Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatsblad 2016, 179Wet

Wet van 8 april 2016 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met een doeltreffender regeling van het onderwijstoezicht

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de kwaliteit van het onderwijs te bevorderen door de vrijheid van professionals beter te waarborgen en door de taakuitoefening van de Inspectie van het onderwijs doeltreffender te regelen, en dat het in verband hiermee noodzakelijk is de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en de Wet op het onderwijstoezicht te wijzigen,

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet op het primair onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

0A

Aan artikel 4c wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het instrument, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dat door de school wordt vormgegeven of gekozen, waaronder:

    • a. de aandachtsgebieden die het instrument inzichtelijk maakt,

    • b. de representativiteit van het instrument, en

    • c. de frequentie waarmee het instrument wordt ingezet.

0B

Artikel 8, zesde lid, tweede volzin, komt te luiden:

Het leerling- en onderwijsvolgsysteem bevat toetsen die kennis en vaardigheden van de leerling meten in elk geval op het terrein van de Nederlandse taal en rekenen en wiskunde, met inachtneming van de referentieniveaus Nederlandse taal en de referentieniveaus rekenen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.

A

Artikel 10 komt te luiden:

Artikel 10. Kwaliteit onderwijs

Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan het naleven van de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 12, vierde lid.

B

Artikel 10a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Artikel 10a. Zeer zwak onderwijs

2. Het eerste en tweede lid komen als volgt te luiden:

  • 1. De kwaliteit van het onderwijs is zeer zwak indien de leerresultaten op de school aan het eind van het zevende of het achtste schooljaar op groepsniveau ernstig en langdurig tekortschieten en het bevoegd gezag in verband met dit tekortschieten eveneens tekortschiet in de naleving van een of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften. Het bevoegd gezag voldoet in elk geval niet aan de wettelijke opdracht om zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs, bedoeld in artikel 10, indien de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is.

  • 2. Er is sprake van onvoldoende leerresultaten als bedoeld in het eerste lid indien op de school de leerresultaten op het gebied van de Nederlandse taal en op het gebied van rekenen en wiskunde, gemeten over een periode van 3 schooljaren, liggen onder de in het vierde lid bedoelde normering die daarvoor geldt in vergelijking tot die leerresultaten over diezelfde schooljaren van scholen met een vergelijkbaar leerlingenbestand..

3. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Indien de leerresultaten van de school niet kunnen worden beoordeeld op grond van de regels gesteld bij of krachtens het vijfde lid, is de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak indien de school tekortschiet in de naleving van twee of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en de school dientengevolge tekortschiet in het zorg dragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 4c, of het zodanig inrichten van het onderwijs dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen dan wel het afstemmen van het onderwijs op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid.

C

Artikel 12 komt te luiden:

Artikel 12. Schoolplan

  • 1. Het schoolplan bevat een beschrijving van het beleid met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school wordt gevoerd, en omvat in elk geval het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en het stelsel van kwaliteitszorg. Het schoolplan omvat mede het beleid ten aanzien van de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen, niet zijnde ouderbijdragen of op de onderwijswetgeving gebaseerde bijdragen, indien het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich neemt waarmee de leerlingen binnen de schooltijden en tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, alsmede tijdens het overblijven, zullen worden geconfronteerd. In het schoolplan wordt aangegeven op welke wijze invulling wordt gegeven aan het openbare karakter onderscheidenlijk de identiteit voor zover het betreft een samenwerkingsschool.

  • 2. De beschrijving van het onderwijskundig beleid omvat in elk geval:

    • a. de uitwerking van de wettelijke voorschriften betreffende de uitgangspunten, de doelstelling en de inhoud van het onderwijs,

    • b. de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen eigen opdrachten voor het onderwijs in een onderwijsprogramma,

    • c. het pedagogisch-didactisch klimaat en het schoolklimaat, en

    • d. het zorg dragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 4c.

    Bij de beschrijving van het onderwijskundig beleid wordt tevens het schoolondersteuningsprofiel betrokken.

  • 3. De beschrijving van het personeelsbeleid omvat in elk geval:

    • a. het voldoen aan de eisen van bevoegdheid en de wijze waarop de bekwaamheid wordt onderhouden,

    • b. het document inzake evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in de schoolleiding, bedoeld in artikel 30,

    • c. de maatregelen met betrekking tot het personeel die bijdragen aan de ontwikkeling en de uitvoering van het onderwijskundig beleid, en

    • d. het pedagogisch-didactisch handelen van het onderwijspersoneel.

  • 4. De beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg omvat in elk geval het zorg dragen voor:

    • a. het bewaken dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen en dat het onderwijs wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, mede met behulp van het leerling- en onderwijsvolgsysteem, bedoeld in artikel 8, zesde lid, en

    • b. het vaststellen welke maatregelen ter verbetering nodig zijn.

Ca

Artikel 13, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het slot van de onderdelen f, j en m vervalt: en.

2. Aan het slot van onderdeel n wordt de punt vervangen door: , en.

3. Na onderdeel n wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • o. de in het kader van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 12, vierde lid, gedane bevindingen en de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen.

D

Artikel 45a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Artikel 45a. Informeren ouders bij zeer zwak onderwijs

2. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Indien de inspectie in het inspectierapport, bedoeld in artikel 20 van de Wet op het onderwijstoezicht, tot het oordeel is gekomen dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, als bedoeld in artikel 10a, eerste of vierde lid, informeert het bevoegd gezag de ouders van de leerlingen van de school hierover door middel van in ieder geval de toezending van de door de inspectie opgestelde samenvatting van het inspectierapport, welke samenvatting gelijktijdig met het inspectierapport ter beschikking is gesteld van het bevoegd gezag. De toezending, bedoeld in de eerste volzin, geschiedt binnen vier weken na de vaststelling van het inspectierapport.

E

In artikel 157a, eerste lid, wordt «de kwaliteit van het onderwijs op de school, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht, onvoldoende is» vervangen door: het bevoegd gezag tekortschiet in haar zorg voor de kwaliteit van het onderwijs, bedoeld in artikel 10,.

F

In artikel 164a, eerste lid, wordt «de kwaliteit van het onderwijs of de kwaliteit van het bestuur ernstig of langdurig tekortschiet,» vervangen door: het bevoegd gezag tekortschiet in haar zorg voor de kwaliteit van het onderwijs, bedoeld in artikel 10,.

G

Artikel 164b wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift wordt «ernstig of langdurig tekortschieten in kwaliteit» vervangen door:

zeer zwak onderwijs.

2. Het tweede lid, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. heeft de inspectie een onderzoek als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht verricht en heeft de inspectie Onze Minister meegedeeld dat het bevoegd gezag naar aanleiding van dit onderzoek niet bereid is afspraken te maken over verbeteringen dan wel dat uit het onderzoek naar de verbeteringen, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht blijkt dat sprake is van onvoldoende verbeteringen;.

ARTIKEL II

De Wet primair onderwijs BES wordt als volgt gewijzigd:

OA

Aan artikel 6a wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het instrument, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dat door de school wordt vormgegeven of gekozen, waaronder:

    • a. de aandachtsgebieden die het instrument inzichtelijk maakt,

    • b. de representativiteit van het instrument, en

    • c. de frequentie waarmee het instrument wordt ingezet.

A

Artikel 13 komt te luiden:

Artikel 13. Kwaliteit onderwijs

Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan het naleven van de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 15, vierde lid.

B

Artikel 15 komt te luiden:

Artikel 15. Schoolplan

  • 1. Het schoolplan bevat een beschrijving van het beleid met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school wordt gevoerd, en omvat in elk geval het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en het stelsel van kwaliteitszorg. Het schoolplan omvat mede het beleid ten aanzien van de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen, niet zijnde ouderbijdragen of op de onderwijswetgeving gebaseerde bijdragen, indien het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich neemt waarmee de leerlingen binnen de schooltijden en tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, alsmede tijdens het overblijven, zullen worden geconfronteerd.

  • 2. De beschrijving van het onderwijskundig beleid omvat in elk geval:

    • a. de uitwerking van de wettelijke voorschriften betreffende de uitgangspunten, de doelstelling en de inhoud van het onderwijs,

    • b. de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen eigen opdrachten voor het onderwijs in een onderwijsprogramma,

    • c. het pedagogisch-didactisch klimaat en het schoolklimaat,

    • d. het zorg dragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 6a.

    Bij de beschrijving van het onderwijskundig beleid worden tevens de voorzieningen betrokken die zijn getroffen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.

  • 3. De beschrijving van het personeelsbeleid omvat in elk geval:

    • a. het voldoen aan de eisen van bevoegdheid en de wijze waarop de bekwaamheid wordt onderhouden,

    • b. de maatregelen met betrekking tot het personeel die bijdragen aan de ontwikkeling en de uitvoering van het onderwijskundig beleid, en

    • c. het pedagogisch-didactisch handelen van het onderwijspersoneel.

  • 4. De beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg omvat in elk geval het zorg dragen voor:

    • a. het bewaken dat een ononderbroken ontwikkelingsproces van leerlingen mogelijk wordt gemaakt en dat het onderwijs wordt afgestemd op de ontwikkeling van leerlingen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, mede met behulp van het leerling- en onderwijsvolgsysteem, bedoeld in artikel 10, vierde lid,

    • b. het vaststellen welke maatregelen ter verbetering nodig zijn, en

    • c. het vorm geven aan de uitwerking van het eilandelijk zorgplan, bedoeld in artikel 27.

Ba

Artikel 16, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het slot van onderdeel j vervalt: en.

2. Aan het slot van onderdeel k wordt de punt vervangen door: , en.

3. Na onderdeel k wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • l. de in het kader van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 15, vierde lid, gedane bevindingen en de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen.

C

In artikel 123, eerste lid, wordt «de kwaliteit van het onderwijs op de school, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht, onvoldoende is» vervangen door: het bevoegd gezag tekortschiet in haar zorg voor de kwaliteit van het onderwijs, bedoeld in artikel 13,.

D

In artikel 130, eerste lid, wordt «de kwaliteit van het onderwijs of de kwaliteit van het bestuur ernstig of langdurig tekortschiet,» vervangen door: het bevoegd gezag tekortschiet in haar zorg voor de kwaliteit van het onderwijs, bedoeld in artikel 13,.

ARTIKEL III

De Wet op de expertisecentra wordt als volgt gewijzigd:

0A

Aan artikel 5a wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het instrument, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dat door de school wordt vormgegeven of gekozen, waaronder:

    • a. de aandachtsgebieden die het instrument inzichtelijk maakt,

    • b. de representativiteit van het instrument, en

    • c. de frequentie waarmee het instrument wordt ingezet.

0B

Artikel 11, zevende lid, tweede volzin, komt te luiden:

Het leerling- en onderwijsvolgsysteem bevat toetsen die kennis en vaardigheden van de leerling meten ten minste op het terrein van de Nederlandse taal en rekenen en wiskunde, met inachtneming van de referentieniveaus Nederlandse taal en de referentieniveaus rekenen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.

A

Artikel 19 komt te luiden:

Artikel 19. Kwaliteit onderwijs

Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan het naleven van de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 21, vierde lid.

Aa

Na artikel 19 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 19a. Zeer zwak onderwijs

De kwaliteit van het onderwijs is zeer zwak indien de school tekortschiet in de naleving van twee of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en de school dientengevolge tekortschiet in het zorg dragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 5a, of het zodanig inrichten van het onderwijs dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen dan wel het afstemmen van het onderwijs op de ontwikkelingsmogelijkheden van de leerlingen, bedoeld in artikel 11, eerste lid.

B

Artikel 21 komt te luiden:

Artikel 21. Schoolplan

  • 1. Het schoolplan bevat een beschrijving van het beleid met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school wordt gevoerd, en omvat in elk geval het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en het stelsel van kwaliteitszorg. Het schoolplan omvat mede het beleid ten aanzien van de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen, niet zijnde ouderbijdragen of op de onderwijswetgeving gebaseerde bijdragen, indien het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich neemt waarmee de leerlingen binnen de schooltijden en tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, alsmede tijdens het overblijven, zullen worden geconfronteerd. In het schoolplan wordt aangegeven op welke wijze invulling wordt gegeven aan het openbare karakter onderscheidenlijk de identiteit voor zover het betreft een samenwerkingsschool.

  • 2. De beschrijving van het onderwijskundig beleid omvat in elk geval:

    • a. de uitwerking van de wettelijke voorschriften betreffende de uitgangspunten, de doelstelling en de inhoud van het onderwijs,

    • b. de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen eigen opdrachten voor het onderwijs in een onderwijsprogramma,

    • c. het pedagogisch-didactisch klimaat en het schoolklimaat,

    • d. het zorg dragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 5a.

    Bij de beschrijving van het onderwijskundig beleid wordt tevens het schoolondersteuningsprofiel betrokken.

  • 3. De beschrijving van het personeelsbeleid omvat in elk geval:

    • a. het voldoen aan de eisen van bevoegdheid en de wijze waarop de bekwaamheid wordt onderhouden,

    • b. de maatregelen met betrekking tot het personeel die bijdragen aan de ontwikkeling en de uitvoering van het onderwijskundig beleid,

    • c. het pedagogisch-didactisch handelen van het onderwijspersoneel,

    • d. het document inzake evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in de schoolleiding, bedoeld in artikel 30, en

    • e. de wijze waarop rekening wordt gehouden met de inbreng van leerlingen op dat beleid.

  • 4. De beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg omvat in elk geval het zorg dragen voor:

    • a. het bewaken dat de leerling een ononderbroken ontwikkelingsproces kan doorlopen en dat het onderwijs wordt afgestemd op de ontwikkelingsmogelijkheden van de leerlingen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, mede met behulp van het leerling- en onderwijsvolgsysteem, bedoeld in artikel 11, zevende lid, en

    • b. het vaststellen welke maatregelen ter verbetering nodig zijn.

Ba

Artikel 22, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het slot van onderdeel j vervalt: en.

2. Aan het slot van onderdeel k wordt de punt vervangen door: , en.

3. Na onderdeel k wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • l. de in het kader van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 21, vierde lid, gedane bevindingen en de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen.

C

Artikel 48a, het opschrift en het eerste lid, komen te luiden:

Artikel 48a. Informeren ouders bij zeer zwak onderwijs

  • 1. Indien de inspectie op basis van een onderzoek als bedoeld in artikel 11 of artikel 15 van de Wet op het onderwijstoezicht, in het inspectierapport, bedoeld in artikel 20 van genoemde wet, tot het oordeel is gekomen dat sprake is van zeer zwak onderwijs, bedoeld in artikel 19a, informeert het bevoegd gezag de ouders van de leerlingen van de school hierover door middel van in ieder geval de toezending van de door de inspectie opgestelde samenvatting van het inspectierapport, welke samenvatting gelijktijdig met het inspectierapport ter beschikking is gesteld van het bevoegd gezag. De toezending, bedoeld in de eerste volzin, geschiedt binnen vier weken na de vaststelling van het inspectierapport.

D

In artikel 146a, eerste lid, wordt «de kwaliteit van het onderwijs of de kwaliteit van het bestuur ernstig of langdurig tekortschiet,» vervangen door: het bevoegd gezag tekortschiet in haar zorg voor de kwaliteit van het onderwijs, bedoeld in artikel 19,.

ARTIKEL IV

De Wet op het voortgezet onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

00A

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Na het eerste lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen.

0A

Aan artikel 3b wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het instrument, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dat door de school wordt vormgegeven of gekozen, waaronder:

    • a. de aandachtsgebieden die het instrument inzichtelijk maakt,

    • b. de representativiteit van het instrument, en

    • c. de frequentie waarmee het instrument wordt ingezet.

A

Artikel 23a komt te luiden:

Artikel 23a. Kwaliteit onderwijs

Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan het naleven van de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 24, vierde lid.

B

Artikel 23a1 komt te luiden:

Artikel 23a1. Zeer zwak onderwijs

  • 1. De kwaliteit van het onderwijs is zeer zwak indien de leerresultaten van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, het hoger algemeen voortgezet onderwijs, het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, het voorbereidend beroepsonderwijs, het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in de theoretische leerweg en de gemengde leerweg, het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in de basisberoepsgerichte leerweg dan wel het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in de kaderberoepsgerichte leerweg ernstig en langdurig tekortschieten en het bevoegd gezag in verband met dit tekortschieten eveneens tekortschiet in de naleving van een of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften. Het bevoegd gezag voldoet in elk geval niet aan de wettelijke opdracht om zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs, bedoeld in artikel 23a, indien de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is.

  • 2. Er is sprake van onvoldoende leerresultaten als bedoeld in het eerste lid indien in de schoolsoort dan wel de leerweg, bedoeld in het eerste lid, de gemiddelde eindexamenresultaten en het doorstroomrendement, gemeten over een periode van 3 schooljaren, liggen onder de normering, bedoeld in het vierde lid, die daarvoor geldt in vergelijking tot die leerresultaten over diezelfde schooljaren van dezelfde schoolsoorten of dezelfde leerwegen met een vergelijkbaar leerlingenbestand

  • 3. Indien de leerresultaten van het onderwijs niet kunnen worden beoordeeld op grond van de regels gesteld bij of krachtens het vierde lid, is de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak indien het bevoegd gezag ten aanzien van het onderwijs, bedoeld in het eerste lid, tekortschiet in de naleving van twee of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en het bevoegd gezag dientengevolge tekortschiet in het zorg dragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 3b, of het zodanig inrichten van het onderwijs dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen dan wel het afstemmen van het onderwijs op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid.

  • 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop leerresultaten worden gemeten. Voorts wordt de normering, bedoeld in het tweede lid, bepaald en de aard en het aantal van de gegevens die ten minste beschikbaar moeten zijn.

  • 5. De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

C

Artikel 23c wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Artikel 23c. Informeren ouders bij zeer zwak onderwijs

2. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Indien de inspectie in het inspectierapport, bedoeld in artikel 20 van de Wet op het onderwijstoezicht, tot het oordeel is gekomen dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, als bedoeld in artikel 23a1, eerste of derde lid, informeert het bevoegd gezag de ouders van de leerlingen van de school hierover door middel van in ieder geval de toezending van de door de inspectie opgestelde samenvatting van het inspectierapport welke samenvatting gelijktijdig met het inspectierapport ter beschikking is gesteld van het bevoegd gezag. De toezending, bedoeld in de eerste volzin, geschiedt binnen vier weken na de vaststelling van het inspectierapport.

D

Artikel 24 komt te luiden:

Artikel 24. Schoolplan

  • 1. Het schoolplan bevat een beschrijving van het beleid met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school wordt gevoerd, en omvat in elk geval het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en het stelsel van kwaliteitszorg. Het schoolplan omvat mede het beleid ten aanzien van de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen, niet zijnde ouderbijdragen of op de onderwijswetgeving gebaseerde bijdragen, indien het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich neemt waarmee de leerlingen binnen de schooltijden en tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, alsmede tijdens het overblijven, zullen worden geconfronteerd. In het schoolplan wordt aangegeven op welke wijze invulling wordt gegeven aan het openbare karakter onderscheidenlijk de identiteit voor zover het betreft een samenwerkingsschool.

  • 2. De beschrijving van het onderwijskundig beleid omvat in elk geval:

    • a. de uitwerking van de wettelijke voorschriften betreffende de uitgangspunten, de

    doelstelling en de inhoud van het onderwijs,

    • b. de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen eigen opdrachten voor het

    onderwijs in een onderwijsprogramma,

    • c. het pedagogisch-didactisch klimaat en het schoolklimaat, en

    • d. het zorg dragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 3b.

    Bij de beschrijving van het onderwijskundig beleid wordt tevens het schoolondersteuningsprofiel betrokken.

