Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatsblad 2015, 465Klein Koninklijk Besluit

Besluit van 2 december 2015 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Verzamelwet SZW 2016

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 november 2015, nr. 2015-0000295884;

Gelet op artikel XXXVI van de Verzamelwet SZW 2016;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

  • 1. De artikelen van de Verzamelwet SZW 2016 treden, met uitzondering van de artikelen I, onderdelen A en C, II, onderdelen A, onder 1, en D, III, onderdelen C en D, V, onderdeel A, VI, onderdelen J en K, VIII, onderdeel J, IX, X, onderdelen B, E en J, XII, onderdeel B, XIII, onderdelen B en C, XIV, onderdeel B, XV, onderdeel B, XVI, onderdeel C, XVII, onderdelen B en Ba, XIX, onderdeel D, XXII, XXIII, onderdeel B, onder 2 en 3, XXIV, onderdeel B, XXVI, onderdelen A en B, XXVII, onderdeel 0A, XXVIII, onderdeel M, XXIX, XXXII, onderdeel B, en XXXIV, onderdeel H, in werking met ingang van 1 januari 2016.

  • 2. Artikelen I, onderdelen A en C, II, onderdeel D, III, onderdelen C en D, VI, onderdelen J en K, VIII, onderdeel J, IX, onderdelen A en B, X, onderdelen B, E en J, XIV, onderdeel B, XV, onderdeel B, XVI, onderdeel C, XVII, onderdelen B en Ba, XIX, onderdeel D, XXIV, onderdeel B, XXVI, onderdelen A en B, XXVIII, onderdeel M, XXIX, XXXII, onderdeel B, en XXXIV, onderdeel H, treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, met dien verstande dat:

    • a. artikel I, onderdeel A, terug werkt tot en met 1 oktober 2015;

    • b. artikelen II, onderdeel D, III, onderdeel C, VIII, onderdeel J, terug werken tot en met 1 januari 2015;

    • c. artikel III, onderdeel D, terug werkt tot en met 24 maart 2014;

    • d. artikelen VI, onderdelen J en K, IX, onderdelen A en B, X, onderdelen B, E en J, XIV, onderdeel B, XV, onderdeel B, XVI, onderdeel C, XVII, onderdelen B en Ba, XIX, onderdeel D, XXIV, onderdeel B, XXVI, onderdelen A en B, XXXII, onderdeel B, en XXXIV, onderdeel H, terug werken tot en met 1 juli 2015; en

    • e. artikel XXVIII, onderdeel M, terug werkt tot en met 1 januari 2014.

  • 3. Artikelen IX, onderdelen 0A en C, XII, onderdeel B, en XXIII, onderdeel B, onder 2 en 3, treden in werking met ingang van 1 juli 2016.

  • 4. Artikel I, onderdeel D, onder 1, treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

  • 5. Artikel 12 van de Wet raadgevend referendum is van toepassing.

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 2 december 2015

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

Uitgegeven de tiende december 2015

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

TOELICHTING

Artikel XXXVI van de Verzamelwet SZW 2016 voorziet in de mogelijkheid dat de artikelen van die wet in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld en tevens dat die artikelen of onderdelen daarvan kunnen terugwerken tot en met in dat besluit te bepalen tijdstippen. In het onderhavige besluit wordt van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. De afwijkende datums van inwerkingtreding en het verlenen van terugwerkende kracht aan bepaalde artikelen en artikelonderdelen zijn nader toegelicht in de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2014/15, 34 273, nr. 3) en de verschillende nota’s van wijziging (Kamerstukken II 2014/15, 34 273, nr. 5 en Kamerstukken II 2015/16, 34 273, nr. 8) bij het wetsvoorstel Verzamelwet SZW 2016.

In de Verzamelwet SZW 2016 is de mogelijkheid opengelaten om in een koninklijk besluit betreffende de inwerkingtreding gebruik te maken van artikel 12 van de Wet raadgevend referendum (Wrr). Dit artikel maakt het mogelijk in geval van spoed de Wrr buiten toepassing te laten. Omdat het hier grotendeels gaat om noodzakelijke reparatiewetgeving en de uitvoeringsinstanties hun (ICT) processen al hebben aangepast aan de nieuwe regels per 1 januari 2016, is er voor gekozen om gebruik te maken van artikel 12 van de Wrr in het inwerkingtredingsbesluit. Onverkorte toepassing van de Wrr zou er immers toe leiden dat de noodzakelijke en reeds aangekondigde wijzigingen niet meer voor 1 januari 2016 in werking kunnen treden.

Voor de artikelen V, onderdeel A, XIII, onderdelen B en C, XXII en XXVII, onderdeel 0A, is in onderhavig besluit nog geen datum van inwerkingtreding opgenomen.

Artikel V, onderdeel A, ziet op de openbaarmaking van gegevens met betrekking tot toezicht door de Inspectie SZW op de Arbeidstijdenwet (Atw). Gezien de gefaseerde inwerkingtreding van de openbaarmaking van inspectiegegevens, zal eerst gestart worden met de openbaarmaking van inspectiegegevens in de Wet arbeid vreemdelingen, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Op een later tijdstip zal gestart worden met het openbaar maken van onderzoeksgegevens op grond van de Arbeidsomstandighedenwet en de Atw, conform toezegging aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2015/16, 17 050, nr. 522, p. 8). Artikel V, onderdeel A, (artikel 7:2 van de Atw) zal tegelijkertijd met artikel 8:8 van de Atw, dat ziet op de openbaarmaking zelf, in werking treden.

Van artikel XIII (Wet arbeid en zorg) treden de onderdelen B en C niet met ingang van 1 januari 2016 in werking. Deze onderdelen betreffen de uitbreiding van het zwangerschapsverlof voor vrouwen die zwanger zijn van een meerling. Deze onderdelen treden met ingang van 1 april 2016 in werking. Dit is de beide kamers van de Staten-Generaal meegedeeld bij brief d.d. 15 juni 2015 (Kamerstukken II 2014/15, 32 889/32 855, nr. 27). Inwerkingtreding zal geschieden via een separaat inwerkingtredingsbesluit.

De inwerkingtreding van (delen van) artikel XXII (Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen) met ingang van 1 januari 2016 zal geschieden via een separaat inwerkingtredingsbesluit. Dit in verband met samenloop van dit artikel in de Verzamelwet SZW 2016 met de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg en de Wet versterking positie ouders kinderopvang en peuterspeelzalen.

Artikel XXVII, onderdeel 0A, zal niet in werking treden. De Afdeling advisering van de Raad van State (RvS) heeft in een advies van 29 oktober 2015 (no. W12.15.0354/III) geadviseerd de tijdelijkheid van de verhoging van het kindgebonden budget voor het tweede kind in 2016 en de doorwerking daarvan in de bedragen voor het derde en volgende kind in het besluit zelf te regelen, in plaats van, zoals was beoogd, de verhoging met ingang van 1 januari 2017 ongedaan te maken via de Verzamelwet SZW 2016 (via de tweede nota van wijziging). Conform het advies van de RvS is het besluit zodanig gewijzigd dat dit thans voorziet in de tijdelijke verhoging van de betreffende bedragen van het kindgebonden budget.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher