Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2016, 443AMvB

Besluit van 14 november 2016, houdende verhoging met ingang van het berekeningsjaar 2017 van enige bedragen, genoemd in artikel 2, tweede lid, van de Wet op het kindgebonden budget

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 september, nr.2016-0000210413;

Gelet op artikel 3, tweede lid, van de Wet op het kindgebonden budget;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 19 oktober 2016, No.W12.16.0306/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 november 2016, 2016-0000230730;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I. WET OP HET KINDGEBONDEN BUDGET

Artikel 2, tweede lid, van de Wet op het kindgebonden budget wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «€ 1.042,–» vervangen door: € 1.142,–.

2. In onderdeel b wordt «€ 1.840,–» vervangen door: € 2.040,–.

3. In de onderdelen c en d wordt «€ 2.125,–» vervangen door: € 2.325,–.

ARTIKEL II. INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 14 november 2016

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

Uitgegeven de achtentwintigste november 2016

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

NOTA VAN TOELICHTING

De regering heeft besloten de inkomenspositie van gezinnen met lage en middeninkomens te ondersteunen door middel van een verhoging van de maximumbedragen van het kindgebonden budget met ingang van 1 januari 2017 voor het eerste en tweede kind. De regering verhoogt de maximumbedragen van het kindgebonden budget vanuit de wens gezinnen met lage en midden inkomens meer ondersteuning te geven. De maxima van de eerste en tweede kindbedragen worden structureel met € 100,– per jaar opgehoogd. Deze verhoging werkt door in het maximum bedrag aan kindgebonden budget indien er sprake is van een gezin met meer dan twee kinderen.

De verhoging van de maximumbedragen van het kindgebonden budget maakt onderdeel uit van een pakket koopkrachtmaatregelen. Het pakket koopkrachtmaatregelen is samengesteld om in 2017 een evenwichtig koopkrachtbeeld te realiseren. Door het inkomensafhankelijke karakter van het kindgebonden budget komt deze maatregel specifiek ten goede aan gezinnen met een laag of middeninkomen (en met een beperkt vermogen).

De algehele verhoging van de maximumbedragen van het kindgebonden budget vindt plaats nadat de bedragen van het kindgebonden budget uit 2016 geïndexeerd zijn met de tabelcorrectiefactor (tcf) voor 2017 (zie onderstaande tabel).1 Bij de indexatie is uitgegaan van de maximumbedragen van het kindgebonden budget, zoals die met ingang van 1 januari 2017 komen te luiden na de (ongedaanmaking van) tijdelijke verhoging van het maximumbedrag van het tweede kindbedrag in 2016.2

Tabel 1. Maximumbedragen kindgebonden budget per kind (in euro per jaar)

Kind

Bedrag 2016

(1)

Bedrag 2017 voor indexatie

Na indexatie

met tcf 2017

(2)

Intensivering

(3)

Bedrag 2017

(4) = (2) + (3)

1

1.038

1.038

1.042

100

1.142

2

828

795

798

100

898

3

284

284

285

0

285

4 en meer

284

284

285

0

285

Voor ouders met aanspraak op het kindgebonden budget levert dit dan de volgende totaalbedragen op:

Tabel 2. Maximumbedragen kindgebonden budget in totaal (in euro per jaar)

Aantal kinderen

Bedrag 2016

Bedrag 2017

1

1.038

1.142

2

1.866

2.040

3

2.150

2.325

4 en meer

2.150 + 284 per kind voor vierde en verdere kinderen

2.325 + 285 per kind voor vierde en verdere kinderen

Financiële effecten

Gezinnen met kinderen ervaren een positief inkomenseffect door deze maatregel. De effecten van deze verhoging van de maximumbedragen zijn zichtbaar in tabel 3. Daaruit valt af te lezen dat gezinnen met een lager inkomen een groter positief inkomenseffect ervaren.

Tabel 3: Statische koopkrachtontwikkeling 2017 voor huishoudens met kinderen tot 18 jaar
 

geen effect

0 tot 2%

Totaal

Mediaan

Aantal (x1000)

Inkomenshoogte1

         

Minimum

2%

98%

100%

0,8

60

Minimum-modaal

2%

98%

100%

0,5

280

1x-1,5x modaal

26%

74%

100%

0,4

350

1,5x-2x modaal

74%

26%

100%

0,0

430

>2x modaal

96%

4%

100%

0,0

680

           

Huishoudtype

         

Tweeverdieners met kinderen

73%

27%

100%

0,0

1.370

Alleenstaande ouders

6%

94%

100%

0,4

330

Alleenverdieners met kinderen

48%

52%

100%

0,2

120

           

Kinderen

         

1 kind

64%

36%

100%

0,0

800

2 kinderen

58%

42%

100%

0,0

750

3 en meer kinderen

48%

52%

100%

0,2

260

           

Alle huishoudens

59%

41%

100%

0,0

1.810

X Noot
1

Categorie «minimum» op basis van het netto inkomen, de overige categorieën op basis van het bruto inkomen

Het kindgebonden budget bouwt boven een toetsingsinkomen van € 19.759 (in 2016) af met een vast percentage.3 Door de verhoging van de maximumbedragen van het kindgebonden budget wordt dit afbouwtraject langer en hebben meer ouders aanspraak op kindgebonden budget. Ongeveer 790.000 gezinnen profiteren van deze maatregel.

De kosten van het verhogen van de maxima van de eerste en tweede kindbedragen in het kindgebonden budget bedragen in 2017 (en volgende jaren) ongeveer € 130 miljoen. Deze kosten worden gefinancierd vanuit het Rijk.

Regeldruk

Er worden geen extra administratieve lasten voorzien als gevolg van de wijzigingen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


X Noot
1

Dit volgt uit artikel 3, vierde lid, van de Wet op het kindgebonden budget.

X Noot
2

Zie artikel I, onderdeel B, van het besluit van 7 december 2015, houdende vaststelling van de verhoging van enige bedragen, genoemd in artikel 2, tweede lid, van de Wet op het kindgebonden budget (Stb. 2015, 495).

X Noot
3

Namelijk 6,75% van het verschil tussen het gezamenlijk toetsingsinkomen en het drempelinkomen.

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt met de daarbij behorende stukken openbaar gemaakt door publicatie in de Staatscourant.