Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatsblad 2016, 124Wet

Wet van 30 maart 2016 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (gegevensverstrekking Belastingdienst)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte te wijzigen teneinde enkele bepalingen over het verstrekken van inkomensverklaringen door de Belastingdienst aan te scherpen;

Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Artikel 252a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. Indien een voorstel als bedoeld in lid 1 wordt gedaan, wordt bij het voorstel een verklaring gevoegd omtrent het huishoudinkomen. De inspecteur verstrekt op verzoek van een verhuurder een verklaring omtrent het huishoudinkomen aan de verhuurder.

2. In het vijfde lid wordt «lid 3» vervangen door: lid 3 eerste volzin.

ARTIKEL II

In artikel 19b, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte wordt na «verhuurder» ingevoegd: vraagt en.

ARTIKEL IIa

Indien het bij koninklijke boodschap van 21 december 2015 ingediende voorstel van wet tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten in verband met het stellen van nadere huurmaatregelen tot verdere bevordering van de doorstroming op de huurmarkt (Wet doorstroming huurmarkt 2015) (Kamerstukken 34 373) tot wet is of wordt verheven en de artikelen I, onderdeel C, en IV van die wet eerder in werking zijn getreden of treden dan deze wet, vervallen de artikelen I en II van deze wet.

ARTIKEL IIb

Indien het bij koninklijke boodschap van 21 december 2015 ingediende voorstel van wet tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten in verband met het stellen van nadere huurmaatregelen tot verdere bevordering van de doorstroming op de huurmarkt (Wet doorstroming huurmarkt 2015) (Kamerstukken 34 373) tot wet is of wordt verheven en de artikelen I, onderdeel C, en IV van die wet later in werking treden dan deze wet, vervalt artikel IV, onderdeel E, onder 1, van die wet.

ARTIKEL IIc

Indien het bij koninklijke boodschap van 21 december 2015 ingediende voorstel van wet tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten in verband met het stellen van nadere huurmaatregelen tot verdere bevordering van de doorstroming op de huurmarkt (Wet doorstroming huurmarkt 2015) (Kamerstukken 34 373) tot wet is of wordt verheven, wordt in artikel VI, onderdeel Ba, van die wet «één jaar of korter» vervangen door: twee jaar of korter.

ARTIKEL IId

Indien het bij koninklijke boodschap van 21 december 2015 ingediende voorstel van wet tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten in verband met het stellen van nadere huurmaatregelen tot verdere bevordering van de doorstroming op de huurmarkt (Wet doorstroming huurmarkt 2015) (Kamerstukken 34 373) tot wet is of wordt verheven, wordt in de aanhef van artikel VIII van die wet «(Kamerstukken II 2014/2015, 34 156, nr.2)» vervangen door «(Kamerstukken 34 156)», en «dan deze wet» door: dan de artikelen I, onderdelen G tot en met J, II, VI, onderdeel B, en VII van deze wet.

ARTIKEL IIe

Indien het bij koninklijke boodschap van 21 december 2015 ingediende voorstel van wet tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten in verband met het stellen van nadere huurmaatregelen tot verdere bevordering van de doorstroming op de huurmarkt (Wet doorstroming huurmarkt 2015) (Kamerstukken 34 373) tot wet is of wordt verheven, wordt in de aanhef van artikel VIIIa van die wet «(Kamerstukken II 2014/2015, 34 156, nr. 2)» vervangen door «(Kamerstukken 34 156)», «de artikelen I, II en VI van deze wet» door «de artikelen I, onderdelen G tot en met J, II, VI, onderdeel B, en VII» en «de artikelen I tot en met V» door: de artikelen I tot en met IV.

ARTIKEL IIf

Indien het bij geleidende brief van 20 februari 2015 ingediende voorstel van wet van het lid Schouten tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Huisvestingswet 2014 en de Woningwet (aanvulling van de opzeggingsgrond dringend eigen gebruik voor de tijdelijke huisvesting van jongeren) (Kamerstukken 34 156) tot wet is of wordt verheven wordt artikel IVa van die wet als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel A, aanhef, wordt «artikel I van die wet» vervangen door: artikel I, onderdelen G, onder 1, 3 en 4, en H, van die wet.

2. In onderdeel B, aanhef, wordt «en die wet» vervangen door «en de artikelen I, onderdeel H, en VIII, onderdeel D, van die wet», «treedt» door «treden» en «wordt die wet» door: worden die artikelen.

ARTIKEL III

Onder toepassing van artikel 12 van de Wet raadgevend referendum treedt deze wet in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te Wassenaar, 30 maart 2016

Willem-Alexander

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok

Uitgegeven de eenendertigste maart 2016

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 34 374