Besluit van 7 januari 2016 tot wijziging van het Besluit basisregistratie personen in verband met het aanwijzen van de werkzaamheden van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 4 december 2015, nr. 2015-0000723970 DCB/CZW/S&B;

Gelet op artikel 3.3, eerste lid, van de Wet basisregistratie personen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 16 december 2015, no. W04.15.0425/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 4 januari 2016, nr. 2015-0000773235;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

In bijlage 4 van het Besluit basisregistratie personen wordt een rij toegevoegd, luidende:

Het aangaan van overeenkomsten van borgtocht ten behoeve van betalingsverplichtingen voortvloeiende uit leningen gesloten in verband met het verkrijgen in eigendom van een woning of de kwaliteitsverbetering ervan

Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen

 

Nee

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 maart 2015.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 7 januari 2016

Willem-Alexander

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

Uitgegeven de eerste februari 2016

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen deel

1. Inleiding

Dit besluit strekt tot wijziging van bijlage 4 van het Besluit basisregistratie personen. De wijziging heeft betrekking op het aanwijzen van de werkzaamheden van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (Stichting WEW) tot werkzaamheden van een derde met een gewichtig maatschappelijk belang, ten behoeve waarvan systematisch gegevens kunnen worden verstrekt uit de basisregistratie personen door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op grond van artikel 3.3 van de Wet BRP. De werkzaamheden van de Stichting WEW ten behoeve waarvan gegevens verstrekt kunnen worden uit de BRP betreffen werkzaamheden in verband met en voortkomend uit het aangaan van overeenkomsten van borgtocht tussen de Stichting WEW en natuurlijke personen ten behoeve van de betalingsverplichtingen voortvloeiende uit leningen, welke natuurlijke personen hebben gesloten ten behoeve van het verkrijgen in eigendom van een door hen te bewonen in Nederland gelegen woning, of in verband met de kwaliteitsverbetering van een dergelijke woning.

2. Aanleiding

In een uitspraak van 17 december 2014 bepaalde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) dat de Stichting Waarborgfonds Eigen Woning, met een overgangstermijn tot 1 maart 2015, geen bestuursorgaan meer is1. De Stichting WEW is verantwoordelijk voor het beleid en de uitvoering van de Nationale Hypotheekgarantie (NHG).

Als bestuursorgaan kreeg de Stichting WEW al gegevens verstrekt uit de Basisregistratie personen (BRP) op grond van artikel 3.2 Wet BRP, het artikel dat de gegevensverstrekking uit de BRP aan overheidsorganen regelt. Deze gegevensverstrekking was noodzakelijk voor de goede vervulling van haar werkzaamheden. Met de uitspraak van de ABRvS is de grondslag voor autorisatie voor de systematische gegevensverstrekking uit de BRP door de minister komen te vervallen, omdat de Stichting WEW niet langer gekwalificeerd kan worden als overheidsorgaan. Aangezien de Stichting WEW werkzaamheden verricht van gewichtig maatschappelijk belang en zij voor deze werkzaamheden gegevens uit de BRP nodig heeft, is het noodzakelijk om de werkzaamheden van de Stichting WEW op grond van artikel 3.3 van de Wet BRP aan te wijzen als werkzaamheden van een derde met een gewichtig maatschappelijk belang ten behoeve waarvan gegevens uit de BRP kunnen worden verstrekt. Op die wijze kan de bestaande systematische gegevensverstrekking uit de BRP door de minister worden gecontinueerd. Hiertoe dient het Besluit BRP te worden aangepast. De wijziging van het Besluit BRP treedt met terugwerkende kracht in werking tot en met 1 maart 2015. Daarmee wordt voorkomen dat de noodzakelijke gegevensverstrekking stopt en de Stichting WEW haar taak niet langer naar behoren kan vervullen.

De uitspraak van december 2014 brengt geen verandering in de statutaire taak van de Stichting WEW en het belang bij gegevensverstrekking uit de BRP blijft dan ook ongewijzigd.

3. Taken en doel WEW

De Stichting WEW heeft als doel het bevorderen van het eigen woningbezit in Nederland en het daartoe op de financiële markten bevorderen van de financierbaarheid van eigen woningen. De Stichting WEW is verantwoordelijk voor het beleid en de uitvoering van de Nationale Hypotheekgarantie (NHG). Dit betekent dat de Stichting WEW overeenkomsten aangaat van borgtocht ten behoeve van de nakoming van betalingsverplichtingen voortvloeiend uit de hypotheek welke natuurlijke personen hebben gesloten bij de aankoop of verbouwing van een eigen woning. Door de hypotheekgarantie staat de Stichting WEW borg voor de afbetaling van de hypotheekschuld van de betrokkene. Indien er, na een eventuele executoriale verkoop van het huis met hypotheekgarantie, nog een restschuld overblijft, wordt dit door de Stichting WEW betaald. De Stichting WEW treedt vervolgens als schuldeiser van de restschuld in de plaats van de geldverstrekker. De Stichting WEW is gehouden de restschuld te innen bij de betrokkene, maar kan deze onder bepaalde voorwaarden ook kwijtschelden.

4. De rechtvaardiging voor het aanwijzen van de werkzaamheden van de WEW

Op grond van artikel 3.3 van de Wet BRP kunnen alleen werkzaamheden van een derde met een gewichtig maatschappelijk belang, waarvoor een gegevensverstrekking uit de BRP nodig is, worden aangewezen bij algemene maatregel van bestuur. Slechts die werkzaamheden kunnen worden aangewezen die samenhangen met een overheidstaak, strekken tot het in stand houden van een voorziening voor burgers die onderwerp is van overheidszorg, of waarbij anderszins gelet op de overheidsbemoeienis met die werkzaamheden, ondersteuning daarvan door gegevensverstrekking uit de basisregistratie gerechtvaardigd is. Met name dient gedacht te worden aan werkzaamheden die in het verleden daadwerkelijk tot de taak van de overheid behoorden, maar zijn verzelfstandigd of geprivatiseerd. Ook kan het gaan om werkzaamheden van instellingen die basisvoorzieningen voor burgers in stand houden die onmisbaar zijn voor het functioneren van de Nederlandse samenleving.2

Het gewichtig maatschappelijk belang van de werkzaamheden van de Stichting WEW blijkt ten eerste uit het gegeven dat de stichting haar doelen realiseert binnen het actuele overheidsbeleid ten aanzien van de woningmarkt en ten aanzien van het functioneren van de financiële markten. Daarnaast geldt dat de werkzaamheden van de Stichting WEW tot 1995 werden uitgevoerd door het Rijk en de gemeenten zelf. De financiële verplichtingen die voortvloeiden uit de overeenkomsten van borgtocht die het Rijk en de gemeenten in het verleden aangingen, zijn sinds 1995 overgenomen door de Stichting WEW.

Daarnaast blijkt het gewichtig maatschappelijk belang van de werkzaamheden uit de nauwe betrokkenheid van de overheid bij het functioneren van de stichting en de toezichthoudende taak van de minister voor Wonen en Rijksdienst op de Stichting WEW, zoals uit de statuten van de stichting naar voren komt. Het rijk is vertegenwoordigd in de raad van commissarissen van de stichting en de meeste besluiten van de directie van de stichting behoeven goedkeuring door de minister en de raad van commissarissen. De minister kan in bepaalde gevallen de directie schorsen en ontslaan en de benoeming van nieuwe leden dient de goedkeuring van de minister te hebben. Ook heeft de stichting een overeenkomst met het Rijk gesloten, waarbij het Rijk zich verplicht aan de stichting achtergestelde renteloze leningen te verstrekken onder bepaalde omstandigheden ten einde te allen tijde liquiditeitstekorten bij de stichting te voorkomen.

De Stichting WEW heeft voor het op de juiste wijze uitvoeren van haar werkzaamheden gegevens uit de BRP nodig. Bij het beoordelen of het beroep op de Nationale Hypotheekgarantie aan de eisen voldoet en aan het verzoek van de burger op kwijtschelding of financiële hulp bij restschulden na executoriale verkoop van het huis met hypotheekgarantie kan worden voldaan, dient controle van het dossier van de betreffende garantie plaats te vinden: komen de persoonsgegevens in het dossier overeen met de gegevens in de basisregistratie personen. Controle van dossiers is belangrijk bij het voorkomen van fraude en misbruik van de Nationale Hypotheekgarantie. Beëindiging van de bestaande BRP-gegevensverstrekking zou betekenen dat voorkoming en ontmoediging van fraude niet effectief door de Stichting WEW kan plaatsvinden en de Stichting WEW haar werkzaamheden van gewichtig maatschappelijk belang niet goed kan uitvoeren.

5. Geen verstrekkingsbeperking

Ingeschrevenen in de BRP hebben op grond van artikel 2.59 en 2.81 van de Wet BRP het recht om te verzoeken om een aantekening te plaatsen omtrent beperking van de verstrekking van gegevens aan derden. Op grond van deze aantekening worden geen gegevens verstrekt aan de desbetreffende derde op grond van artikel 3.3 Wet BRP, voor zover bij algemene maatregel van bestuur is bepaald dat de beperking van de verstrekking van toepassing is (artikel 3.21, eerste lid, onderdeel a, van de wet BRP). In artikel 3.3 van de Wet BRP is bepaald dat de algemene maatregel van bestuur waarbij de door derden verrichte werkzaamheden worden aangewezen tevens bepaalt of artikel 3.21 Wet BRP van toepassing is. Met de onderhavige wijziging van het Besluit BRP, door het invoegen van het woordje «nee» in de vierde kolom van de toegevoegde rij, wordt deze verstrekkingsbeperking echter niet van toepassing verklaard op de verstrekking van gegevens uit de BRP aan de Stichting WEW. Het belang van de betrokkene bij het niet-verstrekken van zijn gegevens uit de BRP aan derden weegt niet op tegen het belang van de Stichting WEW bij een gegevensverstrekking uit de BRP omwille van de fraudebestrijding bij de uitvoering van de nationale hypotheekgarantie.

6. Administratieve lasten

De wijzigingen brengen geen administratieve lasten voor burgers of bedrijven met zich mee.

7. Advisering

Op grond van artikel 4.1, vierde lid, van de Wet BRP is het College bescherming persoonsgegevens gevraagd te adviseren over deze wijziging. Het voorstel heeft het CBP geen aanleiding gegeven tot het maken van nadere op- of aanmerkingen. Daarnaast is het voorstel op grond van artikel 1.15 van de Wet BRP ter consultatie voorgelegd aan het gebruikeroverleg, waarin representatieve vertegenwoordigingen van de gemeenten, van de aangewezen bestuursorganen, bedoeld in artikel 2.65 van de Wet BRP en de overheidsorganen en derden aan wie op grond van de artikelen 3.2, 3.3 of 3.13 van de Wet BRP gegevens uit de basisregistratie worden verstrekt zitting hebben. Ook hier heeft het voorstel geen aanleiding gegeven tot het maken van nadere op- of aanmerkingen.

8. Voorhang

Op grond van artikel 3.3, vijfde lid, van de Wet BRP is het ontwerp van deze maatregel van bestuur voor een termijn van vier weken overgelegd aan beide Kamers der Staten-Generaal, om de Kamers de mogelijkheid te bieden zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voor de voordracht en vaststelling van het besluit. De voorhang van het besluit heeft geen aanleiding gegeven tot het maken van nadere op- of aanmerkingen door beide Kamers der Staten-Generaal.

Artikelsgewijs deel

Artikel I

Aan bijlage 4 worden toegevoegd de werkzaamheden van de Stichting WEW in verband met en voortkomend uit het aangaan van overeenkomsten van borgtocht tussen de Stichting WEW en natuurlijke personen ten behoeve van de betalingsverplichtingen voortvloeiende uit leningen, welke natuurlijke personen hebben gesloten ten behoeve van het verkrijgen in eigendom van een door hen te bewonen in Nederland gelegen woning, of in verband met de kwaliteitsverbetering van een dergelijke woning. Door deze toevoeging kunnen aan de Stichting WEW gegevens uit de BRP worden verstrekt. Door het invoegen van het woordje «nee» in de vierde kolom van de toegevoegde rij, wordt een verstrekkingsbeperking niet van toepassing verklaard op de verstrekking van gegevens aan de Stichting WEW.

Artikel II

Het besluit treedt in werking op de dag na datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 maart 2015. Voor deze datum is gekozen, omdat de Afdeling in haar uitspraak van 17 december 2014 heeft bepaald dat alle beslissingen die de Stichting WEW voor 1 maart 2015 neemt, worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Awb. Om de continuering van de gegevensverstrekking aan de Stichting WEW te waarborgen is het noodzakelijk om de regeling met terugwerkende kracht in werking te laten treden tot en met deze datum.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft geoordeeld dat organen van privaatrechtelijke rechtspersonen die uitkeringen of financiële voorzieningen verstrekken, bestuursorganen zijn als aan twee eisen is voldaan: de overheid bepaalt in beslissende mate de criteria voor het verstrekken van die uitkeringen of voorzieningen én zij financiert die in overwegende mate. Omdat de geldmiddelen van Stichting WEW nagenoeg geheel worden gevormd door zogenoemde borgtochtprovisies die niet afkomstig zijn van de overheid, voldoet Stichting WEW niet aan het financiële vereiste (ABRvS 17 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4602).

X Noot
2

Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 219, nr. 3, blz. 73.

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid j° vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.

Naar boven