Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Veiligheid en JustitieStaatsblad 2015, 38AMvB

Besluit van 28 januari 2015 tot wijziging van het Besluit van 25 juni 2013 houdende uitvoering van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op voordracht van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 16 december 2014, nr. 597981;

Gelet op artikel 2, tweede lid, onderdeel h, van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 14 januari 2015, No.W03.14.0477/II);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 23 januari 2015, nr. 607148;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit van 25 juni 2013 houdende uitvoering van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten wordt als volgt gewijzigd:

A

Voor artikel 2 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1

  • 1. Van overschrijding van de in artikel 2, tweede lid, onderdeel h, van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten bedoelde drempel is sprake in de volgende gevallen:

    • a) de beheerskosten in het jaar waarop het jaarverslag betrekking heeft, bedragen meer dan 15% van het bedrag dat in dat jaar is geïnd,

    • b) de beheerskosten in het jaar waarop het jaarverslag betrekking heeft bedragen meer dan 15% van het bedrag dat in dat jaar is verdeeld, of

    • c) de beheerskosten in het jaar waarop het jaarverslag betrekking heeft ten opzichte van de beheerskosten in het voorafgaande jaar zijn gestegen met meer dan de consumentenprijsindex van het jaar waarop het jaarverslag betrekking heeft.

  • 2. Een collectieve beheersorganisatie die de verdeling van rechtstreeks bij de gebruiker geïnde bedragen opdraagt aan een of meer andere collectieve beheersorganisaties baseert de berekening van het percentage als bedoeld in het eerste lid onder b op de gezamenlijke beheerskosten van de collectieve beheersorganisaties die betrokken zijn geweest bij de inning en de verdeling van de bedragen.

B

In artikel 5 wordt «1 januari 2015» vervangen door: 1 januari 2017.

ARTIKEL II

  • 1. Artikel I, onder A, van dit besluit treedt in werking met ingang met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2015.

  • 2. Artikel I, onder B, van dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 28 januari 2015

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven

Uitgegeven de vijfde februari 2015

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven

NOTA VAN TOELICHTING

In artikel 1 van het Besluit van 25 juni 2013 houdende uitvoering van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (hierna: het Uitvoeringsbesluit) worden de drempelpercentages voor de normering van de beheerskosten van collectieve beheersorganisaties bepaald. Deze bepaling vervalt op 1 januari 2015. In dit besluit wordt geregeld dat artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit over de drempelpercentages herleeft en blijft gelden tot 1 januari 2017.

De wettelijke basis van de drempels voor beheerskosten

Het College van Toezicht heeft, volgens artikel 2 van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten, tot taak om toezicht uit te oefenen op de inning en de verdeling van de vergoedingen door de collectieve beheersorganisaties. Hierbij dient het College van Toezicht er op toe te zien dat een collectieve beheersorganisatie streeft naar beperking van de beheerskosten voor de inning, het beheer en de verdeling van gelden tot een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen drempel van het in een bepaald kalenderjaar geïnde of door een of meer organisaties verdeelde bedrag aan vergoedingen. Bij overschrijding van deze drempel dient in het jaarverslag en ten genoegen van het College met redenen omkleed te worden aangegeven waaraan deze overschrijding is te wijten.1

De drempelpercentages voor beheerskosten in het Uitvoeringsbesluit

In artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit zijn vervolgens de drempelpercentages voor de normering van de beheerskosten van collectieve beheersorganisaties bepaald.

Van overschrijding van het drempelpercentage is sprake als de beheerskosten in het jaar waarop het jaarverslag betrekking heeft meer dan 15% bedragen van het bedrag dat in dat jaar is geïnd dan wel verdeeld. Ook is sprake van overschrijding van het drempelpercentage als de beheerskosten in het jaar waarop het jaarverslag betrekking heeft ten opzichte van de beheerskosten in het voorafgaande jaar, zijn gestegen met meer dan de consumentenprijsindex van het jaar waarop het jaarverslag betrekking heeft. Ten slotte is in dit artikel bepaald dat collectieve beheersorganisaties die de verdeling van rechtstreeks bij de gebruiker geinde bedragen hebben opgedragen aan een of meer andere collectieve beheersorganisaties, bij de berekening van het drempelpercentage van het verdeelde bedrag moeten uitgaan van de gezamenlijke beheerskosten van de collectieve beheersorganisaties die betrokken zijn geweest bij de inning en de verdeling van de bedragen.2

Tijdelijkheid van de regeling van de drempelpercentages voor beheerskosten

De regeling van drempelpercentages voor beheerskosten in artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit is een tijdelijke regeling. Hier is destijds voor gekozen om enerzijds het College van Toezicht in de gelegenheid te stellen om toezicht te houden op de ontwikkeling van de beheerskosten en anderzijds de marktpartijen de gelegenheid te geven om de periode van 1 juli 2013 tot 1 januari 2015 te benutten om de transparantie en de onderlinge vergelijkbaarheid van de beheerskosten in overleg met het College van Toezicht uit te werken.3

Advies van het College van Toezicht om de tijdelijke regeling te verlengen

Bij schrijven van 2 oktober jl. heeft het College van Toezicht mij geadviseerd om de bestaande drempels voor de beheerskosten bij collectieve beheersorganisaties voorlopig te handhaven om de volgende redenen:

  • Het College van Toezicht wijst er op dat de advisering over mogelijke aanpassing van drempels beter onderbouwd kan worden als niet alleen de resultaten van het toezicht op kosten en kostenbeheersing over het verslagjaar 2013 kunnen worden betrokken, maar ook die van de verslagjaren 2014 en 2015. Meerjarige ervaring is wenselijk voor een meer structureel inzicht in de ontwikkeling van kosten, incasso en repartitie en mogelijke structurele verklaringen daarvoor.

  • Daarnaast zouden collectieve beheersorganisaties uit een oogpunt van toezichtlasten niet eerst in 2015 met gewijzigde regelgeving en toezicht op nationaal niveau moeten worden belast, direct in 2016 gevolgd door de implementatie van de Richtlijn 2014/26/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het collectieve beheer van auteursrechten en naburige rechten en de multiterritoriale licentieverlening van rechten inzake muziekwerken voor het online gebruik ervan op de interne markt (PbEU 2014, L.84). 4

Overname advies College van Toezicht

Het advies van het College van Toezicht wordt overgenomen.

Er is inmiddels beperkte ervaring opgedaan met het toezicht op de beheerskosten van de onder toezicht staande collectieve beheersorganisaties. Het is wenselijk om mogelijke aanpassing van de drempelpercentages te baseren op een structureel inzicht in de ontwikkeling van kosten, incasso en repartitie en de mogelijke structurele verklaringen daarvoor. Hiervoor is meerjarige ervaring met de huidige drempels wenselijk.

Verder zijn collectieve beheersorganisaties vanuit het oogpunt van toezichtlasten niet gediend met een inhoudelijke wijziging van het Uitvoeringsbesluit in 2015 direct gevolgd door de inwerkingtreding van het wetsvoorstel strekkende tot implementatie van genoemde richtlijn in 2016. Deze implementatie zal wellicht aanleiding zijn tot herziening van de regeling van de drempelpercentages. Dat zal alsdan bezien worden.

Terugwerkende kracht

De regeling van de drempelpercentages in artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit vervalt per 1 januari 2015. Om de hierboven genoemde redenen is het wenselijk dat de regeling van artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit, zoals die tot 31 december 2014 geldt, wordt gecontinueerd tot 1 januari 2017. Omdat het Uitvoeringsbesluit na 1 januari 2015 zal worden gepubliceerd in het Staatsblad wordt aan artikel 1 terugwerkende kracht verleend. Daarmee wordt overeenkomstig het advies van het College van Toezicht en in het belang van collectieve beheersorganisaties continuïteit in de voorgeschreven drempelpercentages bewerkstelligd.

Artikelsgewijs

Artikel I

In dit artikel wordt geregeld dat artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit over de drempelpercentages herleeft en blijft gelden tot 1 januari 2017.

In onderdeel A wordt daartoe artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit, zoals dat tot en met 31 december 2014 geldt, weer opgenomen in het Uitvoeringsbesluit. In onderdeel B wordt door een aanpassing van artikel 5 van het Uitvoeringsbesluit geregeld dat het herleefde artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit blijft gelden tot 1 januari 2017.

Artikel II

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van dit besluit. Artikel I, onder A, waarin artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit herleeft, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2015.

Artikel I, onder B, waarin de verlenging van artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit tot 1 januari 2017 wordt geregeld, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven


X Noot
1

Artikel 2, tweede lid, onder h, van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten.

X Noot
2

Voor een nadere toelichting op artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit wordt verwezen naar de Nota van Toelichting van het Uitvoeringsbesluit (Stb. 2012, nr. 260).

X Noot
3

Stb. 2012, nr. 260, p. 4.

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.