Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Veiligheid en JustitieStaatsblad 2016, 559AMvB

Besluit van 22 december 2016 tot wijziging van het Besluit van 23 december 2004 tot vaststelling van nadere voorschriften omtrent de inhoud van het jaarverslag (Stb. 2004, 747) ter uitvoering van richtlijn 2014/95/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 22 oktober 2014 tot wijziging van richtlijn 2013/34/EU met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote ondernemingen en groepen (PbEU 2014, L 330) (Besluit bekendmaking diversiteitsbeleid)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 15 november 2016, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 2013340;

Gelet op artikel 391 lid 5 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 14 december 2016, nr. W03.16.0370/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie, Directie Wetgeving en Juridische Zaken van 20 december 2016, nr. 2029165;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit van 23 december 2004 tot vaststelling van nadere voorschriften omtrent de inhoud van het jaarverslag (Stb. 2004, 747) wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Artikel 3a, onder d, is niet van toepassing op een vennootschap die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, niet heeft voldaan aan ten minste twee van de vereisten, bedoeld in artikel 397 lid 1 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

B

Aan artikel 3a wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d. het diversiteitsbeleid met betrekking tot de samenstelling van het bestuur en de raad van commissarissen. De vennootschap vermeldt daarbij de doelstellingen van het beleid, alsmede de wijze waarop het beleid is uitgevoerd en de resultaten daarvan in het afgelopen boekjaar. Indien de vennootschap geen diversiteitsbeleid heeft, doet zij gemotiveerd opgave van de redenen daarvoor.

C

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Artikel 3a, onder d, is van toepassing op bestuursverslagen die betrekking hebben op boekjaren die zijn aangevangen op of na 1 januari 2017.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Het besluit is van toepassing op bestuursverslagen die betrekking hebben op boekjaren die zijn aangevangen op of na 1 januari 2017.

ARTIKEL III

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bekendmaking diversiteitsbeleid.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 22 december 2016

Willem-Alexander

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

Uitgegeven de dertigste december 2016

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Dit besluit (hierna: het wijzigingsbesluit) strekt tot wijziging van het Besluit van 23 december 2004 tot vaststelling van nadere voorschriften omtrent de inhoud van het jaarverslag (Stb. 2004, 747, hierna: het besluit) ter uitvoering van richtlijn 2014/95/EU met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote ondernemingen en groepen1 (hierna: de richtlijn) wat betreft de verplichting voor grote beursvennootschappen om in het bestuursverslag mededeling te doen over het diversiteitsbeleid dat zij voeren ten aanzien van het bestuur en de raad van commissarissen. De richtlijn diende op 6 december 2016 in nationale regelgeving te zijn omgezet. Voor verdere implementatieaspecten zij verwezen naar de transponeringstabel aan het slot van deze nota van toelichting.

Beursvennootschappen – ongeacht of zij klein, middelgroot of groot zijn – zijn op grond van het Besluit reeds verplicht om als onderdeel van het bestuursverslag een verklaring inzake corporate governance op te stellen en openbaar te maken. In deze verklaring moet informatie worden verstrekt over de naleving van de Nederlandse corporate governance code2, de kenmerken van het beheers- en controlesysteem in verband met het proces van financiële verslaggeving, de bevoegdheden van de aandeelhoudersvergadering, de samenstelling en het functioneren van het bestuur en van de raad van commissarissen en bepaalde informatie die is voorgeschreven krachtens het Besluit artikel 10 overnamerichtlijn. Deze verplichting is gebaseerd op de vierde richtlijn betreffende de jaarrekening3 die in 2013 is vervangen door de richtlijn jaarrekening.4 De richtlijn wijzigt de richtlijn jaarrekening door een onderdeel aan de verklaring inzake corporate governance toe te voegen voor grote beursvennootschappen: zij dienen voortaan ook een beschrijving te geven van het diversiteitsbeleid dat zij voeren met betrekking tot het bestuur en de raad van commissarissen, de doelstellingen van dit beleid, de wijze van tenuitvoerlegging en de resultaten in de verslagperiode. Het diversiteitsbeleid kan betrekking hebben op leeftijd, geslacht en achtergrond inzake opleiding en beroepservaring. Wanneer de beursvennootschap geen diversiteitsbeleid heeft, moet zij in de verklaring uiteen zetten waarom dit het geval is.

