Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2016, 219Wet

Wet van 1 juni 2016, houdende Regeling van de arbeidsvoorwaarden van gedetacheerde werknemers in verband met de implementatie van Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van de detacheringsrichtlijn en tot wijziging van de IMI-verordening over de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is in verband met de implementatie van Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (de detacheringsrichtlijn) en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (PbEG2014,L159/11(«de IMI-verordening»)), kort aangeduid als de handhavingsrichtlijn, een nieuwe wet vast te stellen tot regeling van de arbeidsvoorwaarden voor gedetacheerde werknemers in de Europese Unie ter vervanging van de Wet arbeidsvoorwaarden grensoverschrijdende arbeid en voorts de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten aan te passen, waarbij tevens de samenwerking en wederzijdse bijstand in de handhaving in de Europese Unie wordt geregeld en ter bevordering van die handhaving een meldingssysteem wordt ingevoerd, en overtredingen van deze meldingsplicht en van informatieverplichtingen met een bestuurlijke boete worden gesanctioneerd;

Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK I. BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1

  • 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    bevoegde instantie:

    de bevoegde instantie in een andere lidstaat, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de handhavingsrichtlijn;

    detacheringsrichtlijn:

    Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (PbEG 1997, L018);

    dienstontvanger:

    de in Nederland gevestigde onderneming waarvoor een gedetacheerde werknemer of zelfstandige in het kader van transnationale dienstverrichting werkzaamheden verricht;

    dienstverrichter:

    degene die in het kader van transnationale dienstverrichting een werknemer ter beschikking stelt om tijdelijk arbeid te verrichten in Nederland;

    gedetacheerde werknemer:

    de werknemer die in het kader van transnationale dienstverrichting op basis van een arbeidsovereenkomst tijdelijk arbeid verricht in een andere lidstaat dan de staat waar de werknemer gewoonlijk arbeid verricht;

    handhavingsrichtlijn:

    Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (PbEU 2014, L159/11);

    lidstaat:

    een staat binnen de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;

    Onze Minister:

    Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

    transnationale dienstverrichting:
    • 1. het voor rekening en onder toezicht en leiding van de dienstverrichter ter beschikking stellen van een werknemer aan de dienstontvanger om arbeid te verrichten in een andere lidstaat dan de staat waar de werknemer gewoonlijk arbeid verricht in het kader van een overeenkomst tussen de dienstverrichter en de dienstontvanger;

    • 2. het ter beschikking stellen van een werknemer van een onderneming aan een vestiging van die onderneming of aan een tot hetzelfde concern behorende onderneming in een andere lidstaat dan de staat waar de werknemer gewoonlijk arbeid verricht;

    • 3. het door de dienstverrichter tegen vergoeding ter beschikking stellen van een werknemer aan de dienstontvanger om onder toezicht en leiding van de dienstontvanger arbeid te verrichten op het grondgebied van een andere lidstaat;

    zelfstandige:

    degene die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf arbeid verricht in een andere lidstaat dan de staat waar hij gewoonlijk arbeid verricht.

  • 2. Deze wet is niet van toepassing op zeevarend personeel van koopvaardijondernemingen.

  • 3. Bij algemene maatregel van bestuur worden de begrippen zeevarend personeel en koopvaardijondernemingen, bedoeld in het tweede lid, nader omschreven.

HOOFDSTUK II. ARBEIDSVOORWAARDEN GEDETACHEERDE WERKNEMERS

Artikel 2

De artikelen 616a tot en met 616f, 626, 634 tot en met 642, 645, 646, 648, 649, 655, 658, 670, tweede lid, en 681, eerste lid, onderdeel c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op werknemers, die in het kader van transnationale dienstverrichting tijdelijk in Nederland arbeid verrichten en gewoonlijk in een andere lidstaat arbeid verrichten en wier arbeidsovereenkomst wordt beheerst door ander recht dan het Nederlandse recht.

Artikel 3

Een werknemer die tijdelijk buiten Nederland arbeid verricht of heeft verricht in een lidstaat kan, ongeacht het recht dat de arbeidsovereenkomst beheerst, met betrekking tot die arbeid aanspraken ontlenen aan het recht dat die lidstaat heeft vastgesteld ter uitvoering van de detacheringsrichtlijn.

