 weten of zij op basis van dit besluit in 2018 meer fosfaat kunnen produceren, moet een verzoek tot verhoging van het fosfaatrecht worden ingediend voor 15 oktober 2018.

Naar verwachting is met de onderhavige uitbreiding een beperkt aantal ondernemers geholpen, zodat met deze maatregel een beperkte hoeveelheid fosfaat gemoeid is. Het besluit ziet alleen op startende melkveebedrijven die op 2 juli 2015 wel melkvee hielden, maar nog niet waren gestart met de productie van melk. De verwachting is dan ook dat deze uitbreiding niet zal leiden tot een fosfaatproductie die hoger is dat het vastgestelde sectorplafond. Ook de regeldrukgevolgen van dit besluit zijn beperkt. Bedrijven zullen naar schatting circa 4 uur besteden aan het doen van een aanvraag. Het gaat daarbij met name om het, door middel van bescheiden, aantonen dat aan de criteria is voldaan. De meeste startende bedrijven met onomkeerbare financiële verplichtingen zullen reeds een aanvraag hebben ingediend onder de huidige knelgevallenvoorziening. Het aantal extra aanvragen zal dan ook beperkt zijn. Hoeveel startende bedrijven voor deze uitbreiding in aanmerking menen te komen is niet bekend, maar gezien de aard van de voorziening gaat het naar verwachting om een tiental bedrijven. Uitgaande van 10 bedrijven en een tijdsbeslag van 4 uur per bedrijf, bedraagt de geschatte regeldruk € 1.480,–.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in het Staatsblad. Daarmee wordt afgeweken van het kabinetsbeleid inzake vaste verandermomenten voor regelgeving. Deze afwijking is opportuun nu het reparatieregelgeving betreft en het voor ondernemers van belang is om zo spoedig mogelijk zekerheid te hebben over de hoeveelheid fosfaat die zij in 2018 kunnen produceren.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt met de daarbij behorende stukken openbaar gemaakt door publicatie in de Staatscourant.