Besluit van 18 april 2018 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de overige onderdelen van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 en van enkele algemene maatregelen van bestuur

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 17 april 2018, nr. 2018-0000223691, Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving

Gelet op artikel 171, eerste lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017, artikel X van het Aanpassingsbesluit Wiv 2017, artikel 6 van het Besluit maatregelen rechtstreeks geautomatiseerde toegang inlichtingen- en veiligheidsdiensten, artikel 6 van het Besluit gegevensverstrekking onderzoek van communicatie Wiv 2017 en artikel 10 van het Besluit DNA-onderzoek Wiv 2017;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

Onder toepassing van artikel 12 van de Wet raadgevend referendum treden de artikelen 2 tot en met 31, 32, tweede lid, 36 tot en met 96, 97, derde en vierde lid, 102, 107 tot en met 169 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 in werking met ingang 1 mei 2018.

Artikel 2

De volgende besluiten treden in werking met ingang van 1 mei 2018:

  • a. Aanpassingsbesluit Wiv 2017;

  • b. Besluit maatregelen rechtstreeks geautomatiseerde toegang inlichtingen- en veiligheidsdiensten;

  • c. Besluit gegevensverstrekking onderzoek van communicatie Wiv 2017;

  • d. Besluit DNA-onderzoek Wiv 2017.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 18 april 2018

Willem-Alexander

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

Uitgegeven de zesentwintigste april 2018

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

In artikel 171, eerste lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 is bepaald, dat de artikelen van deze wet in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Bij besluit van 19 augustus 2017 (Stb. 318) tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van enkele onderdelen van deze wet is bepaald dat de artikelen 1, 32, eerste lid, 33, 34, 35, 97, eerste en tweede lid, 98, 99, 100, 101, 103, 104, 105, 106 en 170 per 1 september 2017 in werking zijn getreden. Dit is gebeurd met toepassing van artikel 12 van de Wet raadgevend referendum. De reden hiervoor was allereerst dat in de wet wordt voorzien in de instelling van een nieuwe commissie, de toetsingscommissie inzet bevoegdheden (TIB) en een uitbreiding van de Commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (CTIVD). Tevens wordt deze commissie onderverdeeld in twee afdelingen: de afdeling toezicht en de afdeling klachtbehandeling.

De instelling en bemensing van de TIB en het daarvoor werkzame secretariaat alsmede de uitbreiding van de CTIVD met een lid en de bemensing van de afdeling klachtbehandeling en het daarvoor werkzame secretariaat was voorwaardelijk voor het in werking kunnen treden van de gehele wet en kon daarom geen uitstel lijden. Vandaar dat allereerst die artikelen van de wet in werking zijn getreden die op de benoemingsprocedure en daarmee samenhangende onderwerpen betrekking hebben. Nu hierin inmiddels is voorzien en de wet uitvoeringsgereed is, kunnen de overige bepalingen van de wet in werking treden.

Op 21 maart 2018 is een raadgevend referendum gehouden over de wet. Dit referendum heeft geleid tot een raadgevende uitspraak tot afwijzing. Ingevolge artikel 12, tweede lid, van de Wet raadgevend referendum dient zo spoedig mogelijk te worden beslist of een voorstel van wet zal worden ingediend dat uitsluitend strekt tot intrekking van de wet. Bij brief van 6 april 2018 hebben de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Defensie de Tweede en Eerste Kamer erover geïnformeerd dat de regering besloten heeft dat de inwerkingtreding van de wet plaats vindt met ingang van 1 mei 2018 onder toepassing van artikel 12 van de Wet raadgevend referendum (Kamerstukken II 2017–2018, 34 588, nr. 70). Daartoe strekt dit koninklijk besluit.

Met de inwerkingtreding van de wet kunnen ook de daarop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur in werking treden. In artikel 2 is daarom bepaald dat het Aanpassingsbesluit Wiv 2017, het Besluit maatregelen rechtstreeks geautomatiseerde toegang inlichtingen- en veiligheidsdiensten, het Besluit gegevensverstrekking onderzoek van communicatie Wiv 2017 en ten slotte het Besluit DNA-onderzoek Wiv 2017 eveneens op 1 mei 2018 in werking treden.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

Naar boven