  • 3. De beschrijving van het personeelsbeleid omvat in elk geval:

    • a. het voldoen aan de eisen van bevoegdheid en de wijze waarop de bekwaamheid wordt

    onderhouden,

    • b. de maatregelen met betrekking tot het personeel die bijdragen aan de ontwikkeling en de uitvoering van het onderwijskundig beleid,

    • c. het pedagogisch-didactisch handelen van het onderwijspersoneel,

    • d. het document inzake evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in de schoolleiding,

    bedoeld in artikel 32d, en

    • e. de wijze waarop rekening wordt gehouden met de inbreng van leerlingen op dat beleid.

      • 4. De beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg omvat in elk geval het zorg dragen voor:

    • a. het bewaken dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen en dat het onderwijs wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, en

    • b. het vaststellen welke maatregelen ter verbetering nodig zijn.

Da

Artikel 24a, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het slot van onderdeel j vervalt: en.

2. Aan het slot van onderdeel k wordt de punt vervangen door: , en.

3. Na onderdeel k wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • l. de in het kader van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 24, vierde lid, gedane bevindingen en de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen.

E

In artikel 104a, eerste lid, wordt «de kwaliteit van het onderwijs of de kwaliteit van het bestuur ernstig of langdurig tekortschiet,» vervangen door: het bevoegd gezag tekortschiet in haar zorg voor de kwaliteit van het onderwijs, bedoeld in artikel 23a,.

F

Artikel 109a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift wordt «ernstig of langdurig tekortschieten van kwaliteit» vervangen door: zeer zwak onderwijs.

2. Het derde lid, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. heeft de inspectie een onderzoek als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht verricht en heeft de inspectie Onze Minister meegedeeld dat het bevoegd gezag naar aanleiding van dit onderzoek niet bereid is afspraken te maken over verbeteringen dan wel dat uit het onderzoek naar de verbeteringen, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht blijkt dat sprake is van onvoldoende verbeteringen;.

ARTIKEL V

De Wet voortgezet onderwijs BES wordt als volgt gewijzigd:

00A

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Na het eerste lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen.

0A

Aan artikel 4a wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het instrument, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dat door de school wordt vormgegeven of gekozen, waaronder:

    • a. de aandachtsgebieden die het instrument inzichtelijk maakt,

    • b. de representativiteit van het instrument, en

    • c. de frequentie waarmee het instrument wordt ingezet.

A

Artikel 47 komt te luiden:

Artikel 47. Kwaliteit onderwijs

Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan het naleven van de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 50, vierde lid.

B

Artikel 50 komt te luiden:

Artikel 50. Schoolplan

  • 1. Het schoolplan bevat een beschrijving van het beleid met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school wordt gevoerd, en omvat in elk geval het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en het stelsel van kwaliteitszorg. Het schoolplan omvat mede het beleid ten aanzien van de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen, niet zijnde ouderbijdragen of op de onderwijswetgeving gebaseerde bijdragen, indien het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich neemt waarmee de leerlingen binnen de schooltijden en tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, alsmede tijdens het overblijven, zullen worden geconfronteerd.

  • 2. De beschrijving van het onderwijskundig beleid omvat in elk geval:

    • a. de uitwerking van de wettelijke voorschriften betreffende de uitgangspunten, de doelstelling en de inhoud van het onderwijs,

    • b. de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen eigen opdrachten voor het onderwijs in een onderwijsprogramma,

    • c. het pedagogisch-didactisch klimaat en het schoolklimaat, en

    • d. het zorg dragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 4a.

    Bij de beschrijving van het onderwijskundig beleid worden tevens de voorzieningen betrokken die zijn getroffen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.

  • 3. De beschrijving van het personeelsbeleid omvat in elk geval:

    • a. het voldoen aan de eisen van bevoegdheid en de wijze waarop de bekwaamheid wordt onderhouden,

    • b. de maatregelen met betrekking tot het personeel die bijdragen aan de ontwikkeling en de uitvoering van het onderwijskundig beleid,

    • c. het pedagogisch-didactisch handelen van het onderwijspersoneel, en

    • d. de wijze waarop rekening wordt gehouden met de inbreng van leerlingen op dat beleid.

  • 4. De beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg omvat in elk geval het zorg dragen voor:

    • a. het bewaken dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen en dat het onderwijs wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid,

    • b. het vaststellen welke maatregelen ter verbetering nodig zijn, en

    • c. het vormgeven aan de uitwerking van het eilandelijk zorgplan, bedoeld in artikel 68.

Ba

Artikel 51, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het slot van onderdeel g vervalt: en.

2. Aan het slot van onderdeel h wordt de punt vervangen door: , en.

3. Na onderdeel h wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • i. de in het kader van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 50, vierde lid, gedane bevindingen en de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen.

C

In artikel 185, eerste lid, wordt «de kwaliteit van het onderwijs of de kwaliteit van het bestuur ernstig of langdurig tekortschiet,» vervangen door: het bevoegd gezag tekortschiet in haar zorg voor de kwaliteit van het onderwijs, bedoeld in artikel 47,.

ARTIKEL VI

De Wet op het onderwijstoezicht wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt na onderdeel i een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • ia. Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven: de rechtspersoon, bedoeld in 1.5.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Aa

Het opschrift van hoofdstuk 2 komt te luiden:

Hoofdstuk 2. Taken en bevoegdheden van de inspectie

B

In Artikel 3, vervalt het tweede lid en komt het eerste lid onder vernummering van het derde tot het tweede lid, te luiden:

  • 1. De inspectie heeft de volgende taken:

    • a. het toezien op:

      • 1°. de naleving van de bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften,

      • 2°. de naleving van de bij of krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gegeven voorschriften, voor zover het betreft de voorschoolse educatie op peuterspeelzalen en kindercentra,

    • b. het bevorderen van:

      • 1°. de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het onderwijs aan en het bestuur van instellingen als bedoeld in de onderwijswetten met uitzondering van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek voor zover het niet betreft het onderzoek bedoeld in artikel 12a, derde lid,

      • 2°. de kwaliteit van de uitoefening van de taken van de samenwerkingsverbanden,

      • 3°. de kwaliteit van de uitoefening van de taken van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, en

      • 4°. de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het stelsel van hoger onderwijs, met inbegrip van het stelsel van accreditatie, bedoeld in artikel 1.1, onderdelen q, r en s, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

    • c. het beoordelen en bevorderen van de financiële rechtmatigheid door in ieder geval het verrichten van onderzoek naar de rechtmatige verkrijging van de bekostiging, naar de controlerapporten van de door het bestuur aangewezen accountant, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de rechtmatigheid van het financieel beheer van de bekostigde instellingen, alsmede het beoordelen en bevorderen van de financiële doelmatigheid en het bevorderen van de financiële continuïteit,

    • d. het beoordelen en bevorderen van de rechtmatigheid en de doeltreffendheid van de uitoefening van de taken, opgedragen aan het college van burgemeester en wethouders bij of krachtens hoofdstuk 1, afdelingen 3 en 6 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, met uitzondering van de bij of krachtens artikel 1.50b vastgestelde bepalingen omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie,

    • e. het rapporteren over de ontwikkeling van, in bijzonder van de kwaliteit van, het onderwijs en over de uitoefening van de taken door de instellingen, de samenwerkingsverbanden en de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, in het bijzonder over de kwaliteit daarvan, en

    • f. het verrichten van andere bij of krachtens de wet aan de inspectie opgedragen taken.

2. Onderdeel c komt te vervallen, onder verlettering van de onderdelen d tot en met g tot de onderdelen c tot en met f.

C

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Artikel 4. Uitgangspunten voor de taakuitoefening

2. In het eerste en tweede lid wordt «oefent het toezicht uit» telkens vervangen door: verricht haar taken.

3. In het derde lid wordt «het toezicht in het onderwijs» vervangen door: de taakuitoefening.

4. In het vierde lid wordt «De uitoefening van het toezicht» vervangen door: De taakuitoefening van de inspectie.

D

Artikel 6a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «de kwaliteit van het onderwijs tekortschiet ten gevolge van het door het bestuur van de instelling gevoerde personeelsbeleid» vervangen door: de instelling tekortschiet in de naleving van wettelijke voorschriften ten gevolge van het gevoerde personeelsbeleid.

2. In het tweede lid wordt «de kwaliteit van het onderwijs tekortschiet» vervangen door: de instelling tekortschiet in de naleving van wettelijke voorschriften.

E

Artikel 7, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. De goedkeuring, bedoeld in het eerste lid, wordt niet eerder verleend dan vier weken nadat het ontwerp van het jaarwerkplan aan de Staten-Generaal is overgelegd.

F

Het opschrift van hoofdstuk 3 komt te luiden:

Hoofdstuk 3. Uitvoering van het onderzoek

G

Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, eerste volzin, wordt «tweede lid, onderdelen a, b en d» vervangen door: eerste lid, onderdelen a tot en met c.

2. Het eerste lid, tweede volzin, komt te luiden:

Naar aanleiding van het onderzoek geeft de inspectie een oordeel over de naleving van wettelijke voorschriften door de instelling en maakt zij aan de instelling haar bevindingen bekend over de ontwikkeling, in het bijzonder van de kwaliteit, van het onderwijs aan de instelling.

3. In het tweede lid wordt «aspecten van kwaliteit, te weten» vervangen door «indicatoren» en worden de onderdelen a tot en met c vervangen door:

  • a. schoolplan,

  • b. leerresultaten en de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen,

  • c. monitor inzake de veiligheid van leerlingen op school,

  • d. informatie uit de jaarstukken, met inbegrip van het financieel jaarverslag,

  • e. beschikbare signalen over mogelijke knelpunten, waaronder het gevoerde personeelsbeleid, voor zover daar op grond van artikel 6a, eerste en tweede lid, aanleiding toe bestaat.

4. In het derde lid, eerste volzin, wordt «dat de kwaliteit tekortschiet» vervangen door: dat de instelling tekortschiet in de naleving van wettelijke voorschriften.

5. Het derde lid, tweede volzin, komt te luiden: Dit nader onderzoek verricht zij, indien het betreft een instelling als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs of de Wet voortgezet onderwijs BES, aan de hand van het schoolplan.

6. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Indien de inspectie naar aanleiding van het onderzoek, bedoeld in het derde lid, oordeelt dat de instelling tekortschiet in de naleving van wettelijke voorschriften verricht zij na ten hoogste één jaar onderzoek naar de verbeteringen die de instelling heeft gerealiseerd.

7. In het zevende lid wordt «tweede lid, onderdeel c en het derde lid, onderdeel h, zijn» vervangen door: tweede lid, onderdeel e, is

8. Na het zevende lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 8. De inspectie bezoekt ten minste elke vier jaar een representatief aantal van de onder een bestuur ressorterende instellingen. Bij dit periodiek instellingsbezoek verricht zij, indien het betreft een instelling als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs of de Wet voortgezet onderwijs BES, het onderzoek aan de hand van het schoolplan.

Ga

Het opschrift van artikel 12 komt te luiden:

Artikel 12. Onderzoek op basis van verantwoording

H

Artikel 12a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «tweede lid, onderdelen b en d,» vervangen door: eerste lid, onderdelen a en c,.

2. In het tweede en derde lid wordt «tweede lid, onderdelen b, c en d,» telkens vervangen door: eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1°, onderdeel b, subonderdeel 4° en onderdeel c,.

3. In het vierde lid wordt na «artikelen 20» ingevoegd: , eerste tot en met vijfde lid,.

I

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

01. Het opschrift komt te luiden:

Artikel 13. Onderzoekskaders

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Onze Minister stelt op voordracht van de inspectie kaders vast waarin de werkwijze voor een onderzoek als bedoeld in de artikelen 11 en 12a en voor de toepassing van de artikelen 11a en 11b is vastgelegd. In de kaders wordt onderscheid aangebracht tussen de in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde taken.

2. In het tweede lid wordt «Alvorens een toezichtskader vast te stellen of te wijzigen» vervangen door: Voorafgaand aan de voordracht, bedoeld in het eerste lid,.

3. Aan het tweede lid worden de volgende volzinnen toegevoegd:

Ten behoeve van het in de vorige volzin bedoelde overleg brengt de inspectie onderscheid aan tussen de in artikel 3, eerste lid, bedoelde taken, en vermeldt zij, voor zover het de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a bedoelde taak betreft, welke bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften van toepassing zijn. De inspectie maakt van het overleg een verslag, dat door Onze Minister aan de Staten-Generaal wordt gezonden.

4. In het derde lid wordt «toezichtskader» vervangen door: kader, bedoeld in het eerste lid.

J

In artikel 13a wordt «ernstig of langdurig tekortschiet» vervangen door: zeer zwak is, als bedoeld in artikel 10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 19a van de Wet op de expertisecentra en artikel 23a1, eerste of vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs.

K

Artikel 14, eerste en tweede lid, komen te luiden:

  • 1. Indien de inspectie oordeelt dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, als bedoeld in artikel 10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 19a van de Wet op de expertisecentra en artikel 23a1, eerste of vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs dan wel de instelling tekortschiet in de naleving van andere wettelijke voorschriften, informeert zij Onze Minister en kan zij voorstellen doen over te treffen maatregelen.

  • 2. De inspectie informeert Onze Minister indien de leerresultaten ernstig en langdurig tekortschieten als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 23a1, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, en uit het onderzoek naar de kwaliteitsverbeteringen, bedoeld in artikel 11, vierde lid, blijkt dat na één jaar sprake is van onvoldoende verbeteringen.

L

Artikel 15c, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt «aspecten van kwaliteit, te weten» vervangen door: de volgende indicatoren.

2. Onderdeel a komt te luiden:

  • a. het al dan niet voldoen aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot het ondersteuningsplan, bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs en artikel 17a van de Wet op het voortgezet onderwijs;

M

In artikel 15d wordt na «artikelen 20» ingevoegd: , eerste tot en met vijfde lid,.

N

In artikel 15j wordt na «artikelen 20,» ingevoegd: eerste tot en met vijfde lid,.

O

In artikel 15k, eerste lid, vervalt «ernstig of langdurig».

P

Artikel 15l komt als volgt te luiden:

Artikel 15l. Reikwijdte

Dit hoofdstuk is van toepassing op het toezicht op de uitoefening van de taken van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven.

Pa

In artikel 15n wordt «artikel 3, tweede lid» vervangen door: artikel 3, eerste lid.

Q

Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «haar oordeel» vervangen door «haar oordelen en bevindingen» en wordt een volzin toegevoegd, luidende: In het inspectierapport wordt onderscheid aangebracht tussen oordelen op grond van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, bedoelde taak en bevindingen op grond van de in artikel, eerste lid, onderdeel b, bedoelde taak.

2. Na de aanduiding van het tweede lid, wordt in dat lid een volzin ingevoegd, luidende: De inspectie vermeldt ten aanzien van de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, bedoelde taak, op welke bij of krachtens een onderwijswet gegeven voorschriften haar oordeel betrekking heeft.

3. Na het vijfde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 6. Het inspectierapport waarin de inspectie tot het oordeel komt dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, als bedoeld in artikel 10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 19a van de Wet op de expertisecentra en artikel 23a1, eerste of vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs geldt na vaststelling als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

R

Na artikel 21, eerste lid, wordt, onder vernummering van het tweede en derde lid tot het derde en vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Indien voor de vijfde week na vaststelling van het inspectierapport, bedoeld in artikel 20, zesde lid, wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de openbaarmaking opgeschort totdat de voorzieningenrechter een uitspraak heeft gedaan.

S

Het opschrift van hoofdstuk 6 komt te luiden:

Hoofdstuk 6. Kwaliteit van de taakuitoefening

T

Artikel 22 komt te luiden:

Artikel 22. Verantwoorde taakuitoefening

De inspectie draagt zorg voor een verantwoorde taakuitoefening.

ARTIKEL VII

Indien artikel II, onderdeel E, van de wet van 11 december 2013 houdende wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet College voor examens in verband met de invoering van een centrale eindtoets, de invoering van een leerling- en onderwijsvolgsysteem en invoering van bekostigingsvoorschriften voor minimumleerresultaten voor speciale scholen voor basisonderwijs en scholen voor speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs eerder in werking is getreden of treedt dan artikel III van deze wet, wordt:

1. Artikel III van deze wet vervangen door:

ARTIKEL III

De Wet op de expertisecentra wordt als volgt gewijzigd:

0A

Aan artikel 5a wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het instrument, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dat door de school wordt vormgegeven of gekozen, waaronder:

    • a. de aandachtsgebieden die het instrument inzichtelijk maakt,

    • b. de representativiteit van het instrument, en

    • c. de frequentie waarmee het instrument wordt ingezet.

0B

Artikel 11, zevende lid, tweede volzin, komt te luiden: Het leerling- en onderwijsvolgsysteem bevat toetsen die kennis en vaardigheden van de leerling meten ten minste op het terrein van de Nederlandse taal en rekenen en wiskunde, met inachtneming van de referentieniveaus Nederlandse taal en de referentieniveaus rekenen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen.

A

Artikel 19 komt te luiden:

Artikel 19. Kwaliteit onderwijs

Het bevoegd gezag draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs op de school. Onder zorg dragen voor de kwaliteit van het onderwijs wordt in elk geval verstaan het naleven van de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 21, vierde lid.

B

Artikel 19a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Artikel 19a. Zeer zwak onderwijs

2. Het eerste en tweede lid komen te luiden:

  • 1. De kwaliteit van het onderwijs is zeer zwak indien de leerresultaten op de school aan het eind van het zevende of het achtste schooljaar op groepsniveau ernstig en langdurig tekortschieten en het bevoegd gezag in verband met dit tekortschieten eveneens tekortschiet in de naleving van een of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften. Het bevoegd gezag voldoet in elk geval niet aan de wettelijke opdracht om zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs, bedoeld in artikel 19, indien de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is.

  • 2. Er is sprake van onvoldoende leerresultaten als bedoeld in het eerste lid indien op de school de leerresultaten op het gebied van de Nederlandse taal en op het gebied van rekenen en wiskunde, gemeten over een periode van 3 schooljaren, liggen onder de in het vierde lid bedoelde normering die daarvoor geldt in vergelijking tot die leerresultaten over diezelfde schooljaren van scholen met een vergelijkbaar leerlingenbestand.

3. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Indien de leerresultaten op de school niet kunnen worden beoordeeld op grond van de regels gesteld bij of krachtens het vijfde lid, is de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak indien de school tekortschiet in de naleving van twee of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en de school dientengevolge tekortschiet in het zorg dragen voor de veiligheid op de school, bedoeld in artikel 5a, of het zodanig inrichten van het onderwijs dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen dan wel het afstemmen van het onderwijs op de ontwikkelingsmogelijkheden van de leerlingen, bedoeld in artikel 11, eerste lid.

C

Artikel 21 komt te luiden:

Artikel 21. Schoolplan
  • 1. Het schoolplan bevat een beschrijving van het beleid met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs dat binnen de school wordt gevoerd, en omvat in elk geval het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en het stelsel van kwaliteitszorg. Het schoolplan omvat mede het beleid ten aanzien van de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen, niet zijnde ouderbijdragen of op de onderwijswetgeving gebaseerde bijdragen, indien het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich neemt waarmee de leerlingen binnen de schooltijden en tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, alsmede tijdens het overblijven, zullen worden geconfronteerd. In het schoolplan wordt aangegeven op welke wijze invulling wordt gegeven aan het openbare karakter onderscheidenlijk de identiteit voor zover het betreft een samenwerkingsschool.

  • 2. De beschrijving van het onderwijskundig beleid omvat in elk geval:

    • a. de uitwerking van de wettelijke voorschriften betreffende de uitgangspunten, de doelstelling en de inhoud van het onderwijs,

    • b. de door het bevoegd gezag in het schoolplan opgenomen eigen opdrachten voor het onderwijs in een onderwijsprogramma,

    • c. het pedagogisch-didactisch klimaat en het schoolklimaat, en

    • d. het zorg dragen voor de veiligheid op school, bedoeld in artikel 5a.

    Bij de beschrijving van het onderwijskundig beleid wordt tevens het schoolondersteuningsprofiel betrokken.

  • 3. De beschrijving van het personeelsbeleid omvat in elk geval:

    • a. het voldoen aan de eisen van bevoegdheid en de wijze waarop de bekwaamheid wordt onderhouden,

    • b. de maatregelen met betrekking tot het personeel die bijdragen aan de ontwikkeling en de uitvoering van het onderwijskundig beleid,

    • c. het pedagogisch-didactisch handelen van het onderwijspersoneel,

    • d. het document inzake evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in de schoolleiding, bedoeld in artikel 30, en

    • e. de wijze waarop rekening wordt gehouden met de inbreng van leerlingen op dat beleid.

  • 4. De beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg omvat in elk geval het zorg dragen voor:

    • a. het bewaken dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen en dat het onderwijs wordt afgestemd op de ontwikkelingsmogelijkheden van de leerlingen, bedoeld in artikel 11, eerste lid, mede met behulp van het leerling- en onderwijsvolgsysteem, bedoeld in artikel 11, zevende lid, en

    • b. het vaststellen welke maatregelen ter verbetering nodig zijn.

Ca

Artikel 22, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het slot van onderdeel j vervalt: en.

2. Aan het slot van onderdeel k wordt de punt vervangen door: , en.

3. Na onderdeel k wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • l. de in het kader van het stelsel van kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 21, vierde lid, gedane bevindingen en de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen.

D

Artikel 48a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Artikel 48a. Informeren ouders bij zeer zwak onderwijs

2. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Indien de inspectie in het inspectierapport, bedoeld in artikel 20 van de Wet op het onderwijstoezicht, tot het oordeel is gekomen dat de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is, bedoeld in artikel 19a, eerste of vierde lid, informeert het bevoegd gezag de ouders van de leerlingen van de school hierover door middel van in ieder geval de toezending van de door de inspectie opgestelde samenvatting van het inspectierapport welke samenvatting gelijktijdig met het inspectierapport ter beschikking is gesteld van het bevoegd gezag. De toezending, bedoeld in de eerste volzin, geschiedt binnen vier weken na de vaststelling van het inspectierapport.

E

In artikel 146a, eerste lid, wordt «de kwaliteit van het onderwijs of de kwaliteit van het bestuur ernstig of langdurig tekortschiet,» vervangen door: het bevoegd gezag tekortschiet in haar zorg voor de kwaliteit van het onderwijs, bedoeld in artikel 19,.

2. In artikel VI, onderdeel J, van deze wet na «10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs» ingevoegd:, 19a, eerste of vierde lid, van de Wet op de expertisecentra.

3. In artikel VI, onderdeel K, van deze wet, na «10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs» ingevoegd:, 19a, eerste of vierde lid, van de Wet op de expertisecentra.

4. In artikel VI, onderdeel Q, van deze wet, na «10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs» ingevoegd:, 19a, eerste of vierde lid, van de Wet op de expertisecentra.

ARTIKEL VIII

Indien artikel II, onderdeel E, van de wet van 11 december 2013 houdende wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet College voor examens in verband met de invoering van een centrale eindtoets, de invoering van een leerling- en onderwijsvolgsysteem en invoering van bekostigingsvoorschriften voor minimumleerresultaten voor speciale scholen voor basisonderwijs en scholen voor speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs later in werking treedt dan artikel III van deze wet, wordt:

1. Artikel II van die wet als volgt gewijzigd:

A

In onderdeel E wordt artikel 19a als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden:

Artikel 19a. Zeer zwak onderwijs

2. Het eerste en tweede lid komen te luiden:

  • 1. De kwaliteit van het onderwijs is zeer zwak indien de leerresultaten op de school aan het eind van het zevende of het achtste schooljaar op groepsniveau ernstig en langdurig tekortschieten en het bevoegd gezag in verband met dit tekortschieten eveneens tekortschiet in de naleving van een of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften. Het bevoegd gezag voldoet in elk geval niet aan de wettelijke opdracht om zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs, bedoeld in artikel 19, indien de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is.

  • 2. Er is sprake van onvoldoende leerresultaten als bedoeld in het eerste lid indien op de school de leerresultaten op het gebied van de Nederlandse taal en op het gebied van rekenen en wiskunde, gemeten over een periode van 3 schooljaren, liggen onder de in het vierde lid bedoelde normering die daarvoor geldt in vergelijking tot die leerresultaten over diezelfde schooljaren van scholen met een vergelijkbaar leerlingenbestand.

3. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Indien de leerresultaten op de school niet kunnen worden beoordeeld op grond van de regels gesteld bij of krachtens het vijfde lid, is de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak indien de school tekortschiet in de naleving van twee of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en de school dientengevolge tekortschiet in het zorg dragen voor de veiligheid op de school, bedoeld in artikel 5a, of het zodanig inrichten van het onderwijs dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen dan wel het afstemmen van het onderwijs op de ontwikkelingsmogelijkheden van de leerlingen, bedoeld in artikel 11, eerste lid.

B

Na onderdeel G wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ga

In artikel 48a, eerste lid, wordt «artikel 19a, eerste lid,» vervangen door: artikel 19a, eerste of vierde lid,.

2. Komt artikel VI van die wet te luiden:

ARTIKEL VI

De Wet op het onderwijstoezicht wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 13a wordt na «10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs» ingevoegd: , 19a, eerste of vierde lid, van de Wet op de expertisecentra.

B

In artikel 14, eerste lid, wordt na «10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs» ingevoegd: , 19a, eerste of vierde lid, van de Wet op de expertisecentra.

C

In het opschrift van hoofdstuk 3b, artikel 15e, het opschrift van artikel 15f en artikel 15f wordt «College voor examens» telkens vervangen door: College voor toetsen en examens.

D

In artikel 20, zesde lid, wordt na «10a, eerste of vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs» ingevoegd: , 19a, eerste of vierde lid, van de Wet op de expertisecentra.

ARTIKEL IX

Indien het op grond van het bij Staatsblad 2011, 33, artikel I, onderdeel H, tot wet verheven artikel 51 van de Wet primair onderwijs BES eerder in werking is getreden of treedt dan deze wet komt artikel 51 van de Wet primair onderwijs BES te vervallen.

ARTIKEL X

Indien deze wet eerder in werking is getreden of treedt dan het op grond van het bij Staatsblad 2011, 33, artikel I, onderdeel H, tot wet verheven artikel 51 van de Wet primair onderwijs BES komen het bij Staatsblad 2011, 33, artikel I, onderdeel H, tot wet verheven artikel 51 van de Wet primair onderwijs BES en het bij Staatsblad 2013, 432, tot wet verheven artikel III, onderdeel E, te vervallen.

ARTIKEL XI

Indien het op grond van het bij Staatsblad 2011, 33, artikel I, onderdeel K, tot wet verheven artikel 49 van de Wet voortgezet onderwijs BES eerder in werking is getreden of treedt dan deze wet komt artikel 49 van de Wet voortgezet onderwijs BES te vervallen.

ARTIKEL XII

Indien deze wet eerder in werking is getreden of treedt dan het op grond van het bij Staatsblad 2011, 33, artikel I, onderdeel K, tot wet verheven artikel 49 van de Wet voortgezet onderwijs BES komen het bij Staatsblad 2011, 33, artikel I, onderdeel K, tot wet verheven artikel 49 van de Wet voortgezet onderwijs BES en het bij Staatsblad 2013, 432, tot wet verheven artikel IV, onderdeel D, te vervallen.

ARTIKEL XIII

1. Indien het bij koninklijke boodschap van 17 januari 2012 ingediende voorstel van wet tot Wijziging van de Wet van 7 juli 2010 tot wijziging van de Wet kinderopvang, de Wet op het onderwijstoezicht, de Wet op het primair onderwijs en enkele andere wetten in verband met wijzigingen in het onderwijsachterstandenbeleid (Stb. 2010, 296) in verband met wijziging van de regeling van de ouderbijdrage aan de peuterspeelzaal bij deelname van een kind aan voorschoolse educatie en van de Wet op het primair onderwijs in verband met wijziging van de schriftelijke instemming van ouders van leerlingen met een grote achterstand in de Nederlandse taal (Kamerstukken II, 2011/12, 33 141, nr. 2), tot wet is of wordt verheven en artikel IIA, onderdeel A van die wet later in werking treedt onderscheidenlijk op dezelfde datum in werking treedt als artikel VI, onderdeel B, van deze wet, wordt in die wet in artikel IIA, onderdeel A, de zinsnede «tweede lid, vervalt onderdeel e onder verlettering van de onderdelen f en g tot e en f» vervangen door: eerste lid, onderdeel d onder verlettering van de onderdelen e en f tot d en e.

2. Indien het bij koninklijke boodschap van 17 januari 2012 ingediende voorstel van wet tot Wijziging van de Wet van 7 juli 2010 tot wijziging van de Wet kinderopvang, de Wet op het onderwijstoezicht, de Wet op het primair onderwijs en enkele andere wetten in verband met wijzigingen in het onderwijsachterstandenbeleid (Stb. 2010, 296) in verband met wijziging van de regeling van de ouderbijdrage aan de peuterspeelzaal bij deelname van een kind aan voorschoolse educatie en van de Wet op het primair onderwijs in verband met wijziging van de schriftelijke instemming van ouders van leerlingen met een grote achterstand in de Nederlandse taal (Kamerstukken II, 2011/12, 33 141, nr. 2), tot wet is of wordt verheven en artikel IIA, onderdeel A, eerder in werking is getreden of treedt dan artikel VI, onderdeel B, van deze wet, vervalt in artikel VI, onderdeel B, van deze wet, in het eerste lid, onderdeel d en worden de onderdelen e en f verletterd tot onderdelen d en e.

ARTIKEL XIV

1. Indien het bij koninklijke boodschap van 6 februari 2015 ingediende voorstel van wet tot Wijziging van diverse onderwijswetten in verband met het aanbrengen van enkele inhoudelijke wijzigingen van diverse aard (Kamerstukken II, 2014/15, 34 146, nr. 2), tot wet is of wordt verheven en artikel IIA van die wet later in werking treedt onderscheidenlijk op dezelfde datum in werking treedt als artikel VI, onderdeel B, van deze wet, wordt in die wet in artikel VI, onderdeel A, als volgt gewijzigd:

A

In het eerste onderdeel wordt «in het tweede lid, onderdeel d» vervangen door: in het eerste lid, onderdeel c.

B

In het tweede onderdeel wordt « tweede lid vervalt onderdeel e onder verlettering van de onderdelen f en g tot e en f» vervangen door: eerste lid vervalt onderdeel d onder verlettering van de onderdelen e en f tot d en e.

C

In de onderdelen 3 tot en met 6 wordt «derde lid» telkens vervangen door: tweede lid.

2. Indien het bij koninklijke boodschap van 6 februari 2015 ingediende voorstel van wet tot Wijziging van diverse onderwijswetten in verband met het aanbrengen van enkele inhoudelijke wijzigingen van diverse aard (Kamerstukken II, 2014/15, 34 146, nr. 2), tot wet is of wordt verheven en artikel VI, onderdeel A, van die wet eerder in werking is getreden of treedt dan artikel VI, onderdeel B, van deze wet, wordt in artikel VI, onderdeel B, van deze wet het eerste lid als volgt gewijzigd:

A

In onderdeel c wordt «de bekostigde instellingen» vervangen door: de bekostigde instellingen, de samenwerkingsverbanden en de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.

B

Onder verlettering van de onderdelen e en f tot d en e, vervalt onderdeel d.

ARTIKEL XIVA

  • 1. De artikelen 12 van de Wet op het primair onderwijs, 15 van de Wet primair onderwijs BES, 21 van de Wet op de expertisecentra, 24 van de Wet op het voortgezet onderwijs en 50 van de Wet voortgezet onderwijs BES zoals deze luidden op de dag voor de dag van inwerkingtreding van deze wet, blijven van kracht ten aanzien van vigerende schoolplannen.

  • 2. Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht, van instellingen met een schoolplan als bedoeld in het eerste lid, kan de inspectie van de instelling met betrekking tot respectievelijk het onderwijskundig beleid en het personeelsbeleid een uitwerking verzoeken van:

    • a. het pedagogisch-didactisch klimaat en het schoolklimaat alsmede het zorg dragen voor de veiligheid op school,

    • b. het voldoen aan de eisen van bevoegdheid en de wijze waarop de bekwaamheid wordt onderhouden alsmede het pedagogisch-didactisch handelen van het onderwijspersoneel.

  • 3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op het bezoek, bedoeld in artikel 11, achtste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht.

ARTIKEL XIVB

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zendt, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken, binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

ARTIKEL XV

Deze wet treedt in werking op 1 juli van het jaar volgend op het jaar van bekendmaking.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te Wassenaar, 8 april 2016

Willem-Alexander

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

De Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam

Uitgegeven de twintigste mei 2016

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 33 862