Wet van 11 mei 2017 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften in verband met aanvullende implementatie van richtlijn 2006/126/EG en enkele aanpassingen van redactionele aard en in verband met aangepaste termijnen inzake het opleggen van beschikkingen naar aanleiding van gedragingen die op kenteken zijn geconstateerd

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat aanvullende implementatie nodig en wenselijk is van richtlijn 2006/126/EG en dat het wenselijk is dat de termijnen inzake het opleggen van beschikkingen naar aanleiding van gedragingen die op kenteken zijn geconstateerd, aan te passen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

A

In artikel 4b, eerste lid, onderdeel i1, wordt «Europese Economische Ruimte, of Zwitserland» vervangen door: Europese Economische Ruimte of Zwitserland.

B

In de artikelen 22, derde lid, onderdeel a, 25a, tweede lid, onderdeel a, en 30, tweede lid, wordt «in een andere Staat» telkens vervangen door: in een andere staat.

C

In artikel 22b, derde lid, wordt «een staat» telkens vervangen door: een andere staat.

D

In artikel 42a, tweede lid, onderdeel a, wordt «Commissie van de Europese Gemeenschappen» vervangen door: Commissie van de Europese Unie.

E

Artikel 108 van de Wegenverkeerswet 1994 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In de onderdelen d, e, f en g wordt «het besturen van een motorrijtuig als waarmee wordt gereden» telkens vervangen door: het besturen van een motorrijtuig van de categorie waarmee wordt gereden.

b. In onderdeel g wordt «in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat» vervangen door: in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat.

c. Onderdeel h, komt te luiden:

  • h. motorrijtuigen, anders dan andere dan bij algemene maatregel van bestuur aangewezen landbouw- of bosbouwtrekkers of motorrijtuigen met beperkte snelheid, indien die bestuurders in Nederland woonachtig zijn en aan hen door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, een rijbewijs is afgegeven dat geldig is voor het besturen van een motorrijtuig van de categorie waarmee wordt gereden:

    • 1°. indien het een rijbewijs betreft dat is afgegeven voor een of meer van de categorieën AM, A1, A2, A, B, B1 of BE, gedurende de periode die is gelegen tussen de datum van vestiging van die bestuurders in Nederland en de datum waarop sedert de datum van afgifte van dat rijbewijs maximaal vijftien jaren zijn verstreken, dan wel, indien die periode korter is dan twee jaren en het een rijbewijs betreft met een langere geldigheidsduur dan vijftien jaren, gedurende twee jaren vanaf de datum van vestiging van die bestuurder in Nederland;

    • 2°. indien het een rijbewijs betreft dat is afgegeven voor een of meer van de categorieën C1, C1E, C, CE, D1, D1E, D of DE, gedurende de periode die is gelegen tussen de datum van vestiging van die bestuurders in Nederland en de datum waarop sedert de datum van afgifte van dat rijbewijs maximaal vijf jaren zijn verstreken, dan wel, indien die periode korter is dan twee jaren en het een rijbewijs betreft met een langere geldigheidsduur dan vijf jaren, gedurende twee jaren vanaf de datum van vestiging van die bestuurders in Nederland.

d. In onderdeel i, onder 1° en 3°, wordt «in het internationale verkeer» telkens vervangen door: in het internationaal verkeer.

e. In onderdeel i, onder 3° en 4°, wordt «het daartoe bevoegd gezag» telkens vervangen door: het daartoe bevoegde gezag.

f. In onderdeel i, onder 4°, wordt «Europese Unie, een andere staat» vervangen door «Europese Unie of in een andere staat» en wordt «Overeenkomst betreffende Europese Economische Ruimte» vervangen door: Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In de aanhef wordt «onderdelen d tot en h» vervangen door: onderdelen d tot en met h.

b. In onderdeel a wordt «het daartoe bevoegd gezag» vervangen door: het daartoe bevoegde gezag.

c. In onderdeel b wordt «het bevoegd gezag» vervangen door «het daartoe bevoegde gezag» en wordt «of een staat» vervangen door: of in een andere staat.

F

In artikel 111, derde lid, wordt «een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of een andere Staat» vervangen door: een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat.

G

In de artikelen 112, eerste lid, onderdeel e, 119, derde lid, 120, vierde lid, 123, tweede lid, 124, tweede lid, onderdelen b, c en f, en negende lid, en 125, derde lid, wordt «in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat» telkens vervangen door: in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat.