HOOFDSTUK III. INFORMATIE, ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING EN MELDING

Artikel 4

  • 1. Bij Onze Minister berust het verbindingsbureau, bedoeld in artikel 4 van de detacheringsrichtlijn, voor de administratieve samenwerking, bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (PbEG 2014, L159/11), tussen de lidstaten in verband met het toezicht op de naleving van de arbeidsvoorwaarden en de arbeidsomstandigheden, bedoeld in artikel 3 van de detacheringsrichtlijn. Door Onze Minister aangewezen ambtenaren zijn verantwoordelijk voor de verwerking van gegevens over gedetacheerde werknemers en dienstverrichters ten behoeve van deze administratieve samenwerking.

  • 2. De door Onze Minister aangewezen ambtenaren verwerken gegevens, die zij verkrijgen ten behoeve van het toezicht op de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, de Arbeidsomstandighedenwet, de Arbeidstijdenwet, de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten en deze wet verder ten behoeve van de administratieve samenwerking, bedoeld in het eerste lid, en de wederzijdse bijstand bij de handhaving, bedoeld in hoofdstuk IV, en verstrekken daarbij uit eigen beweging gegevens aan de bevoegde instanties in andere lidstaten.

  • 3. Gegevens die de door Onze Minister aangewezen ambtenaren in verband met de in het eerste lid bedoelde samenwerking verkrijgen van bevoegde instanties in andere lidstaten kunnen door Onze Minister verder worden verwerkt voor het toezicht op de naleving door dienstverrichters van de wetten, genoemd in het tweede lid.

  • 4. Bestuursorganen en toezichthouders verstrekken desgevraagd of uit eigen beweging aan de door Onze Minister aangewezen ambtenaren gegevens over dienstverrichters, die noodzakelijk zijn om in het kader van de in het eerste lid bedoelde samenwerking informatie te kunnen geven aan bevoegde instanties in andere lidstaten over de naleving van wetten door dienstverrichters.

  • 5. De door Onze Minister aangewezen ambtenaren verstrekken de gegevens en inlichtingen, die zij verwerken op grond van het derde lid, aan bestuursorganen en toezichthouders, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun taken in verband met transnationale dienstverrichting.

  • 6. Met het oog op de in het eerste lid genoemde samenwerking en de wederzijdse bijstand bij de handhaving, bedoeld in hoofdstuk IV, geeft Onze Minister gehoor aan met gerechtvaardigde redenen omklede verzoeken van bevoegde instanties uit andere lidstaten om informatie en om uitvoering van controles, inspecties en onderzoeken met betrekking tot de transnationale dienstverrichting.

  • 7. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die verwerkt worden op grond van dit artikel, de wijze waarop die gegevens worden verwerkt alsmede de bij de gegevensverstrekkingen in acht te nemen termijnen.

Artikel 5

  • 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de door Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 6

  • 1. De dienstverrichter verstrekt desgevraagd aan Onze Minister en de door Onze Minister aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 5, alle gegevens en inlichtingen, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet.

  • 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op zelfstandigen voor wie de verplichting geldt, bedoeld in artikel 8, vijfde lid.

  • 3. Indien dit in het kader van de handhaving noodzakelijk is, beoordelen de door Onze Minister aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 5, aan de hand van de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde elementen:

    • a. of een onderneming als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de detacheringsrichtlijn, daadwerkelijk substantiële activiteiten verricht om werknemers ter beschikking te stellen in het kader van transnationale dienstverrichting;

    • b. of een gedetacheerde werknemer tijdelijk arbeid in Nederland verricht.

Artikel 7

De dienstverrichter wijst voor de periode van transnationale dienstverrichting een contactpersoon, die als aanspreekpunt van de dienstverrichter fungeert en die in de lidstaat waar de arbeid wordt verricht beschikbaar is voor het verzenden en ontvangen van informatie met betrekking tot de transnationale dienstverrichting, aan in Nederland ten behoeve van Onze Minister in verband met de detachering naar Nederland.

Artikel 8

  • 1. De dienstverrichter, die een werknemer detacheert naar Nederland, is verplicht dit schriftelijk of elektronisch aan Onze Minister te melden op een tijdstip voor aanvang van de werkzaamheden, waarbij hij meldt:

    • a. zijn identiteit;

    • b. de identiteit van de dienstontvanger en van de gedetacheerde werknemer;

    • c. de contactpersoon, bedoeld in artikel 7;

    • d. de identiteit van de voor de uitbetaling van het loon verantwoordelijke persoon;

    • e. de aard en de vermoedelijke duur van de werkzaamheden;

    • f. het adres van de werkplek; en

    • g. de bijdrage voor toepasselijke socialezekerheidsregelingen.

