Besluit van 29 januari 2016 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 23 december 2015 tot wijziging van de Wet privatisering ABP in verband met enkele technische wijzigingen, een mogelijkheid om voor het nettopensioen af te wijken van de verplichte deelneming in de Stichting Pensioenfonds ABP en een keuzeoptie voor sociale partners ten aanzien van de indexatiewijze voor ingegane pensioenen en bestaande uitzichten op pensioen (Stb. 2015, 553)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 januari 2016, nr. 2016-0000015978;

Gelet op artikel II van de Wet van 23 december 2015 tot wijziging van de Wet privatisering ABP in verband met enkele technische wijzigingen, een mogelijkheid om voor het nettopensioen af te wijken van de verplichte deelneming in de Stichting Pensioenfonds ABP en een keuzeoptie voor sociale partners ten aanzien van de indexatiewijze voor ingegane pensioenen en bestaande uitzichten op pensioen (Stb. 2015, 553);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De Wet van 23 december 2015 tot wijziging van de Wet privatisering ABP in verband met enkele technische wijzigingen, een mogelijkheid om voor het nettopensioen af te wijken van de verplichte deelneming in de Stichting Pensioenfonds ABP en een keuzeoptie voor sociale partners ten aanzien van de indexatiewijze voor ingegane pensioenen en bestaande uitzichten op pensioen treedt in werking met ingang van 1 maart 2016 met dien verstande dat:

  • a. artikel I, onderdeel A, terugwerkt tot en met 1 oktober 2015.

  • b. artikel I, onderdeel B, terugwerkt tot en met 1 juli 2015.

  • c. artikel I, onderdeel C, voor zover het betreft artikel 2, eerste lid, terugwerkt tot en met 1 januari 2013 en voor zover het betreft artikel 2, tweede lid, onderdeel a, terugwerkt tot en met 1 januari 2016.

  • d. artikel I, onderdeel D, terugwerkt tot en met 1 januari 2016.

  • e. artikel I, onderdeel E, terugwerkt tot en met 1 oktober 2015.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 29 januari 2016

Willem-Alexander

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

Uitgegeven de elfde februari 2016

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

NOTA VAN TOELICHTING

Dit besluit regelt de inwerkingtreding van de Wet van 23 december 2015 tot wijziging van de Wet privatisering ABP in verband met enkele technische wijzigingen, een mogelijkheid om voor het nettopensioen af te wijken van de verplichte deelneming in de Stichting Pensioenfonds ABP en een keuzeoptie voor sociale partners ten aanzien van de indexatiewijze voor ingegane pensioenen en bestaande uitzichten op pensioen. De onderdelen die betrekking hebben op het nettopensioen in artikel I, onderdelen A en E, werken terug tot en met 1 oktober 2015 hetgeen aansluit bij de datum waarop de regeling voor het nettopensioen bij het ABP van kracht is (Pensioenreglement en het Uitvoeringsreglement).

Artikel I, onderdeel B, (decentralisatie van het arbeidsvoorwaardenoverleg bij de onderwijssectoren) werkt terug tot en met 1 juli 2015 gezien de aanwijzing door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van de vereniging PO-raad en de vereniging VO-raad als sectorwerkgevers met ingang van deze datum (Stcrt. 2015, nr. 18331).

Artikel I, onderdeel C, voor zover het betreft artikel 2, eerste lid, werkt terug tot en met 1 januari 2013 zijnde de datum waarop samenwerkingsverbanden als werkgever in de onderwijswetgeving mogelijk werden bij inwerkingtreding van dit onderdeel uit de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533).

Artikel I, onderdeel C, voor zover het betreft artikel 2, tweede lid, onderdeel a, werkt terug tot en met 1 januari 2016 zodat met ingang van deze datum de leeftijd van 65 jaar vervangen wordt door de AOW pensioengerechtigde leeftijd in lijn met de wettelijke verhoging van de pensioenleeftijd.

Artikel I, onderdeel D, over de wijziging van de indexatiewijze treedt in werking met ingang van 1 januari 2016 conform de afspraken van 3 september 2015 zoals gemaakt in de Pensioenkamer, als commissie van de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid, om met ingang van 1 januari 2016 over te gaan op prijsindexatie in plaats van loonindexatie voor bestaande pensioenen en bestaande aanspraken.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

Naar boven