H

In de artikelen 112, eerste lid, onderdeel f, en 124, tweede lid, onderdeel g, wordt «of een andere staat» telkens vervangen door: of in een andere staat.

I

In de artikelen 115, derde lid, en 161, derde lid, wordt «in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen» telkens vervangen door: in een andere lidstaat van de Europese Unie.

J

Artikel 120, eerste en tweede lid, komt als volgt te luiden:

  • 1. Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen geeft in de bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels een vervangend rijbewijs af.

  • 2. Het vervangende rijbewijs wordt niet afgegeven dan nadat het rijbewijs waarvoor het wordt afgegeven, is ingeleverd bij degene die belast is met de afgifte van het vervangende rijbewijs, tenzij dit rijbewijs, omdat het verloren is geraakt, of teniet is gegaan, niet kan worden ingeleverd.

ARTIKEL II

In afwijking van artikel I, onderdeel E, onder 1, sub c, van deze wet blijft artikel 108, eerste lid, onderdeel h, onder 2°, van de Wegenverkeerswet 1994, zoals dat gold tot de datum van inwerkingtreding van dat onderdeel, van kracht ten aanzien van houders van rijbewijzen, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland voor een of meer van de categorieën C1, C1E, C, CE, D1, D1E, D of DE met een langere geldigheidsduur dan vijf jaren, die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel E, onder 1, sub c, van deze wet in Nederland woonachtig waren.

ARTIKEL III

Indien artikel I, onderdeel F, van het bij Koninklijke Boodschap van 27 januari 2016 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met een kentekenplicht voor landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid, mobiele machines en daardoor voortbewogen aanhangwagens alsmede het niet meer toelaten tot het verkeer van nieuwe motorrijtuigen met beperkte snelheid (Kamerstukken II vergaderjaar 2015/16, 34 397, nrs. 1–3) eerder tot wet wordt verheven en in werking treedt dan artikel I, onderdeel E, onder 1, sub c, van deze wet, dan wordt in artikel I, onderdeel E, onder 1, sub c, van deze wet «landbouw- of bosbouwtrekkers of motorrijtuigen met beperkte snelheid» vervangen door: landbouw- of bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid of mobiele machines.

ARTIKEL IIIa

In artikel 4, tweede lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften wordt de eerste volzin vervangen door: De bekendmaking van de beschikking geschiedt binnen vier maanden nadat de gedraging heeft plaatsgevonden, door toezending van de beschikking aan het adres dat betrokkene heeft opgegeven. Indien dat niet mogelijk is en de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, dient de bekendmaking van de beschikking binnen vier maanden nadat de naam en het adres van de kentekenhouder van dat motorrijtuig bekend zijn te geschieden, door toezending van de beschikking aan dat adres, met dien verstande dat de bekendmaking van de beschikking geschiedt uiterlijk binnen vijf jaar nadat de gedraging heeft plaatsgevonden.

ARTIKEL IIIb

1. Indien het bij koninklijke boodschap van 11 februari 2013 ingediende voorstel van wet Wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met de regeling van het vastleggen en bewaren van kentekengegevens door de politie (33 542) tot wet is of wordt verheven en artikel Ia van die wet eerder in werking is getreden of treedt dan artikel IIIa van deze wet, wordt in artikel IIIa van deze wet «wordt de eerste volzin vervangen door» vervangen door: worden de eerste twee volzinnen vervangen door.

2. Indien het bij koninklijke boodschap van 11 februari 2013 ingediende voorstel van wet Wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met de regeling van het vastleggen en bewaren van kentekengegevens door de politie (33 542) tot wet is of wordt verheven en artikel Ia van die wet later in werking treedt dan artikel IIIa van deze wet, komt artikel Ia van die wet te luiden:

ARTIKEL Ia

In artikel 4, tweede lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften wordt de eerste volzin vervangen door: De bekendmaking van de beschikking geschiedt binnen vier maanden nadat de gedraging heeft plaatsgevonden, door toezending van de beschikking aan het adres dat betrokkene heeft opgegeven. Indien dat niet mogelijk is en de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, dient de bekendmaking van de beschikking binnen vier maanden nadat de naam en het adres van de kentekenhouder van dat motorrijtuig bekend zijn te geschieden, door toezending van de beschikking aan dat adres, met dien verstande dat de bekendmaking van de beschikking geschiedt uiterlijk binnen vijf jaar nadat de gedraging heeft plaatsgevonden.

ARTIKEL IV

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te Wassenaar, 11 mei 2017

Willem-Alexander

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

Uitgegeven de elfde juli 2017

De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 34 574

Naar boven