  • 2. Indien de dienstverrichter een werknemer detacheert naar Nederland, verstrekt de dienstverrichter voor aanvang van de werkzaamheden aan de dienstontvanger een schriftelijk of elektronisch afschrift van de melding, bedoeld in het eerste lid, met daarin ten minste de gegevens over zijn identiteit en de identiteit van de gedetacheerde werknemer, het adres van de werkplek en de aard en duur van de werkzaamheden.

  • 3. De dienstontvanger controleert of het afschrift van de melding, bedoeld in het tweede lid, de in het tweede lid genoemde gegevens vermeldt en meldt onjuistheden voor aanvang van de werkzaamheden schriftelijk of elektronisch aan Onze Minister.

  • 4. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven met betrekking tot het model van de melding, de taal, de wijze van melding, de over te leggen bescheiden en het tijdstip van de melding, bedoeld in het eerste lid.

  • 5. De verplichting in het eerste lid, aangaande de melding van de aard en vermoedelijke duur van de werkzaamheden, de identiteit van de voor de uitbetaling van het loon verantwoordelijke persoon en de identiteit van de persoon die de werkzaamheden uitvoert en de verplichting uit het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op zelfstandigen die werkzaam zijn in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen sectoren van het beroeps- of bedrijfsleven.

  • 6. Bij algemene maatregel van bestuur worden categorieën van gedetacheerde werknemers en dienstverrichters aangewezen waarop dit artikel niet van toepassing is of voor wie voor de melding nadere bij deze algemene maatregel van bestuur te bepalen regels gelden.

  • 7. De werkzaamheden van Onze Minister in verband met dit artikel kunnen worden uitgevoerd door een door Onze Minister aan te wijzen zelfstandig bestuursorgaan. Onze Minister kan voor de verwerking van de gegevens op grond van dit artikel een bewerker als bedoeld in artikel 14 van de Wet bescherming persoonsgegevens aanwijzen.

Artikel 9

  • 1. Tijdens de periode van detachering draagt de dienstverrichter er zorg voor dat op de werkplek, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel f, schriftelijk of elektronisch beschikbaar zijn:

    • a. de arbeidsovereenkomst met de gedetacheerde werknemer;

    • b. een opgave als bedoeld in artikel 626 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

    • c. een opgave als bedoeld in artikel 655 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

    • d. bescheiden waaruit blijkt hoeveel uren de gedetacheerde werknemer heeft gewerkt;

    • e. bewijsstukken waaruit de bijdrage voor socialezekerheidsregelingen en de identiteit van de dienstverrichter, de dienstontvanger, de gedetacheerde werknemer en van de voor de uitbetaling van het loon verantwoordelijke persoon blijken; en

    • f. een bewijs, waaruit blijkt welk loon aan de gedetacheerde werknemer is voldaan.

  • 2. De zelfstandige voor wie de verplichting, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, geldt draagt er zorg voor dat tijdens de periode, waarin hij werkzaamheden verricht, op de werkplek, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel f, bewijsstukken aanwezig zijn waaruit zijn identiteit, de identiteit van de dienstontvanger en de identiteit van de verantwoordelijke voor de uitbetaling van het loon blijken.

  • 3. De dienstverrichter en de zelfstandige dragen er zorg voor dat de bescheiden, bedoeld in het eerste en tweede lid, na de periode van detachering of de periode waarin de werkzaamheden worden verricht binnen redelijke termijn op verzoek aan de aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 5, worden verstrekt.

  • 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vereisten waaraan de bescheiden, bedoeld in het eerste en tweede lid, voldoen, de plaats waar deze bescheiden beschikbaar worden gesteld en met betrekking tot het derde lid.

HOOFDSTUK IV. WEDERZIJDSE BIJSTAND BIJ HANDHAVING EN BESTUURLIJKE HANDHAVING

Artikel 10

  • 1. Bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren zijn bevoegd voor de wederzijdse bijstand, bedoeld in Hoofdstuk VI van de handhavingsrichtlijn.

  • 2. Op verzoek van de bevoegde instantie zijn de aangewezen ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, verplicht:

    • a. tot invordering van een onherroepelijke administratieve sanctie of boete, opgelegd in een andere lidstaat;

    • b. tot kennisgeving van de beslissing tot oplegging van een administratieve sanctie of boete, opgelegd in een andere lidstaat.

  • 3. De administratieve sanctie of boete, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, kan worden ingevorderd bij dwangbevel.

  • 4. Titel 4.4. van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

  • 5. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vorm en de inhoud van het verzoek, bedoeld in het tweede lid.

  • 6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gronden voor afwijzing van het verzoek, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 11

De bedragen van de ingevorderde administratieve sancties of boetes, bedoeld in artikel 10, komen toe aan het Rijk.

Artikel 12

  • 1. Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen voor de overtredingen, bedoeld in het tweede lid.

  • 2. Als overtreding wordt aangemerkt:

    • a. het door een dienstverrichter of een zelfstandige, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, niet of onvoldoende nakomen van de informatieverplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid of tweede lid;

    • b. het door de dienstontvanger of de zelfstandige, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, niet of onvoldoende nakomen van de administratieve eisen en controlemaatregelen, bedoeld in artikel 8, eerste, derde of vijfde lid;

    • c. het door de dienstverrichter of de zelfstandige, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, niet of onvoldoende nakomen van de administratieve eisen, bedoeld in artikel 9, eerste, tweede of derde lid.

Artikel 13

  • 1. Onverminderd artikel 5:48, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht vermeldt het rapport in ieder geval de bij de overtreding betrokken persoon of personen.

  • 2. Het rapport wordt toegezonden aan de daartoe door Onze Minister aangewezen ambtenaar.

Artikel 14

  • 1. Een daartoe door Onze Minister aangewezen, onder hem ressorterende, ambtenaar legt namens hem de bestuurlijke boete op aan degene op wie de verplichtingen rusten die voortvloeien uit deze wet, voor zover het niet naleven daarvan is aangeduid als een overtreding.

  • 2. De terzake van deze wet gestelde overtredingen, gelden ten opzichte van elke persoon, met of ten aanzien van wie een overtreding is begaan.

Artikel 15

  • 1. De bestuurlijke boete die voor een overtreding kan worden opgelegd bedraagt ten hoogste het bedrag van de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

  • 2. Onverminderd het eerste lid verhoogt de op grond van artikel 14 aangewezen ambtenaar de op te leggen bestuurlijke boete met 100 procent van het boetebedrag, vastgesteld op grond van het zesde lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding een eerdere overtreding, bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting, is geconstateerd en de bestuurlijke boete wegens de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden.

  • 3. De verhoging van de bestuurlijke boete, bedoeld in het tweede lid, bedraagt 200 procent indien zowel de overtreding als de eerdere overtreding, bedoeld in dat lid, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen als ernstige overtredingen.

  • 4. Onverminderd het eerste lid verhoogt de op grond van artikel 14 aangewezen ambtenaar de op te leggen bestuurlijke boete met 200 procent van het boetebedrag, vastgesteld op grond van het zesde lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding twee maal een eerdere overtreding, bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting of verbod of het niet naleven van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen soortgelijke verplichtingen en verboden op grond van deze wet of andere wetten, is geconstateerd en de bestuurlijke boeten wegens de eerdere overtredingen onherroepelijk zijn geworden.

  • 5. In afwijking van het tweede en vierde lid is het tijdvak van vijf jaar in die leden tien jaar indien de onherroepelijke boetes, bedoeld in die leden, zijn opgelegd wegens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen ernstige overtredingen.

  • 6. Onze Minister stelt beleidsregels vast waarin de boetebedragen voor de overtredingen worden vastgesteld. Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing indien een artikel gesteld bij of krachtens deze wet op grond waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, niet is nageleefd.

  • 7. In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep de hoogte van de bestuurlijke boete ook ten nadele van de belanghebbende wijzigen.

Artikel 16

Indien een bestuurlijke boete ten onrechte is opgelegd, wordt deze binnen zes weken nadat is vastgesteld dat de bestuurlijke boete ten onrechte is opgelegd, aan de rechthebbende terugbetaald.

HOOFDSTUK V. WIJZIGING VAN ANDERE WETTEN

Artikel 17

De Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het zesde lid komt te luiden:

  • 6. Verbindend verklaarde bepalingen gelden ook ten aanzien van werknemers, die in het kader van transnationale dienstverrichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet arbeidvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, tijdelijk in Nederland arbeid verrichten en wier arbeidsovereenkomst wordt beheerst door een ander recht dan het Nederlandse recht, indien deze bepalingen betrekking hebben op:

    • a. maximale werktijden en minimale rusttijden;

    • b. het minimum aantal vakantiedagen, gedurende welke de verplichting van de werkgever om loon te betalen bestaat, en extra vergoedingen in verband met vakantie;

    • c. minimumloon,

      waarbij tot dit minimumloon in ieder geval behoren:

      • 1. het geldende periodeloon in de schaal;