De richtlijn beoogt door transparantie van het diversiteitsbeleid het fenomeen van groepsdenken, waarbij de leden van het bestuur en de raad van commissarissen er gelijklopende meningen op na houden, te doorbreken om zo een daadwerkelijke vorm van toezicht op het bestuur en een succesvolle governance van de onderneming te bevorderen (vgl. overweging 18 van de richtlijn).

Nederlandse beursvennootschappen zijn reeds bekend met doelstellingen ten aanzien van de diversiteit van de raad van commissarissen. Op grond van principe III.3 van de Nederlandse corporate governance code streeft de raad van commissarissen naar een gemengde samenstelling, onder meer met betrekking tot geslacht en leeftijd. Best practice bepaling III.3.1 bepaalt dat de raad van commissarissen een profielschets opstelt voor zijn omvang en samenstelling, rekening houdend met de aard van de onderneming, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de commissarissen. In de profielschets wordt ingegaan op de voor de vennootschap relevante aspecten van diversiteit in de samenstelling van de raad en wordt vermeld welke concrete doelstelling de raad ten aanzien van diversiteit hanteert. Voor zover de bestaande situatie afwijkt van de nagestreefde situatie, legt de raad van commissarissen hierover verantwoording af in het verslag van de raad van commissarissen en geeft hij tevens aan hoe en op welke termijn hij verwacht dit streven te realiseren. De profielschets wordt algemeen verkrijgbaar gesteld en op de website van de vennootschap geplaatst.

De wijze van omzetting van de richtlijn

De richtlijn kent naast een verplichting tot bekendmaking van informatie betreffende het diversiteitsbeleid, een verplichting tot bekendmaking van niet-financiële informatie. Grote ondernemingen die organisaties van openbaar belang zijn (dat zijn kortgezegd grote beursvennootschappen, banken en verzekeraars) dienen in hun bestuursverslag een niet-financiële verklaring op te nemen met informatie over milieu-, sociale en personeelsaangelegenheden, eerbiediging van mensenrechten en bestrijding van corruptie en omkoping. Deze verplichting is uitgevoerd in het Besluit bekendmaking niet-financiële informatie. Er is voor gekozen om de richtlijn in twee aparte besluiten uit te voeren omdat de bekendmaking van het diversiteitsbeleid een aanvulling betreft van de verklaring inzake corporate governance die beursvennootschappen reeds moeten opstellen en de bekendmaking van niet-financiële informatie een nieuwe verklaring in het bestuursverslag betreft die door een bredere groep van ondernemingen (grote organisaties van openbaar belang) moet worden gegeven. Artikel 1, eerste en derde lid, van de richtlijn, waarin de verplichting tot bekendmaking van niet-financiële informatie is opgenomen, alsmede artikel 1, vierde en vijfde lid, en artikel 2 van de richtlijn die specifiek betrekking hebben op deze verplichting, zijn bij het Besluit bekendmaking niet-financiële informatie behandeld. Verder bevat artikel 1, zesde lid, van de richtlijn een aanvulling van de evaluatiebepaling van artikel 48 van de richtlijn jaarrekening die geheel los staat van de bekendmaking van het diversiteitsbeleid en de niet-financiële informatie. Het gaat hier om de evaluatie door de Europese Commissie van hoofdstuk 10 van de richtlijn jaarrekening die betrekking heeft op een rapportage over betalingen aan overheden (zie nader hierover het Besluit rapportage van betalingen aan overheden in Stb. 2015, 439). Aangezien deze bepaling niet relevant is voor het wijzigingsbesluit en geen uitwerking behoeft door de lidstaten, wordt dit artikel hier verder buiten beschouwing gelaten.

Er bestaan een paar verschillen tussen de verplichtingen die uit de Nederlandse corporate governance code voortvloeien voor de rapportage over het diversiteitsbeleid en de voorschriften van de richtlijn. Ten eerste ziet de verplichting in de code alleen op het diversiteitsbeleid met betrekking tot de raad van commissarissen, terwijl de rapportage over dit beleid ingevolge de richtlijn ook op het bestuur betrekking heeft. Ten tweede is de richtlijn alleen van toepassing op grote beursvennootschappen, terwijl de code op alle beursvennootschappen ziet. Ten derde moet de vennootschap ingevolge artikel 3 van het besluit in de verklaring inzake corporate governance mededeling doen over de naleving van de best practice bepalingen. Best practice bepaling III.3.1 bepaalt, zoals hiervoor is weergegeven, dat de onderneming een profielschets op de website verkrijgbaar moet stellen waarin zij ingaat op haar diversiteitsbeleid. Ingevolge de richtlijn moet er in de verklaring zelf ingegaan worden op het diversiteitsbeleid. Inhoudelijk zit er nauwelijks verschil tussen de voorschriften van de code en die van de richtlijn.

Bovengenoemde verschillen hebben ertoe geleid dat niet kan worden volstaan met een verwijzing naar de code. Om correcte implementatie te verzekeren is de verplichting tot bekendmaking van het diversiteitsbeleid in dit wijzigingsbesluit opgenomen. Voor de invulling van deze voorschriften in de praktijk blijft de Code van belang, met name voor kleine en middelgrote beursvennootschappen. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de Monitoring Commissie Corporate Governance Code een consultatiedocument heeft gepubliceerd met voorstellen voor aanpassing van de Code, waarop geïnteresseerden tot en met 6 april 2016 konden reageren. De monitoring commissie zal met behulp van de reacties uit de consultatiefase een herziene code vaststellen.

Artikel 1, tweede lid, onderdeel a, van de richtlijn, voegt een onderdeel toe aan de verklaring inzake corporate governance. Ter uitvoering van deze bepaling is aan artikel 3a van het besluit een onderdeel toegevoegd: de vennootschap doet in de verklaring ook mededeling over het diversiteitsbeleid met betrekking tot de samenstelling van het bestuur en de raad van commissarissen. Indien de vennootschap geen diversiteitsbeleid heeft, moet de vennootschap dit uitleggen.

De richtlijn heeft niets veranderd ten aanzien van de wijze van openbaarmaking van de verklaring inzake corporate governance. De informatie over het diversiteitsbeleid wordt als onderdeel van de verklaring inzake corporate governance openbaar gemaakt als specifiek onderdeel van het bestuursverslag, als afzonderlijk verslag dat samen met het bestuursverslag openbaar wordt gemaakt of via een verwijzing in het bestuursverslag naar de plaats waar de verklaring voor het publiek beschikbaar is op de website van de vennootschap (vgl. artikel 2a, eerste lid, van het besluit).

Artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van de richtlijn schrijft voor dat de accountant nagaat of de informatie over het diversiteitsbeleid in de verklaring inzake corporate governance aanwezig is. Dit regime voor het accountantsonderzoek is reeds van kracht voor de verklaring inzake corporate governance met uitzondering van de onderdelen die zien op de informatie over het beheers- en controlesysteem rond het proces van financiële verslaggeving van de vennootschap en de informatie ingevolge het Besluit artikel 10 overnamerichtlijn. Voor deze laatste twee onderdelen geldt een uitgebreider regime, in de zin dat de accountant deze onderdelen betrekt in zijn onderzoek of het bestuursverslag conform de wettelijke vereisten is opgesteld en met de jaarrekening verenigbaar is en of er, in het licht van tijdens het onderzoek van de jaarrekening verkregen kennis en begrip omtrent de rechtspersoon en zijn omgeving, materiële onjuistheden in het bestuursverslag zijn opgenomen (vgl. artikel 2:393 lid 3 BW). Artikel 3c van het besluit bepaalt voor welke onderdelen dit uitgebreidere regime geldt en bepaalt verder dat voor de overige onderdelen de aanwezigheidstoets geldt. Omdat de informatie over het diversiteitsbeleid tot de overige onderdelen van de verklaring inzake corporate governance behoort, behoeft de richtlijn op dit punt geen verdere uitwerking.

Als de accountant vaststelt dat de informatie over het diversiteitsbeleid niet aanwezig is, dan zal hij die tekortkomingen dienen te vermelden in zijn verklaring omtrent de getrouwheid als bedoeld in artikel 2:393 lid 5 BW. De algemene vergadering zal daarvan dan kennis nemen en kan het bestuur aanspreken op het ontbreken van de informatie.

Bepaalde ondernemingen behoeven geen volledige verklaring inzake corporate governance op te stellen, maar kunnen volstaan met het verschaffen van informatie over de interne risicobeheersings- en controlesystemen en de informatie die voortvloeit uit het Besluit artikel 10 overnamerichtlijn. Het gaat om vennootschappen waarvan effecten zijn genoteerd aan een gereglementeerde markt (reguliere beurs). Die effecten mogen geen aandelen zijn en er mogen ook geen aandelen van die vennootschappen zijn genoteerd aan een multilaterale handelsfaciliteit (een alternatief handelsplatform). Dit is opgenomen in artikel 1 lid 3 van het besluit en is de uitwerking van een lidstaatoptie. Op grond van artikel 1, tweede lid, onderdeel c, van de richtlijn, is deze lidstaatoptie uitgebreid en kunnen lidstaten bepalen dat deze ondernemingen evenmin informatie behoeven te verschaffen over het diversiteitsbeleid. Van deze vrijstelling wordt gebruik gemaakt om de regeldruk voor bedrijven zo beperkt mogelijk te houden. De richtlijn behoeft op dit punt geen verdere uitwerking omdat in het besluit is geregeld welke informatie deze vennootschappen wel openbaar dienen te maken en daarin niets is gewijzigd.

De diversiteitsverklaring is van toepassing op grote ondernemingen van openbaar belang, aldus de aanhef van artikel 20 van de jaarrekeningrichtlijn, en daaronder vallen ook banken en verzekeringsmaatschappijen. De van overeenkomstige toepassing verklaring van de voorschriften over de diversiteitsverklaring op banken en verzekeringsmaatschappijen behoeft geen nadere implementatie. De verklaring valt onder artikel 2:391, vijfde lid, BW dat van toepassing is verklaard voor banken in de schakelbepaling artikel 2:416 lid 1 BW en voor verzekeraars in artikel 2:428 lid 1 BW.

Op grond van artikel 1, lid 2, onderdeel d, van de richtlijn, behoeft de informatie over het diversiteitsbeleid alleen te worden verstrekt door beursvennootschappen die in het jaarrekeningenrecht als grote rechtspersoon worden aangemerkt. Dit is anders voor de overige onderdelen van de verklaring. Zie de artikelsgewijze toelichting op artikel I, onderdeel A.

In artikel 3 van de richtlijn is bepaald dat de Europese Commissie uiterlijk op 6 december 2018 verslag doet over de tenuitvoerlegging van de richtlijn. Daarbij moet de Commissie onder andere ingaan op het toepassingsgebied, met name wat grote, niet-beursgenoteerde ondernemingen betreft en de doeltreffendheid van de richtlijn. De Commissie kan op basis van dat verslag besluiten een nieuw richtlijnvoorstel op te stellen. Deze bepaling behoeft geen uitwerking door de lidstaten.

Artikel 4 van de richtlijn bepaalt wanneer de richtlijn moet zijn omgezet en op welke boekjaren de nieuwe verplichtingen van toepassing zijn. Verwezen wordt naar de artikelsgewijze toelichting op artikel I, onderdeel C en artikel II.

Lasten voor het bedrijfsleven

De verplichting tot de bekendmaking van het diversiteitsbeleid voor het bestuur en de raad van commissarissen geldt voor grote beursvennootschappen. Dit zijn er naar schatting 70. In de effectbeoordeling die de Europese Commissie heeft uitgevoerd ter voorbereiding van het richtlijnvoorstel, worden de kosten voor de bekendmaking van het diversiteitsbeleid geschat op € 600 tot € 1.000 per jaar per onderneming.5 Omdat beursvennootschappen al verplicht zijn een verklaring inzake corporate governance op te stellen, hangen deze kosten samen met het nieuwe onderwerp dat op basis van de richtlijn aan deze verklaring moet worden toegevoegd. De richtlijn verplicht beursvennootschappen niet een diversiteitsbeleid op te stellen.

Zoals hierboven vermeld, besteden beursvennootschappen op grond van de Nederlandse corporate governance code reeds aandacht aan de voor de vennootschap relevante aspecten van diversiteit van de raad van commissarissen. Het gaat om de doelstelling van de vennootschap ten aanzien van diversiteit en de tenuitvoerlegging van de nagestreefde situatie. Wanneer de beursvennootschap geen uitvoering geeft aan deze bepaling, is de vennootschap reeds wettelijk verplicht – op grond van het besluit – deze afwijking van de code te verantwoorden. De kostenschatting van de Europese Commissie zal voor Nederland dus te hoog zijn, omdat er alleen een nieuwe verplichting bestaat ten aanzien van het diversiteitsbeleid voor het bestuur. De lasten die gepaard gaan met de nieuwe verplichting worden daarom geschat op € 400 per jaar per onderneming. De totale nalevingskosten bedragen daarmee € 28.000 (€ 400 x 70) per jaar.

Consultatie

Een publieke consultatie van een voorontwerp van dit wijzigingsbesluit heeft van 11 november 2015 tot 18 januari 2016 plaatsgevonden via www.internetconsultatie.nl. Er zijn zes consultatiereacties (zie https://www.internetconsultatie.nl/bekendmaking_diversiteitsbeleid/reacties en op https://www.internetconsultatie.nl/bekendmaking_niet_financiele_informatie/reacties ). Er zijn reacties ontvangen van de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ), de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA), Eumedion, de Vereniging Effecten Uitgevende Ondernemingen (VEUO), de Stichting Multi Nationale Ondernemingsradenoverleg (MNO) en PricewaterhouseCoopers (PwC). Tevens is het wijzigingsbesluit besproken met de Commissie vennootschapsrecht. De commissie had geen opmerkingen.

In de consultatiereacties is brede steun uitgesproken voor de voorgenomen implementatie. Er is door de RJ en de NBA gevraagd naar de verhouding van de verplichting tot bekendmaking van het diversiteitsbeleid tot het wetsvoorstel waarin het wettelijk streefcijfer voor een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in topfuncties wordt verlengd. Dit wetsvoorstel is aanhangig bij het parlement.6 Het wetsvoorstel regelt dat de zetels in het bestuur en de raad van commissarissen van grote naamloze vennootschappen en grote besloten vennootschappen evenwichtig zijn verdeeld indien ten minste 30% van de zetels door vrouwen en ten minste 30% van de zetels door mannen wordt bezet. Wanneer de zetels niet evenwichtig zijn verdeeld, licht de vennootschap dit in het bestuursverslag toe. De bepalingen omtrent het wettelijk streefcijfer kunnen worden beschouwd als een nadere invulling van het diversiteitsbeleid op grond van de richtlijn ten aanzien van het element geslacht. Het diversiteitsbeleid op grond van de richtlijn is breder, want kan ook betrekking hebben op leeftijd en achtergrond inzake opleiding en beroepservaring.

In de reacties is ook voorgesteld om de verplichtingen die voortvloeien uit de richtlijn uit te breiden met nationale voorschriften. Zo is door MNO de wens geuit om in de Wet op de ondernemingsraden aan de ondernemingsraad een recht van instemming ten aanzien van het diversiteitsbeleid en van bespreking daarvan, toe te kennen. Aangezien het wijzigingsbesluit uitsluitend ter uitvoering van de richtlijn strekt, is het niet wenselijk om aanvullende nationale maatregelen te treffen.

Naar aanleiding van de consultatie is de toelichting op enkele onderdelen verduidelijkt.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A

In artikel 1 van het besluit is het toepassingsbereik van de regeling over de verklaring inzake corporate governance gegeven. In het nieuwe vierde lid is bepaald dat de verplichting tot het rapporteren over het diversiteitsbeleid alleen geldt voor beursvennootschappen die in het jaarrekeningenrecht als grote rechtspersoon worden aangemerkt. In artikel 2:397, eerste lid, BW zijn de grensbedragen gegeven om als middelgrote rechtspersoon te kwalificeren. Voldoet de rechtspersoon niet aan twee van deze drie criteria, dan wordt deze als grote rechtspersoon beschouwd. Een beursvennootschap zal moeten rapporteren over het diversiteitsbeleid indien zij in ieder geval aan twee van de drie volgende vereisten voldoet: een balanstotaal van meer dan € 20 miljoen; een netto-omzet van meer dan € 40 miljoen; een gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar van meer dan 250. In het Nederlandse systeem worden de grensbedragen op geconsolideerde basis berekend (artikel 2:397, tweede lid, BW). Dit betekent dat wanneer de beursvennootschap een moederonderneming is, gekeken wordt naar de cijfers van haar hele groep om te berekenen of zij als grote rechtspersoon kwalificeert.

Onderdeel B

De verplichting om te rapporteren over het diversiteitsbeleid is toegevoegd aan artikel 3a van het besluit. Grote beursvennootschappen geven ten eerste een beschrijving van het diversiteitsbeleid dat zij hebben opgesteld voor de samenstelling van het bestuur (ongeacht of deze samenstelling volgens het monistische of het dualistische model is) en de raad van commissarissen van de vennootschap. Tevens geven zij aan wat zij met dit beleid willen bereiken. Ook geven zij aan hoe zij uitvoering hebben gegeven aan het beleid en te melden wat de resultaten van het beleid waren in het boekjaar waarop het bestuursverslag ziet. Wanneer de beursvennootschap geen diversiteitsbeleid heeft, moet zij dit in de verklaring vermelden en ook uitleggen waarom er geen beleid is. Er zij hier herinnerd aan het belang dat het kabinet hecht aan het hebben en het tenuitvoerleggen van een dergelijk beleid, zoals kenbaar is gemaakt in de discussie met de Tweede Kamer over het wettelijk streefcijfer voor het aantal vrouwen in de top van Nederlandse (zie onder andere de brief d.d. 16 november 2015, Kamerstukken II 2015/16, 30 420, nr. 227). De richtlijn ziet op het diversiteitsbeleid voor het bestuur en voor de raad van commissarissen, dit zijn organen van de vennootschap. De verplichting heeft geen betrekking op Ieidinggevenden in andere bestuurslagen.

Onderdeel C en Artikel II

De richtlijn diende uiterlijk op 6 december 2016 in nationale regelgeving te zijn omgezet. Het wijzigingsbesluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in het Staatsblad nu die publicatie na 6 december ligt (Artikel II). De wet waarin de rechtsgrondslag voor dit besluit is opgenomen, is op 6 december in werking getreden. Vanwege deze uiterste implementatiedatum van de richtlijn wordt niet aangesloten bij de vaste verandermomenten. Van belang is dat verplichting voor grote beursvennootschappen om te rapporteren over het diversiteitsbeleid geldt voor bestuursverslagen over boekjaren die zijn aangevangen op of na 1 januari 2017. Dit betekent dat deze beursvennootschappen voor het eerst in 2018, in het bestuursverslag dat ziet op het boekjaar 2017, verslag doen over het diversiteitsbeleid (artikel 4, tweede lid).

Artikel III

Dit besluit kan worden aangehaald met de citeertitel: Besluit bekendmaking diversiteitsbeleid.

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

Bijlage Transponeringstabel

Richtlijn bekendmaking niet-financiële informatie en diversiteitsbeleid

Besluit bekendmaking diversiteitsbeleid en het wijzigingsbesluit

Beleidsruimte

Artikel 1, tweede lid, onderdeel a

Artikel I, onderdeel B Besluit bekendmaking diversiteitsbeleid

Geen

Artikel 1, tweede lid, onderdeel b

Artikel 3c lid 2 wijzigingsbesluit

Geen

Artikel 1, tweede lid, onderdeel c

Artikel 1 lid 3 wijzigingsbesluit

Lidstaatoptie, toegelicht onder «De wijze van omzetting van de richtlijn»

Artikel 1, tweede lid, onderdeel d

Artikel I, onderdeel A Besluit bekendmaking diversiteitsbeleid

Geen

Artikel 1, zesde lid

Behoeft naar zijn aard geen implementatie (opdracht aan de Europese Commissie)

n.v.t.

Artikel 3

Behoeft naar zijn aard geen implementatie (opdracht aan de Europese Commissie)

n.v.t.

Artikel 4

Artikel I, onderdeel C en Artikel II Besluit bekendmaking diversiteitsbeleid

Geen

Artikel 5

Behoeft naar zijn aard geen implementatie (inwerkingtreding richtlijn)

n.v.t.

Artikel 6

Behoeft naar zijn aard geen implementatie (bepaalt dat de richtlijn is gericht tot de lidstaten)

n.v.t.

Zie voor de uitvoering van artikel 1, eerste en derde tot en met vijfde lid en artikel 2 de transponeringstabel bij het Besluit bekendmaking niet-financiële informatie.


X Noot
1

Richtlijn 2014/95/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 22 oktober 2014 tot wijziging van richtlijn 2013/34/EU met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote ondernemingen en groepen (PbEU 2014, L 330).

X Noot
2

De Nederlandse corporate governance code zoals gepubliceerd in Staatscourant nr. 18499 d.d. 3 december 2009.

X Noot
3

Vierde richtlijn 78/660/EG van de Raad van 25 juli 1978 betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen (PbEEG 1978, L 222).

X Noot
4

Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182).

X Noot
5

Impact Assessment accompanying the document Proposal for a directive of the European Parliament and of the Council amending Council Directives 78/660/EEC and 83/349/EEC as regards disclosure of nonfinancial and diversity information by certain large companies and groups (SWD(2013) 127), p. 40 en bijlage VIII.

X Noot
6

Bij koninklijke boodschap van 23 maart 2016 ingediend voorstel van wet tot wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het voortzetten van het streefcijfer voor een evenwichtige verdeling van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen van grote naamloze en besloten vennootschappen, Kamerstukken II 2015/16, 34 435, nr. 1–3.

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid jo vijfde lid van de Wet op de Raad van State, omdat het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.