Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatsblad 2018, 159Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 16 mei 2018, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Reparatiewet BZK 2018

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 11 mei 2018, nr. 2018-0000212042;

Gelet op artikel XIX van de Reparatiewet BZK 2018;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De artikelen I tot en met III, IV, onderdelen A en B, V, VI, VIA, onderdeel B, VII tot en met XIIA en XIV tot en met XVIII van de Reparatiewet BZK 2018 treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, waarbij:

  • a. artikel II, onderdeel A, terugwerkt tot en met 1 februari 2018, en

  • b. artikel VIA, onderdeel B, terugwerkt tot en met 7 februari 2018.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 16 mei 2018

Willem-Alexander

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

Uitgegeven de twaalfde juni 2018

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Onderdeel a

Artikel II, onderdeel A, van de Reparatiewet BZK 2018 treedt met terugwerkende kracht in werking tot en met 1 februari 2018. De Belastingdienst begint immers in februari 2018 met het op aanvraag van verhuurders verstrekken van huishoudverklaringen ten behoeve van de jaarlijkse huurverhoging van 2018. Op basis van de huidige, onjuiste, formulering van de definitie van huishoudinkomen (artikel 7: 252a, tweede lid, onderdeel b, van het Burgerlijk Wetboek) moet de Belastingdienst tot de inwerkingtreding van de Reparatiewet BZK 2018 het huishoudinkomen berekenen op basis van een vrije voet voor inwonende jongeren tot 22 jaar; en op basis van het minimumloonniveau van 2017 (peiljaar nieuw) terwijl voor het overige wordt uitgegaan van het inkomen van 2016 (inkomenstoetsjaar; peiljaar oud). Met de terugwerkende kracht wordt gewaarborgd dat de Belastingdienst direct wettelijk correcte huishoudverklaringen kan verstrekken. De Belastingdienst kan dan vanaf die datum huishoudverklaringen verstrekken op basis van huishoudinkomens waarin, zoals beoogd en conform voorgaande jaren, voor de vrije voet van inwonende jongeren wordt uitgegaan van jongeren tot 23 jaar en van het minimumloonniveau van het inkomensjaar waarover de huishoudverklaring wordt verstrekt (inkomenstoetsjaar).

Onderdeel b

Artikel VIA, onderdeel B, werkt terug tot en met 7 februari 2018, de dag waarop de Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius (Stb. 2018, 26) is bekrachtigd en de regeringscommissaris is aangetreden (zie artikel 13, eerste lid, van laatstgenoemde wet). Onderdeel A van artikel VIA zal op een nader te bepalen moment in werking treden.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren