Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatsblad 2016, 513Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 8 december 2016, houdende wijziging van enkele besluiten in verband met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 23 juni 2016, nr. WJZ/16088978;

Gelet op de artikelen 3.37 en 4.3, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, 6 en 7 van de Wet bodembescherming en 7.2, eerste en vierde lid, van de Wet milieubeheer;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 30 september 2016, nr. W15.16.0161/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 10 oktober 2016, nr. WJZ/16147887;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2.5.4, tweede lid, wordt «Natuurbeschermingswet 1998» vervangen door: artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming.

B

In artikel 2.5.10, derde lid, onderdeel b, wordt «de Natuurbeschermingswet 1998» vervangen door: artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming of een omgevingsvergunning die wordt verleend op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onderdeel i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang met artikel 2.2aa, onderdeel a, van het Besluit omgevingsrecht.

ARTIKEL II

In artikel 1, eerste lid, onderdeel f, onder 1°, van het Besluit gebruik meststoffen wordt «Natuurbeschermingswet 1998» vervangen door: Wet natuurbescherming.

ARTIKEL III

De bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage wordt als volgt gewijzigd:

A

In onderdeel A, onder 1, komt de definitie van «gevoelig gebied» te luiden:

gevoelig gebied:

een gebied dat krachtens artikel 2.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming is aangewezen als Natura 2000-gebied;.

B

In de tabel van onderdeel D wordt met betrekking tot onderdeel D.27 in de vierde kolom «Het besluit, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Boswet» vervangen door: Het besluit, bedoeld in artikel 4.5, derde lid, van de Wet natuurbescherming.

ARTIKEL IV

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en kan terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 8 december 2016

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam

Uitgegeven de twintigste december 2016

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

NOTA VAN TOELICHTING

Inleiding

De Wet natuurbescherming voorziet in een gemoderniseerd wettelijk kader voor de bescherming van natuurgebieden, bedreigde dier- en plantensoorten en hun leefomgeving en houtopstanden. De wet is op 1 januari 2017 in werking getreden.1 Met de inwerkingtreding zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet komen te vervallen. Ter uitvoering van de Wet natuurbescherming is het Besluit natuurbescherming vastgesteld. In het ontwerp van dit besluit, zoals voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State, was ook voorzien in de wijziging van enkele andere besluiten. Zoals in het nader rapport2 naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering3 over het ontwerp-Besluit natuurbescherming is aangegeven, is een drietal wijzigingsbepalingen uit het ontwerp besluit geschrapt. Deze bepalingen voorzagen in een vervanging van de verwijzing in de betrokken algemene maatregelen van bestuur naar bepalingen in de thans geldende natuurwetgeving door een verwijzing naar de overeenkomstige bepalingen in de Wet natuurbescherming. De betrokken technische wijzigingen behoeven evenwel nahang bij beide Kamers der Staten-Generaal. Gelet op de te doorlopen procedure had dit – zo geeft het nader rapport aan – een belemmering kunnen vormen voor de gewenste inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving op 1 januari 2017 en voor de gewenste tijdige duidelijkheid over die inwerkingtreding. In het nader rapport is aangekondigd dat door middel van een afzonderlijke algemene maatregel van bestuur de verwijzingen bij gelegenheid alsnog zullen worden aangepast. Het onderhavige besluit voorziet in die aanpassing.

De in het besluit opgenomen wijzigingen hebben geen gevolgen voor normen die zijn gericht tot burgers en bedrijven en veroorzaken derhalve geen toename van de regeldruk.

Onderstaand wordt nader ingegaan op de verschillende wijzigingsbepalingen.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening zijn – krachtens artikel 3.37 en 4.3 van de Wet ruimtelijke ordening – onder meer regels opgenomen ter bescherming van de Waddenzee en het waddengebied. In die regels werd verwezen naar de op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 vereiste passende beoordeling van projecten met een mogelijk significant gevolg voor een Natura 2000-gebied en naar de op grond van die wet vereiste Natura 2000-vergunning. De verwijzingen in de betrokken regels worden ingevolge artikel I in overeenstemming gebracht met de Wet natuurbescherming. De aanpassing van artikel 2.5.10, derde lid, onderdeel b, van voornoemd besluit houdt er rekening mee dat voor activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning is vereist op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de mogelijke negatieve gevolgen voor een Natura 2000-gebied bij de verlening van de omgevingsvergunning worden getoetst. Er is dan geen aparte Natura 2000-vergunning vereist.

Artikel II

Op grond van artikel 2, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen is het verboden om dierlijke meststoffen of compost op natuurterrein te gebruiken. Dit – op de artikelen 6 en 7 van de Wet bodembescherming gebaseerde – verbod geldt onder voorwaarden niet wanneer er op dat terrein een beheer wordt gevoerd, of wanneer, bij gebreke van een beheer, slechts in beperkte mate meststoffen worden gebruikt op het natuurterrein (artikel 2, tweede en derde lid, van dat besluit). In artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van dat besluit is geregeld dat dit beheer is gericht op de instandhouding van natuurwaarden, onder meer vastgesteld krachtens de oude Natuurbeschermingswet 1998. Deze verwijzing wordt met artikel II van het onderhavige besluit geactualiseerd.

Artikel III

In onderdeel d van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage worden activiteiten aangewezen waarvoor geldt dat een voorafgaande beoordeling moet plaatsvinden waarin wordt vastgesteld of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld; dit overeenkomstig de procedure als voorzien in de artikelen 7.16 e.v. van de Wet milieubeheer. Bij sommige activiteiten is dat het geval als zij plaatsvinden in een gevoelig natuurgebied. Voorheen waren in onderdeel A, onder 1, van de bijlage als zodanig aangeduid: beschermde natuurmonumenten, Natura 2000-gebieden en Ramsargebieden. In de Wet natuurbescherming is niet langer een specifiek beschermingsregime voorzien voor beschermde natuurmonumenten; gebieden die in het verleden als zodanig waren aangewezen kunnen op gelijke wijze worden beschermd als andere natuurgebieden door middel van het reguliere instrumentarium van de ruimtelijke ordeningswetgeving en milieuwetgeving. Alleen voor Natura 2000-gebieden blijft een bijzondere bescherming gelden; de Natura 2000-gebieden omvatten tevens alle Ramsargebieden, welke laatste categorie derhalve geen zelfstandige betekenis toekomt. Daarom wordt met artikel III, onderdeel A, van het onderhavige besluit de kwalificatie «gevoelig gebied» beperkt tot de Natura 2000-gebieden. In de tabel, onderdeel D, onder 27, wordt verwezen naar het besluit houdende ontheffing van de herbeplantingsplicht of van daaraan verbonden regels; de verwijzing naar de Boswet op dit punt wordt in artikel III, onderdeel B, van het onderhavige besluit vervangen door een verwijzing naar de ontheffing die op grond van de Wet natuurbescherming hiervoor kan worden verleend.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam


X Noot
1

Besluit van 11 oktober 2016, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming en het Besluit natuurbescherming; Stb. 2016, nr. 384.

X Noot
2

Nader rapport van 10 oktober 2016, nr. WJZ/16147887, Stcrt. 2016, 56046.

X Noot
3

Advies van 30 september 2016, nr. W15.16.0161/IV, Stcrt. 2016, 56046.