      • 2. de van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting per week/maand/jaar/periode;

      • 3. toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid, waaronder feestdagentoeslag en ploegentoeslag;

      • 4. tussentijdse loonsverhoging;

      • 5. kostenvergoeding: reiskosten en reistijdvergoeding, pensionkosten en andere kosten noodzakelijk vanwege de uitoefening van de functie;

      • 6. periodieken;

      • 7. eindejaarsuitkeringen;

      • 8. extra vergoedingen in verband met vakantie,

      en waarbij niet tot dit minimumloon behoren: aanspraken op aanvullende bedrijfspensioenregelingen en op bovenwettelijke sociale zekerheidsaanspraken en vergoedingen boven het loon voor door de werknemer in verband met de detachering te maken onkosten voor reizen, huisvesting of voeding;

    • d. voorwaarden voor het ter beschikking stellen van werknemers;

    • e. gezondheid, veiligheid en hygiëne op het werk;

    • f. beschermende maatregelen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden van kinderen, jongeren en van zwangere of pas bevallen werkneemsters;

    • g. gelijke behandeling van mannen en vrouwen, alsmede andere bepalingen inzake niet-discriminatie.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het zesde lid.

B

Onder vernummering van de artikelen 10a en 10b tot 10b en 10c, wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 10a
  • 1. Onze Minister kan op verzoek van een of meer verenigingen van werkgevers of van werknemers de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens, verkregen op grond van artikel 8 van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, verstrekken om na te gaan of algemeen verbindend verklaarde bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten, die gelden voor gedetacheerde werknemers, worden nageleefd.

  • 2. Onze Minister kan op verzoek van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die door de organisaties van werkgevers en werknemers is belast of mede is belast met het toezicht op de naleving van collectieve arbeidsovereenkomsten, bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens, verkregen op grond van artikel 8 van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, verstrekken ten behoeve van de uitvoering van het toezicht op de naleving van collectieve arbeidsovereenkomsten, die gelden voor gedetacheerde werknemers.

  • 3. Onze Minister is bevoegd om op verzoek van een of meer verenigingen van werkgevers of van werknemers bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens over dienstverrichters, bedoeld in de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, die in het kader van de administratieve samenwerking, bedoeld in artikel 4 van die wet, verkregen zijn van andere lidstaten te verstrekken om na te gaan of algemeen verbindend verklaarde bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten die gelden voor gedetacheerde werknemers, worden nageleefd.

  • 4. Onze Minister is bevoegd om op verzoek van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die door de organisaties van werkgevers en werknemers is belast of mede is belast met het toezicht op de naleving van collectieve arbeidsovereenkomsten bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens over dienstverrichters, bedoeld in de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europee Unie, die in het kader van de administratieve samenwerking, bedoeld in artikel 4 van die wet verkregen zijn van andere lidstaten, te verstrekken ten behoeve van de uitvoering van het toezicht op de naleving van collectieve arbeidsovereenkomsten, die gelden voor gedetacheerde werknemers.

Artikel 18

Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 6, onderdeel c, wordt «artikel 1 van de Wet arbeidsvoorwaarden grensoverschrijdende arbeid,» vervangen door: artikel 2 van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie,.

B

In artikel 100 wordt «artikel 1 van de Wet arbeidsvoorwaarden grensoverschrijdende arbeid,» vervangen door: artikel 2 van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie,.

Artikel 18a

Aan artikel 668a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 13. Bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan kunnen de tussenpozen, bedoeld in lid 1, onderdelen a en b, worden verkort tot ten hoogste drie maanden, voor bij die overeenkomst of regeling aangewezen functies, die als gevolg van klimatologische of natuurlijke omstandigheden gedurende een periode van ten hoogste negen maanden per jaar kunnen worden uitgeoefend en niet aansluitend door dezelfde werknemer kunnen worden uitgeoefend gedurende een periode van meer dan negen maanden per jaar.

HOOFDSTUK VI. SLOTBEPALINGEN

Artikel 19

Onze Minister zendt binnen twee jaar na inwerkingtreding van artikel 8 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit artikel in de praktijk.

Artikel 20

De Wet arbeidsvoorwaarden grensoverschrijdende arbeid wordt ingetrokken.

Artikel 21

De artikelen van deze wet treden in werking op bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 12, eerste lid, van de Wet raadgevend referendum.

Artikel 22

Deze wet wordt aangehaald als: Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te Wassenaar, 1 juni 2016

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

Uitgegeven de zeventiende juni 2016

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 34 408